Registreer u met uw email-adres en kies een wachtwoord
Ik ontvang graag de maandelijkse nieuwsbrief van Biografieportaal.nl

The Baby on the Fire Escape: Creativity, Motherhood, and the Mind-Baby Problem

Moeders en monsters

‘She was a monster.’ Dat was de eerste opmerking die Carolyn Kizers jongste dochter Jill maakte toen ik, aspirant Kizer-biograaf, met haar kennismaakte. Eerder had Carolyns oudste dochter Ashley zich wat ingehouden, want zij wilde mij overhalen haar moeders biografie te schrijven. Volgens haar was Kizer ‘a movie star gorgeous 6 foot tall amazon sex-goddess . . . and a brilliant intellectual, teacher and poet, who through her work as a civil servant transformed the role of culture in the lives of the American people.’ Toen ik eenmaal overtuigd was liet Ashley zich meer gaan. Haar moeder zag haar als een verlengstuk van zichzelf, maar als een ‘cheap plastic imitation, she was the real thing.’ En Kizers zoon kreeg zo’n hekel aan zijn moeder, dat hij zijn achternaam officieel veranderde naar Nemo – niemand. Hij werd dan ook onterfd.

Het mind-baby probleem

‘My poetry is more important than my children’ zei Kizer zelf. Vanwege Kizers kinderen durf ik dat bijna niet te citeren in mijn boek – maar ik doe het wel. Want een literaire biografie moet alle belangrijke aspecten van een leven beschrijven en niet slechts het werk, want dan wordt het een kritische studie. Je moet dus aandacht besteden aan de schrijver als kind, als partner, als ouder. Hoe doe je dat als je geschokt bent door dergelijke uitspraken? Bij mijn vorige biografie had ik eenzelfde probleem, want de twee kinderen van dichter Isabella Gardner kwamen tragisch aan hun einde: haar zoon werd vermoord terwijl haar dochter de laatste tien jaren van haar leven in een gesloten inrichting verbleef. Ik kies ze wel uit.

Als biograaf worstel je met deze dilemma’s. Je oordeelt constant, in je keuzes van citaten, in je interpretatie van gebeurtenissen, van het tijdsgewricht. Maar je probeert niet te veroordelen. Dat is moeilijk als je onderwerp keuzes maakt die tegen je normen indruisen. Zelf moeder vind ik mijn kind belangrijker dan mijn boeken. Dat heeft me er echter nooit van weerhouden om – weliswaar met de nodige schuldgevoelens – fulltime te werken. Van haar eerste echtgenoot moest Kizer echter fulltime huismoeder zijn. Ze ging pas weer dichten nadat ze van hem gescheiden was – alsof een champagnekurk van de fles sprong. Haar kinderen werden echter verwaarloosd, geïntimideerd. Dus wat te doen? Van wie kon ik leren over vrouwelijke kunstenaars en hun kinderen? Biografieën over mannelijke schrijvers besteden vaak weinig aandacht aan hun vaderrol. Je krijgt misschien een sappig verhaal voorgeschoteld, zoals bij de dichter W.B. Yeats, die afdaalde van zijn torenkamer, zijn twee kinderen tegenkwam, en vroeg ‘Who are they?’ Maar daarmee is meestal de kous wel af.

Baby’s of boeken?

Gelukkig is daar nu de groepsbiografie The Baby on the Fire Escape: Creativity, Motherhood, and the Mind-Baby Problem van Julie Phillips, die in 2006 de National Book Critics Circle Award won voor haar biografie James Triptree, Jr. Zij onderzoekt of moeders moeten (kunnen?) kiezen tussen kinderen en kunstenaarschap, tussen baby’s en boeken. Zo’n zestig jaar geleden beweerde schrijver Tillie Olsen immers nog dat bijna geen moeder een boek had geschreven dat zou voortleven. Maar Phillips laat zien dat juist rond die tijd er een groep moeders opkwam die kind en creatie wél konden combineren. Doris Lessing (The Golden Notebook), bijvoorbeeld, won de Nobelprijs, Ursula Le Guin (The Left Hand of Darkness) de National Book Medal, en Alice Walker (The Color Purple) de Pulitzer. Zij behoren, naast Audre Lorde, Angela Carter, en de schilder Alice Neel tot de diverse – zwart, wit, Amerikaans, Brits, lesbisch, hetero – groep vrouwen wier gecompliceerde levens als moeder en artist Phillips virtuoos beschrijft in haar boek.

Phillips is niet over één nacht ijs gegaan. Ze heeft zich grondig verdiept in psychoanalytische theorieën. Ze begint bij grondlegger Freud, voor wie, zoals Susan Sontag schreef, het moederschap automatisch het einde van iemands ontplooiing en prestaties inluidt. Terwijl in de hedendaagse psychoanalyse moeders gelukkig niet meer perfect hoeven te zijn, focust deze nog steeds op het kind als het centrale karakter. In feite, overtuigt Phillips, blijft het thema materniteit – creativiteit een blinde vlek. Philips’ zoektocht leidt tot het antwoord dat creatief moederschap vergeleken moet worden met een mythische heldenreis: het verhaal van een centrale figuur die op een reis van zelf-ontdekking gaat, een hoofdpersoon die in het bos verdwaalt en haar weg terugvindt.

