Registreer u met uw email-adres en kies een wachtwoord
Ik ontvang graag de maandelijkse nieuwsbrief van Biografieportaal.nl

Jan Foudraine. Psychotherapeut, onderzoeker, schrijver

Jan Foudraine, van vernieuwer tot curiosum

In 1971 verscheen het boek Wie is van hout…een gang door de psychiatrie van Jan Foudraine (1929-2016). Het wordt een bestseller. In Nederland en Vlaanderen worden er 200.000 exemplaren van verkocht, waarvan 100.000 in het eerste jaar. Foudraine is in één klap een nationale bekendheid, een boegbeeld van de ‘antipsychiatrie’, een term die Foudraine overigens zelf verafschuwde. Hij sprak consequent over kritische psychiatrie, want de psychiatrie moest niet worden afgeschaft maar vernieuwd.

Psychiatrie als medisch specialisme

Vijftig jaar later ligt er een biografie van Jan Foudraine. Alex Rutten beschrijft het leven en werk van Foudraine en al snel wordt duidelijk waarom het boek in het begin van de jaren zeventig zo’n gevoelige snaar raakte. Foudraine liep in het kader van zijn artsenstudie stage in psychiatrische ziekenhuizen en hij schrok zich dood van wat hij daar zag. Mensen met geestelijke problemen werden opgesloten in grootschalige inrichtingen, liefst ver verwijderd van de bewoonde wereld en de behandelingen bestonden hoofdzakelijk uit het toedienen van medicijnen en uit fysieke maatregelen als separeren en het toedienen van elektroshocks. Een patiënt was een dood object, een stuk hout, zoals een patiënt dat zelf eens uitdrukte. Er werd over hem gepraat maar nooit met hem. Psychiatrie was een medisch specialisme.

Foudraine verbaasde zich hierover en kreeg er gaandeweg steeds meer moeite mee. Hij verzette zich tegen termen als ‘patiënt’ en ‘ziek’ en hij vond dat psychiatrie geen medisch specialisme behoorde te zijn maar een sociale wetenschap. Hij verdiepte zich in schrijvers die de psychiatrie kritisch benaderden, zoals Thomas Szasz, Harry Stack Sullivan en Ronald Laing. Na de afronding van zijn artsenstudie kreeg hij de gelegenheid om vier jaar te werken in het Chestnut Lodge Instituut in Maryland, waar men in multidisciplinaire teams werkte met psychoanalyse en groepstherapie, waar geprobeerd werd de hiërarchie tussen psychiaters en de rest van de staf te doorbreken en waarbij de client en zijn omgeving actief bij de behandeling werden betrokken.

Jan Foudraine in 2012 © Charline Goud Bron en permissie: Marijke Foudraine-Kranenburg (CC BY-SA 4.0)

De mens centraal

Terug in Nederland probeert Foudraine die meer menselijke benadering toe te passen in de kliniek Veluweland maar dat loopt mis, grotendeels ook door Foudraine zelf die zeer dominant is en slecht kan samenwerken. Hij gaat al snel weg, start een privépraktijk en zet zich aan het schrijven van Wie is van hout…. Het boek is een knuppel in het hoenderhok. Het past in de tijdgeest van de jaren zestig en zeventig waarin autoritaire gezagsverhoudingen worden afgebroken en gezocht wordt naar een meer op communicatie gerichte benadering waarin de client op de eerste plaats wordt gezien als mens en niet als ziektegeval. De boodschap dat het niet de patiënt is die ziek is maar de maatschappij past naadloos in de maatschappelijke ontwikkelingen van dat moment. Het boek heeft invloed op de jongere generatie psychiaters, op psychiatrische verpleegkundigen en studenten van de sociale academie waar het massaal wordt gelezen. Naast lof is er kritiek van de grote groep psychiaters die juist trots is op de status van medisch specialist. Zij voelen zich aangevallen. Ondanks de tegenwerking vanuit de gevestigde psychiatrie krijgt Foudraine banen aangeboden, eerst aan de pas opgerichte universiteit van Maastricht en daarna in de psychiatrische kliniek Vogelenzang in Bennebroek. Zij geven hem de gelegenheid zijn ideeën in praktijk te brengen, maar dat  valt tegen. Zowel in de academische wereld als in de psychiatrische praktijk loopt het binnen een jaar weer mis en blijft er voor Foudraine niets anders over dan het weer hervatten van zijn eigen praktijk.

