Te religieus om een goede communist te zijn. Kennismaken met Dorothy Day

Dorothy Day in 1916

The New York Times vond Dorothy Day een van de invloedrijkste katholieken van haar tijd. Paus Franciscus noemt haar in één adem met Abraham Lincoln, Martin Luther King jr. en Thomas Merton. In Nederland is deze ‘moderne heilige’ vrijwel onbekend. De vertaling van de biografie van Jim Forest over journaliste Dorothy Day brengt daar hopelijk verandering in. 

Alles is Genade is een bij uitstek religieuze titel voor een biografie. Een titel die wellicht niet-religieuze lezers zal afschrikken, maar die Dorothy Day (1897-1980) past als een handschoen. Vooral vanwege het woord ‘alles’. Dorothy was namelijk radicaal in ‘alles’ wat ze aanpakte en betoogde, zowel in haar linkse politieke overtuigingen als in haar werk voor de armen en in haar orthodoxe katholieke geloof.

The Catholic Worker

Forest begint zijn biografie terecht bij het beslissende moment in Dorothy’s leven. Op 1 mei 1933, de Dag van de Arbeid, verkocht ze de eerste editie van haar krant The Catholic Worker op Union Square in New York. Midden in de Grote Depressie hadden veel arbeiders geen penny om de krant te kopen. Zij kregen ‘m dan gratis, want Dorothy gaf deze krant uit ‘voor degenen die in overvolle opvanghuizen moeten schuilen voor de regen, voor degenen die er elke dag maar weer op uitgaan in de zo goed als hopeloze zoektocht naar werk, voor degenen die denken dat er geen hoop meer is voor de toekomst, geen erkenning voor hun benarde situatie’. Deze boodschap was niet uniek: Dorothy’s socialistische en communistische vrienden streden ook voor deze doelgroep. Uitdagender was haar opmerking dat ‘de katholieke kerk een sociaal programma heeft’. Ze stelt de vraag: ‘Is het mogelijk radicaal te zijn en niet atheïstisch? Is het mogelijk te protesteren, zaken aan de kaak te stellen, aan te klagen, op misstanden te wijzen en hervormingen te eisen, zonder religie overboord te gooien?’

Kijken in de ogen van de armen

Dorothy’s leven na 1933 is het antwoord op die vraag. Ja, zij kon het. Met haar ervaring als journaliste en in samenwerking met de al even radicale ‘armoedeprofeet’ Peter Maurin werd The Catholic Worker snel een groot succes. De krant had in mei 1935 al een oplage van 110.000, omdat parochies massaal exemplaren bestelden. Dat het Dorothy en Maurin (geen ‘stel’) lukte om de krant via de kerken te verspreiden, verrastte velen, want behoudende katholieken waren doorgaans juist fel anticommunistisch en beperkten hun armenzorg tot de eigen parochie. Slechts zelden had een kerk een ‘Christuskamer’ om daklozen op te vangen. Dorothy vond het een taak van de kerk, en eigenlijk van ieder mens, om barmhartig te zijn: ‘We moeten dus persoonlijke verantwoordelijkheid nemen, een persoonlijk offer brengen… om de groeiende neiging het hoofd te bieden om de taak die onze Heer zelf ons heeft opgedragen over te laten aan de staat.’

Dorothy en Peter voegden de daad bij het woord. In het evangelie, vooral in de Bergrede, vonden zij de inspiratie om er altijd te zijn voor de allerarmsten, de hongerenden en de gevangenen. Ze veranderden Dorothy’s appartementje in New York in een ‘Huis van Gastvrijheid’ en deelden de woning met daklozen. Enkele jaren later waren er al tientallen Huizen van Gastvrijheid in de Verenigde Staten waar dagelijks voedsel en kleding werd uitgedeeld en boerderijen waar in gemeenschap werd gewerkt en gewoond. Deze boerderijen waren Maurins project, want: ‘Op het platteland is geen werkeloosheid.’ Een economisch succes werden de farms echter nooit. The Catholic Worker draaide vooral op giften, op de vrijwillige inzet van de medewerkers (niemand kreeg salaris) en een beetje op de inkomsten van de krant.

The Catholic Worker werd een begrip in de Verenigde Staten en boegbeeld Dorothy Day werd een veelgevraagd spreekster. Tot op hoge leeftijd bleef zij actief, dan nam zij haar stokstoel mee naar demonstraties. Na de Koude Oorlog, toen ‘links’ niet langer verdacht was, kregen haar werk en haar visie op een ‘nieuwe sociale orde’ meer erkenning. Ze maakte veel buitenlandse reizen, onder andere naar Moeder Teresa in Calcutta, naar Rusland en naar het Vaticaan. Haar laatste jaren, (te) uitvoerig beschreven door Forest, woonde ze in de Catholic Worker farm Maryhouse. Daar las en herlas ze haar geliefde romans van Dostojewski en hield ze zich gedisciplineerd aan haar religieuze plichten, zoals de dagelijkse communie. In haar bijbel lagen lange lijsten met namen van mensen voor wie zij bad.

Een overvloed aan liefde

Hoewel Dorothy werd gedoopt in de Episcopaalse kerk, speelde religie in haar jeugd geen grote rol. Belangrijker was de indruk die de massale naastenhulp na de aardbeving in San Francisco in 1906 op haar maakte. Kort daarna ervoer ze zelf hoe het was om plotseling arm te worden toen haar vader, journalist John Day, zijn baan verloor. Via buren maakte ze kennis met de katholieke kerk en ze vond troost in de liturgie en het persoonlijk gebed. Na het bijwonen van een stakingsactie of na een dronken nacht in het café, ging ze graag even een kerk binnen. Als jonge vrouw leefde ze beslist niet als een heilige. Over haar eerste, stormachtige liefdesrelatie en de abortus die ze onderging om haar geliefde (tevergeefs) aan zich te binden, schreef ze in 1924 de, nauwelijks opgemerkte, roman The Eleventh Virgin.

