Jules Schelvis (1921-2016) is een bekende naam doordat het hem, in de woorden van zijn biograaf, āis gelukt om Sobibor op de kaart te zetten in Nederland en in het buitenlandā. Het bijzondere van zijn levensverhaal ligt besloten in de volledige titel van de biografie: Jules Schelvis, getuige van Sobibor. De man die negen kampen overleefde. Schelvis verbleef op zijn helletocht van 1943 tot 1945 in negen kampen van de naziās die hij overleefde door kameraadschap, een sterk gestel en āgelukā. 25 jaar na de oorlog maakte hij het tot zijn missie om Sobibor, het kamp waar hij maar een paar uur was geweest, aan de vergetelheid te onttrekken en de slachtoffers daarvan te herdenken.
Het levensverhaal van Jules Schelvis
Jules Schelvis groeide op in een niet-godsdienstig, sociaaldemocratisch Joods gezin. Zijn vader was diamantbewerker die goede en slechte tijden kende. Zelf begon hij na afronding van de driejarige hbs in het drukkersvak, totdat de oorlog dat abrupt verstoorde. Hij werd op 26 mei 1943 opgepakt en op de trein naar Westerbork gezet. Uit Sobibor, waar hij op 4 juni 1943 aankwam, vertrok hij na een paar uur alweer, hij was bij aankomst met 80 andere jonge mannen geselecteerd om als dwangarbeider in een ander kamp te gaan werken. Alle anderen van de 3006 mensen van dit transport, onder wie zijn vrouw Rachel, zijn schoonouders en een van zijn zwagers, werden direct na aankomst vergast; net als in de loop der maanden 170.000 andere joden. Sobibor was een puur vernietigingskamp. Het kamp werd door de naziās vernietigd na een door hen als smadelijk ervaren, bloedige opstand op 14 oktober 1943. Himmler wilde alle sporen ervan uitwissen en ervoor zorgen dat dit kamp de geschiedenisboeken niet zou halen. Schelvis zag het op latere leeftijd als zijn levensopdracht om dĆ”t tegen te gaan, om de herinnering aan Sobibor ālevendā te houden, mede ter nagedachtenis aan zijn gestorven vrouw en schoonfamilie.
Terug in Amsterdam hertrouwde Schelvis in 1946 met Jo Meijer, met wie hij twee kinderen kreeg, en ging hij als drukker werken bij Het Vrije Volk. Dat was indertijd de grootste krant van Nederland, nauw gelieerd aan de Partij van de Arbeid. Hij maakte er gestaag carriĆØre en werd uiteindelijk algemeen bedrijfsleider. In Het Vrije Volk van 2 mei 1970 verscheen een paginagroot interview met Schelvis over zijn oorlogservaringen. Het interview werd een kantelpunt voor hem, hiermee verbrak hij zijn totale zwijgen over de oorlog, thuis en buitenshuis. En hij kon er daarna bij wijze van spreken niet meer over ophouden. Schelvis ging er ook over schrijven. In 1982 ging hij met vervroegd pensioen en verscheen bij zijn eigen uitgeverijtje, gevestigd in de garage van zijn huis, het autobiografische Binnen de poorten, een verslag van twee jaar Duitse vernietigings- en concentratiekampen, gebaseerd op aantekeningen die hij direct na zijn bevrijding had gemaakt. Het boek is nog steeds leverbaar, de zestiende druk verscheen vorig jaar.
NebenklƤger
Schelvis stond in 1982 getuige bij in een Duits strafproces tegen een van de beulen uit Sobibor. Hij schreef over dat proces voor zijn krant en hield daar, samen met journaliste Dunya Breur, interviews met overlevenden. De biografie bevat twee pijnlijk ogende fotoās waarop de verdachte en Schelvis tijdens een schorsing van het proces met elkaar praten. In de loop van dat jarenlange proces werd hij NebenklƤger, een bijzonderheid in het Duitse strafrecht waarbij een slachtoffer (of in dit geval: iemand namens de slachtoffers) in zekere zin als officier van justitie optreedt. In die rol eiste hij levenslang, en dat werd ook opgelegd. Later zou Schelvis die moeilijke rol nog een keer vervullen, in 2011 (hij was toen 89 jaar oud) in het proces tegen Sobiborkampbewaker John Demjanjuk. Toen eiste hij om āuit respect voor mijn humanistische ouders deze oude man schuldig te verklaren, maar geen vrijheidsstraf op te leggenā. Demjanjuk werd in een baanbrekend vonnis schuldig bevonden omdat hij als aanwezige in het kamp medeverantwoordelijk werd gehouden voor wat er in dat kamp was gebeurd, en tot vijf jaar veroordeeld. Schelvis huilde bij de uitspraak.