Zendeling

Foudraine kan moeilijk omgaan met zijn rol als spreekbuis van de vernieuwingsbeweging. “Niets is zo vernietigend als groot succes,” zegt hij. In 1978 zit hij er volledig doorheen. Zoekend naar zingeving komt hij in aanraking met de filosofie van Bhagwan Shree Rajneesh en vertrekt naar diens ashram in Poona in India. Hij is diep onder de indruk en wijdt de rest van zijn leven, naast het runnen van zijn psychiatrische praktijk, aan het verspreiden van Bhagwans leer, onder andere door het schrijven van een tiental boeken. Vanaf zijn bekering tot de Bhagwan-filosofie wordt hij in het grootste deel van de psychiatrische wereld niet meer serieus genomen of zelfs beschouwd als een charlatan. Tussen zijn spirituele boeken door schrijft hij eind jaren negentig nog één keer een boek over de psychiatrie met de titel Bunkerbouwers. Hierin houdt hij vast aan zijn eigen ideeën uit de jaren zeventig en lijkt niet te willen zien dat de geestelijke gezondheidszorg in enkele decennia grondig is veranderd, mede op grond van zijn eigen ideeën. In de mainstream psychiatrie is sprake van een multidisciplinaire aanpak op basis van sterk verbeterde medicijnen en vele soorten van therapie, met meer aandacht voor het verhaal en de bejegening van de cliënt en het betrekken van diens sociale omgeving bij de behandeling. Foudraines opvattingen waren in de jaren zeventig nodig om de psychiatrie op te schudden maar vanaf de jaren tachtig wordt hij in dat werkveld genegeerd. De kern van zijn opvattingen heeft ingang gevonden in de geestelijke gezondheidszorg, maar dan wel in combinatie met hersenonderzoek en het gebruik van psychofarmaca, waarvan Foudraine een geharnast tegenstander blijft. Hij wordt nog wel uitgenodigd voor spreekbeurten, vooral om de communicatieve kant van de psychiatrie scherp neer te zetten. Een andere spreker houdt vervolgens een pleidooi voor de biomedische benadering, waarna iedereen met een gerust hart de conclusie kan trekken dat we het beste af zijn met een multidisciplinaire maatwerkaanpak. Radio- en televisieprogramma’s waarin Foudraine verschijnt zoals Andere Tijden of Villa Felderhof zijn in hoofdzaak terugblikken op Wie is van hout … en de jaren zeventig. Buiten de snel kleiner wordende kring van Baghwan-aanhangers is men op hem uitgekeken. Jenny Arean bijt hem in 1996 in Villa Felderhof toe: “Hou nou eens op met proberen ons te laten begrijpen wat jouw grote drijfveren zijn en waardoor jij het licht hebt gezien. Schrijf het op. Wie het wil weten kan het kopen, kan het lezen, en dat moet het dan zijn. En zit in ruste thuis, niet dat je nooit meer iets doet, maar houd op zendeling te wezen.”  In de discussie rond de psychiatrie speelt hij geen rol meer.

Voorbeeldige biografie

Alex Rutten heeft een voorbeeldige biografie geschreven. Hij liet alle boeken van Foudraine op zich inwerken, beschikte door medewerking van zijn weduwe over diens persoonlijk archief en voerde tientallen gesprekken met mensen die Foudraine hebben gekend. Het boek slaat de vroegste jeugd van Foudraine over en begint met diens studententijd in Leiden en zijn eerste kennismaking met de psychiatrie. Precies halverwege het boek is Wie is van hout … geschreven, Foudraine ingestort en in de ban geraakt van de Baghwanbeweging. Ruttens verhaaltrant is puur beschrijvend met een goed oog voor treffende details. Hij behandelt elk boek van Foudraine even serieus zonder een oordeel te vellen. Dat moet de lezer zelf maar doen. Maar juist deze manier van schrijven en het achterwege laten van oordelen heeft als effect dat de lezer actief meebeleeft hoe Foudraine steeds meer een curiosum wordt. Maar mogelijk geldt op de lange termijn ook voor hem wat wel eens is gezegd over Multatuli: “Uiteindelijk wordt een schrijver herinnerd vanwege zijn beste boek. ” In de omslagtekst van de biografie staat dat het boek “behalve een levendig portret van Foudraine als denker en doener ook een verhelderend portret van de cultuureel-maatschappelijke veranderingen in naoorlogs Nederland geeft”. Mijn belangrijkste kritiek op het boek is dat dit laatste niet echt wordt waargemaakt. Rutten blijft wat te veel steken in algemene termen als emancipatie, mondigheid en afbouw van gezag en hiërarchie en spitst dit te weinig toe op de specifieke manier waarop deze maatschappelijke ontwikkelingen hun uitwerking hebben in de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg.  

Jan Foudraine. Psychotherapeut, onderzoeker, schrijver
Alex Rutten
Ambos|Anthos
ISBN 9789026349843
Verschenen in november 2021

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ € 26,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 7,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 26,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 13,99)
Sjak Rutten
Sjak Rutten
Sjak Rutten is onderwijskundige en historicus. Hij promoveerde in 2019 op een biografie van de meest succesvolle ontwikkelaar van leesmethoden uit de Nederlandse onderwijsgeschiedenis: frater Caesarius Mommers (1925-2007), De leesvader van Nederland.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

1 REACTIE

  1. Ik vond de titel van deze recensie met dat woord “curiosum” erin nogal vreemd. Ik had nog niet eerder tijd het boek Bunkerbouwers van Foudraine erbij te pakken, het enige dat ik recentelijk las, naast decennia eerder Wie is van hout? Bunkerbouwers is een intelligent boek uit 1997 waarin JF wel degelijk kritisch reflecteert op zijn ideeën uit de jaren ’70. Hij vat daarin de achtergronden van de misère van de ongelukkige mens vaak in hoogst originele termen en metaforen, om te beginnen bij het begrip bunkerbouwer. Misschien is hij voor bepaalde vakbroeders een curiosum geworden, maar in 1997 zou hij die typering niet hebben verdiend. Later misschien? Ik weet het niet. Verder is de manier waarop in deze recensie de mainstream psychiatrie wordt samengevat (“multidisciplinaire aanpak op basis van sterk verbeterde medicijnen en vele soorten van therapie, met meer aandacht voor het verhaal”) wel een ERG geflatteerde weergave van de werkelijkheid in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in