Op zoek naar de kern van Isidore Snapper

Isidore Snapper biografie
Fotograaf: Jacob Merkelbach

Direct aan het begin, in de korte inleiding al, haalt Arie Borghout, de schrijver van Heer en Meester aan het Ziekbed – Leven en werk van Isidore Snapper (1889-1973). Internist, de historicus Jan Romein aan over wat de taak van een biograaf zou moeten zijn:

“De mens weer te geven te midden van de omstandigheden van zijn tijd en te tonen in hoeverre zij hem tegenstreefden, in hoe verre zij hem begunstigde, hoe de mens daaraan zijn beschouwing over wereld en leven ontleende en hoe hij deze naar buiten afspiegelde” om uiteindelijk door te dringen tot de kern: “Zo, ja zo en niet anders was de kern van deze man, zo moet hij geweest zijn.”

Heerlijk ouderwets, Romein, en een tijdgenoot van Snapper. Met een stevige opdracht die biografen soms nogal omzeilen. Borghout doet dat niet. Na dagen lezen, spitten en heen en weer bladeren, de wat rare stijve foto’s en zelfs landkaarten bekijken, dacht deze lezer: Missie geslaagd. Geheel en al. Toch?

Van zeker een kwart van de inhoud begreep ik weinig, soms bijna niets, maar het zag er heel goed uit, gedegen; al die Latijnse namen, de symptomen, de ontdekkingen en doorbraken en voor die tijd nieuwe behandelingsmethoden. Deze biografie is door een vakman voor vakgenoten geschreven.

Laat dat vooral de pret niet drukken voor de lezer die net als ik een leek is op medisch gebied. Boeiend materiaal is het, uit spannende tijden over een bijzondere, wat arrogante, eigengerechtige, zelfs bij tijden opportunistische regelneef. Een man die ook een begaafd docent was en een briljant wetenschappelijk onderzoeker met een fabelachtige kennis en geheugen.

Door het volk, ondanks zijn regelmatige verschijning als arbiter op het voetbalveld, al snel vergeten, maar door vakgenoten nooit. Niet hier of in de Verenigde Staten. Twee van zijn boeken zijn nog steeds geliefd leesmateriaal en waren jaren lang, heel soms nu nog, onderdeel van de les aan medische faculteiten.

De vroege jaren

Isidore Snapper – geboren in Amsterdam, hartje Joodse buurt, vader was een diamantslijper – begint al op op zijn 16e aan zijn medische studies in zijn geboortestad.
Hij wil aanvankelijk chirurg worden, dat vind hij stoer, maar tot zijn woede stuurt zijn chef hem het laboratorium in. Dat wil hij niet, dus stapt hij na zes maanden op en besluit om dan maar aan de Universiteit van Groningen internist te worden.
Daar leert hij vooral om naar de patiënt in zijn geheel te kijken. Neem naast een zorgvuldig lichamelijk onderzoek, een grondige achtergrondsgeschiedenis op met aandacht voor sociale omstandigheden en milieu. De holistische benadering.

Op 30-jarige leeftijd al wordt hij benoemd tot hoogleraar interne geneeskunde in Amsterdam. In zijn inaugurele rede ‘Voor- en nadeelen van nieuwe stroomingen in laboratorium en kliniek’ gaat hij voort op de weg van de brede benadering. Hij doet er zelfs nog een schepje bovenop met een vurig pleidooi voor de interactie tussen biochemisch laboratoriumonderzoek en ziekbedgeneeskunde.

Volgens Snapper dienen dokters door ervaren leermeesters áán het ziekbed opgeleid en geschoold te worden in de ‘klinische blik’, de kunst van het integreren van kennen en herkennen. Dat is voor hem het onmisbare instrument van elke arts om tot de juiste diagnose te komen. Heel gewoon voor vandaag de dag maar in de jaren tussen de twee wereldoorlogen een nieuwe benadering en doorbraak.

