Het circus Brendan Behan

Brendan Behan

“De schrijver Brendan Behan (1923-1964) is nog steeds het klassiek geworden symbool van alles wat een Ier karikaturaal zou kunnen maken,” luidt de eerste zin van zijn beknopte biografie door Karel Wasch. En inderdaad, na het lezen van Gevangen vrijbuiter. Over het leven van Brendan Behan zijn alle gemeenplaatsen die je over de Ieren zou kunnen koesteren de revue gepasseerd. Brendan Behan was een drinkebroer die een ballade aanhief als hij te diep in het glaasje had gekeken. Na een kwade dronk wilde hij ook weleens met iemand op de vuist gaan. Intussen schreef hij wonderschone literatuur – romans, gedichten, verhalen, memoires en toneelstukken. Een belangrijk deel van zijn oeuvre, waaronder zijn magnum opus Borstal Boy, is niet in het Nederlands vertaald. Wat wel vertaald is, hebben we aan niet de minsten te danken, Gerard Reve en Cees Nooteboom onder andere. Het zegt iets over de kwaliteit van het oeuvre, en het ontzag dat hij onder zijn kunstbroeders genoot.

Russel Street en de IRA

Brendan Behan kreeg de literatuur met de paplepel ingegoten. Vader Jack (roepnaam ‘Da’) hield van de Engelse en Franse schrijvers, moeder Kathleen ging in Dublin met haar kroost op pelgrimage langs de huizen van Shaw, Swift en Wilde. Ze leerde Behan ook de Engelsen te haten. Russel Street waar hij opgroeide, was allesbehalve een sloppenwijk, zoals hij ons later wilde doen geloven, maar er woonden wel veel IRA-activisten. Het huis van de Behans fungeerde als onderduikadres. De herinnering aan de Paasopstand van 1916, toen de Ierse Vrijstaat werd uitgeroepen, werd levend gehouden. Behan sloot zich aan bij de Fianna Éireann, de nationalistische jeugdbeweging van de IRA. “We werden lid van de Fianna zoals andere jongens later misdienaar werden.”

Op zijn zestiende maakte Bredan Behan de oversteek naar Engeland, om er een bom te plaatsen. Hij werd een dag na aankomst in Liverpool van zijn bed gelicht. Behan kwam in de nare Walton Jail terecht, waar de plaatselijke kapelaan hem de communie weigerde; zijn houding tegenover de Katholieke Kerk bleef de rest van zijn leven ambivalent (“…naar de hel met Engeland en Rome, leve de Republiek…!”). Zijn familie vroeg hij The Penguin Anthology of English Poetry en het complete werk van Shakespeare te sturen, want het leven moest natuurlijk wel dragelijk blijven.

Op 8 februari 1940 verkaste hij naar de Borstal Institute, het decor van zijn grote roman Borstal Boy. Hij had het geluk een menslievende gevangenisdirecteur te ontmoeten, die hem aanmoedigde in zijn literaire ambities. Tijdens zijn tweede detentieperiode, in de Mountjoy Prison in Dublin, kreeg hij zeeën van tijd om te schrijven. Na een gewapende confrontatie met de Britse politie werd hij tot zestien jaar celstraf veroordeeld, waarvan hij uiteindelijk vier jaar en vijf maanden zou uitzitten. Wederwaardigheden van de kunstenaar als jonge man, die een “writers goldmine” bleken te zijn.

De rauwheid van het Ierse leven

Brendan Behan in New York, 1960

Brendan Behan had het literaire getij mee. Naoorlogse generatie Ierse schrijvers als Flann O’Brien en Patrick Kavanagh keerden zich af van de ‘Anglo-Ieren’ William Butler Yeats en Oscar Wilde. De rauwheid van het Ierse leven werd in al zijn gruwelijke schoonheid bezongen. Behan paste daarin perfect met zijn personages die hij zo aan zijn ervaringen in Borstal en Mountjoy had ontleend. Zijn literaire vorm was inventief. In zijn beste toneelwerk, The Queer Fellow en The Hostage, is de protagonist afwezig, iemand over wie gesproken wordt. Ook Engeland was klaar voor Brendan Behan. ‘Het toeval dat Behan met zijn agressief-spottende, oneerbiedig-humoristische, anti-de-gevestigde-orde-houding juist op het tijdstip ten tonele verscheen dat de Anti Establishment Beweging in de moderne Engelse letteren was gekomen’ droeg bij aan het succes. Het was de tijd van de ‘angry youg man’ van John Osborne en Alan Sillitoe.

Karel Wasch schreef een uiterst beknopte (121 pagina’s! de bibliografie en de noten niet meegerekend) maar buitengewoon vermakelijke biografie. Natuurlijk is er ook de tragische kant. Het literaire talent van Brendan Behan ging aan drank ten onder. Na de grote successen was Behan niet meer in staat om te typen en moest hij zijn teksten dicteren, wat het werk niet ten goede kwam. Zijn huwelijk met Beatrice ffrench-Salkeld was er één tot in den dood, ondanks zijn talloze verhoudingen en een buitenechtelijk kind. “Ik zou nooit met een man hebben kunnen leven minder extatisch dan hij. Het was iedere dag een feest of een hel, maar altijd een circus en ik hield van hem,” zei de weduwe.

Gevangen vrijbuiter. Over het leven van Brendan Behan (1923-1964)
Karel Wasch
Uitgeverij Prominent
ISBN 9789492395122
Verschenen in januari 2017

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 14,95)

Koop bij bol.com

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 19,99)

DELEN
Eric Palmen

Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here