Het is dus nee. Maar ja…

Waarom vernietigen literaire schrijvers vlak voor hun dood hun archief – tot groot verdriet van biografen? Ik denk dat Renate Dorrestein (1954-2018) het gevoelen van vele romanciers weergaf toen ze tegen haar assistente zei: ‘Stel je voor dat je na je dood, als je je niet meer kunt verweren, een biográáf achter je aan krijgt.’

Sommige schrijvers laten al of niet in een testament vastleggen dat de erfgenamen niet mogen meewerken aan een biografie, overigens soms zonder hun archief in de as te leggen. Vooral Engelse schrijvers in de Victoriaanse tijd hadden daar een handje van. Begrijpelijk, want wat was er allemaal wel, naast overspel en homoseksualiteit, niet taboe in die jaren ?

Andere schrijvers vertellen hun loyale partner de poot stijf te houden als zich biografen melden, want die, denken ze, zal nooit hun liefde verraden (George Orwells tweede vrouw Sonia Brownell hield wel zo’n twintig jaar stand).

Andere schrijvers zijn milder: zij willen alleen geen biograaf in hun huis zien rondsnuffelen wanneer ze nog in leven zijn en al helemaal niet meemaken hoe deze de dingen ‘net niet goed begrepen blijkt te hebben’ (John Updike).

Biografen die een Nederlandse schrijver aan het kruis hebben genageld, zijn mij onbekend, maar jaloerse of kwaadaardige types kunnen ook niet uitgesloten worden. Die zouden levende schrijvers dus veel gedoe kunnen aandoen, omdat je als lijdend voorwerp wel móet reageren. Daardoor zou minder tijd en energie overblijven voor het schrijven en dus is toegang tot je archief geven, zeker als je al op leeftijd bent, geen verstandige optie.

Al deze strategieën werken niet bij beroemde, geliefde of gehate schrijvers. Onder nog levende literaire idolen in de VS lijkt alleen Thomas Pynchon deze stelling nog steeds te logenstraffen. Romanciers zijn inmiddels even kwetsbaar als grootverdieners onder voetballers en popartiesten.

Uitgevers spelen hierin vaak een doorslaggevende rol, dat snapt iedereen. Er is gewoon een markt voor biografieën van schrijvers met wie lezers een verbondenheid voelen en die door research – van biografen die ook verknocht zijn aan een oeuvre – weer heerlijk ondergedompeld willen worden in hun romans, essays of gedichten.

Alle tegenwoordige belangstelling onder experts en het grote publiek voor ziekten van lijf en brein maken ook nieuwsgierig naar biografieën die verbanden leggen tussen het literaire werk en aandoeningen (Kafka, Flaubert). Onthullingen doen het ook goed, bijvoorbeeld als delen van een Verzameld Werk door anderen geschreven blijken te zijn (Bertold Brecht).

De laatste decennia is er ook een markt voor informatie over (vermeend) racisme, antisemitisme, vrouwonvriendelijke praktijken, ouderwets oriëntalisme en ander te laken gedrag en dito vooroordelen van een literaire held (Roald Dahl, Philip Roth). Vooral mannen moeten het hier ontgelden en er ligt dus nog een hele markt braak voor heilige verontwaardiging over schrijfsters.

Ik las laatst een biografische studie, Orwell & Empire (2022), van Douglas Kerr, die wil laten zien ‘how Orwell struggled all his life, and not with complete success, to exorcise the Orientalism (in Edward Said’s sense) which came with his Anglo-Indian patrimony.’ Het is toch een boek geworden met een van origine koloniale maar toch sympathieke Orwell, en verder: nobody’s perfect. Misschien is er een markt aan het ontstaan voor dit soort biografische studies die als het ware veiligheidshalve vooruitlopen op primitieve schandaal!-roepende publicaties die nog komen gaan?

Nog een reden voor de hopeloosheid van de geen-biografie-wens van een schrijver is dat er ondanks vernietigde archieven, een hardnekkige onwil van de erven of maniakale bescherming van de persoonlijke levenssfeer toch biografieën kunnen worden geschreven. Het levensverhaal komt er toch, al of niet met gênante fouten, omdat de biograaf nog veel getuigen weet op te sporen. Familie, vrienden en vijanden van de schrijver publiceren hun ervaringen met de VIP. Ontvangers van brieven van de auteur blijken keer op keer juist niets te verbranden. En sinds de 19e eeuw laten romanciers en (minder vaak) dichters waardevolle sporen na in interviews, radio- en televisieopnamen, foto’s, recensies en columns die ze schreven voor kranten en tijdschriften. Sinds een jaar of dertig laten ze ook biografisch materiaal na op het web. Kortom: het is onbegonnen werk biografen te stoppen. Het enige wat je kunt of had kunnen doen om eraan te ontsnappen is literaire bagger produceren.

