Het meer dan 40-jarige regnum van koning Boudewijn staat gegrift in het collectieve geheugen van de Belgen. Zijn overlijden einde juli 1993 leidde tot zelden geziene taferelen. Honderdduizenden wilden hem een laatste groet komen brengen in het Koninklijk Paleis. Het zegt genoeg over hoe geliefd de vorst was.
In de geschiedschrijving bleef het sindsdien echter vrijwel stil rond hem. Reden was vooral dat veel archiefmateriaal nog niet raadpleegbaar was. Het privé-archief van de koning bleef in bezit van koningin Fabiola. Nu blijkt dat ze zelf een historicus in vertrouwen had genomen om een biografie te schrijven van haar man.
Vincent Dujardin is hoogleraar geschiedenis aan de Universite Catholique de Louvain en kreeg van Fabiola onbeperkte toegang tot onder andere de persoonlijke en spirituele dagboeken die haar man sinds zijn jeugd had bijgehouden. Befaamd zijn Boudewijns notitieboekjes van de gesprekken die hij voerde. Dit alles is bronnenmateriaal van unieke waarde uiteraard.
Interviews met Fabiola zelf en met vele anderen zoals koning Albert II en andere familieleden leverden eveneens heel wat op. Zelfs Benedictus XVI beantwoordde schriftelijk enkele vragen. Daarnaast werden tal van andere archieven in binnen- en buitenland geconsulteerd. Het resultaat is een indrukwekkend boekwerk van groot belang.
Het levert een verhaal op dat is opgedeeld in negen hoofdstukken. De opdeling is een combinatie van chronologische en thematische hoofdstukken. Zo wordt de buitenlandse politiek over de complete periode 1950-1993 behandeld in een apart en erg lang hoofdstuk. Maar een apart hoofdstuk handelt toch over ‘Boudewijn en Afrika’.
30 moeilijke jaren
Boudewijn werd geboren in 1930, het jaar dat België luisterrijk zijn eeuwfeest vierde. Als oudste zoon van kroonprins Leopold (Leopold III) was hij voorbestemd om zelf ooit koning te worden. Zijn jeugd werd getekend door tragische gebeurtenissen, in de eerste plaats het overlijden van zijn moeder prinses Astrid. Dat bleef hem de rest van zijn leven diep raken. Uit alle bronnen blijkt dat het geloof voor hem toen al een leidraad was. Dat zou de rest van zijn leven zo blijven.
Tijdens de bezetting werd het de koningskinderen zo aangenaam mogelijk gemaakt. Boudewijns lidmaatschap van een speciaal voor hem opgerichte scoutsgroep was een aangename ervaring. Ook hij maakte de gevangenschap en nadien ballingschap van Leopold III en stiefmoeder Lilian mee. Uit zijn dagboek blijkt dat hij de gebeurtenissen volgde en in grote lijnen op de hoogte werd gehouden van de ontwikkelingen. Daarbij steunde hij onvoorwaardelijk zijn vader.
Door de omstandigheden bleef zijn scholing beperkt en de toekomstige opperbevelhebber deed nooit legerdienst. Een troonsafstand werd echter onvermijdelijk. “Een trieste, deprimerende dag”, schreef hij toen hij dit vernam. Aan hemzelf werd blijkbaar niet echt iets gevraagd. Tegen wil en dank werd Boudewijn in 1950 eerst koninklijke prins en in juli 1951 koning der Belgen.
Gelukkig toonde de jonge koning zich meteen uit het goede hout gesneden. Hij maakte een “zelfverzekerde indruk” en sprak vloeiend Nederlands. Zijn gedrag bij zijn aantreden was zeer waardig, ondanks de pijnlijke voorgeschiedenis. Zijn gesprekken met ministers bereidde hij zorgvuldig voor en hij stelde veel vragen. Zo bouwde hij kennis van zaken op. Veel te lezen staat over Boudewijns contacten met tal van politici en andere hooggeplaatste personen.
Het respect voor zijn geliefde vader bleef groot. Deze profiteerde ervan om nog steeds zeggenschap te hebben. Dat zorgde voor enkele incidenten. De ambitieuze Lilian had dan weer de neiging om de jonge koning neerbuigend te behandelen.
Maar de jonge monarch kende zijn bescheiden plaats in het politieke bestel en er kwam verzoening rond zijn persoon nadat het land tijdens de Koningskwestie op de rand van een burgeroorlog was gekomen. Het is zonder twijfel een belangrijke verdienste van Boudewijn geweest tijdens de eerste fase van zijn koningschap.
