Halbo C. Kool: een naar vriendschap hunkerende man

Hij piekte vroeg, Halbo C. Kool uit Groningen. Als zestienjarige maakte hij kennis met dichter Hendrik Marsman en liet hem zijn poëtische werk zien. Marsman stimuleerde de internaats-scholier en in 1930, Kool was toen 23, verscheen zijn eerste bundel De Tooverformule, opgedragen aan Marsman. Zijn eigen exemplaar voorzag hij van een ex-libris dat Ploeg-kunstenaar H.N. Werkman voor hem had ontworpen. De benjamin van de Nederlandse poëzie had een vliegende start.

Hoelang blijft iemand een belofte? Dat is de centrale vraag van literatuurhistoricus Niels Bokhove in Achter zich de grote dromen, een lijvige biografie over het ‘veelbelovende’ leven van dichter-criticus Halbo C. Kool (1907-1968). Groningen was Kool al snel te klein. Zijn studie Franse Taal- en Letterkunde maakte hij niet af en hij vertrok naar Amsterdam, om zijn poëtische netwerk te versterken. Daar kreeg hij een functie bij De Arbeiderspers. Met zijn ‘artistiek-socialistische religieus-humanisme’ voelde hij zich daar thuis. Bijna vijftien jaar werkte Kool voor kranten als Het Volk en boek- en tijdschriftuitgaven. Vlak na de oorlog vertrok hij bij De Arbeiderspers met stevige ruzie. Kool vond een baan bij de Wereldomroep waar hij ‘nieuwsberichtjes in spreektaal formuleerde’ en verhuisde na enige tijd naar Hilversum, waar hij ook voor andere omroepen werkte. Korte tijd werkte hij in Brussel als vertaler voor de EEG. Voor de stichting Sticusa schreef hij teksten die in de voormalige Nederlandse koloniën werden gelezen.

Bijrolspeler in de letteren

Over de inhoud van Kools betaalde werkzaamheden schrijft biograaf Bokhove niet veel, wegens het ontbreken van bronnen. Over andere activiteiten schrijft hij des te meer, want altijd had Kool naast zijn baan literaire bezigheden. Hij lijkt werkelijk álles aangepakt te hebben dat hem voor de voeten kwam, soms om extra geld te verdienen. Hij was tijdschriftredacteur, jurylid voor literaire prijzen, schreef toneelstukken voor de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) en publiceerde honderden kritieken in verschillende periodieken. Als redacteur was hij betrokken bij allerlei boekenseries en bloemlezingen, soms op eigen initiatief. Hij was bestuurslid van De Kring en de Vereniging van Letterkundigen en betrokken bij het PEN-centrum. In de oorlog was hij een van de oprichters van uitgeverij De Bezige Bij, nadat hij zich intensief had ingezet in het kunstenaarsverzet. Kortom: Halbo C. Kool kende iedereen en iedereen kende hem.

Te veel jonge doden

Als dichter brak Halbo C. Kool nooit echt door. Na zijn debuut verscheen nog een bundel, Scherven (1932), maar de reacties waren lauw.  Soms schreef hij jarenlang geen nieuwe poëzie. De dood van Marsman, Ter Braak, Du Perron en andere literatoren in de oorlog raakte hem zeer. “Er zijn veel te veel jonge dooden | om ongestoord te kunnen droomen”, schreef deze naar vriendschap hunkerende man. Een bijzonder project was Sleutelromance (1950). Zijn grote interesse in de poëzie van de Vijftigers verwerkte hij in Muze zonder corset (1955).

Uiteindelijk kreeg Kool de meeste lezers met zijn vertalingen. Uiteraard vertaalde hij poëzie, onder andere van Rilke. Samen met zijn vrouw Willy Joosten vertaalde hij George Orwells roman 1984, een klus die bijna hun mentale gezondheid kostte. Aan zijn tientallen Maigret-vertalingen van Simenon beleefde Kool meer plezier. Hij schreef ook zelf een detective, Een roos in het knoopsgat (1948), die een ware sleutelroman blijkt te zijn. Zijn vie romancée over Vincent van Gogh kreeg veel aandacht in de pers, maar de waardering was wisselend.