Scheidsrechter

In deze periode meldt Snapper zich ook, na de regels nauwkeurig te hebben bestudeerd, bij de Nederlandse voetbalbond aan als scheidsrechter. Het begint met studentenvoetbal maar binnen een jaar fluit hij al wedstrijden in de eerste klasse. In Ajax Nieuws werd met bewondering geschreven over de “ongeëvenaarde prestatie van een professor die ging scheidsrechteren en het klaarspeelde in één seizoen naar de hoogste trede van de scheidsrechterladder te klimmen”..
Borghout noemt deze kant van Snapper een soort ‘anti-intellectuele intellectuele’ beslissing en vermoedelijk ook een behoefte om in het weekend nog wat macht uit te oefenen. Snapper ten voeten uit.
Het is een tijdverdrijf waarvoor hij wel een prijs moet betalen; incasseren van kritiek van de voetbalpers en, zoals het in de voetbalwereld van toen ook al ging, geweld en bedreiging van fans die hem zelfs een keer een buil op het hoofd slaan omdat ze het niet eens zijn met zijn beslissingen.
Lessen in nederigheid noemen familieleden jaren later zijn liefde voor voetbal en de fluit. Zijn eigen maatregel om te zorgen dat hij niet te arrogant wordt.
Op 8 september 1923, ter gelegenheid van het 25-jarige jubileum van koningin Wilhelmina fluit hij de wedstrijd Amsterdam-Groningen. Een hoogtepunt. Hij scheidsrechtert ook in het buitenland en haalt daarmee regelmatig de kranten. Liefst combineert hij deze wedstrijdreizen met consulten, wetenschappelijke voordrachten en kliniekbezoek in het gastland.

Isidore Snapper
Portret van Isidore Snapper uit 1937 (fragment), geschilderd door Louis Jacques Goudman

Als professor is Snapper ouderwets en autoritair. Tijdens de ‘grote visites’ door de ziekenzalen met zijn studenten en artsen en bij besprekingen over bepaalde gevallen, gaat hij er vanuit dat hij altijd gelijk heeft, tot vele ruzies aan toe. Botsingen die hij meestal later, met zijn bepaalde charme, weer goed maakt. Zijn colleges aan de Gemeentelijke Universiteit zijn boeiend en razend populair. Ook over de grenzen wordt hij een veelgevraagde gastdocent en deelnemer aan internationale conferenties. Snapper maakt naam en beweegt in de hoogste kringen.

Tijd in China

Inmiddels is hij getrouwd met Hetty van Buuren, ze krijgen drie kinderen. Aan hun Joods zijn hechten de Snappers niet echt maar na de Anschluss van Oostenrijk in 1938 ziet Isidore donkere wolken boven Europa hangen. Ook zijn tomeloze ambitie spoort hem aan, hij wil weg. Eerst probeert hij de Verenigde Staten, maar die willen hem niet – het groeiend antisemitisme daar is waarschijnlijk de reden dat geen Amerikaanse universiteit hem een aanstelling wilde geven.
Dan maar naar China. Via de Rockefeller Foundation wordt Snapper benoemd als hoogleraar interne geneeskunde aan het Peking Union Medical College. Nederland reageert ontsteld op zijn mogelijk vertrek. Geen Snapper meer, dat is ondenkbaar. Grote koppen in De Telegraaf en andere kranten maken luid bezwaar tegen zijn vertrek. Snapper biedt zijn ontslag aan maar trekt het weer in wanneer de curatoren van de Universiteit van Amsterdam hem morrend een jaar onbetaald verlof geven, met het idee dat hij dan wel terug móét komen.

In februari 1939 komt het echtpaar Snapper na een door Isidore zelfgekozen en geplande, dure omweg via New York en Vancouver van vijftig dagen, in Peking aan. Bijna onmiddellijk krijgt Snapper ruzie met de financieel administrateur die de extra financiële compensatie (en ook de niet gewerkte dagen) niet wil vergoeden. De directe Trans-Siberische route was immers een stuk korter en veel goedkoper. Na een heftige en uitgerekte briefwisseling wint Snapper toch. Alles wordt volledig uitbetaald. “Maar de toon was gezet. Hij liet niet met zich sollen. Wie dachten ze wel dat hij was?”

