Gisèle, de ontleding van een mythe

“A gifted woman of class has the obligation to play another part in this modern world than merely to try to be personally contented and have “a nice time.”

Dat schrijft vader Willem van Waterschoot van der Gracht aan zijn 17-jarige dochter Gisèle, die haar puberteit op het familiekasteel in het Oostenrijkse Hainfeld doorbrengt. Annet Mooij laat in haar biografie De eeuw van Gisèle. Mythe en werkelijkheid van een kunstenares zien dat hij in eerste instantie helemaal niet, maar uiteindelijk behoorlijk, met die adellijke boodschap tot zijn jongste dochter is doorgedrongen.
Gisèle wordt na de eerste idyllische levensjaren op datzelfde kasteel vanaf haar tiende grootgebracht op kostscholen. Katholieke ‘Sacred Heart’ internaten in de Verenigde Staten bezoekt ze, omdat haar vader in de razendsnel groeiende Amerikaanse olie-industrie werkt. Het leven aan de andere kant van de oceaan staat in groot contrast met dat op het Oostenrijkse kasteel, waar ze op handen wordt gedragen.
Op kostschool is ze een nummer in dienst van God, wordt ook echt met een getal aangesproken, om te zorgen dat ze zich niet te veel gaat verbeelden. Na de dood van haar broer Walter, omgekomen bij een tragisch jachtongeluk, schrijft hun vader Willem een brief aan zijn vrouw. Hij maakt zich zorgen dat zijn andere kinderen tot ongelovigen zullen worden:

”Het zou de grootste slag zijn voor mij, erger dan Wally’s heengaan, omdat ik hem bezorgd weet. Waren wij maar nooit naar dit land gekomen, waar geen gezinsleven mogelijk is en men zelfs in de z.g. Roomsche scholen de kinderen zo weinig godsdienst weet bij te brengen.”

Gisèle doet daarna jarenlang alles wat God verboden heeft, om uiteindelijk aan het eind van haar lange leven toch weer in de katholieke moederschoot terug te keren. De biograaf laat subtiel weten daar enige moeite mee te hebben. Niet met die terugkeer maar wel met het Katholieke Geloof.
Een fijne, licht cynische ondertoon sijpelt door in het stuk over hoe katholiek de familie moest zijn. De beschrijving van het voorgenomen huwelijk van slotheer Heinz en Cleo Freiin Sessler von Herzinger (op dat moment ongehuwd samenwonend) geeft een mooie inkijk in het leven van de verarmde adel in Oostenrijk. ”Niet-katholieken ontging sowieso de hele zaak, wie wel katholiek was moest over de situatie worden ingelicht. Voor geloofsgenoten die liever niet op Hainfeld wensten te komen, moest men uiteraard begrip opbrengen.”

Met een fileermes ontleedt Annet Mooij alle lagen van het leven van de eeuwig jonge freule, die in een poging haar ziel te bewaren weer naar Hainfeld is verplaatst. Mooij schrijft trefzeker over de affaire die Gisèle op jonge leeftijd heeft met haar oom Erwin, een neef van haar moeder.
Deze ‘Onkel Stumpferl’ gaat met haar jagen en skiën en ze krijgen een verhouding, die Mooij zonder omwegen beschrijft, waarna ze opmerkt:

”De vraag of Gisèle de regie in handen had of slachtoffer was laat zich op diverse punten in haar leven niet eenduidig beantwoorden.”

Hiermee laat ze als biograaf zien dat ze de buitengewoon positief gekleurde beschrijving van haar leven door Gisèle zelf niet voor zoete koek heeft geslikt.

Wandtapijt van Gisèle van Waterschoot van der Gracht
Wandtapijt van Gisèle van Waterschoot van der Gracht © Harry Pot / Anefo Bron: Nationaal Archief (CC0 1.0 )

Parijs

De familie ziet het allemaal gebeuren en besluit dat de jonge Gisèle dan maar naar Parijs moet om uit de handen van haar liefhebbende oom te blijven. Daar begaat ze de ene na de andere doodzonde, maar hoeft nooit te vrezen dat haar ouders haar laten vallen. “Ook in dit opzicht waren Willem en Josephine typische katholieken,” schrijft Mooij: “Mensen met het vermogen fricties tussen norm en werkelijkheid tot op grote hoogte te negeren.”
Dat is helder en duidelijk stelling nemen, ik hou ervan. Ik hou ook van de droge humor die tussen de regels doorsijpelt. Na de beschrijving van de relatie die Gisèle had met Dario Simoni, een jonge Italiaan van goede komaf, schrijft Mooij: ”Zo verdween Dario geruisloos uit haar leven- en in een moeite door ook uit haar biografie.”

