Theoloog Jannes Reiling, kerkleider in kleine kring

Bij de titel Wij moeten wat meer durven komt de vraag op: is dit een  krachtige aanmoediging of klinkt er voorzichtigheid in door? De wat somber ogende omslagfoto van Jannes Reiling (1923-2005) helpt ook niet. Is dit het gezicht van een theologische rebel?

De auteur, Jelle Horjus, draait er niet omheen. Dit is geen biografie van een baanbrekende geleerde of een geruchtmakende theoloog. Maar Horjus liet zich niet uit het veld slaan door laatdunkende opmerkingen van vroegere collega’s van Reiling aan de Utrechtse theologische faculteit, met vragen als: ‘Waarom schrijft u eigenlijk deze biografie? Valt er dan zoveel lezenswaardigs te vermelden?’ Horjus nam de volle ruimte voor een kleurrijk portret.

Baptist van geboorte

Jannes Reiling werd geboren in Nieuw-Weerdinge, in het veengebied van Zuid-Oost-Drenthe, als zoon van de predikant van de baptistengemeente. In de veenkoloniën was in 1845 de eerste Nederlandse baptistengemeente ontstaan. Baptisten legden nadruk op persoonlijke godservaring en een vroom leven. Kenmerkend is de doop van volwassenen, in tegenstelling tot de kinderdoop die gangbaar is in de meeste reformatorische kerken.

In de jaren twintig van de vorige eeuw heerste in de veenkoloniën grote armoede, de kindersterfte was hoog, er was veel ziekte en alcoholisme, en er was weinig gezonde voeding. Daaraan afgemeten had het gezin van de dominee het goed. In 1932 verhuisden ze naar Hengelo. Daar bezocht Jannes het Gemeentelijk Gymnasium om zich voor te bereiden op een theologiestudie, want dat leek een uitgemaakte zaak voor hem en zijn jongere broer Romke. Toch koos hij in 1941 voor een studie klassieke talen aan de Rijksuniversiteit Groningen.  

Dwangarbeider

De Tweede Wereldoorlog gooide zijn leven overhoop. Alle studenten moesten in 1943 kiezen: de loyaliteitsverklaring van de Duitsers ondertekenen of dit weigeren. Wie niet tekende kon verder studeren vergeten. Reiling tekende niet. En kort erna volgde de oproep dat je je dan moest melden voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Reiling meldde zich. Zo belandde hij in Dassel (Duitsland) om dwangarbeid te verrichten. Hij zou er later weinig over loslaten. Het waren twee geestdodende jaren, die hem desondanks  vormden. Want ze moesten het er met elkaar rooien, in een vijandige omgeving, met hun verschillen in geloof, levensstijl en politieke voorkeur. Hoewel hij ‘op het nippertje’ zijn geloof behield, besloot hij toen om alsnog theologie te gaan studeren.

Voorganger

Een half jaar na zijn terugkeer in Nederland, sprak hij, 22 jaar oud, voor de baptistenjeugd. Hij riep ze op om de vensters te openen en te laten zien ‘wie wij zijn en wat wij willen.’ ‘Wij moeten wat meer durven.’ Duidelijk een krachtige aanmoediging.
Zelf werkte hij allereerst mee aan de oprichting van een seminarie van de baptisten in Utrecht. Tot zijn grote frustratie liep dit uit op een mislukking. Maar voor het zover was, had hij zich al aangeboden als voorganger van de baptistengemeente in Haulerwijk (Friesland). Een ongebruikelijke procedure, maar zijn aanbod kwam als geroepen. Op zondag 19 september 1948 begon hij, omdat hij nog studeerde, als ‘hulpprediker’. Zijn preken waren inhoudelijk orthodox-protestants, maar zonder typische baptistenvroomheid en populaire persoonlijke praatjes. Een betrokken en geliefde dorpsdominee, die zich initiatiefrijk inzette voor zijn gemeente.

