Was Abe de voetballer van de eeuw?

De biografie van Abe Lenstra

© Willem van de Poll (cc0)

Abe Lenstra was misschien wel de eerste nationale held. Hij combineerde een buitengewoon voetbaltalent met een eigenzinnig karakter. Omdat er weinig beelden uit die tijd bewaard zijn gebleven, kan ‘ûs Abe’ tot in de eeuwigheid een mythe blijven.

Hoe groot was Abe Lenstra? Dat is de centrale vraag in de biografie van de Friese sportjournalist Johann Mast die eenvoudigweg Abe, de biografie is genoemd. In 2007 verscheen dit boek al met de ondertitel ‘Het levensverhaal van Nederlands eerste grote sportidool’. Nu ligt er een herziene uitgave ter gelegenheid van het honderdste geboortejaar van Abe Lenstra. 2020 is ook het jaar waarin de club SC Heerenveen haar honderdjarig bestaan viert. Het is ironisch dat deze uitgave bijna tegelijkertijd verscheen met de definitieve biografie over Johan Cruijff.

Abe. De biografie is volgens de auteur hier en daar aangepast. Nieuw is een uitgebreide bijlage van bijna dertig pagina’s met feiten, citaten en cijfers en statistieken. Een prima idee want vooral de citaten van Abe en anderen spreken boekdelen en lezen als een samenvatting van de biografie.

Riemer van der Velde: “Als niet Johan Cruijff maar Abe Lenstra in Amsterdam geboren was, dan was niet Cruijff maar Abe tot voetballer van de eeuw gekozen”.

Faas Wilkes: “Wanneer je Abe en Faas bij elkaar zou doen, dan heb je Johan Cruijff.”

Jan Mulder: “Abe Lenstra was een sprookje dat je elke dag weer aan jezelf vertelde.”

Ook de honderd citaten van Abe zelf geven een beknopte maar adequate inkleuring van zijn denkwijze en karakter.

“Een systeem bestaat niet. Ik omspeel twee man en het systeem is weg”

“Ik liet m’n tegenstanders in de waan dat ik lui was”

“Ik was helemaal niet zo moeilijk. Dat dachten de mensen alleen maar. Echt, er is nog nooit een trainer waar ik mot mee heb gehad”.

“In volledig professionalisme schuilt naar mijn mening een groot sociaal gevaar”.

“Toen ik bij Heerenveen speelde, kwamen de mensen niet voor Heerenveen maar voor Abe Lenstra. Die club is er rijk van geworden en ik niet. Daarom vind ik het logisch, dat de toppers veel verdienen”.

De uitspraken roepen een beeld op van eigenzinnigheid en tegenstrijdigheden en voeden de nieuwsgierigheid naar de mythe rond Abe. Wie de biografie dan al gelezen heeft, weet dat Abe Lenstra een controversiële man was met een stevige mening, over wie anderen ook weer sterke opvattingen hadden. Populair en omstreden. Hij was een cultfiguur die werd aanbeden maar ook werd ervaren als lastig, eigenwijs en stijfkoppig. Wisselvallig en moeilijk peilbaar. Hij moest er zin in hebben, anders werd het niks. Dat loopt als een rode draad door zijn leven.

Gooi – Heerenveen 01, 16 september 1951 © Joop van Bilsen / Anefo (cc0)

Ongrijpbaar

Zijn ongrijpbaarheid en hoekige karakter maken Abe tot een fascinerend en zeer geschikt onderwerp voor een biografie. Uiteraard gaat het veel over zijn voetbalcarrière maar in al die hoofdstukken over Heerenveen, Oranje en Twente komt vooral zijn ondoorgrondelijkheid naar voren. Mast moet er mee geworsteld hebben om al die facetten recht te doen, zonder zijn onderwerp te kort te doen en hem neer te zetten als een naarling. Daar slaagt hij goed in. Mast prikt de mythe deels door maar houdt hem ook in stand en dat is de juiste keuze.

Abe komt naast de briljante voetballer naar voren als een stug en afstandelijk mens. Hij was erg op zichzelf, allesbehalve een prater en had niet veel vrienden. Hij wordt door anderen omschreven als geheimzinnig en raadselachtig. Dat kwam vooral tot uiting in zijn spel. Hij speelde of briljant of was passief en maakte er dan een potje van. Dat leverde hem de nodige problemen op met ploeggenoten en trainers en al helemaal met de selectiecommissie van het Nederlands elftal.

De KNVB moest eerst niet veel hebben van ‘die boer uit Friesland’ maar kon niet om hem heen. Het werd nooit een heel gelukkig huwelijk. De voetbalbond bleef hem door de jaren heen verwijten dat hij niet met volledige inzet en overgave speelde. Abe deed ook weinig om de gunfactor te krijgen. Hij had een broertje dood aan officiële gelegenheden en reisde zelden met de selectie mee en ging vaak meteen weg na een wedstrijd. Bij de Olympische spelen in Londen wilde hij zo snel mogelijk weer terug naar Friesland. Hij was blij dat hij weer naar huis kon om te vissen. Grote successen heeft hij met Oranje nooit behaald, het elftal was in die tijd geen schim van de ploeg die het decennia later kon zijn. Abe speelde met Oranje nooit op een Wereldkampioenschap.

Het was vooral met SC Heerenveen dat Abe aansprekende resultaten boekte. Abe scoorde in zijn carrière uiteindelijk 684 goals in 724 officiële wedstrijden. De statistieken die in deze herziene versie zijn opgenomen, zijn onmisbaar en een welkome aanvulling. Ze laten zien hoe veelomvattend de carrière van Abe Lenstra was. Hij speelde dan nooit in het buitenland maar zijn moyenne in de vaderlandse competitie is indrukwekkend genoeg. Over de ‘blanco cheque’ en andere riante aanbiedingen die hij uit het buitenland kreeg, vertelt Mast mooie anekdotes. Over een stugge Fries die zich niet ‘als slaaf’ liet verkopen en koos voor de zekerheid van zijn baan bij de gemeente.