Heldenreis

Maar The Baby on The Fire Escape is gelukkig geen theoretische verhandeling. Zoals Phillips’ moeders in het woud een spoor van losse broodkruimels volgen, volgt zij zelf een spoor van biografische anekdotes en schijnbaar onsamenhangende momenten – en vindt haar weg terug naar de heldenmythe. Alice Neel, de schilder van krachtige, prachtige portretten, opent de rij. Neels eerste kind stierf. Haar tweede, Isabetta, werd gekidnapt door haar Cubaanse echtgenoot, die zijn vrouw had wijsgemaakt dat ze gedrieën samen in Frankrijk een artiestenbestaan zouden gaan leiden. Maar hij zette in Parijs in zijn eentje de bloemetjes buiten, Neel achterlatend in New York, terwijl hij hun dochter dumpte bij zijn familie. Van hen stamt het apocriefe verhaal dat Neel zo opging in haar kunst dat ze haar baby op de brandtrap vergat. Neel kreeg een zenuwinzinking, deed een zelfmoordpoging, en werd opgenomen. Haar geneesheren waren overtuigd dat haar leven als artist haar conditie had veroorzaakt en verboden haar te schilderen. Ze probeerde glas te eten. Pas toen een verpleegster haar weer liet tekenen, werd ze beter. (Je zou denken dat vrouwen niet meer onderworpen zouden worden aan zo’n dodelijke rustkuur na de publicatie van Charlotte Perkins Gilmans beklemmende The Yellow Wallpaper in 1892, dat een soortgelijke situatie beschrijft, maar helaas.) Met Neel kwam het uiteindelijk dus goed en ze kreeg vanaf de zeventiger jaren van de vorige eeuw de erkenning die zij verdient. (Ik ben groot fan.) Haar relatie met de twee zoons die ze uit latere affaires kreeg bleef beminnelijk. Zij accepteerden dat haar werk op de eerste plaats kwam. Tussen haar en Isabetta kwam het echter nooit meer goed: op latere leeftijd herkende Neel haar niet eens.

Alice Neel in 1976. © Lynn Gilbert (CC BY-SA 4.0)

Monsters

De verhouding tussen Alice Walker en haar dochter Rebecca, zelf feministisch schrijver en moeder, was jarenlang verstoord, maar zij hebben inmiddels weer vrede gesloten. Van Doris Lessing wordt beweerd dat zij haar twee kleuters in Zimbabwe achterliet om een carrière als schrijver na te jagen. Phillips laat zien dat dat onzin is, maar Lessings kinderen hebben zich nooit verzoend met haar kunstenaarschap. Phillips beschrijft meerdere verbitterde relaties tussen vrouwelijke kunstenaars en hun kinderen. Het woord monster komt geregeld terug in dit boek; er is zelfs een hoofdstuk getiteld ‘All the Time: Art Monsters and Maintenance Work.’ En Adrienne Rich, uit wiens baanbrekende Of Woman Born: Motherhood as Experience and Institution (1976) Phillips vaak citeert, voelde zich vaak ‘een monster – een anti-vrouw’ omdat ze, wanneer ze voor zichzelf en haar werk koos, niet voldeed aan het maatschappelijk moederlijk ideaal van voortdurende beschikbaarheid voor haar man en kinderen. Is het dan waar dat artiesten eigenlijk niet tegelijk moeder kunnen zijn? Dat vrouwen moeten kiezen tussen een zichzelf opofferend moederschap of kunstenaarschap?

Brandtrap

Niet volgens Phillips. Volgens haar is the baby on the fire escape ‘not the slanderous story, but the precarious situation in which the child is just far enough out of sight and mind for the mother to have a talk with her muse. It’s the mental and temporal distance that an artist or writer needs to place between herself and her children, so she can have the presence, the permission, the ‘little sips of selfhood’. . . that sustain creativity.’ Gelukkig maar. Phillips heeft zeker niet alle antwoorden. Haar boek is zelf een queeste, een heldenreis, die zowel biografisch als autobiografisch is. Ze steekt haar eigen worsteling als moeder en schrijver niet onder stoelen of banken. Maar dat maakt deze groepsbiografie alleen maar beter. Haar stijl is persoonlijk, provocatief, empathisch, levendig en geestig. Ze schrijft zo goed dat ik zinnen wil jatten—maar ik doe het niet.

Ik ben er nog steeds niet uit of Kizer nu een monstermoeder was of niet. Maar Julie Phillips’ briljante boek heeft me aan het denken gezet en me meer begrip voor Kizer en andere kunstenaars bijgebracht. The Baby on the Fire Escape is niet alleen voer voor psychologen en biografen, maar voor alle mannen en vrouwen. Lezen dit boek!

The Baby on the Fire Escape: Creativity, Motherhood, and the Mind-Baby Problem
Julie Phillips
W.W. Norton, New York, 2022
ISBN hardcover 9780393088595
ISBN ebook 9780393635157
Verschenen in juli 2022

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 27,00)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 18,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 27,99)
Marian Janssen
Marian Janssen
Marian Janssen schrijft nu de biografie van dichter en Pulitzer Prize-winnaar (1985) Carolyn Kizer (1923-2014). Ze schreef eerder Not at All What One Is Used To: The Life and Times of Isabella Gardner (University of Missouri, 2010). Ze is als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in