Portret van de eerste vrouwen in de Nederlandse politiek

“Maar kiesrecht voor vrouwen is een uiterst moeilijke kwestie: vooral voor de gehuwde vrouw. Zij zal bladen moeten lezen, vergaderingen bezoeken, enzovoorts.  (….) Wat blijft er dan over van de huisvrouw, van de moeder, wier natuurlijke, onafwijsbare en hooge plicht het is zich van den morgen tot den avond bezig te houden met allerlei dagelijkse dingen, die niet kunnen worden verzuimd zonder het gezin te gronde te richten.” Aldus Alexander de Savornin Lohman in 1916.

De intrede van vrouwen in de politiek sinds de instelling van het passieve en actieve kiesrecht had heel wat voeten in aarde. Vrouwen ondervonden vanuit allerlei hoeken tegenstand. Margit van der Steen verbaasde zich erover dat daar nog nooit goed onderzoek naar was gedaan. Zij zocht het uit, wat een intrigerend boek opleverde over de eerste vrouwen in de Nederlandse politiek in de periode 1917 tot 1927.

De schrijfster en haar onderzoek

Margit van der Steen is historicus en publiceert over moderne politieke geschiedenis en over vrouwen- en gendergeschiedenis. Ze schreef de biografie over Hilda Verwey-Jonker. Aan haar boek over de eerste vrouwen in de politiek met de titel ‘Ware wonderdieren’ ligt een jarenlang durend onderzoek ten grondslag, vooral onderzoek naar de opmars van vrouwen in de gemeentepolitiek. Zij dook in de gemeentelijke archieven en Delpher om uit te zoeken wat er gebeurde met vrouwen in de politiek na de invoering van het passieve en actieve kiesrecht in respectievelijk 1917 en 1919. De verhalen tot nu toe beperkten zich tot de landelijke politiek rond de namen van Aletta Jacobs, Suze Groeneweg en Carry Pothuis-Smit. Over vrouwen die werden gekozen in de gemeenteraden was nauwelijks iets bekend. Wie waren die vrouwen met politieke ambities eigenlijk? Hoe verliep de opmars van vrouwen in de politiek? En wat waren de effecten van de intree van vrouwen in de politiek?

Ware wonderdieren

De titel van het boek, ‘Ware Wonderdieren’, kwam op mij in eerste instantie nogal vreemd over. Van der Steen koos hier echter voor om aan te geven hoe er met verbazing werd gekeken naar de eerste vrouwen in de gemeenteraad, Provinciale Staten en het parlement. Een lokale krant van Bussum schreef bijvoorbeeld dat de eerste vrouwen die in 1919 in de raad hun intrede deden werden aangestaard als ‘ware wonderdieren’.

Deze recensie schrijf ik voor biografieportaal, hoewel van der Steens boek misschien beter kan worden opgevat als een ‘journalistiek portret’ of levensbeschrijving van de eerste vrouwen in de politiek. Verspreid over het boek schrijft ze vijftien wat zij noemt ‘biografische schetsen’ van individuele vrouwen in de politiek, waarmee ze de verschillen wil laten zien in politieke opvattingen, klasse, burgerlijke staat en religie. Waarom precies deze vijftien vrouwen werden geselecteerd, blijft onduidelijk. Haar portret van de eerste groep vrouwelijke politici plaatst ze nadrukkelijk in hun maatschappelijke en politieke context: in 1918 was een nieuw kiesstelsel in werking getreden, emancipatiebewegingen roerden zich, politieke partijen werden belangrijker en gemeenteraden moderniseerden.

Passief en actief kiesrecht

Met de pacificatie van 1917 werd de gelijke financiële behandeling van openbaar en bijzonder onderwijs geregeld in ruil voor de invoering van het algemeen kiesrecht voor mannen. Vrouwen kregen – na een lange strijd van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht onder voorzitterschap van Aletta Jacobs – alleen passief kiesrecht. Daardoor ontstond de wonderlijke situatie dat vrouwen zich wel verkiesbaar konden stellen, maar niet naar de stembus mochten: het was dus alleen aan mannelijke kiesgerechtigden om voor een vrouw te kiezen. Pas twee jaar later volgde ook voor vrouwen het actieve kiesrecht. De invoering van het nieuwe kiesstelsel in 1918 was van grote invloed op de politiek. Er kwamen stembiljetten met kandidatenlijsten wat het einde betekende van het notabelenbestuur.

