Elizabeth Bishop (1911-1979). Verstild als Vermeer

Elizabeth Bishop - jaarboekfoto 1934

De Amerikaanse ingetogen dichter Elizabeth Bishop heeft lang geleefd in de schaduw van haar beste vriend, de confessionele dichter Robert Lowell (1917-1977). De beurt is nu aan haar.

Harvard

Mijn kennismaking met Elizabeth Bishop viel samen met mijn ontmoeting met de toenmalige First Lady van de Verenigde Staten, Barbara Bush. Dat kwam zo. Als biograaf van de Amerikaanse dichter Isabella Gardner (1915-1981) bracht ik een jaar door als ‘visiting scholar’ aan Harvard, het Amerikaanse intellectuele mekka. De eerste zomer van mijn verblijf in Cambridge verbleef ik in Lowell House, waar ik, o toeval, de woonkamer deelde met een Braziliaanse, die onderzoek deed naar een vriendin van Gardner, Elizabeth Bishop (1911-1979). Noch Bishop noch Gardner stonden toen in de belangstelling: ze waren slechts ‘vrouwelijke’ dichters. En in tegenstelling tot Sylvia Plath (1932-1963) of Anne Sexton (1928-1974) — de ‘School of Anguish’ volgens Bishop — leken ze toen niet interessant: ze hadden immers geen einde aan hun leven gemaakt. De aandacht voor Bishop nam echter snel toe en een eerste begin werd die zomer gemaakt, toen Barbara Bush naar Harvard kwam voor een lunch met vrouwen die schreven over vrouwen. Bush – verder vrij saai – was geboeid door Bishop, ook vanwege de inbreng van Brett Millier, die spoedig daarna Elizabeth Bishop: Life and the Memory of It (1993) uitbracht. Deze eerste biografie was de opmaat voor de herwaardering –of beter, opwaardering—van Bishop. Waar ze eerst vooral werd gezien als vriendin van de in Nederland bekende bipolaire confessionele dichter Robert Lowell — telg, inderdaad uit de aristocratische Lowell familie waarnaar mijn verblijf was vernoemd — heeft haar reputatie inmiddels de zijne misschien wel overvleugeld. In Amerika behoort Bishop nu tot het pantheon der dichters, maar in Nederland is ze nog steeds vrij onbekend, ondanks klassieke vertalingen van haar precieze, gelaagde, blijvend intrigerende poëzie door Bernlef, haar poëtische petekind. Recent zijn in de Verenigde Staten, naast honderden artikelen, zelfs twee biografieën over Bishop verschenen: Megan Marshalls A Miracle for Breakfast (2017) en het onderwerp van deze recensie, Love Unknown (2019) door Thomas Travisano, oprichter en president van de Elizabeth Bishop Society, die zijn academische carrière gewijd heeft aan haar leven en werk.

