Willem Wilmink op de sofa. De biografie in psychoanalyse

Willem Wilmink (rechts) met Joke van Leeuwen en Max Velthuijs bij de uitreiking van de Goudn Griffel in 1986
© Anefo / Roland Gerrits (cc0)

De literaire stichting Perdu organiseert in samenwerking met de stichting Breukvlakken – die als doel heeft het freudiaanse gedachtegoed levend te houden – een serie avonden waarin biografieën aanleiding zijn om te psychologiseren. In eerdere afleveringen is in het kleine theater aan de Kloveniersburgwal gesproken over Gisèle van Waterschoot van der Gracht en Andreas Burnier. Op 31 maart is de beurt aan Fritzi Harmsen van Beek.

Dinsdagavond 11 februari 2020 praten biograaf Elsbeth Etty en psychiater Greet Kuipers in de zaal van Perdu aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam over schrijver, dichter en zanger Willem Wilmink. De avond wordt geleid door biograaf (van onder anderen Fritzi Harmsen van Beek), neerlandica en literatuurwetenschapper Maaike Meijer. Ondanks de afwezigheid van psychiater Greet Kuipers, de storm zorgt nog steeds voor problemen op het spoor, gaat de avond voortvarend van start.

We kijken eerst naar tv-beelden van een interview, een jaar voordat Wilmink overleed. Hij praat over zijn gedicht Een foto, over de razzia op het Jonas Daniel Meijerplein. Over het antisemitisme vlak na de oorlog dat hij verklaart door te stellen dat de mens ‘degenen haat bij wie hij in schuld staat’.
Maar hij vertelt ook over de mooie kanten van de oorlog, over de verhalen die werden verteld toen hij in 1943 als kind in de schuilkelder zat te wachten tot de bombardementen voorbij waren.
Ten slotte zien we Willem vertellen over zijn bekendste lied, Freekie . Over hoe hij in een Amsterdamse kroeg werd aangesproken door een grote man met matje. Wil je wat van me drinken?, vroeg die. Dat zo’n rauwdouwer hèm iets te drinken aanbood omdat hij een liedje had geschreven over een jongen die er niet bij hoorde. ‘Kunst is een hap suiker bij de levertraan.’
Elsbeth Etty, die niet alleen de biografie van Wilmink maar ook die van Henriette Roland Holst schreef, doet een anamnese. Met anekdotes en citaten uit haar biografie en de research die ze daarvoor deed, schetst ze een beeld van Wilminks persoonlijkheid. Tientallen bronnen bevestigen het kinderlijke gedrag van Wilmink.

Het duurde lang voordat Willem verkering kreeg. Hij was vaak verliefd maar werd even vaak afgewezen.

Willem was wel een lieve vader, maar alleen als het hem uitkwam. Met zijn eerste vrouw Noortje kreeg hij twee kinderen, maar vanwege zijn gedrag – hij vond dat zij vooral voor hem moest zorgen, hij dronk te veel en zaaide onrust en angst met zijn driftbuien – eindigde dat eerste huwelijk in een echtscheiding. Daarna liep zijn gedrag helemaal gierend uit de bocht, ondanks dat hij het voor elkaar had gekregen bij zijn ex-schoonouders in te trekken. Er werd Oxazepam in zijn bier gedaan om hem rustig te krijgen en te houden.

Een jaar na de scheiding ontmoet hij de twintig jaar jongere vrouw van zijn leven, Wopke. Zij zorgt dat het hem aan niets zal ontbreken. Hij is gelukkig maar dat betekent niet dat zijn gedrag er heel erg op vooruit gaat. In zijn hoofd wordt hij nooit ouder dan 11, de leeftijd van Kees de Jongen. Hij wil dat ook niet echt. Denken als een kind, het is zijn poëtisch kapitaal.

Psychobiografie

Volgens Elsbeth Etty heerst er een taboe op een psychologiserende biografie. Hella Haasse schreef echter jaren geleden al dat er vanaf de jaren twintig een nieuwe loot aan de boom der levensbeschrijvingen verschijnt, de psychobiografie.

Die ‘wil onder meer aantonen dat een schijnbaar organisch gebrek in werkelijkheid een signaal is, een neurose, dat wil zeggen: niet zozeer een toevallige onregelmatigheid, een aandoening van het gestel, alswel een evenwichtsstoornis van het gevoel en het instinct, ontstaan in de periode waarin de persoonlijkheid werd gevormd.’ Literaire biografieën zijn volgens Haasse ook vaak onderzoeken naar de kernsituatie waar alles uit voort komt.

