Leven en dood van Marie Colvin, oorlogscorrespondente

‘Acting despite fear – it matters,’ schreef oorlogscorrespondente Marie Colvin in 2010 in haar dagboek. Twee jaar later, op 22 februari 2012, kwam ze tijdens de Syrische massacre om in Homs. Het bombardement op haar schuilplaats was moedwillig. Het kostte de geheime dienst van Bashar al-Assad weinig moeite haar op te sporen. Colvin nam het niet zo nauw met de veiligheidsmaatregelen rondom haar satelliettelefoon. De Franse fotograaf die haar begeleidde, Rémi Ochlik, kwam eveneens om het leven.

Lindsey Hilsum, collega en vriendin van Colvin, schreef met In Extremis. The Life and Death of the War Correspondent Marie Colvin de biografie van een reporter die tot het uiterste ging. Tijdens een reportage in Sri Lanka verloor Colvin haar linker oog. Haar ooglap sprak tot de verbeelding van het thuisfront. Tijdens de jetset feestjes die Colvin in haar woning in Hammersmith in Londen organiseerde, versierde ze haar piratenlook met diamantjes. Gewend raakte ze nooit aan het onding.

Hilsum kreeg toegang tot het persoonlijke archief van Colvin, waaronder de dertig dagboeken en cahiers die ze heeft nagelaten. Daarbij kan Hilsum teren op haar eigen herinneringen. Ze waren ‘the Telma en Louis of the press corps’. Dat streepje heeft Hilsum voor op Marie Brenner. Haar artikel over Colvin in de Vanity Fair vormt de basis voor de biopic die deze maand in de bioscoop komt.

PTSD

Hilsum schetst het portret van een vrouw die gekweld werd door een PTSD, teveel dronk en teveel rookte, en van haar persoonlijke leven een janboel maakte. Een meisje dat op haar dertiende haar rooms-katholieke ouders al op de kast joeg door in minirok te kerke te gaan. Tijdens haar studie aan Yale ontdekte ze haar roeping. Colvin kreeg les van John Hersey, boegbeeld van New Journalism en auteur van Hiroshima. Colvin was buitengewoon competitief in een wereld waarin hoofdredacteuren steeds meer eisen van hun correspondenten; zelfdestructief ook, maar met haar hart steeds bij de underdog. Ze schreef 27 jaar voor The Sunday Times.

Haar naam vestigde ze in 1987 met een rapportage over een vluchtelingenkamp bij Bourj el Baranjneh in West-Beirut. Colvin beschrijft daarin minutieus de stervensnood van een Palestijnse vrouw, die door het hoofd werd geschoten terwijl ze voedsel voor haar uitgehongerde familie probeerde te vergaren. De scherpschutter was lid van Amal, de sjiitische militie die tijdens de Libanese burgeroorlog door het Syrië van Hafiz al-Assad werd gesteund. Door Colvin’s rapportage op de voorpagina van The Sunday Times bonden de Syrische autoriteiten in: de militie kreeg het bevel de beschietingen van de toevoerwegen in het vluchtelingenkamp te staken.

De twee kanten van een zaak: een goede en een slechte

Hier was het Marie Colvin om te doen:

‘It has always seemed to me that what I write about is humanity in extremis, pushed to the unendurable, and that it is important to tell people what really happens in wars.’

Haar grote voorbeeld was Martha Gellhorn. Ze deelden hun weerzin voor ‘all that objectivity shit’.

‘When you’re physically uncovering graves in Kosovo, I don’t think there are two sides to the story. To me there is a right and a wrong, a morality, and if I don’t report that, I don’t see the reason for being there.’

Haar biografie van Jasir Arafat is er nooit gekomen. Daar had ze het geduld niet voor.

In extremis. The Life and Death of the War Correspondent Marie Colvin
Lindsey Hilsum
Farrar, Straus and Giroux
ISBN 9780374175597
Verschenen in november 2018

Bestelinformatie

Koop bij bol.comBestel als hardcover bij bol.com (€ 21,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 14,99)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here