Uiteindelijk strijkt het gezin weer in Nederland neer en daar leeft Gisèle tussen de kunstenaars en schrijvers, rolt van de ene affaire in de andere. In een ménage à trois met kunstenaar Joep Nicolas en zijn vrouw Suzanne Nijs leert ze ondertussen ook het ambacht van glas-in-lood zetten. In Bergen, waar haar vader een huis heeft gekocht, maakt ze kennis met Jany Roland Holst en Victor van Vriesland. Ze leeft een mondain leven, gaat vaak op reis, heeft familie in New York en ze is ambitieus. Alleen het worden van een keurige katholieke jongedame wil niet erg lukken.

(Ge)Frommel

Dan verschijnt Erwin Frommel op het toneel en lezen we uitgebreid over de totstandkoming van Castrum Peregrini, een woongemeenschap met mythische proporties, waar de biograaf vakkundig de lucht uit laat lopen.
Ook hier hanteert Annet Mooij met verve het fileermes. De kopie van de cultus rond de Duitse dichter Stefan George in Heidelberg die Frommel in het huis van Gisèle aan de Amsterdamse Herengracht probeert te maken, beschrijft ze kalm, feitelijk en ondersteund door de juiste hoeveelheid informatie uit de verschillende bronnen.
Dichter en schrijver E. du Perron woonde in 1939 een lezing van de ‘dichterlijke profeet’ bij en bestempelt als een van de weinige getuigen Frommels werk- en leefwijze als kwalijk. “Al was George een begaafd dichter, literair of poëtisch talent was nog geen vrijbrief voor ‘zooveel georganiseerde kulkoek’.” Het was allemaal niet zo verheven als de mannen van Castrum het graag wilden doen lijken. Seksueel misbruik onder de noemer van ‘opvoeding in dichterlijke broederschap’, we lezen een halve eeuw later de ingezonden brieven in het Parool van mannen die nog steeds proberen gehoord te worden. Het wordt door de biograaf allemaal benoemd maar verder niet uitgebreid uitgewerkt. Alleen al het benoemen is erkenning. Deze biografie is geschreven in opdracht van Castrum Peregrini, zo vertelt Annet Mooij in deze video , opgenomen op de plek des (on)heils.

Mythe

De zorgvuldig opgebouwde mythe rond Castrum Peregrini had ook de bedoelde uitwerking op mij, totdat ik deze biografie las. Ik stond, zonder iets te weten van de werkelijke gang van zaken in het huis aan de Herengracht, buitengewoon positief tegenover de gemeenschap van kunstenaars, die ook nog een toevluchtsoord voor joden was geweest in de Tweede Wereldoorlog. En dat allemaal mogelijk gemaakt door een onbaatzuchtige en kunstzinnige vrouw, bijna zelf een kunstwerk, met veel geld. Te mooi om waar te zijn. En dat is het dan ook, blijkt uit de biografie die Annet Mooij heeft geschreven. “Het is de tragiek van Castrum dat het als opleidingsinstituut, alle kennis en rijkdom ten spijt, slechts opleidde tot epigonendom.”

Gisèle is oud geworden, honderd en een half jaar, en met deze biografie krijgt ze de erkenning die ze in haar eigen huis vaak moest ontberen. Hoe en waarom, lees dat vooral zelf. Ook de informatie over het huwelijk van Gisèle met de Amsterdamse oud-burgemeester Arnold d’Ailly en het effect op Castrum Peregrini is fascinerend leesvoer. Annet Mooij heeft het allemaal zonder effectbejag, maar wel vanuit een duidelijk perspectief, buitengewoon boeiend opgeschreven.

De eeuw van Gisele. Mythe en werkelijkheid van een kunstenares
Annet Mooij
De Bezige Bij
ISBN 9789403118505
Verschenen september 2018

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 34,99)

Koop bij bol.comBestel als hardcover bij bol.com (€ 34,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 12,99)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here