Het raadsel Adrienne Rich

Audre Lorde, Meridel Lesueur en Adrienne Rich in 1980. © K. Kendall (CC BY-SA 2.0) (atr. 36) )

Ook in Nederland was ze beroemd: lesbisch links icoon Adrienne Rich (1929-2012), subliem dichter in Diving into the Wreck (1973) en gezaghebbend essayist in Of Woman Born (1976) —hier vertaald als Uit Vrouwen Geboren, een van de bijbels van de vrouwenbeweging. Ik was bijzonder geïnteresseerd in deze biografie, want het leven van Rich bestrijkt ongeveer dezelfde periode als dat van het onderwerp van mijn onderzoek, Carolyn Kizer (1923-2014). Beiden waren voorvechters van het feminisme, maar waar Rich een feministisch symbool is gebleven, is Kizer, ondanks haar Pulitzer (die Rich nooit gewonnen heeft) in de vergetelheid geraakt. Waarom? Bovendien had ik in een van Carolyn Kizers brieven aan haar jonge Pakistaanse minnaar gevonden dat hij vreemdging met ene ‘Adrienne,’ maar dat kon toch niet de lesbische Adrienne Rich zijn? Ik hoopte dat deze biografie mijn vragen zou beantwoorden.

Adrienne Rich

Eerst maar een samenvatting van Richs levensloop. Ze was de eerste van twee dochters van een prominente arts aan de befaamde Johns Hopkins Medical School, Arnold Rich, en Helen Jones, een musicus, die haar loopbaan opgaf toen ze trouwde. Adrienne groeide op in een rijke wijk in Baltimore in een huis dat zo op de filmset van Gone with the Wind paste. Ze was een wonderkind en haar vader stimuleerde haar vanaf jongs af aan: zij moest en zou een gevierd schrijver worden. Adrienne voldeed aan zijn hooggespannen verwachtingen. Als 21-jarige student werd ze door W.H. Auden verkozen tot winnaar van de prestigieuze Yale Series of Younger Poets Award. Ze verwierf een van de felbegeerde Guggenheim Fellowships-die gewoonlijk werden toegekend aan artiesten die al veel meer gepresteerd hadden dan zij–om een jaar in Oxford te studeren. Na terugkeer in Amerika trouwde ze met Alfred Conrad, een hoogleraar economie aan Harvard—samen kregen ze drie zonen. Zij volgde Conrads carrière en de familie verhuisde van Cambridge naar het bruisende, politiek bewuste New York City. Haar eigen loopbaan nam tegelijkertijd een vlucht: ze publiceerde een aantal goed ontvangen dichtbundels en doceerde aan verschillende universiteiten. Nobelprijswinnaar Louise Glück vond haar een mislukte mentor. Holladay citeert haar: ‘If she liked a poem, Rich would say, “I dig it.” If not: “I don’t dig it.” De biograaf vervolgt: ‘Glück didn’t dig the class or her professor. She wanted to talk poetry in depth; she didn’t feel comfortable in the artificially relaxed setting, nor did she share her professor’s interest in the unrest afflicting Columbia.’