Na een heel kort, mislukt huwelijk werd ze wel gelukkig met journalist Forster Batterham. Ondanks diens atheïsme kwam haar religieuze leven in een stroomversnelling terecht, schreef ze: ‘Ik leerde God kennen, dankzij een volledige liefde, die zowel lichamelijk als geestelijk was.’ De geboorte van hun dochter Tamar in 1926 gaf haar het laatste zetje om zich te bekeren: ‘De geboorte van mijn kind had me vervuld met een overvloed aan liefde en vreugde die iedere menselijke ontvanger te boven ging. Ik kon deze vreugde alleen uiten door aanbidding, door verering.’ Alles was Genade.

Bezoek aan de Benedictijnen van Subiaco Abbey (Arkansas) in 1952 © Subiaco Abbey (cc0)

Eenzaam in de drukte

Dorothy’s persoonlijke leven leed echter dikwijls onder haar radicale keuzes en ze noemde haar autobiografie dan ook The long Loneliness. Zo wilde ze na haar bekering niet langer ‘in zonde’ leven. Forster op zijn beurt wilde ook geen hypocriet zijn en perse niet trouwen. Na veel twijfel brak ze met hem. Haar uitgesproken pacifisme bracht haar in de Spaanse Burgeroorlog en vooral in de Tweede Wereldoorlog in conflict met vrijwel iedereen om haar heen, ook met bevriende Catholic Workers. Dorothy belandde door haar protestacties, onder andere tegen de verplichte oefeningen voor een nucleaire aanval, minstens vijf keer in de gevangenis. Eenmaal ging ze in hongerstaking. Ze maakte een reis naar Cuba, was bij de allereerste anti-Vietnamdemonstratie en nauw betrokken bij de burgerrechtenbeweging. Vooral in de periode McCarthy werden haar ‘staatsvijandelijke’ wandelgangen daarom zeer oplettend gevolgd. Ze had weinig privacy en sliep net als alle andere Catholic Workers in gedeelde slaapkamers. Haar schaarse persoonlijke bezittingen werden ‘meegenomen’ door gasten. Aan haar dochter Tamar kon ze onvoldoende tijd en aandacht besteden. Wel kon ze af en toe ontsnappen aan de drukte van het leven in gemeenschappen met verwarde en lastige mensen, in een strandhuisje op Staten Island. Zij putte veel inspiratie uit de natuur en zag als kind al dat ‘schoonheid kan bestaan te midden van troosteloosheid’. Ze citeerde graag een zin uit De idioot van Dostojewski: ‘De wereld zal worden gered door schoonheid.’

Een manier van leven

Biograaf Jim Forest heeft met zijn biografie een prettig leesbare en rijk geïllustreerde introductie op het leven en het gedachtengoed van Dorothy Day afgeleverd. Hij baseert zich doorgaans op Dorothy’s eigen geschriften, zoals haar hoogstpersoonlijke columns in The Catholic Worker en haar autobiografie The Long Loneliness. Ook kent hij de beweging van binnenuit, wat wellicht verklaart dat zijn bewoordingen meestal positief zijn. Toch heeft hij geen hagiografie geschreven. Vooral in het laatste hoofdstuk, met zijn persoonlijke herinneringen aan Dorothy Day, laat hij ook de lastige kanten van haar karakter zien. Dan wordt nog duidelijker hoe moeilijk de synthese van haar zeer linkse politieke overtuigingen en haar conservatieve katholieke geloof was. Ze werd ‘te religieus om een goede communist te zijn’ genoemd. Haar keuzes waren niet altijd uit te leggen of zelfs maar invoelbaar. The Catholic Worker was sowieso geen ideale democratie, schrijft hij: ‘Wie vond dat het anders moest, was vrij om eigen initiatieven te starten en andere groepen op te richten. Natuurlijk kon The Catholic Worker niet alles doen wat nodig was. Blijf als je wilt helpen, maar vertrek en begin iets anders als je je daartoe geroepen voelt.’

Dorothy Day vond dat The Catholic Worker geen gevestigde organisatie met overhead mocht worden. Dat heeft er wellicht voor gezorgd dat haar beweging veertig jaar na haar dood nog springlevend is. Voor velen is The Catholic Worker ‘niet een plek, maar een manier van leven’. Iedereen die zich verbonden voelt met het gedachtengoed kan een gemeenschap oprichten, katholiek of niet. In Nederland zijn er twee initiatieven, in Amsterdam Zuid-Oost en in Amstelveen, de Dorothy Gemeenschap. Genoemd naar iemand die geen heilige was, ook al is er een canonisatieproces begonnen, maar wel een zeer inspirerende vrouw met een overvol, boeiend leven.    

Alles is Genade. Een biografie van Dorothy Day
Jim Forest
Vertaald door Anna Moorman. Redactie door Gerard Moorman
Uitgeverij Damon
ISBN 9789463402873
Verschenen in november 2020

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 29,90)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 29,90)
Petra Teunissen-Nijsse werkt als freelance redacteur, journalist en biografisch onderzoeker. Zij publiceerde over Louis Couperus, Carry van Bruggen en Clare Lennart. In juni 2017 promoveerde zij op het proefschrift Voor ’t gewone leven ongeschikt. Een biografie van Clare Lennart. Haar tekstbureau heet Leven in Woorden

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here