Een biografisch prentenboek over Beatrix Potter

Van gelukkige zomers tot iconische kinderboeken

Beatrix Potter met haar vader en broer © National Portrait Gallery (CC BY-NC-ND 3.0)

De term biografie lijkt bedrieglijk eenduidig maar de praktijk is juist zo verrassend veelvormig: van dikke meerdelige boekwerken, tot de enkele krachtige strofen van een popsong, zoals ik laatst besefte bij het horen van Black Velvet van Alannah Myles op de radio (in dit geval over Elvis). Of iets een klassieker wordt valt moeilijk te voorspellen maar een bijzonder nieuw boek over Beatrix Potter doet er een interessante gooi naar.

Het fenomeen Beatrix Potter begon ooit met deze zin:

I don’t know what to write to you, so I shall tell you a story about four little rabbits whose names were Flopsy, Mopsy, Cottontail and Peter.

Met die schijnbaar zo terloopse woorden schreef Beatrix Potter kinderboekengeschiedenis. Het allereerste origineel van The Tale of Peter Rabbit stond in een brief aan Noël Moore, het zoontje van haar voormalig gouvernante Annie Carter. Ruim 8 jaar later, in december 1901, was er een zo succesvolle uitgave in eigen beheer dat er na 2 maanden een herdruk kwam (beiden zijn nu zulke gezochte juweeltjes dat ze ruim hun gewicht in goud waard zijn op de verzamelaarmarkt), en al in datzelfde jaar, 1902, begon de zegetocht bij uitgever Frederick Warne & Co, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Boekjes met een onzegbaar subtiele toets, vol tederheid en levenslust. Juweeltjes die de frisse energie van hun lancering nog steeds uitstralen.

Beatrix Potter was schrijfster en tekenares. Al heel jong begonnen met tekenen naar de natuur, wist ze zich tot een zeer begaafde ambachtsvrouw te ontwikkelen. Haar wetenschappelijke tekeningen van onder andere schimmels worden nog steeds gebruikt, zo hoog is het waarheidsgehalte en detailniveau. Ook haar illustraties van fictie zijn buitengewoon mooi. De tekeningen bij haar bekende verhalen, uit een bestiarium dat onder andere is bevolkt met ondeugende konijnen, lieve eenden, speelse katten, waardige kikkers en ijverige muizen, zijn liefdevol en herkenbaar. Potter genereerde een compleet eigen universum aan herdrukken, andere mediavormen en spin-offs. Haar tekenaarschap is van een indrukwekkend niveau en het heeft iets heel toepasselijks dat er nu ook een prentenboek verschijnt over de vrouw die zelf zo adembenemend mooi kon tekenen. Linda Elovitz Marshall schreef de biografie voor kinderen Saving the Countryside: The Story of Beatrix Potter and Peter Rabbit. De tekeningen, die dit boek echt verheffen tot iets bijzonders, zijn van Ilaria Urbinati.

Benjamin Bunny

Gelaagd stofomslag

Je ziet niet zo heel vaak dat een geïllustreerde boekkaft afwijkt van de afbeelding op de stofomslag die er omheen zit. Zo’n verschil is bij Saving the Countryside wel het geval en wordt heel mooi ingezet, met een speelse toets van een extra laagje biografie. Op de stofomslag zien we een jonge, tekenende Beatrix zitten, op de boekkaft zelf staat ze als volwassen vrouw op dezelfde plaats, de plaats ook die in de boektitel wordt bedoeld: het ruige Lake District in het noordwesten van Engeland. Als meisje genoot ze er met volle teugen van, als volwassen vrouw maakte ze het een van haar levenstaken om het te helpen beschermen. Dit geeft een interessante dynamiek. Als je de stofomslag eerst bekijkt, vervolgens openslaat en dan naar de boekkaft kijkt, vormen deze twee afbeeldingen samen een minibiografie. Zowel chronologisch als door de nadruk op de twee speerpunten van haar leven: het tekenen en het beschermen van het cultuurlandschap. Een mooie, gedurfde keuze die een grafisch boeiend element toevoegt. Dit soort oog voor detail, gecombineerd met de adembenemende afbeeldingen, maken dit een sfeervol biografisch prentenboek.

Saving the Countryside gaat over Beatrix Potter maar ook over haar nalatenschap – zowel de kinderboeken als, zoals de titel duidelijk aangeeft, de culturele en landschappelijke milieubescherming.

