U Thant – diplomaat met principes, overtuigingen en visie

Vanaf begin jaren 60 zagen we hem af en toe op de Nederlandse televisie: U Thant, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, een Aziatische boeddhist, met bril en tuitlippen en een lief gezicht, altijd keurig in het pak (VN-diplomaten namen een voorbeeld aan zijn outfits) en met perfect Engels, afkomstig uit wat toen nog Birma heette.

U Thant (‘Meneer Thant’) zou de functie van secretaris-generaal van de VN van 1961-1971 bekleden, als eerste ‘niet-blanke’ bestuurder, die ook nog eens afkomstig was uit een voormalige kolonie. Het is ook nu nog zo dat de supermachten in internationale organisaties het liefst als opperbestuurder mannen uit kleine landen benoemen. Denk aan Mark Rutte en zijn voorgangers bij de NAVO en de Portugees António Guterres, de huidige secretaris-generaal bij de VN. Niet dat U Thant niet over grote kwaliteiten als diplomaat en als mens beschikte, in de nieuwe biografie van zijn kleinzoon Thant Myint-U komen die ruimschoots aan bod en ook de wereldwijde waardering die daar ooit voor bestond. John Lennon bijvoorbeeld kwam op zijn afscheidsreceptie en zong toen in de VS voor het eerst ‘Imagine’.

De kleinzoon wil U Thants leven en verdiensten onder het stof vandaan halen, omdat historici  zelfs zijn ontegenzeglijke rol in het voorkomen van een kernoorlog in 1962 ten tijde van de Cuba-crisis (waarover straks meer) bijna uitgegomd hebben . Meteen na de goede afloop van dat latente conflict ontving U Thant duizenden telegrammen van dankbare burgers van over de hele wereld en massa’s schouderklopjes van collega-diplomaten. De titel van de biografie luidt dan ook: Peacemaker – U Thant, the United Nations and the Untold Story of the 1960s.

In mijn naïviteit dacht ik: kunnen we nog iets van hem leren – of van dat decennium? Lezen dus die biografie! De werkelijkheid blijkt bij lezing erg complex. Maar U Thant is zeker een bijzondere secretaris-generaal in de geschiedenis van de VN, al had hij zijn tijd mee én tegen.

Vetorecht

Het had velen, de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt voorop, zo’n goed idee geleken: de oprichting van de Verenigde Naties in 1945, na het einde van de Tweede Wereldoorlog, met als centraal orgaan een Veiligheidsraad waarin de winnaars en bondgenoten van die oorlog de dienst zouden uitmaken om de vrede te  handhaven: de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en China. Deze vijf ‘permanente leden’ kregen vetorecht over besluiten van de Veiligheidsraad, die gebaseerd moesten zijn op het Handvest van de VN. In de raad kregen ook steeds wisselende andere lidstaten zetels, waaronder Nederland, met dus veel minder macht.

De bondgenoten van 1945 werden echter, zoals we weten, door de Koude Oorlog belanghebbenden in de hete oorlogen waarin ze zelf verwikkeld waren en raakten dus partijdig. Hun vetorecht blokkeerde en blokkeert de meeste besluitvorming. In de jaren 60 kwam daar nog bij dat de Veiligheidsraad zich niet mocht bemoeien met oorlog in landen die geen lid van de VN waren en dat waren er nog tientallen. Om bijvoorbeeld peacekeepers te sturen had de VN altijd de instemming van het betroffen land nodig. Daarom wijdde de Veiligheidsraad  in jaren 60 aanvankelijk zelfs geen debatje aan de oorlog in het toen nog niet onafhankelijke Vietnam. Alle diplomatie vond buiten de raad plaats, ook die van Thant.

Verbinder

In september 1961 vond de Zweedse diplomaat Dag Hammarskjöld, toen de secretaris-generaal van de VN, de dood tijdens een vliegreis naar Congo. Een ongeluk of sabotage? Daar wordt in onze eeuw nog steeds onderzoek naar gedaan. Onder zijn leiding vochten VN-troepen in Congo tegen een afscheidingsbeweging in de provincie Katanga, grotendeels gefinancierd door de Belgische Union Minière die er onder andere zijn diamanten vandaan haalde en die volgens Thant “de crux van het probleem” was.