Koninklijk huwelijk
Zo gingen de jaren voorbij. Het feit dat Boudewijn niet was getrouwd, werd stilaan een reden tot bezorgdheid. De troonopvolging stond immers op het spel. Premier Van Acker maakte hem dat in 1957 zonder omwegen duidelijk. Zijn broer Albert daarentegen huwde in 1959 met de latere koningin Paola. Een jaar later werd de huidige koning Filip geboren. Het waren twee gebeurtenissen die in het land voor grote vreugde zorgden.
De koning zelf vond uiteindelijk ook dat er toch iets moest veranderen. Ook in België stond er veel te veranderen. De wereldexpo van 1958 in Brussel gaf de economie een boost en bood de mensen perspectief op meer welvaart. In 1959 sprak Boudewijn zelf over onafhankelijkheid voor kolonie Congo. De Vlaamse Beweging hernam sterk terwijl Wallonië economisch verval kende. Zo kwam het gedenkwaardige jaar 1960.
In zijn zoektocht naar een geschikte echtgenote deed de koning een beroep op de Ierse zuster Veronica O’Brien. Op zijn vraag begon ze in Spanje aan haar opdracht. De directrice van een meisjesschool in Madrid liet een naam vallen: Fabiola de Mora y Aragon. Er volgde een ontmoeting met de zuster. Aanvankelijk verzette Fabiola zich. Ze vond het initiatief van de Ierse toch maar vreemd. De koning daarentegen was in de wolken. Hij bevestigde zijn vertrouwen in het proces.
Rond begin juni 1960 kwam het tot een eerste ontmoeting van Boudewijn en Fabiola. Op 6 juli 1960 zagen ze elkaar weer terug in Lourdes. Op 8 juli waren ze verloofd. Zo snel ging het. De ministerraad en het parlement gingen akkoord met het voorgenomen huwelijk. Op 16 september kondigde premier Gaston Eyskens het huwelijk aan. Op 15 december werd het in Brussel voltrokken onder massale belangstelling. De auteur doet het allemaal uitgebreid uit de doeken.

Het huwelijk had grote gevolgen. Leopold en Lilian moesten verhuizen. Er zou nog jaren worden geruzied over meubels die meegingen. Boudewijn zou zijn vader amper nog weerzien. Pas op het einde van het leven van Leopold zou de verstandhouding weer verbeteren, net als met prins Karel.
Koningin Fabiola veroverde meteen de harten van de Belgen. Ze zou haar echtgenoot trouw bijstaan en was vooral actief op sociaal en cultureel gebied. Boudewijn begon na zijn huwelijk eindelijk van zijn werk te houden. Politiek zou ze haar man nooit beïnvloeden.
Het hechte stel bleef na meerdere miskramen kinderloos, hun groot persoonlijk drama. Het maakte van Albert en Filip definitief de opvolgers. Boudewijn begon zijn neef dan ook van dichterbij te volgen en zag in hem zijn rechtstreekse opvolger. Geloof werd voor beide echtelieden belangrijker dan ooit. Fabiola zou haar geliefde echtgenoot meer dan 20 jaar overleven.
Afrika
Dan volgt er een toch wel opmerkelijk hoofdstuk. Boudewijn had inderdaad een opvallend grote belangstelling voor Afrika, zoals de auteur vaststelt. Dit heeft historische wortels, want Kongo Vrijstaat werd gesticht door Boudewijns grootoom Leopold II. Zich verontschuldigen voor de toen bedreven gruwelen, deed hij overigens nooit. Integendeel zelfs.
Het begon nochtans euforisch met de Afrikareis van 1955, die uitdraaide op een ware triomftocht voor de jonge vorst. Het deed hem duidelijk deugd. Maar de geest was toen al uit de fles, zoals Boudewijn zelf spoedig vaststelde. Vanaf 1959 was de weg naar onafhankelijkheid onherroepelijk ingeslagen, wat de koning ook ondernam om te komen tot een gefaseerd proces.
Gevreesd werd dat Kongo zou afglijden naar chaos. In 1960 kwam er een rondetafelconferentie. Er zou op 30 juni 1960 een democratisch en unitair Kongo komen met een premier en president. Hier duikt Patrice Lumumba op. Deze zat sinds 1956 als opposant en voorstander van onafhankelijkheid gevangen. Maar hij werd vrijgelaten, tegen de wil van Boudewijn in. Lumumba was de grote winnaar van de gehouden verkiezingen.
