Tussen nabijheid en afstand: Blaudzun van Ronald Giphart

Ronald Giphart trok anderhalf jaar op met Blaudzun en volgde hem tijdens tournees met de band, zijn solotour, een tour door Duitsland en was een fly on the wall tijdens opnamen in de studio. Het resultaat – Blaudzun. In het spoor van een popicoon – is een nauwgezet en intiem verslag van een artiest die zich niet alleen laat zien in zijn successen, maar ook in twijfel, vermoeidheid en reflectie.

Giphart had, naar eigen zeggen, een vrij eenkennige muziekvoorkeur en nog nooit van Blaudzun gehoord. Dat is best knap. Maar dat veranderde toen een vriendin hem wees op Flame on My Head, van het album Heavy Flowers. ‘Dat moet je horen!’ En dan gebeurt het: de bliksem slaat in bij de schrijver en hij is in binnen de kortste keren een trouwe en aandachtige luisteraar. Zo zelfs dat de muziek langzaam in zijn eigen werk en leven binnendringt, als een ‘onhoorbare soundtrack’ onder zijn schrijven. Dat is sowieso een mooi verhaal.

Blaudzun Haldern Pop 2017 © Alexander Kellner / Wikipedia (CC BY-SA 4.0)

Shout

Maar Blaudzun, wie is dat ook alweer? Voor hen die net als Giphart niet weten (in zijn geval wisten) wie dat is. Bij een groot publiek werd hij, met die enorme bril, bekend met zijn interpretatie op televisie van Shout, de wereldhit van Tears for Fears, die hij kaal en enigszins geëxalteerd bracht. Opvallend genoeg gebeurde dat bij DWDD, de talkshow waar met de strikte één-minuut-voorwaarde dikwijls zorgvuldig gecomponeerde popliedjes werden verminkt.

De eerste ontmoeting tussen de zanger en de schrijver is tijdens een festival in Utrecht. Blaudzun, een fanatiek wielerliefhebber, is er op uitnodiging van het wielertijdschrift De Muur. Wat begint als een vluchtig gesprek tussen optredens door, groeit uit tot een langdurige samenwerking, want er is een klik. Giphart besluit niet op afstand te blijven, maar zich onder te dompelen in het bestaan van de muzikant. Die keuze bepaalt ook de aard van het boek: geen beschouwing van buitenaf, maar een poging tot begrijpen van binnenuit.

Radiohead

Blaudzun (artiestennaam van Johannes Sigmond) heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een herkenbare stem binnen de Nederlandse popmuziek. Zijn werk laveert tussen toegankelijke melodieën en gelaagde, vaak melancholische teksten, gedragen door een rijke productie waarin soms echo’s van Radiohead doorklinken. Het is muziek die zich niet onmiddellijk prijsgeeft, maar zich gaandeweg verdiept, een kwaliteit die goed aansluit bij Gipharts benadering.

Een biografie is Blaudzun dus niet geworden. Eerder sluit dit boek, dat leest als een trein, aan bij een reeks publicaties waarin schrijvers kunstenaars volgen terwijl hun carrière nog gaande is of zich nog ontvouwt. Denk aan De Zachte Zanger over Jack Poels of Here We Go over Danny Vera. Zulke boeken balanceren op de rand van bewondering en opportunisme; in het minst geslaagde geval worden het luie meelifters op bestaand succes.

Zelfspot

Een opportunist is Giphart niet. En hij is zeker niet lui. Wel een bewonderaar. En bewonderen, zo laat hij zien, is een kunst. Nee, hij is geen neutrale observator, maar een betrokken en uiteindelijk zelfs enthousiast ‘bandlid’. Die betrokkenheid vertaalt zich in een hybride vorm; het boek beweegt zich tussen reportage, interviewbundel en een, nou ja, persoonlijk essay. Maar er is ook ruimte om de culinaire kunsten van de kok van Doornroosje te prijzen (hetgeen schrijver dezes, die er ook een paar keer aanschoof, 100% onderschrijft). Af en toe is hij wat wijsneuzerig wanneer hij Nietzsche of Descartes citeert. Hij probeert het kunstenaarschap in ieder geval niet te vangen in hapklare brokken en volgt het in zijn grilligheid: als een proces van voortdurende twijfel en hernieuwde keuzes. Van verwonderde buitenstaander (op een aandoenlijke manier legt hij zijn lezerspubliek uit wat een 6/8-maat is) groeit hij uit tot een vertrouwde aanwezigheid: een informeel bandlid. Zijn stijl beweegt daarin mee: licht ironisch waar mogelijk, beschouwend waar nodig, soms speels, dan weer reflectief, met een ondertoon van zelfbewustzijn en een prettige dosis zelfspot.