Handelingsonbekwaam

De vrouwen met politieke ambities ondervonden enorm veel tegenstand. Vrouwen, laat staan gehuwde vrouwen en moeders, hoorden niet thuis in de politiek, zo was de algemene mening. Bovendien waren vrouwen volgens de wet handelingsonbekwaam. Die wet werd pas in 1957 afgeschaft en niet eerder dan in 1970 werd de bepaling geschrapt dat de man het hoofd van de echtvereniging was. Een moeder had zelfs geen zeggenschap over haar eigen kinderen, want die viel toe aan haar man. Ze mocht ook zelf geen inkopen doen behalve zaken die tot de ‘dagelijkse levensbehoeften’ behoorden. Wat dat inhield leidde tot discussie. Zo besliste de Rechtbank in Den Haag dat het kunstgebit daar wel onder viel maar een hoed niet.

Ook koningin Wilhelmina viel onder die wet, wat betekende dat zij na haar huwelijk in 1901 handelingsonbekwaam werd. Zij zou gehoorzaam moeten zijn aan echtgenoot Hendrik en haar kinderen zouden de naam Oranje-Nassau niet mogen dragen. Dat vroeg om noodmaatregelen. Na onderhandelingen werd bepaald dat Hendrik hoofd van de echtvereniging bleef, dus Wilhelmina bleef aan hem onderworpen. Maar hij kreeg de nationaliteit van zijn vrouw, kreeg geen eigen inkomen en de kinderen zouden de achternaam van Wilhelmina krijgen.

Nu, 70 jaar na afschaffing van de wet handelingsonbekwaamheid, ondervinden vrouwen daar nog steeds de gevolgen van. Volgens Juul Op den Kamp in haar documentaire ‘Hoeksteen van de samenleving’ (NPO juni 2026) slaagt slechts minder dan 10 procent van de stellen erin om werk en zorg gelijk te verdelen, terwijl vrouwen nog steeds minder verdienen dan mannen. De oorzaak hiervan ligt volgens haar bij het systeem: geen gratis kinderopvang, geen gelijk verlof voor zzp-ers en geen aanpak van de loonkloof.

Liberalen, sociaal democraten, communisten en confessionelen

De verschillende politieke partijen boden verschillende kansen aan vrouwen om gekozen te worden. De liberalen waren de sterkste voorstanders van het vrouwenkiesrecht. Gelijke kansen voor vrouwen en mannen waren voor hen een belangrijk uitgangspunt: ‘In het anders zijn van man en vrouw ligt geen grond haar minderwaardig te achten’. Bij de sociaaldemocraten (de SDAP) was de invoering van het algemeen kiesrecht een strijdpunt. De partij wilde in de eerste plaats de positie van de arbeiders verbeteren, daarna kwamen pas de vrouwenrechten. Troelstra was bijvoorbeeld bang dat vrouwen veelal op de confessionelen zouden gaan stemmen en daarmee het conservatisme zouden steunen, wat in het nadeel zou zijn voor de arbeider: het zou een verzwakking betekenen van de sociaaldemocratie. Wel deed de SDAP vanuit een eigen vrouwenorganisatie veel aan vorming en scholing van meisjes die nauwelijks onderwijs hadden gehad en niet bekend waren met de politiek. De confessionelen waren uitgesproken tegenstanders van het vrouwenkiesrecht. Deelname van vrouwen, met name als ze gehuwd en moeder waren, was voor hen ondenkbaar. Voor Abraham Kuyper stond het gezin centraal, maar Herman Bavinck verkondigde een nieuwe opvatting: volgens hem was niet alleen de man, maar ook de vrouw als mens geschapen (sic!). Maar zijn invloed verdween al snel.

De cijfers

Er bleken veel meer vrouwen met ambities voor de landelijke en gemeenteraadspolitiek te zijn dan gedacht: van de 400 vrouwelijke kandidaten werden er ongeveer 250 gekozen! Van der Steen geeft heel veel cijfermateriaal waar je als lezer nog weleens over struikelt: cijfers per verkiezingsjaar, voor de Tweede Kamer, voor de Eerste Kamer, voor de Provinciale Staten, voor de verschillende gemeenteraden, enzovoorts.

Naast de aantallen kandidaten vraagt van der Steen zich ook af wat het effect was van het actieve stemrecht voor vrouwen op de zetelverdelingen. In 1922 vonden de eerste landelijke verkiezingen plaats volgens het algemeen kiesrechten in 1923 voor de gemeenteraden. De uitslagen lieten een toename zien van het aantal vrouwelijke politici.  De grote winnaars van de landelijke verkiezingen waren de confessionelen. Zowel de liberalen als de sociaaldemocraten verloren heel wat zetels. De partijen die het hardst streden voor vrouwenkiesrecht, hadden er dus het meeste last van. We kunnen zeggen dat Troelstra toch gelijk kreeg: veel vrouwen kozen op de confessionelen, hetgeen een verzwakking betekende voor de sociaaldemocratie.

