Jan Greshoff, poortwachter van de Republiek der Letteren

Jan Greshoff, 1888-1971

Ik was een jaar of twintig toen ik in een antiquariaat in Nijmegen de Gedichten van Jan Greshoff op de kop tikte. Een vijfde druk, uitgegeven door Stols  in Maastricht. Een vorige eigenaar schreef op de eerste pagina van het binnenwerk:  ‘Leiden, 14/12 ‘42’, met een ferme streep onder plaats en datum. Die aantekening heeft me altijd ontroerd. Toen Leiden in last was, hield iemand de moed erin met de Bruine Liedjes van Jan Greshoff, waaronder dat van de kleine S.A. man.

Kleine S.A.-man, slaap zacht,
Hitler houdt immers de wacht;
Voor hèm heb je pas in het holst van de nacht
Een zoodje marxistische joden geslacht:
Kleine S.A.-man, ‘t gaat goed,
Geen betere meststof dan bloed.

Greshoff, die na de dood van Menno ter Braak en Edgar du Perron in mei 1940 de fakkel van het verzet hoog hield.

Bijeengedreven door hun angst en nijd
Staan daar in rechte rijen aangetreden
De machtslakeien van den nieuwen tijd
Die zich in ’t zwarte of bruine dwangbuis kleeden.  

Greshoff, de uitgesproken anti-fascist.

Dat beeld behoeft enige nuancering, leerde ik van Annemiek Recourt en haar Moralist van de ontrouw, Jan Greshof 1888-1971.

De elitaire denkbeelden van Jan Greshoff

Jan Greshoff hield er tijdens zijn leven nogal wat elitaire ideeën op na, waar menig zwarthemd nog een puntje aan kan zuigen. In de jaren na de Eerste Wereldoorlog raakte hij in de ban van Charles Maurras en diens pleidooi voor een hiërarchische, anti-democratische ordening van de samenleving. Greshoff ontmoette de voorman van de Action Française in 1919. Maurras wenste de terugkeer van de monarchie in Frankrijk, want die zou korte metten maken met de geest van de Franse Revolutie en haar verderfelijke egalitarisme. Het Franse classicisme moest met zijn gevoel voor orde en traditie een dam opwerpen tegen de sentimentele Duitsers en hun Romantiek. Niet de macht van het getal, maar de aristocratie van een culturele bovenlaag zou Frankrijk redden van de verwekelijking van de Derde Republiek. Maurras omarmde het fascisme van Benito Mussolini. Een lichtend voorbeeld. Greshoff viel als een blok voor de antidemocratische idealen van Maurras en de zijnen.

Hij was niet de enige. Hendrik Marsman, Jacques Bloem, Albert Helman en Alexander Stols, om er maar een paar te noemen, waren aanvankelijk ook gecharmeerd van de fascistische ideologieën in de jaren twintig van de twintigste eeuw. Alleen was Greshoff nogal hardleers. ‘De democratische gezindheid leidt er vanzelf toe dat men het recht der dommen op hun domheid erkent en dat men de ezels een stem geeft,’ schrijft hij een jaar na afloop van de Tweede Wereldoorlog in zijn dagboek. Als inwoner van Zuid-Afrika – hij zocht in 1939 een veilig heenkomen bij de stamverwanten – wijst hij de ‘principiële apartheid’ van Hendrik Verwoerd en zijn Nasionale Party af. De ‘feitelijke apartheid’ aanvaardt hij wel, want ‘zij die Afrika kènnen, weten dat de massa van de honderdduizend stammen die men samenvat onder de naam negers, bovenal aartslui, meestal zeer wreed en weinig geneigd zijn zich te ontwikkelen,’ noteert hij in 1961 in datzelfde dagboek.