In het Amerikaans georiënteerde opleidingsziekenhuis in Peking, met zijn researchprogramma en up to date laboratorium, voelt Snapper zich helemaal thuis. Voor de traditionele Chinese geneeskunde toont hij grote belangstelling omdat ook die zich richt op de gehele mens en zijn omgeving. Dit levert een zeer succesvol boek op; Chinese Lessons to Western Medicine, meer gericht op zijn persoonlijke ervaringen dan op de Chinese heelkunde als zulks.
Met de traditionele geneeskunde van yin yang-dualisme, acupunctuur en moxakruid branden heeft Snapper namelijk niet zoveel op, het wordt eigenlijk alleen maar genoemd als het uitoefenen van zijn eigen interne geneeskunde in de weg staat. Voeding, vitaminegebrek, infectiezieken, hoge bloeddruk, bloedarmoede en opiumverslaving interesseren hem meer. Het is, volgens Berghout, en vele anderen met hem, een zeer boeiend boek. Snapper gaf leerstof een gezicht.

Lang duurt deze periode in Peking niet. China was bezet door Japan en na de aanval op Pearl Harbor in 1941 wordt Snapper opgepakt en geïnterneerd. Na acht maanden wordt hij, onder andere door bemiddeling van de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken, geruild tegen zeven Japanse diplomaten die in Australië vastzaten – en komt met allerlei omwegen en touwtrekkerij met zijn vrouw alsnog in Amerika terecht.

Biograaf Borghout wijdt vijf korte hoofdstukken aan dit verblijf in China. Het is het meest interessante gedeelte in het boek dat veel over het tijdperk maar vooral over Snapper en zijn aard vertelt.

Mount Sinai Hospital
Mount Sinai Hospital, New York City

Vestiging in Amerika

Na een moeilijk en stormachtig begin en verschillende banen bij verschillende instanties en de gebruikelijke botsingen en ruzies, vestigt hij zich in New York
Hij wordt hoofd van de tweede interne kliniek van het befaamde Mount Sinai Hospital en clinical professor of medicine aan het Columbia College of Physicians and Surgeons van de New Yorkse Columbia University waarmee het ziekenhuis geaffilieerd was. Borghout schrijft uitgebreid over deze jaren, over de successen, het kabaal en de doorbraken – en over Snappers steeds maar groeiende ego. Over beroemdheden als Edith Piaf, Marlene Dietrich en Anton Philips die op het spreekuur bij hem langskwamen.

Ook komen Snappers vele handboeken en de talloze publicaties op zijn naam aan de orde. In 1960 verschijnt zijn standaardwerk, de klassieker Bedside medicine, waarover Alvin Kahn, medeauteur met een knipoog zegt: “I can tell you one thing. It was the most frequently stolen book from medical libraries.”

Tekenend zijn de woorden van toenmalige recensent J.R. Bianchine in het Journal of Chronic Diseases in 1968:

“Here is a textbook of medicine that is a pleasure to read, instead of being pure work. This text has style, personality, historical perspective, personal opinions, brief case histories. Further it is of manageable size. By contrast many of the leading internal medicine texts are tedious impersonal and too heavy to hold, much less carry.”

Aan Snappers sterfbed in 1973 zit ook zijn neef, de dichter Leo Vroman, die zijn laatste woorden opschrijft: “Wat ben ik stom geweest.” Waarover is niet duidelijk.

Duidelijker zijn Arie Berghouts slotwoorden over de Heer en Meester:

“Snapper zag de patiënt als één geheel omdat hij de samenhang zag en wílde zien in de symptomen en verschijnselen bij de patiënten die zich aan hem presenteerden. Juist in deze tijd van superspecialisatie, versnippering en het terugtrekken achter de eigen professionele dijken, lijkt er meer dan ooit behoefte te zijn aan medici die in staat zijn overzicht te houden om zo de regie over de gang van de patiënt door de gezondheidszorg te voeren. Ook al is het uitoefenen van de interne geneeskunde zoals in Snappers tijd nu niet meer aan de orde, het luisteren naar het verhaal van de patiënt, het kennisnemen van de voorgeschiedenis, het uitvoeren van een volledig lichamelijk onderzoek, en het zelf interpreteren van de uitslagen van laboratorium en röntgenonderzoek, blijven basisvaardigheden. Dat is Snappers boodschap.”

Heer en meester aan het ziekbed – Leven en werk van Isidore Snapper (1889-1973).
Arie Berghout
Uitgeverij Boom
ISBN 9789058756060
Verschenen in november 2017

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 29,90)

Koop bij bol.comBestel hier als paperback bij bol.com (€ 29,90)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here