Overspel als noodzaak. The Secret Life of John le Carré

In het Nederlands hebben we geen woord voor een seksueel hyperactieve man als romancier David Cornwell, alias John le Carré. Vrouwengek, charmeur, Don Juan, losbol, schuinsmarcheerder, rokkenjager, seksmaniak, playboy, flirt, erotomaan, geen van deze termen dekt de lading. Ook in het Engels ontbreekt blijkbaar een passende term, dus zelfs Le Carré’s biograaf Adam Sisman en Engelstalige recensenten gebruiken bij gebrek aan beter maar het werkwoord philandering om te beschrijven wat er gebeurt, hoewel dat woord impliceert: relaties aangaan met vele vrouwen zonder emotioneel betrokken te raken. Maar dat was juist wél het geval bij Cornwell.

Ik behoor niet tot degenen die geloven dat seks alles verklaart, schrijft Sisman in zijn nieuwe boek over Le Carré. Voor de meeste mensen, denkt hij, is seks gewoon onderdeel van het leven, niet iets wat een creatieve vonk doet overslaan.

But in the case of John le Carré… his pursuit of women was a key to unlock his fiction. Not only did it help to explain what he wrote, it helped to explain how, why and when he wrote.”

Le Carré zelf was er in een brief aan Sisman heel expliciet over:

“My infidelities produced in my life a duality & a tension that became almost a necessary drug for my writing, a dangerous edge of some kind. They are not therefore a ‘dark part’ of my life, separate from the ‘high literary calling’, so to speak, but, alas, integral to it, & inseparable.”

Ex-spion

Was philandering het geval geweest, dan was The Secret Life of John le Carré dus nooit geschreven. Sisman is geen gluurder en hij schrijft niet voor voyeurs. Toen hij bezig was zijn eerste biografie van de schrijver te voltooien, stelde een van Cornwells zonen voor om het geheime seksleven van zijn vader te bewaren voor later, wanneer zijn vader en zijn tweede vrouw overleden zouden zijn. Als een soort reserve, om te zijner tijd een aanvulling op de dus niet zo definitieve biografie te zijn. De biografie werd vervolgens geschreven met “due respect to the sensitivities of living third parties”, aldus het contract tussen schrijver en biograaf – en dit nieuwe boek is de aanvulling.

In het eerste hoofdstuk Spying is Lying beschrijft Sisman Le Carré’s maniakale maatregelen om te voorkomen dat zijn vrouw zijn overspel zou ontdekken. Ze zijn afgeleid uit zijn korte carrière bij MI6, onder andere als geheim agent in Bonn en Berlijn ten tijde van de Koude Oorlog. MI6 was de afdeling bij de geheime dienst SIS, die was gespecialiseerd in spionage en contraspionage. In ieder geval hebben enkele van zijn maîtresses ook die link met zijn vroegere bestaan als spion gelegd, niet zo moeilijk.

Hij betaalde de enorme boeketten, juwelen en luxe vakanties met hen cash of via een credit card bij een bank waarvan zijn echtgenote Jane, die thuis de hele administratie deed, nooit gehoord had. Het overspel vereiste nogal wat organisatie en vakbekwaamheid in het gebruik van codes, valse namen, dead letter boxes, geheime adressen voor ontmoetingen en andere plekken die doorgingen voor ruimtes om ongestoord te kunnen schrijven. Vrienden werden geregeld om post van maîtresses te ontvangen. Hij reisde veel om zogenaamd onderzoek voor zijn boeken te doen, checkte in bij hotels onder een valse naam, liet tickets regelen door een reisagent die kon zwijgen als het graf, noteerde vrouwen onder codenamen in zijn adresboek. “And just as infidelity enlivened his real life, so betrayal became the underlying theme of his fiction, the one reflecting the other.”

In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op Le Carré’s rancune tegenover zijn moeder, die hem en zijn broertje verliet. Hij verloor zijn vertrouwen in vrouwen en had last van verlatingsangst, wat niet blijkt uit te sluiten dat hij meestal zelf degene was die de relatie beëindigde, al of niet abrupt, al of niet met tekst en uitleg. Een beetje ondergesneeuwd raakt dat Le Carré intens gelukkig kon worden van affaires en vriendschappen met vrouwen. Hij zelf noemt dat aspect niet in een lijstje dat hij aan Sisman gaf met “redenen” voor zijn philandering (die in de richting lijken te wijzen van een manisch-depressieve gesteldheid; zijn zoon Tim worstelde daar ook mee):

  1. Ever since childhood, a search for elemental creature warmth & love
  2. A recognition – at 30 – that I had given my youth away to a marriage that only made me sad
  3. An ignorance & suspicion of all women, a never-ending search for love; carnality, self-destruction, reckless despair, hope
  4. Depression
  5. No self-esteem
  6. Fury at the chains of convention
  7. Utter loneliness
  8. Fury at my own conformity with convention
  9. A root fear of women, again

In het chaotische en verre van complete archief van de schrijver heeft Sisman ook een lang verslag opgeduikeld dat Cornwell in 1968 over zijn seksuele leven schreef voor een psychiater (je kan boffen als biograaf; dit document werd zelfs de basis voor zijn biografie). Moge uit het raadplegen van een psychiater blijken dat hij zijn eigen gedrag zeer problematisch vond, voor vrouwen en voor zichzelf. Keer op keer betreurt hij ook dat hij geen goede vader was. Zijn eigen vader stuurde zijn zoontjes naar een kostschool, zodat hij zijn leven als oplichter in de grote wereld kon voortzetten. Van wie had ik goed ouderschap kunnen leren, vroeg de schrijver zich af. Toch had hij in zijn hart en als romancier een zwak voor zijn vader. Cornwell nam zelfs af en toe het typische taaltje van zijn vader over. “A full and frank exchange of views” is dan een eufemisme voor seks.