Hoog Wollewei gehalte

Elke tekening wordt gekenmerkt door zoveel detail en verbeeldingskracht dat je er – als volwassen lezer en zeker als kind – in kunt ronddwalen en telkens nieuwe dingen blijft zien. De tekeningen spreken, hebben naast een frisse artistieke schoonheid zoveel verhaalkracht en sfeer dat je er naar blijft kijken. Dit zijn denk ik tekeningen die een kind bij zullen blijven. Het kleurgebruik is rijk en stemmig. Het is het werk van een artieste die opgaat in wat ze maakt, zodat elk detail leeft, elk schaapje lijkt een individu, elke emotie die de biografische tekst lanceert komt terug in compositie en sfeer. Je kunt dingen aflezen uit de houding van de mensen en dieren op de afbeeldingen. Het is werkelijk een kunstwerk, dit prentenboek – en een speelse introductie in de wereld van het biografische verhaal voor kinderen. Voor volwassenen is het ook een mooi, emotioneel rijk verhaal. Toen ik het de eerste keer las, werd dat al snel anderhalf keer omdat het boek zo uitnodigt tot het opnieuw bekijken van de prachtige prenten, die een bijzondere mix kennen van verstilde soberheid en warme dynamiek. Je blijft ernaar kijken, het heeft een hoog Wollewei gehalte. Net als Erik Pinksterblom kun je er hele werelden in zien.

De essentie verbeeld

Omdat een prentenboek relatief weinig tekst heeft, werd Linda Marshall gedwongen de eenvoudige essentie van het verhaal van Beatrix Potter te zoeken en die – op een voor kinderen toegankelijke manier, maar zonder te simplificeren – kort en toch logisch weer te geven. Daar is ze in geslaagd. Dit is sowieso iets dat elke biograaf eigenlijk moet doen, ergens in het creatieve proces: duwen, kijken, zoeken, het verhaal aftasten. Waar liggen de hoofdlijnen, wat zijn de unieke elementen die het verhaal kenmerken? Bij een prentenboek ligt dat alleen dichter aan de oppervlakte, doordat er maar zo spaarzaam ruimte voor tekst is. De bronnen die Linda gebruikte staan achterin genoemd. Daaronder zie ik ook – leuk, verhaaltechnisch een van de beste biografieën die ik ooit las! – de iconische biografie van Margaret Lane, The Tale of Beatrix Potter: A Biography (2001). Een klassieker, omdat het zoveel in zich draagt en helder positie inneemt. Lane sleept je mee in haar verteltalent. In haar boek staat de brief aan Noël geheel in facsimile afgedrukt. Ook zie ik de iets recentere maar toch ook al veertien jaar geleden verschenen biografie van Linda Lear, Beatrix Potter: A Life in Nature. Dit boek is indrukwekkend in dynamiek en kracht. Lear raad ik zeker aan: ze is fantastisch in het duiden van de boeken van Potter, ze laat mooi zien wat deze zo bijzonder maakt. En zo staan er nog wat titels uit het best wel imposante biografische oeuvre dat Beatrix Potter omringt in de Bibliografie. Ik ken er dus een aantal van – niet veel, maar genoeg om toch wel enigszins een beeld te hebben – en merk dat ik tijdens het lezen van dit jeugdboek toch nog nieuwe dingen besef over Potter. Juist omdat de schrijfster telkens maar zo kort kan blijven bij elk onderdeel – de tekeningen becommentariërend in feite, en dan weer verder – ontstaat er een sober overzicht op bepaalde punten; iets wat de helderheid ten goede komt. Toch is het ook een resonerend verhaal, de onderdelen versterken elkaar, het wordt nergens vlak omdat de samenhang zo vonkt en schittert. Linda Marshall toont een boeiende, sterke Beatrix Potter en de tekeningen van Ilaria Urbinati zijn een warm, subliem accent.