Schijn en wezen

Adrienne Rich leek alles mee te hebben, maar dat was slechts schone schijn. Haar vader was een despoot, die zijn familie tiranniseerde. Hij overhandigde bijvoorbeeld zijn kersverse bruid vlak voor hun vertrek naar Parijs—ze namen ieder een andere boot, sowieso een vreemde manier om aan je huwelijksreis te beginnen—een lange gedetailleerde brief met de eisen die hij aan zijn vrouw stelde. De brief was zo afschuwelijk dat ze die overboord gooide. En hoewel ze in de beste wijk van Baltimore woonden, was deze ook antisemitisch, terwijl Arnold Joods was. Hij verloochende zijn afkomst. Zijn vader had hun naam al veranderd van Reich naar Rich en de Rich-meisjes werden christelijk opgevoed. En hoewel Auden Adrienne Richs eerste bundel geselecteerd had, was zijn voorwoord seksistisch: ‘the poems a reader will encounter in this book are neatly and modestly dressed, speak quietly but do not mumble, respect their elders but are not cowed by them, and do not tell fibs.’ Haar verblijf in Oxford was ook niet ideaal. Adrienne had een verbroken verloving achter de rug en haar ex-fiancé betaalde een Britse kennis om met haar aan te pappen en haar te bespioneren. (Ik neem haar ex, die zodanige mentale problemen had dat hij elektroshocks moest ondergaan, deze enorme inbreuk op haar privacy niet zozeer kwalijk, maar wel de man die zich voordeed als vriend en dit als een grote, goed betaalde grap beschouwde.) Nog tragischer verliep haar aanvankelijk idyllisch schijnende huwelijk. Adriennes vader was vanaf het begin faliekant tegen. Conrad, ook van Joodse afkomst, had eveneens zijn achternaam veranderd (van Cohen naar Conrad) en zelfs een neusoperatie ondergaan, maar zijn ouders waren orthodoxe Joden die naar haar vaders smaak simpelweg te lowbrow waren. Bovendien was Conrad getrouwd geweest met een onstabiele vrouw—die hij zomaar in de steek liet. Arnold Rich schreef zijn dochter brieven gevuld met antisemitische tirades tegen Conrad, maar–in wat ze later beschreef als haar opperste daad van rebellie—Adrienne liet zich niet weerhouden.

Als een baksteen

Aanvankelijk volgde ze toch veelal de gebaande paden, want ze had de lessen van het patriarchaat geïnternaliseerd. Ze werd een ‘faculty wife’: ‘It didn’t matter whether she was the author of A Change of World or a Guggenheim recipient; what mattered were her husband and her hat.’ Ze was er in de seksistische jaren vijftig van overtuigd dat alle vrouwen ondergeschikt waren aan machtige mannen. Tegelijkertijd werd ze verscheurd tussen haar verantwoordelijkheden tegenover haar gezin en haar verlangen om te schrijven. Een tweede Guggenheim bracht uitkomst, want die stelde haar in staat met Conrad en hun kinderen in 1961 naar Nederland te gaan. Van haar beurs kon ze een huishoudster betalen, die voor de kinderen zorgde. Adrienne voelde zich vrij: ze leerde zelfs Nederlands en vertaalde Hendrik de Vries, Gerrit Achterberg, Leo Vroman, and Chr. J. van Geel. Haar gedachten over de positie van vrouwen ontworstelden zich langzamerhand aan de heersende patriarchale opvattingen en uit haar dichtbundel, Snapshots of a Daughter-in-Law (1963), blijkt dat de rollen van moeder en dichter met elkaar conflicteerden. Terwijl ze tot dan toe de lieveling was geweest van de door mannen gedomineerde literaire wereld, lieten ze haar nu als een baksteen vallen: ‘it was like flunking a course.’ (Carolyn Kizer maakte hetzelfde mee toen ze in 1954 het eerste deel van haar proto-feministische Pro Femina schreef: ‘the group of writers—all men except for me—who met irregularly at my house to discuss our work . . . . saw nothing of value in Pro Femina, nothing at all.’)

Feminisme

In New York City werden de Conrads bijzonder actief in de New Left en antiracistische revoltes, Alfred nog meer dan Adrienne. Zoals zovelen in die tijd van protest besloten zij tot een open huwelijk. Adrienne had vele affaires, onder anderen met Carolyn Kizers Pakistaanse schrijver maar eveneens met vrouwenhater Robert Lowell. Holladay noemt dit een ‘noteworthy literary coupling.’ (Een van de verrassend vreemde uitdrukkingen in deze biografie. In het algemeen schrijft Holladay soepel, met mooie metaforen, zonder, zelfs, jargon te gebruiken als ze de vele vormen van feminisme beschrijft–maar heel af en toe vliegt ze een beetje uit de bocht.)