Beginjaren

Bishop publiceerde slechts zo’n honderd gedichten gedurende haar leven, maar won de belangrijkste Amerikaanse literatuurprijzen: de Pulitzer in 1956 en de National Book Award in 1970. De briljante, eigenzinnige criticus Randall Jarrell beschreef haar gedichten als ‘honest, modest, minutely observant, masterly. . . . The poems are like Vuillard or even, sometimes, Vermeer.’ Bishop was overdonderd: ‘It has always been one of my dreams that someday someone would think of Vermeer, without my saying it first’—en voegde er vrolijk aan toe: ‘So now I can think I can die in a fairly peaceful frame of mind any old time.’ Haar leven was tumultueus en tragisch, maar ook gevuld met lust en liefde. Bishops vader stierf toen ze nog maar een paar maanden oud was, een verlies dat haar moeder, de mentaal onstabiele Gertrude Bulmer, nooit te boven kwam. Haar liefhebbende, maar eenvoudige grootouders van moederskant voedden haar op in Great Village, een achtergebleven dorpje in Nova Scotia, Canada, gedurende haar kleuterjaren: Bulmer zelf verbleef vaak in een inrichting. Ze werd voor altijd opgesloten, meestal in afzondering, toen Bishop vijf jaar oud was en Bishop zou haar moeder nooit meer zien. Spoedig daarna besloten haar vaders ouders haar mee te nemen naar Worcester, Massachusetts, en Bishop belandde in een wereld die weliswaar minder primitief, maar tegelijkertijd veel kouder en afstandelijk was. Eenzaam en alleen werd ze geplaagd door vreselijke astma en eczeem; Travisano beargumenteert overtuigend dat deze een psychosomatische oorsprong hadden. Haar conditie verslechterde toen ze—even plotseling—bij een tante en oom werd ondergebracht: op basis van recent ontdekte brieven aan haar analist toont Travisano aan dat deze man haar seksueel misbruikte. Volgens hem leidde dit tot Bishops angst voor de andere sekse; pas na Bishops analyse in 1947 durfde ze mannen te vertrouwen en stond ze open voor Lowell, met wie ze haar hele leven bevriend bleef.

Bewondering

Bishop was gedurende haar jonge jaren echter nauwelijks in contact met mannen gekomen. Na haar ellendige jeugd ging ze op haar zestiende naar een elitaire meisjeskostschool, waar ze opbloeide en verliefd werd. Ze werd alom bewonderd omdat ze slim en gevat was, gegrepen door poëzie, en zelf al verdienstelijk dichtte. Haar literaire carrière nam een vlucht toen ze aan Vassar ging studeren, waar ze onder andere bevriend raakte met Mary McCarthy (1912-1989), die Bishop zou portretteren in haar sensationele, soms sadistische sleutelroman The Group (1963) als de charismatische, mysterieuze leider Lakey—die lesbisch blijkt te zijn. Belangrijker werd haar vriendschap met de bescheiden, maar eigengereide en moralistische Marianne Moore (1887-1972), ongeveer de enige vrouw die was doorgedrongen tot het mannelijk dichtersbolwerk. Moore werd haar mentor en becommentarieerde jarenlang elke punt en komma die Bishop schreef. Zes jaar, nog, na hun eerste ontmoeting, herschreef Moore Bishops gedicht ‘Roosters’ helemaal: haar beschermeling had immers aanstootgevende woorden als ‘water-closet’ gebruikt. (Naïef gaf Moore haar versie de titel ‘The Cock.’) Maar ‘Roosters’ werd de waterscheiding en betekende het einde van de meester-gezel relatie: het verscheen in de originele versie, met ‘water-closet’ en al. Hoewel Bishop lang werd beschouwd als een navolger van Moore, maakt Travisano daar korte metten mee: ‘Moore would prove a masterful handler of the interplay of diverse poetic figures including toads, frigate pelicans, pangolins, and the jerboa, but she tended to avoid the messy actuality of mud. On the other hand, Bishop felt a strong impetus toward the literary exploration of the tattered, the battered, the neglected, and the soiled—elements that she characteristically handled with delicacy.’

Elizabeth Bishop (onderste rij, midden) met jaargenoten van Vassar, het liberal arts college in Poughkeepsie (New York) waar ze onder anderen Mary McCarthy leerde kennen

Bewonderaars

Travisano schildert een gestructureerd, fijngevoelig portret van Bishop. Hij is op zijn best in zijn beschrijvingen van haar werk, dat hij met haar leven verweeft. Gedichten die ik ondoorzichtig vond, zoals het Kafkaëske ‘The Man-Moth,’ over een verzonnen creatie, half man, half mot (gebaseerd op een misprint voor ‘mammoth’) maakt hij doorschijnend, lumineus. Maar mannen wees ze af en een van haar aanbidders pleegde zelfmoord — na haar eerst een postkaartje geschreven te hebben met ‘Go to hell, Elizabeth,’ dat een paar dagen na zijn dood aankwam. Trauma achtervolgde haar. Na haar afstuderen reisde Bishop rond met haar rijke minnares, Louise Crane. In Frankrijk werden ze vergezeld door de schilder Margaret Miller, op wie Bishop al jaren eenzijdig verliefd was. Hun auto slipte en Millers rechterarm werd afgerukt.