Diversiteit

De vele tegenstand, niet alleen van politici om hen heen, maar dikwijls ook van hun eigen man, maakte dat vrouwen zeer strijdbaar zijn moesten om zich een plaats te verwerven in de politiek. Dat herkennen we in de huidige politiek natuurlijk nog steeds. Die weerstand tegen vrouwen leidde er ook toe dat er nogal wat onvrijwillig voortijdig vertrek plaatsvond. Des te verrassender is het dat het overgrote merendeel van de vrouwen die zich kandidaat stelden gehuwd en moeder was.

Daarnaast werden de politieke functies zeker niet alleen bekleed door hoogopgeleide vrouwen uit de elite: ook arbeidersvrouwen betraden de arena. Wat betreft religie kandideerden katholieken en met name protestanten nauwelijks vrouwen. We zien het verzet tegen vrouwen heden ten dage nog steeds bij de SGP. Merkwaardigerwijs had een relatief groot aantal vrouwelijke volksvertegenwoordigers een Joodse achtergrond. Margit van der Steen verklaart dit niet.

De effecten van vrouwen in de politiek

De vrouwen zorgden voor een verruiming van de politieke agenda door veel thema´s aan te pakken die mannen hadden laten liggen. Ze gaven aandacht aan zorg voor moeders en kinderen, gezondheid, huisvesting, werk voor vrouwen, onderwijs voor meisjes. Ze zetten zich in voor gelijke rechten, armoedebestrijding, drankbestrijding en antimilitarisme. En ze introduceerden nieuwe manieren van communiceren. De Haagse burgemeester Jacob Patijn twijfelde er bijvoorbeeld niet aan dat de komst van vrouwen de mannen zou aanzetten om ‘de goede toon en parlementaire vormen in acht te nemen’. Door de vrouwen kwam ook de vraag aan de orde wie verantwoordelijk was voor de zorg voor kwetsbaren en armen, de liefdadigheid of de lokale overheid. De algemene mening was dat vrouwen in de politiek empathischer en praktischer waren dan mannen. Vrouwen werden niet gezien als politici, maar als ‘beheerders van een groot gezin namelijk de gemeente.’ Dit beeld maakte hun rol in met name de gemeenteraden acceptabeler.

Indrukwekkend en vernieuwend

Het onderzoek van Margit van der Steen is vernieuwend en onthullend. Het dicht het hiaat van het ontbreken van onderzoek naar de opmars van de eerste vrouwelijke politici in Nederland. Wel bevat haar boek een overdaad aan cijfers en beschrijvingen van individuele cases, zodat ik sommige gedeelten sneller begon te lezen. Het is af en toe wat teveel geschreven als een onderzoeksverslag. Bovendien voegen de biografische portretten weinig toe omdat ze kort zijn – zo´n 2 of 3 pagina´s per vrouw – en ze een niet zo spannende opsomming zijn van burgerlijke staat, opleiding, politieke richting en bezigheden van de geportretteerde vrouw.

Anderzijds laat het boek de lezer achter met een indrukwekkend beeld van de ambitie en strijdbaarheid van vrouwen in die tijd, die de weg hebben geëffend voor vrouwen om de politiek in te gaan. Het bevat ook veel verhalen en citaten die tot de verbeelding spreken. Margit van der Steen bestudeert en onderzoekt zonder uit te gaan van een feministisch perspectief. Daardoor geeft haar boek een prachtig objectief beeld van de politiek in het begin van de 20ste eeuw, dat ertoe uitnoodt om parallellen te trekken met de hedendaagse maatschappelijke situatie en de politiek.

Ware Wonderdieren. De eerste vrouwen in de Nederlandse politiek (1917-1927)
Margit van der Steen
Boom
ISBN paperback 9789024474479
Verschenen in maart 2026

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 29,90)
Meta Krüger
Meta Krüger
Meta Krüger is socioloog en emeritus-lector Leiderschap in het onderwijs. Naast meerdere wetenschappelijke artikelen en twee leerboeken voor schoolleiders schreef zij Lief kankerdagboek en (samen met Lorenz van Doornen) Diorama’s uit de 18de en 19de eeuw en Het elektrisch paradijs uitgegeven bij Walburg Pers.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in