Misschien schuilt daarin wel vooral de kracht van deze biografie. Het geeft een mooi beeld van de tijd dat het professioneel voetbal nog in de kinderschoenen stond. Er werd met wantrouwen naar gekeken, bijvoorbeeld door de vader van Abe. “Die sport heeft al zoveel jongens kapotgemaakt. Wat heb ik aan die poppenkast. Laat Abe eerst maar eens studeren. Voetballen kan altijd nog”. Voetbal was al wel razend populair. Bij de kampioenswedstrijd van Heerenveen in 1949 tegen SVV in De Kuip waren 69.300 toeschouwers aanwezig. Een aantal dat nooit meer is geëvenaard. Het is grappig om te lezen over de grote uitslagen en over de discussies over het stopperspilsysteem. Voetbal was nog in ontwikkeling. Het was lang, heel lang voor de VAR. Clubs konden in bepaalde gevallen al wel na een wedstrijd in beroep gaan tegen een beslissing. Daarom werd er soms voor de zekerheid alvast een verlenging gespeeld.

Heerenveen

Ikzelf kwam als jongetje bij iemand over de vloer die nog met Abe had gespeeld. Dat pleeg ik in een opschepperige bui wel eens te zeggen. Als een soort Matthijs van Nieuwkerk die blij was dat Cruijff graag naar De Wereld Draait Door keek. Wat niet bleek te kloppen. Dat ik oom mocht zeggen tegen Tiemen Veenstra, die keeper was in het elftal van Abe Lenstra, klopt wel.

Ome Tiemen en tante Jap woonden in de straat achter ons in Heerenveen. Geen echte oom en tante maar ik noemde ze zo. Het waren kennissen van mijn ouders. Ik kwam er graag want ze hadden leuke katten en tante Jap een snoeptrommel. Dat ome Tiemen keeper was geweest in het team van SC Heerenveen dat onder leiding van Abe zoveel successen meemaakte, ontdekte ik pas veel later. Hij sprak er nooit over; het waren de jaren dat er in Heerenveen niet zoveel over voetbal werd gesproken maar vooral over ijshockey. Ik droeg een sjaal, wanten en een muts van de Feenstra Flyers, die jaar na jaar nationaal kampioen werden en in de Europacup speelden (waar ze steevast met 13-1 verloren van een Tsjechische tegenstander, het kabaal bij dat ene doelpunt zal ik nooit vergeten). Voetbalclub SC Heerenveen leidde in tijd een zieltogend bestaan in de laagste divisie van het betaald voetbal en was allesbehalve het gesprek van de dag.

© Joop van Bilsen / Anefo

Abe was er wel altijd. Althans, in mijn herinnering zweefde zijn geest, al leefde hij toen nog, zo’n beetje boven de gemeente. Hij was tenslotte ‘ûs Abe’. Iemand van wie de voornaam voldoende was. Iedereen wist wie er werd bedoeld. Het voetbalstadion van sc Heerenveen werd naar hem genoemd. Er werd zelfs voor hem gecollecteerd voor een aangepast huis omdat hij in een rolstoel zat. Wat ik een beetje gek vond omdat ik dacht dat hij best rijk moest zijn.

Maar eigenlijk wist ik niet zoveel van hem. Abe stopt in 1963 als professioneel voetballer. Ik ben geboren in 1967 en heb hem dus nooit zien spelen. Zoals heel veel mensen hem nooit hebben zien spelen. Niet live en niet op tv. Abe was groot in de jaren veertig en vijftig en er zijn weinig bewegende beelden van wedstrijden waarin hij speelde. Enerzijds vergroot het de mythe, aan de andere kant valt het moeilijker vast te stellen hoe goed hij precies was. Was hij beter dan Faas Wilkes? Beter dan Johan Cruijff? Dat laatste vond hij zelf wel want Abe had het niet zo op Cruijff. ‘Hij is m’n type niet’, zei hij in een interview in 1970. ‘Veel te veel een pingelaar. Als hij niet ophoudt met pingelen, dan pikt iemand hem straks zo dat ie helemaal niet meer kan voetballen’.

Abe is niet oud geworden. Hij herstelt nooit helemaal van een hersenbloeding en overlijdt op 64-jarige leeftijd in september 1985. In Heerenveen, dat maakt zijn levensverhaal rond. Na een periode in Enschede woont het gezin zelfs even in Staphorst, goed voor een paar vermakelijke alinea’s. Maar uiteindelijk komt Abe weer ‘thuis’. En blijft voor controverse zorgen, soms buiten zijn schuld. Derden organiseren een collecte voor een aangepast huis, waar niet iedereen het mee eens is. Ook zijn eigen familie niet.

Honderd jaar na zijn geboorte ligt er een goed gedocumenteerd en afgewogen levensverhaal over een fenomeen. Die vooral voortleeft vanwege zijn voetbalkwaliteiten, zoals het hoort. Want hij was gek van het spelletje. Mast beschrijft hoe Abe aan die perfecte techniek in zijn beide benen kwam. Als jongetje oefende hij obsessief met de bal. Samen met zijn broer schoten ze elkaar de bal honderden keren toe, dan weer met het rechter- en dan weer met het linkerbeen. Iedere dag opnieuw. Zo is het begonnen.

Abe. De biografie
Johann Mast.
Uitgeverij Noordboek.
ISBN 9789056155544
Verschenen in november 2019

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 25,00)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here