Booze

Bishop en Crane gingen samenwonen in Key West, Florida, waar alcohol onderdeel uitmaakte van het dagelijkse sociale leven en evenals, bijvoorbeeld, Ernest Hemingway en Tennessee Williams, dronk Bishop als een vis. Marjorie Stevens (die haar geliefde werd nadat Bishop de polygame Crane in bed had aangetroffen met blueszangeres Billie Holiday) viel voor haar toen ze haar letterlijk uit de goot opraapte: de laveloze dichter was ‘the most beautiful thing she’d ever seen.’ Heel Bishops leven werden vrouwen op slag verliefd op haar, maar zij wilde niet openlijk bekend staan ​​als lesbienne want homoseksualiteit was in de meeste staten van Amerika een misdaad. Haar liefdesgedichten, zoals ‘The Shampoo,’ waren daarom genderneutraal. Het eindigt:

‘The shooting stars in your black hair
in bright formation
are flocking where,
so straight, so soon?
— Come, let me wash it in this big tin basin,
battered and shiny like the moon.’

Brazilië

‘The Shampoo’ was een omsluierde, erotische ode aan de langste liefde van haar leven, de Braziliaanse Lota de Macedo Soares. In 1951, tijdens wat een kort bezoek aan Brazilië zou zijn, reageerde Bishop allergisch op een cashew-vrucht en werd, opgeblazen als een ballon, in huis opgenomen door Soares. Travisano citeert Bishops latere protegé, de dichter Frank Bidart: ‘One morning Elizabeth was in bed and Lota came into her room and asked her to stay with her in Brazil. Elizabeth said yes. She was surprised she had said yes. She liked Lota but she was not in love with her. Over the next few years, she really fell in love with Lota.’ (Marshall gaat overigens gemakkelijker om met de intieme details van Bishops liefdesleven. Zij schrijft: ‘When did they first touch? Perhaps Lota stroked the suffering Elizabeth’s stiff wild hair with its ripples of gray. On the back of a draft of her unfinished story “Homesickness,” Elizabeth scribbled “A love letter,” written at five a.m.; “Lota— (if I may call you so . . ) Come scratch me again! I am madly in love with you.”)’

Bishop en Soares zouden zo’n zestien jaar samenleven in Brazilië. Zoals dat gaat waren de eerste jaren paradijselijk: Soares was rijk, de bedienden talrijk, de flora en fauna, waar Bishop veel inspiratie uitputte, kleurrijk en uitbundig. Amerikaanse vrienden kwamen graag op bezoek en Bishop bleef in contact met hen in haar informele, geestige brieven—vaak een aanloop naar haar perfect uitgebalanceerde gedichten. ‘Dear Isabella,’ schreef Bishop aan Gardner in 1956, ‘I found your letter about the P P [Pulitzer] in my mail box yesterday and I was awfully pleased that you wrote. I feel rather embarrassed by this business; surely it’s never been given to anyone for such a miserable quantity of work before. It was rather nice to receive it here, though, I must confess, because it is so well-known and now I don’t have to convince my Brazilian friends personally any more that I really do write poetry sometimes! – They make much more of “literary honors” than we do, and we’ve had a lof of fun here.’ Bishops roem had zelfs Worcester bereikt, waar haar tante Florence in een interview aan de plaatselijke kranten zei dat ‘lots and lots of people don’t like her poetry, of course.’

