Tennessee Williams, de geschiedenis van een biografie

Tennessee Williams

Lyle Leverich was een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Hij was mislukt als schrijver, journalist, vertegenwoordiger in encyclopedieën en boekverkoper voordat hij als theaterproducent een bestaan probeerde op te bouwen. In die rol leerde hij in 1976 Tennessee Williams kennen. Leverich bracht in een obscuur theater in San Francisco The Two Character Play op te planken, een stuk dat in de pers was afgekraakt, zoals al het latere werk van Williams in de ogen van de dames en heren critici geen genade kon vinden. Volgens hen was de auteur van A streetcar Named Desire, Cat On A Hot Tin Roof en Suddenly, Last Summer onmiskenbaar op zijn retour. Drank en drugs hadden hem gesloopt, hoezeer hij in de David Frost Show met lallende tong ook beweerde zijn verslavingen te hebben afgezworen.
Leverich deelde niet in de algemene mineurstemming over het vergooide talent van Williams. Hij vond The Two Character Play onbegrepen en voerde het beurtelings op met The Glass Menagerie, het stuk waarmee Williams in 1945 was doorgebroken. Williams bezocht Leverich tijdens de repetities in San Francisco en vertelde honderduit over zijn gemankeerde jeugd: de alcoholische vader met de losse handjes, de dominante en puriteinse moeder, de schizofrene oudere zus, die op last van de ouders een lobotomie onderging – een beslissing die Thomas Lanier Williams, zoals hij in werkelijkheid heette, hen nooit vergeven heeft. Ook voor de ontboezemingen over zijn seksuele geaardheid vond hij bij Leverich een gehoor. Beide mannen waren homoseksueel. Leverich, die nog nooit een boek geschreven had, werd door Williams als zijn biograaf aangewezen en gaf hem toestemming zijn privéarchief te raadplegen. “Baby, you gonna write it.”

Mary St. Just was een immigrante van Russische afkomst, op 6 juli 1921 geboren als Maria Britnev in St. Petersburg. Ze was actrice en een vertrouwelinge van John Gielgud toen ze Tennessee Williams in 1948 ontmoette. In 1956 huwde ze Peter Grenfell, Lord St. Just. Haar prestaties op het toneel lieten volgens Milton Shulman nogal te wensen over. “She was too much a fantasist offstage to be a fantasist on stage.” Haar verleden als wit-Russische vluchtelinge van aristocratische komaf wier vader door de Bolsjewieken in 1922 werd vermoord, had ze bij elkaar verzonnen. (Die vader was in feite een enthousiast aanhanger van de Oktoberrevolutie maar werd in de jaren dertig een slachtoffer van Stalin’s krankzinnige zuiveringen, blauw bloed had ze niet). Britnev klampte zich vast aan Williams en hij, gecharmeerd van haar tragische levensverhaal, liet zich de aandacht welgevallen. Een tragikomische verhouding volgens Gore Vidal. “She always had to have some adored figure whom she was fiercely loyal to, even when the great figure did not need loyalty, much less fierce loyalty.” Deze vrouw stelde Williams als curator aan van het fonds die hij voor zijn zus in het leven had geroepen. “It gave her something to do, which was very sweet of Tennessee. She had no purpose in life,” aldus dezelfde Vidal.

De taakomschrijving bij het curatorschap vatte ze nogal ruim op. Na de onfortuinlijke dood van Williams op 25 februari 1983 ontpopte Mary St. Just zich als een furieuze waakhond over zijn literaire nalatenschap, wat onder meer inhield dat ze Lyle Leverich het citaatrecht en de toegang tot het privéarchief onthield die hem door Williams in twee geautoriseerde documenten waren toegekend. Leverich kwam in een juridisch mijnenveld terecht, leed aan depressies en dreigde failliet te gaan voordat hij in 1995, een jaar na de dood van Mary St. Just, het eerste deel van zijn biografie van Tennessee Williams kon publiceren. De recensenten waren enthousiast. De voltooiing van het tweede deel was Leverich, die in 1999 overleed, niet gegeven. John Lahr, toneelcriticus voor The New Yorker, nam de fakkel van hem over. Hij buigt zich in het tweede deel over de periode 1945-1983 in het leven van Williams, toen alles nog moest beginnen: het succes van A streetcar Named Desire, de filmadaptie door Elia Kazan, maar ook de jaren van het verval, die van de drank en drugs. Dat tweede deel ligt er nu.

Tennessee Williams. Mad Pilgrimage of the Flesh
John Lahr
WW Norton & Co
ISBN 9780393021240
Verschenen september 2014

Bestelinformatie

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 31,99)
Bestel hier als ebook bij bol.com (€ 19,99)

Reviews

Eben Shapiro in The Wall Street Journal
Chris Jones in The Chicago Tribune
Jennifer Schuessler in The New York Times
Charles McNulty in LA Times

Links

John Lahr over Mary St. Just in The New Yorker
Interview met John Lahr in The Independent

Gerelateerde berichten

Olivia Laing en de alcoholische schrijver

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here