Sportliefhebber

Dat hij op een zondagmiddag in 1950 zo onopvallend mogelijk de (legendarisch geworden) voetbalwedstrijd Heerenveen-Ajax bezocht, en met de massa mee zong, danste en joelde bij de uitslag (6-5, met twee doelpunten van Abe Lenstra), tekent hem. Dat hij de motor nam als hij ergens in het land ging preken, en meedeed aan motorcrosses en races, was ook niet bepaald alledaags voor een predikant, waar nog bij komt dat hij met de fabrikant uitgebreid correspondeerde over technische aspecten van de motor.

Wetenschapper

Een andere kant van hem komt naar voren als hij per 1 oktober 1950 assistent wordt van de gerenommeerde hoogleraar Gerardus van der Leeuw. Een prestigieus baantje. Reiling bewonderde Van der Leeuw. Dankzij deze theoloog schudde hij het piëtisme van zijn jeugd af, kon hij een progressieve levenshouding aannemen, interesse voor de oecumene ontwikkelen, en zijn geloof verrijken met belangstelling voor politiek en samenleving, kunst en cultuur. Het was een geloofsontwikkeling in modern-theologische zin. Het leverde hem de nodige kritiek op vanuit eigen kring.

Doorbreker

Van der Leeuw was bovendien een vertegenwoordiger van de Doorbraak, de beweging die de vastgeroeste structuren van de zuilen wilde doorbreken. De ‘doorbrekers’ wilden bruggen slaan tussen christendom en socialisme, hadden kritiek op het bestaan van christelijke organisaties en koesterden een christelijk eenheidsideaal voor de Nederlandse samenleving. Politiek vonden ze onderdak bij de Partij van de Arbeid, opgericht in 1946. Ook Reiling was, als ‘fel belijder van de doorbraak’, lid van de PvdA.

Hij vond dat socialisten hun boodschap van eendracht, saamhorigheid en solidariteit beter over het voetlicht brachten dan de kerken met hun boodschap van naastenliefde. Een opvatting die kon rekenen op aanvallen uit de hoek van orthodoxe gereformeerden en baptisten.

Stimulator

Reiling vond de emancipatie en scholing van de baptistenvoorgangers van groot belang. Daardoor kwam er toch, na de nodige strubbelingen, een eigen opleidingscentrum. Hij werd in Bosch en Duin in 1957 de eerste rector van het Seminarium van de Unie van Baptisten Gemeenten in Nederland (en zou het blijven tot 1987). Er ontstond daar trouwens gaandeweg een behoorlijke slangenkuil vanwege de personele bezetting. Reiling werkte zelf mee aan het scheppen van een crisissfeer. De studenten veroordeelden de scherpe toon en het regenteske optreden van hun rector. Uiteindelijk werd hij tot de orde geroepen.

Voorvechter

Makkelijk had hij het sowieso niet. Als voorvechter van de plaatselijke en wereldwijde oecumene, raakte hij ontgoocheld. Want in 1963 beëindigden de baptisten, na zeventien jaar, hun lidmaatschap van de Wereldraad van Kerken. Op dit gebied liep hij te ver voor zijn geloofsgenoten uit. Rationeel als hij was, en met zijn afkeer van populisme en effectbejag, lukte het hem niet zijn eigen oecumenische bevlogenheid op anderen over te brengen. Baptisten waren te benauwd voor vrijzinnigheid om over de muren van hun eigen kerk heen te kunnen kijken. Reilings trotse en koppige houding werkte evenmin mee. De verdeeldheid in eigen kring groeide. Pogingen daarna om met enkele verwante kerkgenootschappen alsnog contacten aan te knopen liepen eveneens op niets uit.

Organisator

Een stuk inspirerender was de komst van Martin Luther King in 1964. Hij  kwam naar Amsterdam voor het Europees Baptistencongres. Een groot evenement en Reiling was betrokken bij de organisatie. De keus voor een hoofdgast was op King gevallen, nadat andere beroemde baptisten waren afgevallen. Evangelist Billy Graham was verhinderd en gospelzangeres Mahalia Jackson was te duur. King maakte grote indruk, sprak de beroemde woorden: ‘We hebben geleerd om door de zee te zwemmen als vissen en we hebben geleerd door de lucht te vliegen als vogels en toch hebben we niet geleerd om als broeders en zusters over de aarde te lopen.’