Toen Soares opgeslokt werd door een belangrijke maar politiek gevoelige functie als architect van een groot stadspark in Rio, een baan waar zij zich moest bewijzen als vrouw in een machismo wereld, verslechterde hun verhouding. Bishop voelde zich verwaarloosd, begon weer te drinken, en kon weinig meer goed doen in de ogen van haar hardwerkende partner. Bishop ontvluchtte haar door een tijdelijke baan aan te nemen in Amerika en had daar een affaire met een veel jongere, zwangere vrouw, Roxanne Cumming. (In de Millier biografie overigens nog onder het pseudoniem Suzanne Bowen.) Na Bishops terugkomst vond Soares, toch al onstabiel door de stress van haar baan, Cummings brieven en ontstak in jaloezie. Soares’ gezondheid verslechterde zodanig snel dat haar analist een tijdelijke scheiding aanraadde, en Bishop reisde weer af naar haar geboorteland. Soares volgde haar en nam een overdosis in Bishops appartement. Was dit opzet? Travisano weet het antwoord niet, maar fijngevoelig als hij schrijft word je door hem meegenomen in de hartverscheurende tragiek van hun relatie. Soares’ familie en vrienden in Brazilië waren wel zeker van het antwoord: de Amerikaanse vreemdelinge was de oorzaak van Soares’ dood. Bishop verliet Brazilië, eens het land van haar dromen, van haar ‘immodest demands for a different world, / and a better life.’ (‘Arrival in Santos’)

Elizabeth Bishop in 1964

Harvard

In 1970 keerde Bishop terug naar Amerika en werd docent aan Harvard University, de eerste vrouwelijke dichter ooit bij naam genoemd in de studiegids. Niet dat Bishop bekend wilde staan als ‘vrouwelijke dichter,’ want segregatie zou volgens haar de acceptatie van vrouwen alleen maar vertragen. Zij weigerde daarom te verschijnen in een bloemlezing getiteld Women Poets in English. ‘Why not Men Poets in English? Don’t you see how silly it is?’ schreef ze aan de samensteller May Swenson (1913-1989). ‘I don’t like things compartmentalized like that. . . . I like black & white, yellow & red, young & old, rich and poor, and male & female, all mixed up.’ Van radicaal feminisme en expliciet beschreven lesbische liefde, zoals gepredikt in de polemische gedichten van Adrienne Rich (1929-2012) moest de discrete, gevoelige Bishop al helemaal niets hebben. Maar nadat ze in Kirkland House (op nog geen 500 meter van Lowell House) haar laatste liefde, de dertig jaar jongere Alice Methfessel, had ontmoet, werden haar gedichten opener. Vorm maakt vrij en de strikte beperkingen van de villanelle leidden tot haar meest bekende gedicht ‘One Art.’ Wanhopig na een breuk met Methfessel die, ook vanwege Bishops alcoholisme, zich had verloofd met een man schreef ze:

—Even losing you (the joking voice, a gesture
I love) I shan’t have lied. It’s evident
the art of losing’s not too hard to master
though it may look like (Write it!) like disaster.

‘One Art’ hielp de geliefden weer bij elkaar te brengen en Methfessel bleef Bishops minnares en partner tot Bishop stierf.

Sinds de lunch met Barbara Bush ben ik Bishop blijven volgen en veel van de feiten van haar leven waren me bekend door de eerdere biografieën. Maar Travisano (die ik, ik geef het toe, eveneens ooit heb ontmoet) is er toch in geslaagd mij te boeien en te ontroeren. Hij blaast zowel Bishops werelden als —vooral—haar poëzie nieuw leven in op een manier die aan Bishops eigen gedichten doet denken: bescheiden, ingetogen, nauwkeurig observerend en beschrijvend. Bishop schreef dat de ‘best way to understand Shelley is to read a part of his biography and then read his poems that were written during the same period of his life.’ Travisano vond de beste manier om Bishop te begrijpen.

Love Unknown: The Life and Worlds of Elizabeth Bishop
Thomas Travisano
Viking
ISBN 9781984842480
Verschenen in November 2019

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 29,00)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 14,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 34,99)

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here