Of je kunt doen wat beeldend kunstenaar en dichter Henri Michaux (1899-1984) deed. Op latere leeftijd verbrandde hij niet alleen een groot deel van zijn papieren. (‘Nu kan ik weer ademhalen’, schreef hij daarna) Hij vroeg ook zijn vrienden hetzelfde te doen met zijn brieven (‘Snel, pak die lucifer’). Zijn hele leven weigerde hij interviews te geven (op een handvol na). In zijn strijd tegen de ‘vedettomanie‘ zorgde hij ervoor dat er zo min mogelijk foto’s van hem waren. Wat willen ze toch van me, vroeg hij boos. ‘Ik heb genoeg van mezelf laten zien… Ik moet zo meteen een longfoto laten maken want het gaat niet goed daarbinnen. Die zal ik toesturen, en een uitvergrote foto van mijn navel.’

Michaux werkte niet mee aan bloemlezingen of specials van tijdschriften aan hem gewijd. Film- en toneelregisseurs die toestemming vroegen om zijn werk te gebruiken, wees hij de deur. Hij sloeg uitnodigingen af om naar festivals, colloquia en conferenties te komen. Hij is nooit een literaire prijs gaan ophalen. Hij ging niet op doodvermoeiende tournees om zijn werk te promoten. Bij zijn dood bleek de Franse staatsomroep geen enkele geluidsopname van zijn stem te hebben. Hij was dus niet een van de rijkste auteurs, maar zo literair maatgevend dat zijn uitgever zijn verzameld werk in de prestigieuze Pléiade-reeks wilde uitgeven en zelfs dat weigerde hij, want ‘het is een waar dossier waarin je wordt opgesloten, een van de akeligste gevoelens die me kunnen overkomen en waartegen ik mijn hele leven gestreden heb.’

Michaux, van oorsprong Belg, reisde veel, blijkbaar ook om niet te stikken in zijn tweede vaderland Frankrijk. Hij had last van hartritmestoornissen, longbloedingen en bloed ‘dat niet zo dol was op zuurstof’. Hij wilde vrij ademen en dat lukt in principe beter in een buitenland waar je geen geschiedenis hebt. Hij verbleef in ‘duizend hotelkamers’, ga er maar aan staan als biograaf. Wanneer een vriend de artikelen wil bundelen en heruitgeven die hij voor een tijdschrift heeft geschreven, schrijft hij ‘al dat terugkeren naar het verleden onverdraaglijk’ te vinden: ‘Ik verdraag dit onuitstaanbare verleden niet… ik wens zo snel mogelijk dat oog van het verleden uit te rukken, ik wil er niet meer door bekeken worden.’

Al deze citaten komen uit Donc c’est non (‘Het is dus nee’), een boekje met honderd brieven van Michaux waarin hij iets weigert, voor iets bedankt, iets nadrukkelijk verbiedt. Na een al of niet hoffelijk openingswoord volgen toch zinnen als: ‘Ik verzoek u af te zien van uw project’, ‘Maak uzelf niet belachelijk met zo’n publicatie’, ‘Ik verzet me categorisch en definitief tegen…’, ‘Wilt u er goede nota van nemen dat ik dit absoluut verbied’, of ‘Ik ben geenszins van plan hiermee in te stemmen’. Af en toe zat hij blijkbaar verlegen om een manier om nee te zeggen: ‘Ik wou dat ik een secretaresse had die veertig tot vijftig manieren kent om nee te zeggen.’ De arme man kreeg dan soms ook meerdere verzoeken per dag in zijn postbus om ergens aan mee te werken.

Hij wist heel goed wat hij deed. ‘Nee is gesublimeerde moord,’ schreef hij elders.

