Christiaan Snouck Hurgronje. Sisyphus in Nederlands-Indië

Over het vergeten leven van Christiaan Snouck Hurgronje, wetenschapper, spion en avonturier, schreef journalist en ‘bestsellerauteur’ Philip Dröge nog niet zo lang geleden het boek Pelgrim. De ingrediënten voor een spannend en smeuïg boek liggen in Snoucks leven (1857-1936) voor het oprapen: een vader die er als dominee vandoor gaat met de jonge dochter van een collega, een studie Arabisch in Leiden, een tocht die hem in 1885 na een besnijdenis naar het voor niet-moslims verboden Mekka voert, waar hij onder de naam Abd al-Ghaffar al Laydini (‘Dienaar van de Alles Vergevende uit Leiden’) onderzoek verricht, een ‘genotshuwelijk’ met een Ethiopische slavin, een diplomatieke rel die hem doet vluchten, een verblijf van zeventien jaar in Nederlands Indië, waar hij bij twee Soendanese vrouwen vijf kinderen verwekt, militaire expedities in de binnenlanden van Atjeh als rechterhand van Van Heutsz, enzovoort, enzovoort. Pelgrim was ‘Spannend, meeslepend en met humor geschreven’, oordeelden wij op Biografieportaal.

De onlangs verschenen biografie van Snouck door hoogleraar geschiedenis Wim van den Doel verdient geheel andere kwalificaties: degelijk, uitputtend, geleerd en zeer informatief over onze koloniale geschiedenis. Uiteraard gaat Van den Doel niet voorbij aan de ‘spannende’ onderwerpen, maar Snouck Hurgronje komt in dit boek vooral naar voren als een intelligente, keihard werkende, compromisloze geleerde die, toen hij eenmaal gegrepen werd door het fenomeen Islam, van oordeel was dat slechts onderzoek ter plaatse een volledig beeld kon geven van zijn onderzoeksobject. Ook als hij later in Nederlands-Indië verblijft, voelt hij zich het meest thuis in een inheemse omgeving en blijft hij verre van carrièrejagers en geldlustige avonturiers. Snouck was geen avonturier, maar een geleerde uit roeping, die zo nodig het gevaar niet uit de weg ging.

Mekka, 1888. Foto: Christiaan Snouck Hurgronje

Een van zijn onderzoeksobjecten in Mekka is de grote stroom Islamitische bedevaartgangers vanuit Nederlands-Indië. Als vanzelf komt hij door zijn enorme kennis van het onderwerp in het vizier van de Nederlandse autoriteiten. In alle uithoeken van het eilandenrijk zijn er immers opstanden en problemen met de overwegend Islamitische bevolking, terwijl kennis over de Islam bij ambtenaren ter plaatse volstrekt ontoereikend is. Zeventien jaar lang bestookt hij gevraagd en ongevraagd de verschillende bestuurslagen met gedetailleerde en wetenschappelijk onderbouwde rapporten over het karakter van de Islam in de kolonie, zonder uitzondering met dwingende aanbevelingen hoe daarmee om te gaan.

Ethisch imperialist

Dat de wetenschapper Snouck zo doende in politiek en militair vaarwater terechtkwam, was onvermijdelijk. Snouck was er als kind van zijn tijd van overtuigd dat de maatschappelijke elite de taak had het volk beschaving bij te brengen, zowel in eigen land als in de koloniën. Samen met de inheemse elite moest de Nederlandse overheid er volgens hem zorg voor dragen dat de inlanders niet langer uitgebuit zouden worden door de plaatselijke machthebbers. Moslims die uit religieuze overwegingen in verzet kwamen tegen de Nederlandse overheersing, en de komst van de moderne – in zijn ogen seculiere – samenleving wilden tegenhouden, moesten volgens Snouck hard worden aangepakt. Zij aan zij streed hij met Van Heutsz in de binnenlanden van Atjeh. Morele bezwaren tegen het voeren van noodzakelijke oorlogen had hij als ‘ethisch imperialist’ op dat moment nog niet. Volgens hem zouden ‘Moslims op den duur met hun religieuze overlevering doen als de joden met de hunne: eraan gehecht blijven , maar als aan geërfde voorwerpen, die men bewaart zonder ze te gebruiken’.

Met de kennis van nu is het fascinerend om te lezen hoe er in de Oost geploeterd en gesjord werd aan een uitzichtloze opdracht. De biografie van Wim van der Doel is daarom zo interessant omdat er een strikt feitelijke relaas gegeven wordt van de pogingen om er iets van te maken, met hoofdrolspelers die het volstrekt vanzelfsprekend vinden dat een klein landje aan de Noordzee dat enorme eilandenrijk wel eens zal pacificeren. Het bijzondere aan het boek is dat Van der Doel het aan de lezer overlaat om conclusies te trekken of morele oordelen te vormen.

Sisyphus-arbeid

Snouck zelf komt er nog tijdens zijn leven achter dat er in Nederlands-Indië Sisyphus-arbeid wordt verricht. Inmiddels hoogleraar in Leiden, raakt hij er door de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog zijn geloof kwijt in de superioriteit van de westerse ‘beschaving’. Hij had lang genoeg onder de inheemse bevolking van Indië doorgebracht, om het begrip beschaving te kunnen relativeren. Vanaf dat moment was hij een voorstander van een zo groot mogelijke autonomie van het land. Als vlak voor zijn dood iemand vraagt of hij ergens spijt van heeft, spreekt hij één woord: ‘Atjeh’.

Van den Doel toont overtuigend aan dat Snouck in binnen- en buitenland een van de meest gerespecteerde vaderlandse wetenschappers is geweest. De boeken die hij schreef zijn nog steeds fascinerend en uiterst leesbaar. Zie Het Mekkaansche feest uit 1880, dat net als een groot aantal artikelen te vinden is in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. Toch raakte hij verbitterd. Het inzicht dat veel van zijn werk achteraf gezien verkeerd had uitgepakt versterkte zijn frustratie en gevoel van miskenning. Dat was al groot, omdat zijn adviezen door niet ter zake kundige ambtenaren vaak werden genegeerd. Zijn veeleisende karakter zorgde aan het einde van zijn leven onvermijdelijk voor een gevoel van grote teleurstelling.

Deze nieuwe uitputtende levensbeschrijving van Snouck is vooral van belang als bijdrage aan de geschiedenis van de relatie tussen Nederland en Nederlands-Indië. Die essentiële rode draad wordt helaas iets te vaak onderbroken door fragmenten die zonder enige schade weggelaten hadden kunnen worden. De talloze ontmoetingen met vrienden en collega’s die alleen gememoreerd worden omdat ze nu eenmaal hebben plaatsvonden, maken het boek ook voor de lezer soms uitputtend. Ergens in het boek is er sprake van een lange treinreis, waarbij alle tussenstations worden genoemd. Vermoedelijk had Van den Doel ook gemeld wat Snouck in de restauratiewagen tot zich had genomen, had hij het geweten.

SNOUCK – het volkomen geleerdenleven van Christiaan Snouck Hurgronje
Wim van den Doel
Uitgeverij Prometheus
ISBN : 9789044635621
Verschenen in januari 2021

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 49,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 49,99)
Arthur van Dijk studeerde letteren, muziekwetenschap en geschiedenis, is voormalig orkestdirecteur en werkt nu als adviseur in de culturele sector. Hij is publicist en werkt aan de biografie van de componist Willem Pijper. Daarnaast heeft hij een boek over de 19de-eeuwse kermis in voorbereiding.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here