Thant, in 1961 VN-ambassadeur voor Birma, werd na weken touwtrekken Hammarskjölds  opvolger, ad interim om zijn termijn vol te maken. Hij was zeker geen onbekend gezicht op het hoofdkwartier van de VN in New York en dan niet alleen dankzij de ontelbare recepties van diplomaten waarop hij zich graag liet zien. Hij had zich onderscheiden als een van de oprichters van de Beweging van Niet-Gebonden Landen, voornamelijk voormalige koloniën die niet gedwongen wilden worden tussen het Westen en het Oostblok te moeten kiezen en meegesleurd te worden in hun wapenwedloop. De wereld kon zijn geld en energie wel beter besteden, aan ontwikkeling en armoedebestrijding bijvoorbeeld.

Ook was Thant voorzitter van een solidariteitscomité van VN-lidstaten, dat het Algerijnse FLN steunde in zijn onafhankelijkheidsstrijd tegen Frankrijk, een oorlog waarbij toen al honderdduizenden Algerijnse doden waren gevallen. Franse diplomaten waren uiteindelijk de enige dwarsliggers en verzonnen de gekste argumenten om de verkiezing van Thant tegen te houden. Hij sprak geen Frans en hij zou “te kort van stuk” zijn, waarop hij journalisten liet weten: “You can tell them that I am taller than Napoleon, who did not speak English.”  Ondanks zijn standpunten gold Thant als een verbinder: in Birma was hij als jongeman anticommunist geweest “but he was inclined to see Khrushchev’s Russia as fundamentally different from Stalin’s and not the evil empire portrayed in the American media.” Later was hij niet enthousiast over de pro-Amerikaanse staatsgreep van de Birmese generaal Ne Win, zijn baas. Hij was als antikoloniaal niet antiwesters. Zijn motto was: ik ben “onpartijdig maar niet neutraal”.

Turkije – Cuba

Hammarskjöld had zich als secretaris-generaal steeds meer informele bevoegdheden gegeven. De VN als instituut waren nog jong, hij moest zijn rol in het VN-universum deels zelf uitvinden en goed kunnen improviseren (in diplomatieke kringen een hogelijk gewaardeerde vaardigheid; ik hoor dat het diplomatenklasje op ons ministerie van Buitenlandse Zaken geen handboek diplomatie meer op het lesprogramma heeft staan – misschien daarom?). Hammarskjöld had echter nooit geprobeerd tussen de permanente leden van de Veiligheidsraad  te bemiddelen. Dat zijn opvolger Thant zich zelfs niet liet intimideren door de grootmachten met hun vetorecht, blijkt wel uit de Cubacrisis.

Die ontstond toen Amerikaanse verkenningsvliegtuigen in 1962 ontdekten dat de Sovjets bases voor kernraketten aan het inrichten waren op Cuba, het eiland waar Fidel Castro c.s. tot groot ongenoegen van Washington begin 1959 de macht hadden overgenomen. Die bases op Cuba waren welbeschouwd het antwoord van partijleider Nikita Chroesjtsjov op de bouw van zulke bases in Turkije, een NAVO-bondgenoot, met raketten bedoeld voor de Sovjet-Unie. Chroesjtsjov meende niet alleen het nucleaire machtsevenwicht zo te herstellen maar tevens Cuba te vrijwaren van een Amerikaanse invasie om Castro uit het zadel te wippen, wat de Sovjet-Unie ongetwijfeld populairder zou maken bij tientallen andere landen.

De VS lieten blijken dit niet te accepteren, de rest van de wereld zag met angst en beven aankomen dat de situatie totaal uit de hand zou lopen. Thant werd aangezocht door de lidstaten van de Beweging van Niet-Gebonden Landen om in actie te komen. Zo kreeg hij rugdekking en gezag. Hij stelde een simpele uitruil voor als frame voor onderhandelingen: Moskou zou zijn bases ontmantelen en de raketten terugtrekken, Washington zou garanderen Cuba niet binnen te vallen. Beide landen zouden twee weken even niets mogen ondernemen. Castro was er niet blij mee en suggereerde zelfs dat de inzet van kernwapens waarschijnlijk onvermijdelijk zou zijn om een Amerikaanse invasie te stoppen die volgens hem al op handen was. Hij zweeg in alle talen over de veertigduizend Russische militairen die al stiekem op Cuba gelegerd waren en die de invasie zouden kunnen tegenhouden. Moskou begon Castro daarom ook als gevaarlijk te beschouwen en instrueerde zijn militaire top op Cuba zich niets van hem aan te trekken.

