Leo en Tineke Vroman

Bron: Nationaal Archief © ANEFO / Rob Bogaerts

Het verhaal lijkt op een sentimentele Hollywoodfilm, zo eentje die goed afloopt. Jongen wordt smoorverliefd op meisje dat eerst de boot afhoudt maar dan toegeeft, waarna het oorlog wordt en zij elkaar zeven jaar, vier maanden en twaalf dagen niet zien. In New York, aan de kade van de Hudsonbaai, herenigen zij zich. Nee, ze vallen elkaar niet de in de armen. Tineke Sanders is als de dood voor de vreemdelingenpolitie. Als die zou zien dat ze voor een jongen naar de Nieuwe Wereld is gekomen, wordt ze vast en zeker alsnog naar de oude teruggestuurd. Leo Vroman begrijpt de hint en leidt haar linea recta naar zijn hotelkamer. De volgende dag trouwen ze. Zij leven nog lang en gelukkig.

In Hoe mooi alles beschrijft Mirjam van Hengel de liefdesgeschiedenis van Leo en Tineke Vroman. Ze ontmoetten elkaar in 1938, tijdens een dispuutsbal in Utrecht, en hij wist meteen: “Ik zit naast mijn vrouw.” Zij was veel minder zeker van haar zaak. Verliefd is ze nooit op hem geweest, Leo was bepaald niet woest aantrekkelijk, maar wat dan nog. Verliefdheid is iets akeligs, een ziekte die je van je verstand berooft. Verliefd was ze op hun gemeenschappelijke vriend Max de Jong, die niet inging op haar avances en sowieso naar deed tegen mensen, het type “gevaarlijke man”. Zij koos uiteindelijk voor Leo, “iemand om bij thuis te komen.”
De oorlog gooide roet in het eten. Tineke, die in 1938 van Nederlands-Indië naar Europa was gekomen, wilde Nederland niet meer verlaten. Leo vertrok alleen, met het laatste schip naar Engeland in de nacht van 14 mei 1940, daarna naar zijn aanstaande schoonvader in Nederlands-Indië, waar de oorlog hem alsnog heeft ingehaald. Hij overleeft zeven jappenkampen, totaal onwetend over het lot van zijn verloofde of zijn Joodse familie. Medegevangenen roemen zijn zelfgenoegzaamheid, een toestand waarin je jezelf genoeg bent. Vroman hanteert liever de metafoor van het gesloten systeem uit de biochemie – drijven op je eigen energie kent zijn grenzen, op een gegeven moment is de koek op. Drijven op je eigen energie is een vorm van zelfvernietiging.
De ontreddering komt pas na de oorlog, als hij besluit in de Verenigde Staten te blijven – de hereniging met Tineke uitstellend – en hij in zijn oude kloffie van het KNIL door Central Park zwerft. “Een wandelend geraamte” volgens Dola de Jong. “Zijn neus, waarvan de Schepper zich pas op het laatste moment herinnerd had dat het er eigenlijk niet twee moesten zijn, stak als een weerhaak naar voren tussen zijn ingevallen wangen.”

Mirjam van Hengel behoort als redacteur van Leo’s werk tot de intimi van de Vromans. Die rol vlakt ze niet uit. Ze ondergaat, observeert en becommentarieert een ‘klef stel’, zo’n stel dat een buitenstaander ongemakkelijk kan laten voelen, al was het maar omdat je zoveel schattigheid niet vertrouwt. Diep in zijn hart wil hij haar vermoorden, dacht Rudy Kousbroek van Leo Vroman, die daar hartelijk om kan lachen omdat die psychologie van de koude grond volslagen onzin is. We lezen hoe Van Hengel in de voetsporen van Vroman treedt, letterlijk, om te onderzoeken of je vanaf Central Park South werkelijk de Hudson kunt zien. En we zijn er getuige van hoe ze door Leo en Tineke in vertrouwen wordt genomen, het moment dat ze inzage krijgt in de duizenden brieven die ze elkaar net na de oorlog geschreven hebben. Leo dacht er nog over de brieven eigenhandig te censureren, door de schunnigheden af te dekken, maar het waren er zoveel dat hij de eer aan Van Hengel liet. “Paren op papier,” noemde Leo Vroman die brieven. Van Hengel is zo kies om niet op de details in te gaan. Ze deelt ons alleen mee dat ze – een kind van de seksuele revolutie – nogal gechoqueerd is door de correspondentieseks. De dierlijke zinnelijkheid van een bioloog, die niet alleen zijn naasten maar ook zijn vijanden lief heeft. Niet vanwege een of ander godsgebod, maar omdat Japanners ook mensen van vlees en bloed zijn, met een vasculair systeem en een spijsverteringstelsel.

Hoe mooi alles. Leo en Tineke Vroman. Een liefde in oorlogstijd is een hartverscheurend mooi boek. Alles is gedoseerd: de persoonlijke beslommeringen van Mirjam van Hengel met Leo en Tineke Vroman, de interpretaties van de gedichten, de citaten. Bovenal is Hoe mooi alles opmerkelijk goed geschreven, een stilistisch hoogstandje. Razend jammer vind ik het binnenwerk. De foto’s zijn zo erbarmelijk klein en slecht afgedrukt dat je blij bent met de Schepper en die twee neuzen, want daaraan herken je Leo Vroman tenminste. Mirjam van Hengel verdient een luxe editie.

De voorflap maakt veel goed. Daarop zie je Leo en Tineke een dag na hun huwelijk, hij enigszins ineengedoken, zij aantrekkelijk en stralend. Zo’n happy end, waarna de rest van je leven begint. Dat ze samen zo oud zijn geworden is een uiting van goddelijke gerechtigheid.

Hoe mooi alles. Leo en Tineke Vroman. Een liefde in oorlogstijd.
Mirjam van Hengel
Uitgeverij Querido
ISBN 9789021454993
Verschenen april 2014

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 12,50)
Bestel hier als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 9,99)

Koop bij bol.com

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 19,90)
Bestel hier als ebook bij bol.com (€ 9,99)

DELEN
Eric Palmen

Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here