Halbo Kool met zijn tweede echtgenote Willy Joosten op het boekenbal in 1958 (cc0)

Verdwijnen

In de liefde was Halbo C. Kool al even rusteloos en veelzijdig. Hij trouwde twee keer en kreeg met zijn tweede vrouw Willy Joosten drie kinderen. Na hun scheiding had hij enkele langdurige relaties, maar monogaam was hij nooit. Meer dan twintig jaar leed Kool aan depressies, afgewisseld met periodes van manisch liefhebben en werken. Aan twee partners vroeg hij om samen uit het leven te stappen. Uiteindelijk nam hij zelf de beslissing, nét nadat hij een werkbeurs had gekregen voor twee romans. Op 30 mei 1968 werd zijn lichaam gevonden bij een plas in Kortenhoef. In het zorgvuldige intermezzo over Kools zelfgekozen dood draagt biograaf Bokhove veel mogelijke verklaringen en triggers aan voor de wens van Kool om te ‘verdwijnen’.

Dynamiek, drama’s en discussies

Niels Bokhove ontdekte Kool als mogelijke vertaler van een verhaal van Franz Kafka en verdiepte zich sindsdien in deze actieve bijrolspeler in de Nederlandse letteren. Hij vond vrijwel alles wat de productieve Kool geschreven had en stelde daarmee een indrukwekkende bibliografie samen, die in de biografie is opgenomen. In de lopende tekst bespreekt hij ook vrijwel al Kools publicaties, waardoor het boek wel erg lijvig is geworden. De biografie geeft daarmee wel een gedetailleerd beeld van de dynamiek, drama’s en discussies in literaire tijdschriftredacties. Kool was verbonden met alle hoofdrolspelers in de Nederlandse letteren en media tussen 1930 en 1960. Achter zich de grote dromen zal alleen al vanwege het personenregister veel worden geraadpleegd. ‘Zijn levensverhaal is een literaire schatkist’, schrijft Bertram Mourits in zijn blurb en dat is een uitstekende samenvatting.

Als biograaf is Niels Bokhove nadrukkelijk aanwezig in de tekst. Met vooruitverwijzingen, veel vragen en soms zijn mening over het gedrag van zijn biografeling (‘pedant’). Hij legt verbindingen tussen gebeurtenissen en Kools (ongepubliceerde) verzen, die hij uitvoerig citeert. Ook in de fraaie hoofdstuktitels is Kools poëzie te vinden. In vijf intermezzi geeft Bokhove een toelichting op enkele thema’s, zoals de invloed van Kools religieuze moeder en zijn sleutelroman. Vooral het intermezzo over Kools rol in het literaire veld in de jaren dertig is boeiend en kan het beeld van Kool in de canon blijvend beïnvloeden. Want hoe zal Halbo C. Kool vooral herinnerd worden? Als ‘tragische’ of ‘droevige’ dichter? Als epigoon van Marsman? Als medeoprichter van De Bezige Bij?  Als model voor Arend Wortel in Reves De Avonden? Als ‘Prins der kroegen’? Als de mogelijke vader van Joop Zwart, de zoon van Irene Vorrink? Of als ‘sherpa’, die als literair criticus een onmisbare positie had in het literaire veld? Met zijn boek draagt Niels Bokhove de bouwstenen aan waaruit de lezer zelf een conclusie kan trekken. Hij wil wél af van de –in zijn ogen onjuiste – benaming ‘wonderkind’:

“De tragiek van Halbo is niet zozeer dat hij zich als literaire belofte niet heeft waargemaakt, maar dat hij te nadrukkelijk door anderen als literaire belofte werd opgehemeld, terwijl de receptie van zijn eerste bundels er eigenlijk geen aanleiding toe gaf en hijzelf er ook niet op uit was.”

Achter zich de grote dromen. Het veelbelovende leven van dichter-criticus Halbo C. Kool (1907-1968)
Niels Bokhove
In de Knipscheer
ISBN paperback 9789493368354
Verschenen april 2026

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 34,99)

Petra Teunissen-Nijsse
Petra Teunissen-Nijsse
Petra Teunissen-Nijsse werkt als freelance redacteur, journalist en biografisch onderzoeker. Zij publiceerde over Louis Couperus, Carry van Bruggen en Clare Lennart. In juni 2017 promoveerde zij op het proefschrift Voor ’t gewone leven ongeschikt. Een biografie van Clare Lennart. Haar tekstbureau heet Leven in Woorden

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in