Boudewijn riep over Kongo zelfs de Kroonraad bijeen. Hij was aanwezig tijdens de onafhankelijkheidsceremonie op 30 juni 1960, maar daar begonnen de moeilijkheden. “30 juni is zonder twijfel een van de moeilijkste dagen in de regeerperiode van de koning.” Zijn rede was paternalistisch en zelfverheerlijkend voor de kolonisator. In zijn toespraak bewierookte hij bovendien het genie van Leopold II, een uiterst ongelukkige zet.
President Kasa-Vubu bleef in zijn rede beleefd. Maar onverwacht hield premier Lumumba een derde toespraak. Het was een aanklacht tegen 80 jaar onderdrukking. Later zou Lumumba meer verzoenend spreken, maar het kwaad was geschied. En de gevreesde chaos kwam er meteen.
Al op 2 juli braken er rellen uit in Leopoldstad, de huidige hoofdstad Kinshasa. De provincie Katanga scheidde zich af. De koning wijdde al zijn tijd aan de Kongolese kwestie. ‘Het is dieptragisch’, noteerde hij over de gebeurtenissen. Hij wilde zelfs een andere regering vormen, maar de regering-Eyskens nam geen ontslag. Deze ontslagweigering door de eerste minister was “een keerpunt voor de uitoefening van de Koninklijke functie in België: nooit nog zal een Belgische koning een regering kunnen ontslaan. Deze lastige dagen tonen aan dat de koning regeert maar niet bestuurt.”
Politieke moorden
De gebeurtenissen volgden zich in snel tempo op. Er moest een reddingsoperatie komen voor de kolonialen. Op 14 september pleegde kolonel Joseph Mubutu een staatgreep en nam de macht over. Lumumba werd gevangen genomen en overgebracht naar de opstandige provincie Katanga. Daar werd hij op 17 januari 1961 vermoord. Het zou blijven nazinderen. Vele jaren later zou een Belgische parlementaire onderzoekscommissie deze zaak onderzoeken. Dit gebeurde na de publicatie van een ophefmakend boek over deze zaak door Ludo De Witte.
De auteur wijdt vele pagina’s aan Boudewijn en de moord op Lumumba. Hij looft het lijvige verslag van de onderzoekscommissie als “een meesterwerk van historische kritiek”. Daaruit blijkt dat Boudewijn wel degelijk op de hoogte was van een complot om Lumumba te vermoorden en er mee moreel verantwoordelijk voor was.
De auteur voerde zijn eigen onderzoek en is duidelijk: “Dat neemt niet weg dat de ontdekking van nieuwe archieven bepaalde conclusies, in het bijzonder die over koning Boudewijn substantieel ontkracht.” Overigens was die nog omringd door achterhaalde adviseurs, nog een nasleep van de invloed van zijn vader.
Wat volgt, leest als een detectiveverhaal. Een minutieuze reconstructie van de gebeurtenissen pleit volgens de auteur de vorst vrij van elke betrokkenheid. Hij was volgens Vincent Dujardin niet op de hoogte van de overbrenging van Lumumba naar Katanga waar hij in gevaar was en had dus ook geen rol in deze beslissing.
De auteurs van het verslag van de parlementaire onderzoekscommissie hebben in de pers inmiddels een wederwoord gepubliceerd. Ludo De Witte was in de pers vernietigend over deze biografie. Over deze onverkwikkelijke zaak is het laatste woord duidelijk nog niet gezegd.
Daarnaast werd nog een tweede soortgelijke moord gepleegd. Ruanda en Burundi werden in 1962 eveneens onafhankelijk. De premier van het kersverse Burundi, prins Louis Rwagasore, werd al op 13 oktober 1961 uit de weg geruimd. Ook hierover schreef Ludo De Witte een boek, met alweer een rol van betekenis voor Boudewijn. Hij weigerde het gratieverzoek voor de terdoodveroordeelde moordenaar Jean Kageorgis. Het was de laatste executie onder Belgisch gezag.
Na de machtsovername door dictator Mobutu kwam Kongo terecht in toch rustiger vaarwater. Mobutu was nog de leider van Zaïre bij Boudewijns overlijden. In 1965 trok hij de macht volledig naar zich toe. In 1968 nodigde Boudewijn hem uit voor een privébezoek naar Brussel. De koning vond het belangrijk om de Belgische belangen in Centraal-Afrika te behartigen. Mobutu wilde dan weer goede relaties met de Belgische koninklijke familie. Boudewijn zou nog meerdere Kongoreizen maken. Ook Rwanda en Burundi bezocht hij.