Rechtschapen mens

Zijn ondubbelzinnige antifascisme van de jaren dertig komt vooral voort uit zijn weerzin tegen de ‘nieuwe mens’ die, bij gebrek aan verbeelding, blind achter een leider aanloopt en vatbaar is voor zijn demagogische aantrekkingskracht, van welke signatuur dan ook. Een massa overwin je niet met een andere massa. ‘Wie de cholera invoert om de pest te bestrijden, toont een zonderlinge opvatting der geneeskunde en helpt het menschdom niet vooruit,’ aldus Greshoff. Welke geesteshouding past dan wel in onzekere tijden die naar het totalitarisme neigen? Die van de honnête homme, de rechtschapen mens die net doet alsof. Hij treedt de wereld welwillend en beleefd tegemoet, maar neemt intussen niets voor waar aan en weigert zich vast te leggen op standpunten of principes. Een levenshouding die volgens Thomas Mann gekenmerkt wordt door ‘eine Art van souveräner Treulosigkeit’. De kunstenaar is het prototype van die hoogstaande individualist en een antipode van de massamens, ‘de parel in één van de ontelbare oesters’, aldus Greshoff. Menno ter Braak moet weinig hebben van de snobistische tegenstelling tussen collectivisme en individualisme en verwijt zijn vriend ‘aristocratische allure’.

Groot talent voor vriendschap

Jan Greshoff en Menno ter Braak

De honnête homme zoekt zielsverwanten, geen partijgenoten.  Als Greshoff ergens een talent voor heeft, dan is het wel voor vriendschap. Generatiegenoten als Jacques Bloem, Adriaan Roland Holst en Piet van Eyck zijn vrienden voor het leven, jongeren als Adriaan van der Veen, Adriaan Morriën, Ab Visser en Leo Vroman neemt hij onder zijn hoede en introduceert hij bij de talloze uitgeverijen en literaire tijdschriften waaraan hij verbonden is. Greshoff ontpopt zich tijdens het interbellum als een poortwachter van de Republiek der Letteren. Hij bepaalt wie er inkomt en wie niet. Het duizelt je bij de literaire carrières die hij in de steigers heeft gezet.

De decimering van zijn vriendenkring tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte hem intens verdrietig en leidde tot een van de depressies waardoor hij zijn leven lang geplaagd werd. ‘Wanneer komt er een einde aan deze menschonteerende moordpartij, waarvan wij het slachtoffer zijn?’ verzucht hij in zijn dagboek op 24 februari 1942.

Greshoff en de Vijftigers

Na de oorlog mist hij de aansluiting met de nieuwe generatie volkomen. Hij verafschuwt de ‘vieze kleinburgerlijkheid’ van De avonden van Gerard Reve, Willem Frederik Hermans noemt hij een ‘burgerhark’, Eenzaam avontuur van Anna Blaman vindt hij ‘door en door burgerlijk in de slechtste zin des woords’, en hij hekelt het ‘machtelooze, smakelooze, levenlooze gepruts’ van Lucebert. Alleen Cees Nooteboom kan met zijn dromerige romandebuut Philip en de anderen de toetssteen der kritiek doorstaan. Hij verzorgt met Het innerlijk behang en andere gedichten het nagelaten werk van Hans Lodeizen. Het weerhoudt de Vijftigers er niet van om zijn afwijzing van hun ‘gepruts’ als getuigschrift op te voeren. Op het omslag van de derde druk van Atonaal, de bloemlezing van Simon Vinkenoog uit het werk van de de experimentelen, staat zijn negatieve oordeel pontificaal afgedrukt.

Annemiek Recourt wilde aan de hand van deze ‘contradictionaire persoonlijkheid’ een beeld schetsen van de verwarrende ‘cultuurmoraal’ tijdens het interbellum. Dat is haar zonder meer gelukt. Maar ze doet veel meer dan dat. Moralist van de ontrouw. Jan Greshoff 1888-1971 is, wat mij betreft, ook een cultuurgeschiedenis van de vriendschap in de twintigste eeuw en het tragische levensverhaal van een man die blijft hangen in een paar elitaire, aftandse ideeën, waardoor hij met het verstrijken der jaren in een sociaal isolement terecht komt. Dat was een hard gelag voor iemand die zo’n grote behoefte had aan een inner circle. Een diepgravende, goed geschreven en erudiete biografie.

Moralist van de ontrouw. Jan Greshoff, 1888-1971
Annemiek Recourt
Van Oorschot
ISBN 9789028282315
Verschenen in september 2018

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 44,99)

Koop bij bol.comBestel als hardcover bij bol.com (€ 44,99)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here