Bestuurder

Naast zijn werk als rector van het seminarie was Reiling onder meer nog bestuursvoorzitter geworden van de Vereniging Rekkense Inrichtingen.
Zo maakte hij van dichtbij de roerige tijd mee van een veranderende jeugdzorg, inclusief een opstand en bezetting door een aantal jongeren in 1976. Dit verklaart wellicht het wat somber ogende omslagportret van Reiling, want op het dieptepunt van de crisis maakte Bert Nienhuis deze foto van hem voor Vrij Nederland.
Voor het werk in de zorg werd Reiling in 1982 onderscheiden en benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Emancipator

In de jaren zeventig waren de spanningen onder de Nederlandse baptisten verder toegenomen. Het ging over de rol van vrouwen in de kerk, de interpretatie van de Bijbel en de acceptatie van homoseksuelen. De evangelische beweging met conservatieve opvattingen kwam sterk op en nam het op tegen vrijzinnige tendensen. Dit overviel Reiling. Hij had veel andere dingen aan zijn hoofd en met zijn liberale opvattingen over de rol van de vrouw en de acceptatie van homo’s miste hij de gevoeligheid voor deze thema’s in veel baptistengemeenten. Maar hij gaf niet toe. De discussies barstten los, terwijl alom ‘verontrusting’ heerste in de Unie van Baptisten. Het draaide uit op het vertrek van Reiling als rector van het seminarium per 1 januari 1987. Het bleef een pijnlijke herinnering.

Wetenschapper

Reiling had het dus druk. Vanaf 1960 had hij zich meer en meer ontwikkeld als bijbelwetenschapper. Hij werd wetenschappelijk medewerker van het Nederlands Bijbelgenootschap, kreeg in 1967 een aanstelling als hoofdmedewerker aan de faculteit godgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Utrecht, werd vervolgens hoogleraar in Utrecht: vanaf 1974 bijzonder hoogleraar Geschiedenis en leerstellingen van het baptisme, en vanaf 1980 gewoon hoogleraar Nieuwe Testament. Tot ver na zijn emeritaat, in 1988, zou hij het vak Theologie van het Nieuwe Testament aan toekomstige predikanten doceren.

Baptist tot het einde

Het kwam niet bij Reiling op om zijn kerkgenootschap te verlaten. Hij buurtte wel eens bij de doopsgezinden, maar zij behoorden tot een andere sociale en culturele laag, hun levensstijl sprak hem niet aan en hun geloofsuitingen vond hij aan de vage en mystieke kant. Toch kreeg hij in de laatste vijftien jaar van zijn leven nog een hechte band met een aantal doopsgezinden. ‘Ze hebben me genoodzaakt over allerlei dingen, theologische en geestelijke, opnieuw na te denken.’ Hij kon met hen bovendien zijn kennis en kunde delen in gesprekskringen voor lekenpredikers. Niettemin bleef hij baptist in hart en nieren.

Jelle Horjus schreef een goed gedocumenteerde biografie over iemand die een respectabele rol speelde binnen de Unie van Baptistengemeenten, als oecumenisch voortrekker op landelijk niveau en als emancipator van de baptisten in Nederland.
Horjus laat prachtig de ontwikkelingen zien binnen een bescheiden kerkgenootschap in de twintigste eeuw. Vandaaruit biedt hij, met een bredere blik, zicht op kerk en samenleving, theologie en zorg in de vorige eeuw.
Het is een vaak meeslepend verhaal over een ‘kind van het veen’, die zijn Drentse tongval niet verloochende; een man met een bulderende lach en een onbehouwen voorkomen, die teleurstelling en tegenwerking niet uit de weg ging; een uniek mens met een toonaangevende rol in kleine kring. Een zeer lezenswaardig portret van Jannes Reiling, ook voor zijn vroegere  collega’s.

Wij moeten wat meer durven. Biografie Jannes Reiling (1923-2005)
Jelle Horjus
Uitgeverij Noordboek
ISBN 9789464711400
Verschenen in november 2023

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 39,90)

Yko van der Goot
Yko van der Goot
Yko van der Goot (1947) is theoloog. Hij werkte in diverse functies bij de omroep (NCRV) en was predikant van de Doopsgezinde Gemeente Zeist.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in