het digitale platform voor de biografie in Nederland

Registreer u met uw email-adres en kies een wachtwoord
Ik ontvang graag de maandelijkse nieuwsbrief van Biografieportaal.nl

De Reinbert-monologen. Reinbert de Leeuw en de muziek van de twintigste eeuw

Toen in 2014 Thea Derks haar niet geautoriseerde biografie Mens of Melodie publiceerde, was Reinbert de Leeuw – om het maar zachtjes uit te drukken – enorm teleurgesteld. Wat hem voor ogen had gestaan was eerder een ‘mentale’ biografie, met andere woorden een biografie aan de hand van zijn geestelijke en muzikale ontwikkeling: ‘Wie er bij mij achterop de bromfiets gezeten heeft of andersom, is volstrekt oninteressant’. Die ‘mentale biografie’ is er nu, in de vorm van een twaalftal monologen, opgetekend en geredigeerd door Dap Hartmann.

Piep-kraak-muziek

In 2013 distantieerde Reinbert de Leeuw zich van Mens of Melodie en zag De Bezige Bij af van publicatie. Tegelijkertijd ging hij in gesprek met Dap Hartmann: de twaalf gesprekken die de hoofdstukken vormen van Over de Grens, zijn gevoerd tussen 2013 en 2017.

Hartmann is gepromoveerd in de astronomie en tegenwoordig universitair hoofddocent innovatie en ondernemerschap aan de TU van Delft. In het Woord Vooraf vertelt hij hoe hij, als liefhebber van voornamelijk negentiende-eeuwse klassieke muziek, voor het eerst een inkijkje kreeg in zo genoemde ’piep-kraak-muziek’. Dat was toen hij een aflevering zag van de serie Toonmeesters, die Reinbert de Leeuw in de jaren negentig maakte, samen met televisiemaker Cherry Duyns. De wijze waarop ‘een man met woest wit haar, een witte snor en een John Lennon-achtige bril op zijn neus’ zich verdiepte in de complexe muziek van Gubaidulina maakte diepe indruk op hem. Het boek is ‘uit bewondering en verwondering ontstaan’.

Reinbert de Leeuw en Barbara Haningan © Lelli e Masotti (CC BY 2.0)

Mentale biografie

Na het zien van de serie Toonmeesters volgde voor Hartmann frequent concertbezoek, waarbij hij regelmatig in gesprek raakte met Reinbert de Leeuw. Langzaam groeide in zijn hoofd het idee om samen met hem een boek te schrijven, en blijkbaar heeft Reinbert andersom in Hartmann op een cruciaal moment de ideale gesprekspartner gevonden om de gewenst ‘mentale biografie’ alsnog het daglicht te laten zien. Hartmann omschrijft het als volgt: in de twintigste eeuw hebben componisten naar nieuwe wegen gezocht, omdat de rijke muziektaal van de late Romantiek op alle fronten haar grenzen heeft bereikt: ‘Het boek beschrijft de persoonlijke reis van Reinbert de Leeuw, die zich diepgaand met deze worsteling heeft beziggehouden.’

Twintigste-eeuwse muziek

De serie Toonmeester heeft veel heel mensen bekeerd tot de nieuwe muziek. Reinbert de Leeuw was in Nederland als uitvoerder van twintigste-eeuwse muziek van eenzelfde statuur als Willem Mengelberg in zijn jonge jaren. Maar daarnaast was hij een begenadigd verteller en begiftigd met een aanstekelijk enthousiasme. Hartmann had ‘het gevoel dat hij bij de hand werd genomen door een eminente gids (…) en dat op zo’n oprechte, innemende en gepassioneerde wijze, dat het 100 procent authentiek is. Geen schijn van dikdoenerij en pretentie.’

Net als de serie Toonmeesters, wil Over de Grens liefhebbers van klassieke muziek die afhaken bij de klanken uit de twintigste eeuw, over de drempel helpen. De twaalf gesprekken die Hartmann heeft opgetekend waren geen interviews, maar ‘spontane, bevlogen monologen’, waarbij hij incidenteel de lijn van het betoog trachtte bij te sturen. De keuze van de twaalf componisten is die van Reinbert. De enige randvoorwaarde die Hartmann stelde, was dat hij het moest kunnen begrijpen, dus musicologische uiteenzettingen waren taboe.