Keuzes en de kunst van het weglaten

Het grootste verschil met de Potterbiografieën (voor volwassenen) die ik ken, is dat de romantiek het verhaal wordt uitgezet. Pardoes. Compleet en volledig. Die romantiek is juist de kern in Miss Potter, de biopic met Renée Zellweger, een mooie film die ik al meerdere malen heb gezien. Maar in dit prentenboek is romantiek geen sprookjeselement, zelfs geen zweem van belang wordt er aan toegedicht. Dat vind ik eigenlijk wel interessant, het wordt zo een heel nieuw verhaal. De tragiek en schoonheid van Beatrix’ beantwoorde maar gedoemde liefde voor Norman Warne, centraal in de genoemde film met Zellweger, is geheel weggelaten. Hij is te vinden in één tekening die doet vermoeden dat ook de illustratrice het feit kent – weer dat subtiele in de houding – maar het blijft onbenoemd. Beatrix Potters (zeer gelukkige) huwelijk op latere leeftijd met William Heelis krijgt wel zijn vermelding en ontknoping – maar dit wordt in één enkele zin uitgelicht, als betrof het één enkele penseelstreek. De nadruk ligt elders, dat is duidelijk. De focus van deze biografie ligt niet op het romantische vlak. En dat werkt prima. Een biografie heeft altijd een persoonlijke focus. Die staat niet vast. De auteur heeft een vrije keuze in de verdeling van aandacht. En de auteur van een prentenboek moet dit soort keuzes krachtig en sterk maken. Marshall bouwt dit boeiend op. De nadruk ligt op het tekenaarschap van Beatrix Potter en op de spanningsboog tussen haar liefde voor de vakanties in het Lake District en haar latere reddingsacties van deze cultureel en natuurhistorisch zo unieke streek. Ze liet land na aan de National Trust en stipuleerde hoe er mee omgegaan mocht worden. Dit zorgde dat de huizen in het oeroude natuurlandschap niet zomaar konden worden opgekocht of bewoond door bijvoorbeeld Londense zakenmensen als tweede huis. Potter nam bewuste beslissingen om haar jeugdparadijs te beschermen. De schoonheid van het verhaal ligt in het contrast tussen het strenge leven in Londen en de vrijheid die de Lakes boden, en in het enorme plezier van het maken en uitgeven van de prachtige kinderboeken. Dit komt sprankelend naar voren. Deze prentenboekbiografie toont de beroemde verhalen als een vorm van rebellie, een uitvloeisel van haar opvoeding door haar Victoriaanse ouders. Toch was het haar vader die haar met kunst in aanraking bracht. Dat soort gelaagdheid maakt de biografie interessant. Essentieel lijkt het contrast tussen het keurslijf van het Victoriaanse leven in Londen en de zorgeloze zomers in het Lake District van het waardige en ingetogen gezin waarin Beatrix opgroeide. In de stad reed de koets af en aan, waren de ouders nagenoeg afwezig en liep alles stram volgens de klok. Op het platteland was er een grote mate van vrijheid in de natuur. Hierdoor zweemde er de rest van het jaar een verlangen naar de groene weelde van het Lake District. Gelukkige zomers kende Beatrix’ jeugd, zomers die zouden inspireren tot iconische kinderboeken.

Lake District © Diliff (CC BY-SA 3.0)

Gouden inspiratie

Het werd een imposant oeuvre, uiteindelijk schreef Beatrix Potter 23 kinderverhalen. Voor het grootste deel gebaseerd op dieren die ze zelf verzorgde en die ook de reis van stad naar platteland en terug mee doormaakten, zijn de verhalen vooral schatplichtig aan het Lake District. Het zijn de landschappen van de Lakes die het zijn gouden inspiratie geven. De tederheid en de fijnzinnige humor die de verhalen van Beatrix Potter kenmerken, zijn een product van de in de gelukkige zomers gesmaakte vrijheid, zomers die het contact met de natuur tot iets actiefs en dierbaars maakten. Die vrijheid vertaalde zich naar een rustig zelfvertrouwen, ook op het artistieke vlak. Wat Beatrix Potter in dit biografische prentenboek, dat wars is van klassieke romantiek, gemeen heeft met een Chicklit heldin is dat ze iets zoekt dat haar leven betekenis kan geven. En dat heeft altijd iets met liefde te maken. Zelfs als de strenge Victoriaanse wereld om haar heen haar niet echt serieus neemt – een situatie die in dit boek meermalen duidelijk naar voren komt en in de reeds genoemde biografieën voor volwassenen ook essentieel is – doet Beatrix dat zelf wel. Ze zoekt haar eigen weg. Er ontstaat een symbiose tussen haar verlangen naar vrijheid en haar liefde voor het platteland, die zich zowel in de kinderboeken als in haar natuurconservatie uit. Dat brengt dit boek helder voor het voetlicht. Haar levensverhaal wordt prachtig in woord en beeld gevangen, met de boeiende tederheid die haar bijzondere ontwikkeling tot iconisch auteur en spraakmakend natuurliefhebber verdient. Het doet recht aan haar. Ze komt tot leven als persoon, als tekenares en als natuurconservator met een bijzondere visie. Ik heb de biografie in een adem uitgelezen maar zij leent zich ook prima als voorleesboek, juist door de tekeningen die een hele wereld in zich bergen. Lees het langzaam in kleine stukjes aan een kind voor, bijvoorbeeld elke avond twee of vier bladzijden. Wie weet waar het toe leidt. Misschien wel tot een goede beheersing van het Engels! En een mooi ademloos verhaaltje voor het slapen gaan. En wie weet tot een vanuit inspiratie geleefd leven. Net als dat van Beatrix Potter.

Saving the Countryside: The Story of Beatrix Potter and Peter Rabbit
Linda Elovitz Marshall , tekeningen: Ilaria Urbinati
Little Bee Books
ISBN 9781499809602
Verschenen in januari 2020

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 18,99)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here