In Washington begon president John F. Kennedy welwillender te kijken naar de diplomatieke uitweg die Thant geformuleerd had, maar de jeugdige president ging toch akkoord met een blokkade van Amerikaanse marineschepen bij Cuba, die moest voorkomen dat nog meer Russisch militair materieel Cuba zou bereiken. Chroesjtsjov vond dit “middeleeuws” en “piraterij”. Terwijl hij onder partijgenoten Kennedy uitschold als “miljonairshoer” leek hij wel te vertrouwen op de intenties van Thant. Hoe kwam dat?

Zwemmen met Chroesjtsjov

Kort nadat Thant tot grote opluchting van Washington een compromis had weten te bereiken tussen Indonesië en Nederland, die in een oorlog dreigden te verzeilen over de toekomst van Papoea-Nieuw Guinea, vloog hij in augustus 1962 op uitnodiging van Chroesjtsjov naar diens datsja aan de Zwarte Zee. Gelukkig heeft Thant van hun gesprekken notities gemaakt. De verkorte weergave hiervan laat zien dat er tussen de twee mannen echt een klik was. Thant kon zich bijvoorbeeld niet ervan weerhouden om tegenover de Rus uit te weiden over zijn problemen met de racistische, hebberige verhuurder van zijn appartement in New York. De partijleider sprak er schande van dat het rijke Amerika toentertijd “niet één operazaal” had en dat de media daar nogal “pornografisch” waren. Ondertussen dartelden de kleinkinderen van de partijleider om de mannen heen. Ze gingen samen een half uur zwemmen, zonder tolk, de frêle Thant in een geleende veel te grote zwembroek van zijn dikbuikige gastheer. Ik wil alleen maar zeggen: dit soort ontmoetingen doet wat met mensen, op zijn minst leren ze elkaar beter kennen en durven ze later op hun intuïtie over de ander te vertrouwen.

U Thant in 1963 op Schiphol © Jack de Nijs / ANEFO (cc0)

Laatste seconden

Hoe dan ook werd Thant hét aanspreekpunt voor beide partijen. De communicatie tussen Moskou en Washington liep via hem. Chroesjtsjov liet hem weten dat hij nog een extra eis had: verwijdering van de Amerikaanse raketten in Turkije. Nu onvoorstelbaar: president John F. Kennedy regelde in het diepste geheim dat zijn broer Robert Kennedy dat met de Turken ging organiseren. Bijna niemand in Kennedy’s eigen kring wist ervan en de media werden er ook buiten gehouden: zo kon niet de indruk gewekt worden dat de VS toegaven aan druk van Moskou.

Weer later opperde Thant dat hij persoonlijk naar Cuba zou gaan om de afbraak van de installaties te verifiëren, zodat Cuba de vernedering van Amerikaanse inspecteurs op eigen bodem bespaard zou blijven. Castro echter, furieus dat hij buiten de onderhandelingen tussen Moskou en Washington was gehouden, wilde van geen enkele vorm van inspectie weten. Hij leek niet te beseffen hoe belangrijk inspectie was voor het inmiddels panische Amerikaanse publiek – een factor waarmee ook Kennedy constant rekening moest houden zoals Thant had uitgelegd aan Chroesjtsjov. En zo moest Thant naar Havana om de Cubaanse leider te bewegen mee te werken aan een oplossing “in het belang van de twee conflictpartijen en de rest van de mensheid”. En ook dat lukte.

Voor alle eerlijkheid: toch was de wereld tijdens al het diplomatiek gepingpong nog op de drempel van een kernoorlog gekomen. Een Russische onderzeeboot met kernwapens aan boord die om zuurstof te tanken boven water was gekomen in de buurt van Bermuda, werd per abuis beschoten door een Amerikaans gevechtsvliegtuig. De kapitein dacht dat de oorlog toch was uitgebroken, zijn crew die op het dek stond, dook naar binnen, maar gelukkig ontstond er een kleine opstopping waardoor het laatste bemanningslid nog kon zien dat de Amerikaanse piloot excuses seinde voor de vergissing.