Adrienne werd pas laat een feminist. In de eind jaren zestig, classificeerde Robin Morgan—die een grootschalig protest tegen de Miss Amerika-verkiezing in 1968 organiseerde en medeoprichter was van New York Radical Women en W. I.T.C.H. (Women’s International Terrorist Conspiracy from Hell)—haar als een ‘well-meaning, liberal white lady.’ Inmiddels was haar huwelijk op de klippen gelopen en leefden de Conrads gescheiden. Hij raakte in een zodanig diepe depressie dat hij een geweer kocht, de loop in zijn mond stak, en zich doodschoot in oktober 1970. Haar vader was in 1968 gestorven en Holladay concludeert: ‘With both her husband and her father gone, Adrienne Rich was suddenly, finally, emancipated from the control of men.’ Misschien is dat wat al te gemakkelijk—hoewel Holladay over het algemeen niet simplificeert—maar feit is dat Rich na de zelfmoord van haar echtgenoot het roer verbazingwekkend snel omgooide en een radicale feministe werd. Ze viel echter nog steeds meer op mannen dan op vrouwen. Holladay laat overtuigend zien dat Adrienne Rich enkele van haar beste gedichten schreef—waaronder ‘Diving into the Wreck,’ het titelgedicht van de gelijknamige bundel– toen ze in het ongewisse verkeerde tussen haar verleden als heteroseksuele vrouw en haar toekomst als lesbienne met een vaste partner. Holladay heeft overigens een uitstekende balans gevonden tussen Adrienne Richs leven en werk: geen geringe opgave in een literaire biografie.

Even uitstekend zijn Holladay ’s schetsen van de verschillende stromingen in de Amerikaanse vrouwenbeweging en Adrienne Richs plaats daarbinnen. Ik heb veel van haar geleerd voor mijn Kizer biografie-to-be. Ze laat verder zien dat de aanbidding van Adrienne door feministische groupies niet altijd terecht is. Adrienne is raadselachtiger dan het beeld dat van haar bestaat. Zo is ze hogelijk geprezen voor het feit dat ze de National Book Award, die ze in 1974 kreeg voor Diving, publiekelijk deelde met twee genomineerde zwarte dichters, Audre Lorde en Alice Walker. Deze politieke daad werd zowel in de Verenigde Staten als Nederland gezien als een prachtig anti-patriarchaal gebaar. Maar Adrienne had van tevoren Lorde en Walker onder druk gezet de prijs te delen–wie van de drie deze dan ook mocht winnen. Er was nog een vierde genomineerde vrouw, de 22-jarige Eleanor Lerman, die weliswaar wit was maar arm en daarom het geldbedrag goed kon gebruiken. Zij werd bedolven onder een barrage van telefonades—maar hield stand. Adrienne’s speech was desalniettemin revolutionair: ‘We, Audre Lorde, Adrienne Rich, and Alice Walker, together accept this award in the name of all the women whose voices have gone and still go unheard in a patriarchal world, and in the name of those who, like us, have been tolerated as token women in this culture, often at great cost and in great pain. We believe that we can enrich ourselves more in supporting and giving to each other than by competing against each other; and that poetry-if it is poetry-exists in a realm beyond ranking and comparison.’

Omwenteling

Daarna ging het snel–niet alleen met de verheerlijking van Adrienne Rich als de belangrijkste feministische dichter van Amerika, maar, tegelijkertijd, met haar seksuele omwenteling. In 1974 kreeg ze een verhouding met haar psychiater, wat natuurlijk indruiste tegen alle geschreven en ongeschreven regels van de psychiatrie. Bovendien werd homoseksualiteit nog steeds gestigmatiseerd, hoewel de American Psychological Association haar net (in 1973) niet langer als geestesziekte beschouwde. Hun relatie hield maar een jaar stand. In 1976 vond ze haar tweede levenspartner, Michelle Cliff, een lichtgekleurde schrijfster uit Jamaica, met wie ze ging samenwonen. In datzelfde jaar kwam haar baanbrekende bestseller Of Woman Born uit. Hierin gaf ze lezers over de hele wereld inzicht in de eisen die het patriarchaat aan het moederschap stelde. Ze beargumenteerde dat moederschap niet alleen de privé-realiteit is die vrouwen als moeders ervaren, maar ook dat de sociale inbedding van het moederschap vrouwen beperkt tot hun verzorgende rol. In de academische wereld maakte het feminisme meer en meer opgang door Of Woman Born en werken als Kate Milletts Sexual Politics (1970) en Mary Daly’s Beyond God the Father (1973).