Maar er zouden alweer conflicten rijzen. In 1973 kondigde Mobutu de Zaïrisering af, een keerpunt in de goede betrekkingen met België. kwam nooit meer echt goed. Toch vierde de koning in 1985 in Kinshasa 25 jaar onafhankelijkheid. Daarna kwam het tot een breuk. Tijdens de begrafenis van Boudewijn was Mobutu persona non grata.
In het katholieke Rwanda steunde Boudewijn dan weer president Habyarimana. Maar die vriendschap zou tijdens Boudewijns laatste jaren eveneens bekoelen. In 1994 werd Habryarima op zijn beurt vermoord en zou de Rwandese genocide plaatsvinden.
Binnenlandse politiek
Het boek heeft nog veel meer in petto. Dit blijkt al uit het volgende hoofdstuk over de binnenlandse politiek 1960-1993. Ook hier blijkt dat Boudewijn een actieve rol heeft gespeeld. In 1960-1961 braken massale stakingen uit tegen de Eenheidswet, een programma van de regering-Eyskens van besparingen en nieuwe belastingen. Er vielen alweer doden, net als tijdens de Koningskwestie. De koning probeerde te bemiddelen. Maar de wet werd toch goedgekeurd.
Het koningschap van Boudewijn is de periode dat er belangrijke taalwetten tot stand kwamen en dat België transformeerde van een unitaire naar een federale staat. De koning was hier bezorgd over en hij riep herhaaldelijk op tot eenheid onder de Belgen. Boudewijn toonde zijn bezorgdheid over de toekomst van het land. Hij volgde het proces van de staatshervorming op de voet en aarzelde niet om de politici op de vingers te tikken, ook in het openbaar. De lezer ziet trouwens regeringsleider na regeringsleider de revue passeren.
Boudewijn toonde zijn bezorgdheid nog op andere manieren. In 1975 wou de koning graag een stichting in het leven roepen voor de verbetering van de levensomstandigheden in het land. De Koning Boudewijnstichting kwam er naar aanleiding van de viering van 25 jaar koningschap. Het was “een onrechtstreeks geschenk van de koning aan de natie”. De Stichting is nog steeds volop actief.
In 1977 beging hij een koninklijke blunder rond de kwestie-Voeren, een toen overwegend Franstalig dorp dat was overgeheveld naar Limburg. Activist José Happart weigerde dit te aanvaarden. Resultaat waren gewelddadige protestmarsen waarvan de beelden de wereld rondgingen. Het kwam in 1979 tot een korte ontmoeting van de koning met Happart aan een snelwegoprit. Het leverde aan Vlaamse kant zware kritiek op. Het staat in ieders geheugen gegrift. Toch wisten de politici de vorst uiteindelijk ervan te overtuigen dat een federale hervorming nodig was. Happart werd een aantal jaren later aan de kant geschoven.
Premier Wilfried Martens leidde niet minder dan zeven regeringen. Met hem bouwde Boudewijn een persoonlijke vriendschap op. Na hem kwam Jean-Luc Dehaene. Bekend is dat Dehaene aan de koning ooit de nodige tijd vroeg en kreeg om een regeringscrisis op te lossen. Met Vlaams minister-president Luc Van den Brande had de vorst tijdens een audiëntie een aanvaring wegens zijn Vlaamsgezinde houding en zijn pleidooi voor confederalisme. Het werd de koning in Vlaanderen niet in dank afgenomen.
Uiteindelijk was Boudewijn zelf een geslepen politicus geworden. “Met het verstrijken van de jaren nam zijn formele macht af, maar nam de invloed van de Koninklijke Functie toe. Die invloed oefende Boudewijn uit via het ‘colloque singulier’: wie door de koning in audiëntie ontvangen werd, mocht daarover niets naar buiten brengen, anders was ‘de Kroon ontbloot’’.
Abortuscrisis
Een kwestie die Boudewijn erg nauw aan het hart lag, was de legalisering van abortus. Het laat zich raden waarom. In zijn dagboeken noteerde hij meerdere keren dat hij hier fel op tegen was. Op 27 maart 1987 schreef hij bijvoorbeeld: “Bescherm ons land tegen abortus. Leid ons, genees ons! Mijn moeder, mijn vertrouwen!” Het toont alweer hoezeer het geloof hem leidde.