Grand Slam

Nog gecompliceerder was Thants bemoeienis met Congo. Daar waren eind 1962 al 20.000 VN-troepen uit India, Ghana, Zweden, Tunesië, Ierland en Ethiopië gestationeerd, de ONUC, Opération des Nations Unies au Congo, die onder meer luchtsteun kreeg van de VS. Het was de eerste internationale militaire missie van de VN, bedoeld om de separatistische beweging van Moïse Tshombe in de provincie Katanga uit te schakelen, buitenlandse huurlingen  op te pakken en de provincie weer onderdeel te maken van een federale republiek. Een grote civiele tak van de ONUC moest helpen de orde in het hele land te herstellen.

Thant, een man zonder militaire ervaring maar formeel de verantwoordelijke voor de ONUC, had te maken met Britten die hun lucratieve activiteiten in Congo en elders in Afrika bedreigd zagen. Hoe te voorkomen dat ze hem in ieder geval niet ondermijnden? Daarnaast moest hij proberen zich te doen gelden als secretaris-generaal, ondanks kritiek op hem van Afrikaanse leiders die veel aanzien in Afrika genoten, zoals de Ghanese Kwame Nkrumah. Nog een probleem voor Thant was dat de ONUC, voor een gat van zo’n honderd miljoen dollar in de VN-begroting had gezorgd, omdat Moskou zijn beloofde bijdrage niet betaalde. Aangezien Tshombe op een kritiek moment dreigde de mijnen op te blazen, werd de secretaris-generaal door de Britse regering op het hart gedrukt dat hij “onnodige schade aan de Europese investeringen” moest voorkomen.

Toen Tshombe eind december 1962 zo onverstandig was de ONUC-troepen aan te vallen  was Thants geduld op en gaf hij zijn ervaren generaals in het veld min of meer de vrije hand om voorgoed met de separatisten, hun Belgische ex-gendarmes en Franse fascisten af te rekenen in wat Operation Grand Slam zou heten. VN-gevechtsvliegtuigen bombardeerden Tshombe’s vliegvelden en dwarsboomden huurlingen uit de Portugese koloniën Angola en Mozambique, Zuid-Afrika en Rhodesië om hem te hulp te komen. Het werd een ondubbelzinnige overwinning.

Eind goed al goed, maar Thant, die nooit vakantie nam en alleen op zondagen vrij was, had een maagzweer ontwikkeld.

Brug

De biograaf gebruikt de jaren 1963-1964 om meer over Thants persoonlijke leven te vertellen en over kwesties waarin zijn principes en toekomstvisie speelden, zoals de oprichting van de UNCTAD om verhoudingen in de wereldeconomie te hervormen en het eerste verdrag tegen kernproeven. Er bleven ook conflicten op zijn weg komen, in Jemen, Kashmir en Cyprus. Hij leek de brug te zijn tussen Oost en West en tussen onafhankelijk geworden naties in Afrika en Azië en de grootmachten. De New York Times portretteerde hem als “blunt-spoken and tough-acting,” a “deceptively placid man,” and the first Secretary-General who was able to remain “persona grata on both sides of the Iron Curtain” without “sacrificing his principles.”

Naast principes waren er ook overtuigingen. Van alle acties van Thant vanaf 1963 springt vooral zijn vergeefse bemoeienis met de oorlog in Vietnam eruit. Dit land was tijdelijk langs een parallel verdeeld in een Noord- en Zuid-Vietnam. Noord-Vietnam stond onder leiding van Ho Chi Minh en zijn communistische partij, en werd gesteund door de Sovjet-Unie, terwijl in  Zuid-Vietnam de Amerikanen een marionettenregering hadden geïnstalleerd en waar het Nationale Bevrijdingsfront (de Vietcong) gesteund door het noorden actief was. Thant was ervan overtuigd dat Vietnam, een land van één volk, vroeg of laat herenigd zou worden  en dat de Amerikanen moesten inzien dat Ho (die jaren in de VS had gewoond) meer nationalist dan communist was.