John le Carré in 2017 © German Embassy London (CC BY 2.0)

Vrouwenrollen

Hij werd keer op keer verliefd op vrouwen die hem boeiden, vaak uit het literaire circuit, altijd veel jonger dan hij (Cornwell werd 89). Wellicht zag hij ook in sommigen het potentieel voor een rol in toekomstige romans (die ze inderdaad kregen, zoals de activiste in The Constant Gardener). Met één van hen heeft hij alleen gecorrespondeerd,wel met de bedoeling ooit nog eens verder te gaan, waarover hij dan op papier fantaseerde. Sisman citeert hieruit geen erotische details en evenmin uit andere documenten, hij trekt een duidelijke grens om het verwijt van voyeurisme verre van zich te houden. Dat deed ook een van zijn belangrijkere bronnen, Suleika Dawson, in haar vorig jaar verschenen memoires van haar romance met Le Carré. Desondanks zullen er zeker weer Britse recensenten zijn die zich hardop afvragen waarom van hun icoon “de vuile was” buiten gehangen moet worden.

Wat Sisman verhaalt over Le Carré’s langer durende affaires met vrouwen, leest soms als episodes uit diens boeken. Ik moest denken aan The Secret Pilgrim, met daarin een extreem, onvergetelijk verhaal over een Nederlander, een soort eigentijdse Snouck Hurgronje, die in Cambodja ten tijde van de opmars van de Rode Khmer voor MI6 werkt, verdwijnt, wordt opgespoord en dan aan een van de Britse spy masters uitlegt waarom hij de thee rondbrengt in een bordeel met minderjarige meisjes. Aan het eind snap je dat dit onvermijdelijk is. Het vormt ook Le Carré’s zoveelste aanklacht tegen wat de Koude Oorlog aan ravage in het intieme leven van mensen aanrichtte – en later de War on Terror.

In het laatste hoofdstuk verhaalt Sisman van zijn zoektocht naar de waarheid over Le Carré, want de schrijver gaf in interviews verschillende antwoorden op dezelfde vragen, debiteerde bijgeschaafde anekdotes, had zoals iedereen een falend geheugen en moest dus zolang zijn vrouw Jane in leven was de schone schijn ophouden. Sisman:

If the writer was untrustworthy, can we trust the writing? Perhaps the answer to this conundrum lies in the distinction between the life and the work. In his finest novels, such as A Perfect Spy, David was unsparing of himself, confronting his demons with disarming candour. Maybe he was true to himself, if not to his wife. David Cornwell at his worst was a liar; but John le Carré at his best was a truth-teller.”

Eén vraag blijft onbeantwoord in dit boek: waarom trouwen mannen als Cornwell überhaupt, zelfs na een eerste treurig huwelijk? En blijven ze getrouwd, zelfs als ze hun volgende vrouw een “monster” vinden? Pas verscheen van Frédéric Beigbeder, een bête noir van Franse feministen, het boekje Confessions d’un hétérosexuel légèrement dépassé (bekentenissen van een al enigszins gedateerde hetero). Hij beweert daarin dat de meeste (Franse) mannen, bij gebrek aan oorlogen vol geplempt met ongebruikt testosteron, vrouwen de hele dag de maat lopen te nemen: geschikt om mee te vrijen of niet. Al die begeerte leidt af van hogere dingen, je hebt er een dagtaak aan, en bovendien: je kunt niet iedereen hebben. Daarom moet je trouwen, om rust te vinden – en echte liefde. Spreek gewoon elke ochtend weer het jawoord, oui oui oui.

Maar ook Beigbeders vaak hilarische analyse, geschreven als voorlopig het laatste woord over de kwestie, is dus niet van toepassing op David Cornwell. Het verhaal achter andere “serial adulterers” zal wel een stuk prozaïscher zijn, maar wie weet wat we zien als we ophouden etiketten op mensen te plakken.

The Secret Life of John le Carré
Adam Sisman
Uitgegeven door Profile Books
ISBN hardcover: 9781800817784
ISBN e-book: 9780063341050
Verschenen in oktober 2023

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 14,99)
Bestel als e-book bij bol.com (€ 15,49)

Anneke van Ammelrooy
Anneke van Ammelrooy
Anneke van Ammelrooy (1955) is journalist en vertaalster. Ze schreef onder andere Alles is er niet, een persoonlijk verslag van haar eerste jaar in Irak. Ze was hoofdredactrice van het Leids universiteitsweekblad Mare, Publiek Domein, Keesings Historisch Archief en OR-informatie. Voor de Volkskrant schreef ze over cultuur en politiek. Bij het ANP was ze redacteur Arabische landen. Ze werkt aan een boek over de toekomst van politieke partijen (2003-2010). Momenteel werkt ze aan een biografie van Bart Tromp.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in