Maar anderen wilden net het omgekeerde. Begin 1990 werd met een wisselmeerderheid een wet in deze zin gestemd. De CVP wilde er geen regeringscrisis voor uitlokken. Het was het begin van een mini-koningskwestie. Hierover handelt hoofdstuk zes.
In België ondertekent de koning namelijk de wetten en kondigt ze af. En dus had Boudewijn het laatste woord. Hij bracht premier Martens op de hoogte van zijn gewetensproblemen. In zijn kersttoespraak van 1989 deelde hij zijn bezorgdheid met de bevolking. Na veel overleg besliste Boudewijn dat hij de wet niet zou ondertekenen. In zijn publieke verklaring hierover stelde hij dat ook een koning een geweten mag hebben.
Hij had er zelfs een troonsafstand voor over. Prins Albert verklaarde alvast dat hij bereid was om over te nemen, minstens tot prins Filip getrouwd was. Zo ver kwam het niet. Boudewijn kreeg zijn prerogatieven terug. Later in datzelfde 1990 is veertig jaar koningschap luisterrijk gevierd.
De politieke wereld stond in rep en roer. Een constitutionele spitsvondigheid bracht redding. De koning werd voor 36 uur in de onmogelijkheid verklaard om te regeren. De verklaring tot onmogelijkheid tot regeren van Leopold III in 1940 door de regering was een belangrijk precedent.
Twee dagen ging zijn macht over naar de regering. De abortuswet werd getekend door de verzamelde ministers. Een extra gezamenlijke zitting van Kamer en Senaat herstelde Boudewijn in zijn koninklijke functie. Boudewijn werd overspoeld met steunbetuigingen wat hem enorm deugd deed. Het bevestigde zijn prestige bij de bevolking.
Heel deze crisis was dus eigenlijk een maat voor niets. De abortuswet werd gewoon van kracht. Zijn opvolgers beseften dat het hele incident niet voor herhaling vatbaar was en zijn tekengraag gebleken. De abortuswetgeving is na 35 jaar nog altijd van kracht.
Buitenlandse politiek
We zagen dat Afrika een lijvig hoofdstuk heeft gekregen. Dat geldt ook voor de rest van de buitenlandse politiek.
Het begin van Boudewijns regering viel samen met het begin van de Europese samenwerking. Het hof was aanvankelijk geen uitgesproken voorstander van een eengemaakt Europa. De zelfstandigheid van België bleef belangrijk. De ondertekening van de verdragen van Rome in 1957 was een keerpunt. Daarna lag het Europese project de vorst steeds nauwer aan het hart. Toch wenst hij steeds “Belg te blijven.”
Voor het buitenlandbeleid was het staatsbezoek aan Frankrijk in 1961 een belangrijk moment. Daar ontmoette Boudewijn president Charles de Gaulle voor het eerst. Hij had een enorme waardering voor het Franse staatshoofd. Fabiola vertelde in een interview ooit dat ze daaraan niet mocht raken. Tot aan het overlijden van de generaal bleven ze elkaar geregeld ontmoeten. De koning bleef echter in tegenstelling tot de Fransman een voorstander van de Europese eenmaking en van de gemeenschappelijke markt.
Gevoelig was lange tijd de verhouding met Fabiola’s thuisland Spanje omwille van het Francoregime. Boudewijn reisde na zijn huwelijk meerdere keren per jaar naar het land, terwijl dat land eigenlijk te mijden was. Dat stemde Fabiola “verdrietig”. Zeker had hij ook contact met de dictator. Ook speelde Boudewijn een rol in het leven van de jonge Juan Carlos.
De auteur stelt: “Als we het ruimere plaatje bekijken, mogen we rustig stellen dat de koning Spanje uit zijn isolement wilde halen, iets waar zijn regering minder happig op was.” Maar toch ook: “We mogen gerust stellen dat de koning geen rechtse sympathieën koesterde.” Gelukkig verdween de dictatuur van het toneel en werd Spanje een constitutionele monarchie.
Nog andere boeiende thema’s komen in dit hoofdstuk aan bod, zoals de verhouding met het toenmalige Oostblok. In het Kremlin hield de vorst in 1975 “een moedige toespraak” waarin het opnam voor de vrijheid van de burgers. Voor Boudewijn ging de Europese eenmaking hand in hand met detente en openheid. De komst van Gorbatsjov en de val van de Muur waren voor de koning dan ook van het grootste belang.