Het zou er niet van komen. Na de moord op JFK in november 1963, trad de Democraat Lyndon B. Johnson aan als president. Die leek aanvankelijk zeer gecharmeerd van Thant, hij gaf zelfs “het grootste diner ooit” in het Witte Huis te zijner ere. Johnson liet echter steeds meer zijn oren hangen naar adviseurs die meenden dat zware bombardementen op het noorden de aanvoerlijnen van de Vietcong in het zuiden zouden kunnen  vernietigen. Zijn raadslieden meenden ook dat er niets op tegen was om Vietnam langs een parallel verdeeld te houden, zoals in Korea was gebeurd, met zo’n fijne gedemilitariseerde zone aan beide kanten.

Door deze “strategische” uitgangspunten waren de bemiddelingspogingen van Thant gedoemd te mislukken, hoeveel lidstaten van de VN ook zijn mening deelden dat “the Cold War was a European phenomenon which didn’t apply globally.” Hij had voldoende steun en contacten op hoog niveau om geheime onderhandelingen in Parijs of Zwitserland te organiseren, maar keer op keer lieten de Noord-Vietnamezen hem en Washington logischerwijs weten dat eerst de bombardementen moesten stoppen (denk nu even aan Iran). Nog erger: vooral door toedoen van Johnsons adviseur Robert McNamara werden steeds meer Amerikaanse militairen, dat wil zeggen honderdduizenden dienstplichtigen, naar het onfortuinlijke land gestuurd. Tegenwoordig is er geen biograaf meer te vinden die iets positiefs te melden heeft over deze McNamara, behalve dat hij aftrad toen hij overtuigd raakte dat de oorlog “unwinnable” was. Alles welbeschouwd, had de Vietnamoorlog ruim tien jaar eerder dan in 1975 beëindigd kunnen worden.

Thants status in Washington werd onder president Richard Nixon steeds slechter, niet alleen door zijn bemoeienis met Vietnam maar ook door zijn verdediging van – gewapende – bevrijdingsbewegingen in Afrika. In 1970 betitelde hij Zuid-Afrika, dat zijn apartheidsregime niet wilde afschaffen en de dekolonisatie van Rhodesië, Angola, Mozambique en Namibië bleef dwarsbomen, zelfs als de grootste bedreiging waarmee de VN te stellen had. Hij was de eerste secretaris-generaal die vertegenwoordigers van ngo’s uit die landen toeliet tot de Algemene Vergadering van de VN. Zo werd Thant uiteindelijk slachtoffer van een vendetta door Nixon.

In 1970 bestonden de Verenigde Naties 25 jaar. Thant organiseerde een feestelijk evenement met onder meer muziek van zijn vriend Pablo Casals, getoonzet op poëzie van W.H. Auden, en een groots diner. Tientallen staatshoofden zegden toe te komen. Nixon kon het niet aanzien en organiseerde op dezelfde dag een groot diner in het Witte Huis. Beide diners werden een flop, want de meeste regeringsleiders bedankten in arren moede voor zowel Washington als New York. Later zou Nixon nog gaan dwarsliggen toen Washington zijn bijdrage van twintig miljoen dollar aan uitbreiding van de kantoren van de VN moest ophoesten. De Amerikaanse president had liever dat het VN-hoofdkwartier naar een ander land verhuisde, vertelde hij zijn adviseur Henry Kissinger.

“Whipping Boy”

De biograaf wijdt een uitzonderlijk informatief hoofdstuk aan de ‘Zesdaagse oorlog’ tussen Israël en zijn buurlanden in 1967, toen een horde Nederlandse vrijwilligers naar Israël trok om te helpen,  hoewel deze oorlog toch echt door de Israëlische regering zelf was gewild. Zijn hoofdstuk over de oorlog in Biafra vanaf 1967, die zou leiden tot de grootste humanitaire hulpactie van de VN ooit om miljoenen mensen van de hongerdood te redden, verdient een medaille voor objectiviteit. 1968 was ook het jaar dat de bevolking van Tsjecho-Slowakije onder leiding van nota bene een communistische partijchef, Alexander Dubcek, vreedzaam in Moskou een liberaler regime eiste. Een invasie van een half miljoen Warschaupact-militairen en tweeduizend tanks waren het antwoord. Het hielp niets dat Thant de invasie veroordeelde “as a ‘serious blow’ to everything the UN had been striving to achieve since its founding… As Thant feared, the UN, at least to the American public, looked hopelessly ineffectual.”