Moet je de wens van de schrijver respecteren of niet? Je kan dat doen, behalve misschien als een schrijver met alle geweld juist wél een biografie wil en veel geld op tafel legt. Aan de andere kant… toch een noodzakelijke correctie op de beeldvorming… nooit vergeten hoe er toen met schrijvers werd omgesprongen als zij… nu weten we eindelijk waarom hele passages… Enzovoort. Excuses om toch een biografie te schrijven zijn gemakkelijk te vinden.

Er verschenen dus toch biografieën van Henri Michaux. Zijn werk werd ruim tien jaar na zijn dood toch opgenomen in de Pléiade. Niet onvermeld mag blijven dat de man die dit deel verzorgde blij was dat Michaux veel documenten had verbrand tijdens zijn laatste verhuizing. ‘Anders was ik er waarschijnlijk nu nog mee bezig geweest,’ liet hij Jean-Luc Outers, de redacteur en inleider van Donc c’est non weten. Elk nadeel heb z’n voordeel.

eerdere columns

Bij het overlijden van Dries van Agt. Necrologieën missen vaak biografische scherpte

Necrologieën missen vaak biografische scherpte. Zo hebben Peter de Waard (Volkskrant) en Sjoerd de Jong (NRC) er in de afgelopen week in columns op...

Koninklijke Bibliotheek verbergt onkunde achter internationale afspraken

De KB, onze nationale bibliotheek waar digitale, gedrukte en geschreven erfgoedcollecties van Nederland worden bewaard en waar onderzoeksprojecten worden uitgevoerd voor de bibliotheek- en...

Willem Ockerse: “een komeet aan het firmament, maar geen vaste ster”

Zijn biografe vergeleek hem met een komeet die korte tijd de hemel verlichtte. Willem Anthonie Ockerse (1760-1826) was een boeiende figuur, die in de...

Zijlstra en Witteveen: grenswerkers tussen wetenschap en politiek. Een dubbelbiografie?

Grenswerkers noemt Jan Middendorp de economen die vanuit de wetenschap veel invloed hebben op de politiek, de grens naar de politiek oversteken en daarna...

Biografische gegevens als basis voor een hedendaagse thriller

Onlangs publiceerde oud-minister Klaas de Vries een thriller, getiteld De geheimen van Blasio, alweer zijn vierde thriller op een rij. Het is geen historische...

De verwevenheid van het werk van Henriëtte Roland Holst met het biografische genre

De schrijfster en politica Henriëtte Roland Holst-van der Schalk (1869-1952) behoorde aanvankelijk tot de uiterste linkervleugel van het politieke spectrum in ons land. Ze...

De biograaf en de Apocalyps

2023 is Waco-jaar in de Verenigde Staten. Het is dertig jaar geleden dat in deze stad een rampzalige belegering door de FBI plaatsvond van...

Slecht nieuws van het Data Liberation Front

Je bent iemand die denkt dat een biograaf in de toekomst wel een wetenschappelijk onderzoek naar je leven zal instellen. Want ondanks je geboorteland,...

Biografisch zicht op ‘de meest uitzonderlijke familie uit de Amerikaanse geschiedenis’

Een biografie kan grote invloed hebben op de reputatie van een staatsman. Dat is zeker opgegaan voor de tweede Amerikaanse president John Adams en...

Siegfried Kracauer over de troost van de biografie

'Er zal spoedig geen groot politicus, veldheer of diplomaat meer over zijn die nog zijn … monument moet krijgen,' schreef  de Duitse historicus Siegfried...

Reuring over schilderijen. Ook een biografisch thema

Er was onlangs veel ophef over het weghalen en voorlopig terughangen van een schilderij van Rein Dool, dat het bestuurscollege van de Leidse Universiteit...

Huwelijksmoeilijkheden als element van een politieke biografie

De feministische schrijfster Johanna Naber (1859-1941) wilde vrouwen een stem in de geschiedenis geven. In haar talrijke biografische studies waren de hoofdpersonen dan ook...
Anneke van Ammelrooy
Anneke van Ammelrooy
Anneke van Ammelrooy (1955) is journalist en vertaalster. Ze schreef onder andere Alles is er niet, een persoonlijk verslag van haar eerste jaar in Irak. Ze was hoofdredactrice van het Leids universiteitsweekblad Mare, Publiek Domein, Keesings Historisch Archief en OR-informatie. Voor de Volkskrant schreef ze over cultuur en politiek. Bij het ANP was ze redacteur Arabische landen. Ze werkt aan een boek over de toekomst van politieke partijen (2003-2010).

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in