De alsnog gearriveerde Greet Kuipers, psychiater en psychoanalytisch therapeut gespecialiseerd in eetstoornissen, schrijft romans onder haar pseudoniem Minke Douwesz, gepubliceerd bij Van Oorschot. Het is jammer dat ze de door Elsbeth Etty opgeworpen kapstok van de psychobiografie ongebruikt laat. Als iemand kan weten van neurosen, de manier van ontstaan en de rijkdom aan creativiteit die traumatische gebeurtenissen in je jeugd kunnen voortbrengen, is het wel de psychiater.

Kuipers begint haar verhaal met te stellen dat haar beroepsethiek maakt dat ze geen beroepsmatig oordeel over Wilmink kan geven, ze heeft hem zelf nooit gesproken. Ze kent Wilmink vooral uit haar jeugd en kijkt na het lezen van de biografie met andere ogen naar de Stratenmaker op zeeshow. Zat in de Deftige dame Wilminks moeder? Bedacht hij het personage Erik Engerd om vorm te geven aan de angst niet serieus te worden genomen?

En waar al die angsten vandaan kwamen, die neurosen en het gevoel altijd tekort te schieten? Natuurlijk gedeeltelijk uit opgroeien in de oorlog. Een klein kind heeft niks aan angstige ouders. De psychiater mist informatie over de moeder en vraagt zich af waarom die zo weinig in de biografie voor komt. Het enige dat Kuipers weet is dat Wilmink niet met haar overweg kon. Dat ze in armoede opgroeide en wilde dat haar man en kinderen dat niet hoefden mee te maken. Wilminks vader werkte als calculator in een textielfabriek, was voor de kleine Willem zijn beste vriend maar overleed vroeg.

Faalangst werd door de ouders gevoed. Willem moest studeren. Het afgewezen kind dat zich altijd 11 voelde, ontstond volgens de psychiater jonger. Al toen hij drie of vier was. Buikpijn, zelfontkenning, gemankeerd zelfgevoel wijzen daar op. Willem kreeg vaak bijles, vader gaf school de schuld van de slechte prestaties, Willem werd vaak thuis gehouden. Toch gaat hij door, volgt een studie Nederlands. Maar ook dan al verzucht hij met grote regelmaat: verwacht toch niet zoveel van me.

Thuis wordt de schijn hooggehouden. Het gezin Wilmink woont in een villa, later blijkt die gevuld met het meubilair van de fabriek. Vader heeft gefraudeerd en wordt ontslagen.

Autistisch

Zijn tweede vrouw Wopke vond Willem autistisch, hij beschreef zichzelf op later leeftijd ook zo. Kuipers ageert daartegen. Tegenwoordig is alles autisme, je hebt ook nog de ouderwetse dwangneurose. Het was een tijd en een omgeving waar niemand deed aan mentaliseren, aan nadenken over gevoelens. Er hoeven geen traumatische dingen gebeurd te zijn om neurosen te ontwikkelen. Het N-woord is niet gevallen, stelt de psychiater later op de avond. Het zou ook narcisme kunnen zijn, gevoed door de rivaliteit tussen Willem en zijn moeder die strijden om de erkenning en liefde van vader. Wilmink leek op zijn moeder, weet Elsbeth Etty uit de verhalen. De reden voor hun slechte verstandhouding was dat hij bij zijn moeder niet zijn eigen slechte eigenschappen wilde zien.

Waartoe zijn wij op aarde? Om er een mooi verhaal van te maken. Een uitspraak van Wilmink. Het gesprek tussen de biograaf en de psychiater komt ondanks verwoede pogingen van gespreksleider Meijer niet echt op gang. Biograaf Etty brengt veel anekdotes, psychiater Kuipers blijft voorzichtig. Vragen uit het publiek leveren niet echt nieuwe inzichten of antwoorden op.

Een conclusie valt er wel te trekken. Beantwoorde liefde is niet genoeg voor iemand die een verwrongen zelfbeeld heeft. Psychoanalyse had dingen opgelost, het is volgens Kuipers een gemiste kans voor Wilmink geweest dat hij die weigerde. Niet alleen voor hemzelf maar vooral ook voor zijn directe omgeving, zijn kinderen. Ischa Meijer heeft immers veel baat gehad bij langdurige analyse. Elsbeth Etty denkt dat het Wilmink ook had kunnen helpen. Maar Wilmink wilde niet. Hij bleef liever het jongetje: om zingend,rijmend en vloekend zijn eigen weg te gaan.

31 maart de volgende aflevering: Fritzi Harmsen van Beek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here