De wereld leek ook steeds gevaarlijker te worden voor vreedzame hervormers: in 1968 werden in de VS de burgerrechten-activist Martin Luther King en de presidentskandidaat van de Democratische Partij Robert Kennedy vermoord. Thant hield een herdenking voor King bij het Vredespaleis in Den Haag. 

De biograaf wijdt leerzame bladzijden aan de manieren waarop Thants tegenstanders mainstream media bewerkten, onder meer via het ongure marketing en public relations agentschap Markpress in Genève. Vooral tijdens en na de Biafra-oorlog in Nigeria werd druk gewerkt aan beeldvorming van Thant als een slappe, niet effectieve diplomaat die de hongersnood in Biafra nodeloos liet voortduren (en niet generaal Gowan, de leider van de separatistische republiek waar Shell en BP hun olievelden hadden), hoewel de VN juist de grootste hulpoperatie ooit organiseerde.

Als door een wonder had de Veiligheidsraad  in november 1967 resolutie 242 aangenomen die eiste dat Israël zich conform het VN-Handvest terugtrok uit de tijdens de Zesdaagse Oorlog veroverde gebieden in Syrië, Jordanië en Egypte. De internationale diplomatie zocht naar garanties die deze landen daar tegenover konden stellen, zoals erkenning van de staat Israël en gegarandeerde vrije doorvaart door het Suezkanaal voor Israëlische schepen. Daar was steun voor aan Arabische kant maar niets hielp, resolutie 242 heeft Israël tot op de dag van vandaag niet uitgevoerd. Israël wil grondgebied en daarmee schluss. Het beeld van een machteloze VN, versterkt door de  oorlog in Vietnam, straalde af op Thant en sommige media maakten hem tot de “whipping boy” van de organisatie: “Thant was at a crossroads… Vietnam and the Arab–Israeli conflict were straining his ties with Washington to near breaking point. He could influence public opinion but, in the end, there was little he could do to alter US foreign policy, however ill-conceived.”

Only One Earth

Niettemin kon Thant blijkbaar niet stuk als symbool van wereldvrede en het idee van onze planeet als “one earth only”. In augustus 1969 reed hij mee in de auto die de astronauten van de eerste maanlanding in een triomftocht door New York van het stadhuis naar het hoofdkwartier van de VN bracht., onder tonnen confetti. Hij zat naast gouverneur Nelson Rockefeller (van de familie die het grondstuk voor de bouw van het VN-gebouw had geschonken) en burgemeester John Lindsay. Vier miljoen mensen hadden zich langs de weg verzameld. Thant “enjoyed the ride of his life”. Later kreeg hij van de astronauten de VN-vlag terug die ze hadden meegenomen, samen met een steen van de maan, waar ze een plaquette hadden achtergelaten met de tekst “We come in peace for all mankind”.

De biograaf wijdt nog de nodige pagina’s aan andere wapenfeiten van Thant. Hij gaf blijk van een ecologische, op duurzame ontwikkeling gerichte visie. Hij hielp mee de weg te effenen voor de eerste Earth Summit in Stockholm in 1972, waaraan een boek voorafging waarvoor hij opdracht had gegeven: Only One Earth: The Care and Maintenance of a Small Planet, van de econoom Barbara Ward.

Terwijl de VN van enkele lidstaten de wind van voren kreeg omdat de organisatie niet genoeg zou doen voor vervolgde Russische joden die naar Israël wilden emigreren, hielp Thant in het diepste geheim via twee Russische medewerkers in zijn eigen staf honderden potentiële emigranten. In de jaren 60 was emigreren slechts zo’n duizend Russische joden gelukt, in 1971 waren het er bijna vijfduizend (ook dankzij de Nederlandse ambassade in Moskou, die optrad als vertegenwoordiging van Israël voor het verstrekken van visa).

130.000

En dan, heel belangrijk: tijdens Thants mandaat werden de eerste van vele VN-organisaties opgericht waarin alle lidstaten wel een gelijke stem hadden, zoals Unesco, Unicef, UNDP, de World Health Organization en het World Food Program voor preventie van hongersnoden. Dat zijn organisaties die met name voor de voormalige koloniën “priceless assets” zijn, aldus de biograaf, een toonbeeld ook van internationale samenwerking. Geen idee wat ervan overblijft nu  Donald Trump het mes zet in de Amerikaanse bijdragen aan VN-agentschappen en hij blijkbaar bezig is een soort alternatieve VN op poten te zetten, de Peace Council, met hemzelf als baas. Ik ben benieuwd hoe snel het enthousiasme hiervoor bij andere staten zal wegsmelten nu Trump zijn oorlog tegen Iran begonnen is.