Sobibor
Het proces uit 1982 was het begin van zijn focus op Sobibor. Dat leidde tot Vernietigingskamp Sobibor uit 1993, dat een standaardwerk zou worden waarvan de veertiende druk in 2024 verscheen. Hij had er naar eigen zeggen vijf jaar lang dag en nacht aan gewerkt.
āVoor de Nederlanders die werden vermoord in Sobibor, en dat zijn er om precies te zijn 34.133, voor die doden bestaat geen enkel monument. Behalve dan mijn boek. Ik heb met dit boek het monument voor de gevallenen van Sobibor willen scheppen.ā
Het was een feitelijk, wetenschappelijk boek: 542 bladzijden, waarvan 240 gevuld met de gedetailleerde negentien transportlijsten. Zijn uitgever vertelde:
āToen alle kwalificerende bijvoeglijke naamwoorden uit zijn boek waren geschrapt, is hij nog een keer door de tekst gegaan. En hij ontdekte tussen de tienduizenden woorden nog eens een dozijn die enige emotie onder de tekst zouden kunnen leggen. En die schrapte hij dus.ā
Voor Vernietigingskamp Sobibor kreeg hij in 2008 een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam. Promotor Hans Blom noemde Schelvis āeen natuurtalentā en sprak over een ānuchtere, geordende boekstavingā, āhet eerste op grondig bronnenonderzoek gebaseerde en gedetailleerde boek over Sobiborā, āeen relaas dat (meer impliciet dan expliciet) laat zien hoezeer de eigen dynamiek van het naar zijn aard hoogst gecompliceerde historische proces als zodanig een grote verklarende waarde heeft. Schelvis heeft daarmee de historische wetenschap een grote dienst bewezen.ā Het boek werd vertaald en bewerkt in het Engels, Duits en Pools.
Schelvis ontplooide daarnaast veel andere activiteiten die met Sobibor samenhingen. Zo richtte hij in 1999 de Stichting Sobibor op om de herinnering aan de Nederlandse doden daar levend te houden, werd hij in zekere zin een bekende Nederlander door zijn bijdrage aan TV-programmaās, verzorgde hij lezingen op middelbare scholen en gaf hij rondleidingen bij de restanten van Sobibor. En dat alles tot op hoge leeftijd, met een aan verbetenheid grenzende energie. Toen zijn gezondheid op 94-jarige leeftijd niet meer toeliet dat hij optrad, besloot hij in maart 2015 dat hij zijn missie als volbracht mocht beschouwen. Maar hij āwist zich [vervolgens] geen raad met de vrije, in zijn ogen zinloze tijdā. Hij ging hard achteruit en overleed ruim een jaar later.
De biografie
Jules Schelvis, getuige van Sobibor. De man die negen kampen overleefde van Cees Banning begint in 1970, het jaar waarin Schelvis zijn zwijgen doorbrak, en concentreert zich vervolgens op wat er daarna gebeurde tot zijn overlijden. De nadruk ligt daarbij op zijn missie. Vanaf pagina 139 gaat Banning terug in de tijd, naar zijn geboorte en zijn leven tot en in de oorlog, waarna het boek eindigt met een kort hoofdstuk over de periode 1945 tot 1982, met veel nadruk op zijn carriĆØre bij Het Vrije Volk.
Vermoedelijk geeft deze opmerkelijke, niet nader uitgelegde structuur uitdrukking aan het meest bijzondere van het levensverhaal van Schelvis: zijn bijdrage aan de herinnering van Sobibor. In die zin is de opbouw wel krachtig. Maar het wringt ook. Zo is het voor een goed begrip van de missie van Schelvis toch beter om al te weten wie hij was en waar hij vandaan kwam. Daardoor is het overzicht over bijvoorbeeld zijn privƩleven en zijn schrijverschap niet altijd even goed. Het korte laatste hoofdstuk over zijn werkende leven steekt nu onvermijdelijk bleek en vrij oninteressant af na het voorafgaande en had veel beter eerder kunnen worden verwerkt. Een echte afronding zou het boek bovendien ten goede zijn gekomen.