Buttplug

De schrijver, die het werk van Bart Chabot over Herman Brood goed kent en daar soms schatplichtig aan lijkt, heeft een feilloze antenne voor het registreren van anekdotes. Zo is er de scène in de tourbus, onderweg naar Gent, waar de meligheid onder de bandleden vrij spel krijgt. Johannes maakt zijn officieuze schrijvende bandlid wijs dat hij nooit in de zon loopt met zijn bril op, omdat anders zijn wenkbrauwen zouden smelten. Vervolgens nemen gitarist Danny van Tiggele en drummer Simon Levi het stokje over. Bij een benzinestation hebben zij een buttplug staan bewonderen, wat uitmondt in het volgende gesprek:

“Misschien kunnen we een bandbuttplug kopen die we dan per tourbeurt gebruiken”, zegt Simon. Hij pakt de verpakking en gaat lezend verder: “Er zit een app bij die je rechtstreeks op de gezondheidsmeter van je iWatch kunt aansluiten.”
“Echt?”, vraag ik argeloos.
De rest van de band lacht hard.

Pinkstergemeente

De zanger/gitarist laat zich kennen en dat is aantrekkelijk, misschien ook wel de grootste verdienste van dit boek. Wat aanvankelijk begint als bewondering krijgt gaandeweg meer reliëf. Giphart graaft, vraagt door en positioneert zichzelf steeds nadrukkelijker binnen het geheel. Het meest intrigerend is Blaudzuns jeugd. Hij groeit op in een gesloten pinkstergemeente, een achtergrond die hij anno nu, als atheïst, bestempelt als indoctrinatie en die nog altijd doorwerkt in zijn thematiek en artistieke keuzes. Giphart behandelt dit gegeven met gepaste context, nieuwsgierigheid maar ook de nodige terughoudendheid. Hij suggereert verbanden, maar dwingt ze niet af. Juist door ruimte te laten voor ambiguïteit ontstaat een geloofwaardig beeld van een kunstenaar die zich heeft losgemaakt van zijn oorsprong.

Wisselwerking

Giphart reist mee en beleeft optredens van nabij, voor, tijdens en na afloop. Dat levert indringende lectuur op, want Blaudzun laat zich kennen als een uiterst gevoelig mens, vooral wanneer zijn voornaamste instrument, zijn stem, hapert. Op een gegeven moment stuurt hij, ook een hoogtepunt in dit boek, zijn biograaf woedend de kleedkamer uit, wat hem zichtbaar van de wijs brengt. Hier is de wisselwerking tussen muzikant en schrijver op zijn sterkst: de nieuwsgierigheid van Giphart en de vrijgevigheid van de zanger. De gesprekken rondom deze concerten zijn meeslepend, interessant en prachtig opgeschreven.

Wat Giphart uiteindelijk laat zien, is een kunstenaar midden in zijn ontwikkeling, bezien door de ogen van een schrijver die zich bewust laat meeslepen. Objectief is het allerminst; maar hey… who cares? Juist in die combinatie van nabijheid en reflectie schuilt de kracht van het boek. Het levert geen definitief portret op, maar wel een rijk, gelaagd en overtuigend beeld van wat het betekent om maker te zijn: zoekend, twijfelend en altijd in beweging. Blaudzun is daarmee niet alleen een inkijkje achter de schermen, maar vooral een geslaagde literaire verkenning van muziek, ambacht en kunstenaarschap.

Blaudzun. In het spoor van een popicoon
Ronald Giphart
De Bezige Bij
ISBN paperback 978 94 031 3355 3
ISBN e-book 978 94 031 3997 5
Verschenen in maart 2026

Bestelinformatie

Bestel als paperback bijbol.com (€ 24,99)
Bestel als e-book bij bol.com (€ 12,99)

Pieter Nabbe
Pieter Nabbe
Pieter Nabbe studeerde Nederlandse Taal & Letterkunde in Nijmegen. Hij is zanger en tekstschrijver van de band Juneville, door een voormalig OOR-recensent omschreven als ‘het best bewaarde geheim uit Nijmegen, tussen Frank Boeijen en De Staat’.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in