Boekpresentatie van De hersenverzamelaar

© Laura Molenaar (CC BY 4.0)

Een wetenschapper was het niet, dat is de conclusie tijdens de boekpresentatie van De Hersenverzamelaar, over de arts Franz Joseph Gall. De man achter de beruchte frenologie was te zeer gefixeerd op wat hij wílde vinden, niet op wat hij vond. Voordat Laura Molenaar zich voor Biografieportaal op de biografie stort, doet ze verslag van een ‘gedenkwaardige’ middag.

‘Ik heb het boek gelezen’, begon biograaf en neuropsycholoog Theo Mulder zijn voordracht, ‘en ik vind het zo gek nog niet’. Met veel humor vertelde Mulder op zijn boekpresentatie in het Trippenhuis in Amsterdam afgelopen 22 oktober over zijn zoektocht. Hij zocht niet alleen naar informatie over de Weense arts Franz Joseph Gall, maar ook naar een antwoord op de vraag hoe Gall ondanks dat zijn foute benadering toch zo invloedrijk heeft kunnen worden.

Gall en zijn assistent Spurzheim trokken met hun koets vol schedels door West-Europa en betoverden de ganse elite met hun theorie over de hersenen. Ze verkondigden dat uitstulpingen in de schedel een indicatie waren van bepaalde vermogens, omdat het betekende dat een bepaald hersengebied groter was geworden, als een spier. Het werd begin negentiende eeuw een uiterst populaire gewoonte om elkaars schedels te bevoelen, op zoek naar talenknobbels, seksuele drang, of een misdadige inborst. “Ik kan niet meer door het Rijksmuseum lopen en zelfportretten van schilders te zien zonder te letten op de knobbels naast de neusvleugels en de wenkbrauwen”, zei Mulder. Volgens Gall zouden die duiden op artistiek talent. 

Zijn antwoord op de vraag naar Galls populariteit vatte Mulder samen in een aantal tips: Ken uw doelgroep. Zorg dat uw boodschap klopt, ook al is die niet waar. Presenteer je theorie als volkomen nieuwe kennis die de wereld gaat veranderen. Breng een positieve boodschap, iets wat mensen willen horen. 

Ook hersenonderzoeker Dick Swaab, die na tien minuten de microfoon van Mulder overnam, was het met hem eens dat Gall een charlatan was. Hoewel sommige denkbeelden van Gall nog steeds in de neurowetenschap zijn terug te vinden, berust dat puur op toeval. Het kan best dat intelligentie ook nu nog geassocieerd wordt met de frontale kwab, maar Gall baseerde zijn theorie op één klasgenoot, wiens ogen toevallig uitpuilden. 

Historicus Joep van Leerssen benaderde het boek vanuit een andere invalshoek. Hij noemde De Hersenverzamelaar een ‘topper’ onder de biografieën, omdat het aanzet tot filosoferen. “Ik ben aan het denken over het denken over hoe wij denken”, zei Van Leerssen. 

Het combineert de wetenschapsgeschiedenis, van waaruit Galls onderzoek als onzin kan worden weggewuifd, met de cultuurhistorie. En vanuit dat laatste oogpunt blijkt Galls levenswerk nog steeds boeiend en interessant. Waarom veroudert kennis? Is er vooruitgang in het denken? Van Leerssen kwam uiteindelijk uit bij dezelfde vraag die Mulder zich stelde bij het schrijven van de biografie: hoe kan foute wetenschap gemeengoed worden? Om daarop een antwoord te vinden moeten we de biografie maar gaan lezen. 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here