De auteur laat nog andere kwesties en landen de revue passeren. De vorst maakte namelijk heel wat buitenlandse reizen naar zowat alle delen van de wereld. Zo had hij aandacht voor de oorlog in Vietnam. Hij besprak dit zelfs persoonlijk met president Nixon toen die in Brussel op staatsbezoek was. Boudewijn ontmoette zeven Amerikaanse presidenten, vijf Franse presidenten en vier pausen.
Boudewijns contacten met het Nederlandse koningshuis komen summier aan bod. In de zomer 1960 kwamen van koningin Juliana en prins Bernhard op staatsbezoek in Brussel. Juliana was ook aanwezig tijdens de koninklijke bruiloft. In 1966 woonde Boudewijn het huwelijk bij van prinses Beatrix en prins Claus.
In 1981 kwamen koningin Beatrix en prins Claus op staatsbezoek. Vlak voor haar troonsbestijging had Boudewijn haar een brief gestuurd om Beatrix het beste te wensen voor haar land en haar regeerperiode. Leopold III is trouwens haar dooppeter.
Overlijden
We zagen al dat in 1990 de abortuscrisis plaatsvond. Maar dit was niet de enige crisis op dat moment. Op het einde van zijn leven kampte Boudewijn met hartproblemen, waarvoor hij een ingreep moest ondergaan. Toch kwam zijn overlijden aan hartfalen op 31 juli 1993 in de koninklijke villa in het Spaanse Motril nog onverwacht. Fabiola kwam erbij uit.
Er ging een schokgolf door het land. Ineens was prins Albert het nieuwe hoofd van de familie, hoewel hij door zijn broer nooit echt was voorbereid voor de opvolging. Maar toen hij de vraag kreeg van premier Dehaene, aanvaardde hij na enig nadenken.
Tijdens de uitvaart in de basiliek van Koekelberg lag de nadruk op glorie en hoop. Tal van buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders kwamen ervoor naar Brussel. Koningin Beatrix was er voor Nederland. Will Tura gaf een beklijvend optreden. Een Filipijnse kwam getuigen over de vrouwenhandel. De koning werd nadien bijgezet in de Koninklijke Crypte in Laken.
Daar eindigt het verhaal. Een hoofdstuk ‘Beelden van Boudewijn’ met getuigenissen over hem rondt af. Een samenvattend besluit ontbreekt. Illustraties, een bibliografie en een namenregister zijn opgenomen.
Inmiddels zijn we dus alweer 33 jaar verder. Belgen jonger dan 35 jaar hebben Boudewijn niet gekend, net als de jongste generatie van de koninklijke familie. De wereld is sindsdien totaal veranderd. Boudewijn leefde in een vervlogen wereld: hij maakte bijvoorbeeld de opkomst van het internet niet eens mee. De politici en staatshoofden waarmee hij te maken kreeg, zijn van het toneel verdwenen.
Unieke inkijk
Dit omvangrijke en erg gedetailleerd uitgewerkte boek is een flinke brok om te lezen, maar het biedt de lezer een unieke inkijk in wat zich afspeelde tussen de paleismuren.
Tijdens Boudewijns leven bleef de discretie goed bewaard, maar daarin komt nu verandering. Er komt een koning naar voren die van die discretie rond zijn persoon steeds handig gebruik heeft gemaakt, maar vanaf het begin de juiste man op de juiste plaats blijkt te zijn geweest.
Hij was erg bezorgd om zijn land en alle inwoners. Met politici van alle partijen probeerde hij een goede verstandhouding op te bouwen. Kongo in 1960, de ontmoeting met Happart, Van den Brande de les spellen en de abortuscrisis waren onmiskenbare uitschuivers.
Het blijkt uit het bovenstaande: voor de geschiedschrijving van België tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw is dit een baanbrekend werk. Deze recensie kan onmogelijk de hele rijkdom van deze biografie vatten. Lannoo bevestigt met deze erg fraaie uitgave haar reputatie als vooraanstaande uitgeverij.
Boudewijn. De biografie
Vincent Dujardin
Lannoo
ISBN hardcover 9789059966390
ISBN e-boek 9789059966406
Verschenen in mei 2026
Bestelinformatie
Bestel als hardcover bij bol.bol.com (€ 39,99)Bestel als e-boek bij bol.com (€ 19,99)