Wij zien in 2026 de onmacht van de Veiligheidsraad  van de VN. Thant waarschuwde er al in 1970 voor tijdens een toespraak tot de Algemene Vergadering, dat als de lidstaten zich niet opnieuw committeerden aan de basisprincipes van het Handvest en hervormingen doorvoerden in de “outmoded procedures and policies” van de organisatie, de VN gedoemd was “increasingly irrelevant” te worden. Hij hoopte dat “the good sense of the human race, of Homo sapiens, will prevail”. Dat is dus maar ten dele het geval geweest, maar aan de andere kant overleeft de VN sinds die toespraak in 1970 al 56 jaar werkelijk de grootste bedreigingen, ook van binnenuit, zoals de wijdverbreide corruptie in de VN rond het kolossale olie-voor-voedsel programma in Irak. Misschien wordt dit overleven geholpen door het feit dat inmiddels zo’n 130.000 mensen hun brood verdienen bij de VN (cijfers van 2024). Die laten zich niet zomaar door intriges van een Saddam Hoessein of met een pennenstreek van Trumps Peace Council wegvagen. Misschien moeten mainstream media zich eens afvragen waarom de VN ondanks zoveel werknemers bijna non-existent in de wereldwijde berichtgeving is. Is het geen groot bedrijf dan? Is er weer een soort Markpress actief? Het zou mij niets verbazen, kijk maar naar de mediacampagne tegen president Lula in Brazilië.

Twee meter beton

Thant ambieerde in 1971 geen herverkiezing als secretaris-generaal. Hij sleet zijn laatste jaren vredig in de buurt van New York. In zijn vaderland Myanmar, het vroegere Birma, was hij niet echt meer welkom. De Birmese ambassade in de VS weigerde zelfs een tijd lang om zijn paspoort te verlengen. Na zijn overlijden werd zijn lichaam overgebracht naar Birma maar het was niet de bedoeling dat hij in de hoofdstad Rangoon een staatsbegrafenis kreeg, wat tot grote woede en rellen onder een deel van de bevolking leidde. Studenten en boeddhistische monniken wisten de doodskist met Thant erin te bemachtigen en kondigden aan een mausoleum te willen bouwen voor hun “nationale held”. Het leger moest er aan te pas komen en na gevechten waarbij een onbekend aantal doden viel en de houten kist weer in handen kwam van de staat, werd Thant nog dezelfde dag onder bijna twee meter beton begraven bij de Shwedagon pagode. De kleinzoon schrijft:

“A small mausoleum was later built around the burial site, which for decades remained virtually neglected, green snakes slithering in the tall grass, ordinary people fearing that any association with the former UN Secretary-General might incur the ire of the ruling generals.”

Misschien kunnen ze er op TikTok een internationale toeristische trekpleister van maken, zoals ook is gelukt met een friettent in Amsterdam.

Peacemaker: U Thant, the United Nations and the Untold Story of the 1960s
Thant Myint-U
Atlantic Books
ISBN 978-1838958978 (paperback)
ISBN 978-1838958947 (gebonden)
ISBN: 9781838958961 (e-book)
Verschenen september 2025

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 19,00)
Bestel als hardcover bij bol.com (€ 31,95) Bestel als e-book bij bol.com (€ 23,99)

Anneke van Ammelrooy
Anneke van Ammelrooy
Anneke van Ammelrooy (1955) is journalist en vertaalster. Ze schreef onder andere Alles is er niet, een persoonlijk verslag van haar eerste jaar in Irak. Ze was hoofdredactrice van het Leids universiteitsweekblad Mare, Publiek Domein, Keesings Historisch Archief en OR-informatie. Voor de Volkskrant schreef ze over cultuur en politiek. Bij het ANP was ze redacteur Arabische landen. Ze werkt aan een boek over de toekomst van politieke partijen (2003-2010).

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in