Nauwelijks uit de kast, schokte Adrienne tijdens een lezing haar gehoor door een man toe te bijten dat ze geen vragen van iemand van zijn sekse wilde beantwoorden. Zij schaarde zich daarmee onder de lesbische separatisten in de vrouwenbeweging, een groep die sterk in opkomst was. Ze concentreerde zich nu op de lesbische vrouwencultuur. Volgens haar altijd welbespraakte, provocatieve mening bood alleen de lesbisch-feministische cultuur een reële mogelijkheid voor maatschappelijke verandering, omdat deze buiten de grenzen van het patriarchaat opereerde. Homoseksuele mannen vielen dus evenzeer buiten de boot. Spoedig trok ze, boos en compromisloos, ten strijde tegen pornografie–maar choqueerde haar medestrijders na een paar jaar door hen publiekelijk af te vallen. Ook lesbisch-separatisme werd minder belangrijk en in de vroege tachtiger jaren raakte Rich gegrepen door haar Joodse identiteit. Hoewel veel vrouwen haar opeenvolgend  contradictorische, maar altijd gepassioneerd beleden politieke standpunten niet meer konden volgen (de meeste mannen waren al eerder afgehaakt) bleef ze toch een gewilde, publieke spreker.

Aangezien Adrienne Rich uiteindelijk vooral bekend is gebleven door haar socio-politieke Of Woman Born, een boek over moederschap, is het ironisch dat ze als moeder in deze biografie nauwelijks aan bod komt. Holladay zegt dat uit correspondentie blijkt dat Adrienne veel van haar drie zoons hield, maar ze fungeren nauwelijks in dit boek. Dat is vreemd als je bedenkt dat ze na de dood van haar man een alleenstaande moeder was. De biografe meldt wel dat Rich vond dat haar zoons het niet konden helpen dat ze mannen waren–ze moesten echter wel de voordelen van hun positie beseffen: ‘They are, I think, fundamentally decent people but have yet to understand, if they ever do, what their gender and skin color does for them. I don’t think they can realize the doors that are open, the assumptions that are made, the privilege that goes with that.’ IJskoud, toch? Ik had meer over Adrienne als moeder willen lezen. Weigerden de zoons (leven ze alle drie nog?) hun medewerking? Ze zijn niet geïnterviewd. De mening van Adrienne’s jongere zus Cynthia, met wie ze een slechte verstandhouding had, horen we daarentegen vaak, te vaak. Als mede-biograaf ging ik natuurlijk verder op zoek naar de bronnen van de biografie. Het fundament is de rijke Adrienne Rich collectie in de Schlesinger Library, maar ik zag tot mijn verbazing dat veel ervan maar beperkt toegankelijk is tot 1 januari 2020 of, zelfs, tot 2050. Waarom heeft Holladay haar bronnen niet meer expliciet toegelicht? Heeft de Adrienne Rich Literary Trust haar het leven zuur gemaakt? Staat er een concurrerende biografie klaar in de coulissen? Ik weet het niet.

Hilary Holladay heeft een bijzondere prestatie geleverd door als eerste deze complexe vrouw met zoveel totaal verschillende persoonlijkheden–van brave dochter tot strijdbaar separatistisch-lesbisch feministe–beeldend te beschrijven in de context van haar turbulente tijd. Rich is echter toch wat raadselachtig gebleven. Holladay eindigt haar biografie: ‘Who was she? Who was she really?’ Ze beantwoordt haar eigen vragen wat zwakjes: ‘Her strengths and her wounds were all there on the page: I am my art. That is the power of Adrienne Rich, her triumph.’

The Power of Adrienne Rich
Hilary Holladay
Doubleday
ISBN hardcover 9780385541503

ISBN ebook 9780385541510
Verschenen in november 2020

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 26,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 10,99)
Marian Janssen
Marian Janssen schrijft nu de biografie van dichter en Pulitzer Prize-winnaar (1985) Carolyn Kizer (1923-2014). Ze schreef eerder Not at All What One Is Used To: The Life and Times of Isabella Gardner (University of Missouri, 2010). Ze is als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here