Twaalf componisten

Je kunt het boek in één ruk uitlezen, maar dan moet je het nadeel voor lief nemen dat er nogal wat herhaling in voorkomt. Hartmann heeft ervoor gekozen verhaalelementen die in meerdere gesprekken langskwamen, te laten staan als ze pasten in de context. De hoofdstukken laten zich beter onafhankelijk van elkaar lezen, zeker als je het boek af en toe terzijde legt om iets wat ter sprake komt te beluisteren of te bekijken. Alles is via YouTube wel te vinden.

Het resultaat is behalve een persoonlijke handleiding bij het genieten van klassieke muziek na 1900 ook een autobiografie van Reinbert de Leeuw. De monologen betreffen achtereenvolgens Liszt, Schönberg, Janáček, Ustvolskaja, Ligeti, Kagel, Messiaen, Vivier, Andriessen, Gubaidulina, Kurtág en Reinbert de Leeuw zelf, en in elk van de hoofdstukken komen we iets meer te weten over de protagonist. En zoals het bij een autobiografie hoort: we worden geïnformeerd over wat de hoofdpersoon belangrijk vindt en wel vanuit diens perspectief.

Dat levert een aardig paradox op: Reinbert beschrijft verschillende keren hoe hij zich in zijn jonge jaren met moeite heeft moeten ontworstelen aan de dominante, dwingende richting van Boulez en Stockhausen, maar impliciet wordt in Over de Grens een muzikaal universum gepresenteerd waarvan je je bewust moet blijven dat dit het universum is van Reinbert de Leeuw. Daarin passen geen componisten als Gorecki (in de jaren 90 nog een van de Toonmeesters), Pärt en Einaudi. De laatste wordt hilarisch terzijde geschoven: mocht Reinbert ooit iets van Einaudi gaan spelen, dan wordt het volgens hem tijd voor opname in een inrichting, of beter nog: actieve euthanasie. De belangrijkste ontwikkeling van de twintigste-eeuwse muziek is dat de universele taal van de negentiende eeuw niet is vervangen door een andere universele taal – zoals die van Boulez en Stockhausen – maar door een ongekend veelzijdig kleurenpalet. Uiteraard zit daar muziek bij waar Reinbert niets mee heeft.

Over de Grens is een egodocument en staat vol belangwekkende autobiografische details: bijvoorbeeld hoe Reinbert als kind achtereenvolgende periodes had waarin de obsessie voor een bepaalde componist zich vertaalde in wat hij dan zelf ging componeren. Die obsessie is altijd gebleven. Wie Reinbert heeft gekend, weet dat hij altijd obsessief betrokken was bij de muziek die hij op dat moment onder handen had. Zo lezen we ook verschillende malen dat, wanneer hij geraakt werd door een muziekstuk, hij werkelijk alles van die componist moest weten.

Gave tot bewondering

Interessant zijn de uitweidingen, bijvoorbeeld over opera in de twintigste eeuw (in het hoofdstuk over Louis Andriessen) of over muziek in Sovjet-Rusland (de hoofdstukken over Ustvolskaja en Gubaidulina). Reinbert legt ook uit waarom hij zelf zo weinig gecomponeerd heeft: ‘Ik heb een behoorlijke gave tot bewondering en dat is een gevaarlijke karaktertrek voor een componist.’ Al die meesterwerken waar hij zich als dirigent mee bezig hield, hebben hem in zijn componeren verlamd. Zoals Stravinsky en Andriessen volgens hem, gebruikmakend van andermans muziek, een onmiskenbaar eigen stempel drukten op elke compositie, zo slaagde hij er zelf naar eigen zeggen niet in om zijn stuk Abschied uit 1973 tot iets eigen te maken. Pas aan het eind van zijn leven wist hij met Der nächtliche Wanderer deze frustratie te overwinnen.

Omdat Reinbert nu eenmaal een Nur-musiker was, geeft Over de Grens meer dan de eerder verschenen biografie een authentiek portret van de man die op het Nederlandse muziekleven een onuitwisbare stempel heeft gedrukt.

Over de Grens – klassieke muziek na 1900
Reinbert de Leeuw, opgetekend door Dap Hartmann
Prometheus
ISBN 9789044651225
Verschenen in september 2022

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 35,00)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 20,99)
Arthur van Dijk
Arthur van Dijk
Arthur van Dijk studeerde letteren, muziekwetenschap en geschiedenis, is voormalig orkestdirecteur en werkt nu als adviseur in de culturele sector. Hij is publicist en werkt aan de biografie van de componist Willem Pijper. Daarnaast heeft hij een boek over de 19de-eeuwse kermis in voorbereiding.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in