Voorafgaand aan de twee hoofdstukken over het verblijf van Schelvis in de kampen (samen zoān 40% van het boek), verklaart de auteur nadrukkelijk op basis van Binnen de poorten āzo dicht mogelijk bij Julesā eigen ervaringen en observaties te blijven [om] zo min mogelijk ruis [te] laten ontstaan tussen het authentiek relaas en de lezerā. Die keus lijkt mij een goede. In feite presenteert Banning een ruime samenvatting van Binnen de poorten met enige toegevoegde context. Schelvis beoogde met zijn boek een beschrijving van wat er werkelijk was gebeurd, en daartoe was hij in staat gebleken. Dat levert een indringend en adembenemend verhaal op waar de biograaf terecht bij aansluit. Het is ook de vraag wat hij anders had moeten doen, in zoverre is zijn keus niet zo spectaculair.
Het boek is opgebouwd uit vrij korte paragrafen die op zichzelf goed zijn geschreven, maar tezamen niet helemaal een lopend verhaal vormen. Dat meer chronologie wenselijker was geweest geldt ook hier, omdat soms zonder duidelijke noodzaak nogal door de tijd wordt gesprongen. Af en toe worden ook wel langdurig zijpaden bewandeld, zoals in beschrijvingen van de eertijds verdachte positie van het AuschwitzcomitƩ, van Demjanjuk en van de lotgevallen van de krant. Ik had in plaats daarvan liever meer gelezen over bijvoorbeeld de persoon Schelvis, zijn schrijverschap en de inhoud van zijn werk als NebenklƤger en van zijn (uiteenlopende) rekwisitoren. Het laatste thema komt nauwelijks aan bod, de eerste twee gefragmenteerd en niet erg overzichtelijk.
Over de persoon Schelvis komen vooral vriendelijke en lichtvoetige indrukken naar voren, maar af en toe schemert ook iets anders door, zoals in de bijzonder problematische relatie met zijn zoon en in onenigheden met andere overlevenden van de kampen. En enige monomanie lijkt hem vooral na 1970 niet vreemd te zijn geweest, daarop duidt ook de minutieuze maquette die hij van het vroegere Sobibor maakte en aanpaste aan nieuwe vondsten ter plekke. Een diepgaander of overkoepelend beeld over zijn persoonlijkheid ontbreekt echter. Ook zijn bijzondere schrijverschap had nog wel wat meer aandacht verdiend: waar kwam dat vandaan, hoe ging hem dat af?
Toch een indrukwekkend boek
Verhalen als deze zijn in allerlei varianten vaker verteld, maar ze blijven onverminderd bijzonder Ć©n indrukwekkend. Elke keer weer blijkt het verbijsterend om te lezen wat er minder dan honderd jaar geleden vlakbij in het beschaafde Europa gebeurde. Elke keer treffen ook bepaalde details, zoals nu het bizarre gebruik door de naziās van de zweep. Het is gruwelijk, maar het blijft zinnig om er kennis van te nemen en het niet te vergeten. Daar had Jules Schelvis groot gelijk in.
De bijdrage die hij daaraan heeft geleverd, is groots. Zijn overlijden haalde dan ook de voorpaginaās van de kranten. En het hoofdredactioneel van NRC-Handelsblad schreef: āZoān Mens verdient het aanhoudend herdacht te worden.ā Daarbij past deze mooi uitgegeven biografie van journalist Cees Banning in de Holocaust Bibliotheek van Uitgeverij Verbum.
Het levensverhaal van Jules Schelvis is zo indrukwekkend dat de in mijn ogen mindere kanten van zijn biografie uiteindelijk niet zo zwaar wegen, het boek is het zeker waard om te worden gelezen. Op de voorkant van het boek prijkt een foto van Jules Schelvis op ruim 80-jarige leeftijd. Zijn indringende blik kan na lezing van dit boek moeilijk anders worden beschreven dan als scherp en onverzettelijk, maar ook als getekend en diep verdrietig.
Jules Schelvis, getuige van Sobibor. De man die negen kampen overleefde
Cees Banning
Uitgeverij Verbum
ISBN hardcover 9789493028852
Verschenen in april 2025
Bestelinformatie
Bestel als hardcover bij bol.com (⬠29,50)










