Pozzi was erbij. Julian Barnes, De man in de rode mantel

Niet in Frankrijk of Engeland, maar in Los Angeles hangt het portret ‘Dr. Pozzi at home’ van John Singer Sargent. Uitgerekend een plek waar de geportretteerde, dr. Samuel Jean Pozzi (1846-1918), nooit geweest is. Terwijl Pozzi toch zelden ‘at home’ was, want hij was zeer bereisd en bezocht onder meer congressen in de Verenigde Staten. Pozzi was bij alle grote gebeurtenissen in die ‘verre, decadente, hectische, gewelddadige, narcistische en neurotische Belle Époque’, laat Julian Barnes zien in zijn fascinerende boek De man in de rode mantel.  

Op het portret van de knappe dandy Pozzi, door een tijdgenoot omschreven als ‘himself a kind of beautiful work of art’ valt het accent op Pozzi’s elegante handen. Die handen waren zijn gereedschap, want Pozzi was een zeer kundige en innovatieve gynaecoloog. Zijn talenten en inzet maakten hem tot de geliefde lijfarts van de Parijse beau monde. Hij verdiepte zich in de antiseptische methodes van Joseph Lister en deed belangwekkende experimenten. In 1890 publiceerde hij zijn tweedelige Traité de gynécologie clinique et opératoire: ruim elfhonderd bladzijden, met meer dan vijfhonderd diagrammen en illustraties, veelal gebaseerd op zijn eigen tekeningen. Het werd wereldwijd vertaald. Zijn professionele belangstelling was deels streng natuurwetenschappelijk (hij vertaalde Charles Darwin), maar Pozzi hield ook altijd vast aan zowel de morele als de fysieke kant van de geneeskunde. Zo richtte hij in zijn ziekenhuis, het Parijse Broca, een bibliotheek in om de patiënten vermaak te bieden. Ook deed hij een beroep op bevriende schilders om de gangen en afdelingen te decoreren met fresco’s. Tijdens zijn oratie in 1901, niet in academische toga maar in werkkleding als chirurg, zette hij de leden van het Comité des Dames – de ondersteuningsgroep voor de patiënten – op de eerste rij. Ook al verzamelde hij een huis vol kunstschatten en een bureau vol liefdesbrieven van zijn minnaressen: Pozzi was eerst en vooral arts. ‘Docteur Dieu’ noemde Sarah Bernhardt haar geliefde.

De man in de rode mantel: dr. Samuel Pozzi

Iedere alinea een verrassing

Lezers van Barnes’ biografie van Gustave Flaubert, Flauberts parrot, hadden kunnen verwachten dat Barnes geen chronologisch verhaal over zijn ‘held’ zou vertellen. De man in de rode mantel is een overweldigend leesavontuur. De twee eerste alinea’s luiden:

‘In juni 1885 arriveerden er drie Fransen in Londen. De ene was een prins, de andere een graaf en de derde een gewone burger met een Italiaanse achternaam. De graaf omschreef het doel van hun bezoek later als ‘intellectueel en decoratief’ winkelen.

Of we zouden de zomer ervoor in Parijs kunnen beginnen, als Oscar en Constance Wilde daar op huwelijksreis zijn. Oscar leest een pas verschenen Franse roman en laat zich, ondanks de heuglijke gebeurtenis gewillig door de pers interviewen.’

In de volgende alinea’s oppert Barnes zijn boek te beginnen met ‘kogels’, met een operatie in 1809 of een echtpaar in bed.

Barnes begint uiteindelijk met de scharlakenrode mantel van Pozzi’s portret, maar weeft de andere opties als rode draden door zijn verhaal. Ondertussen meandert Barnes door de Belle Époque en haar hoofdrolspelers in Europa en de Nieuwe Wereld. Iedere alinea is een verrassing. Lezen we over Pozzi, over zijn vrienden graaf Robert de Montesquiou en prins Edmond de Polignac, zijn minnares Sarah Bernhardt of Marcel Proust (of diens vader, die een collega van Pozzi was)? Of over de riooljournalistiek in Frankrijk, de treurige kunst van het duelleren en de jacht op kunstschatten? Over een levende vergulde schildpad, het proces tegen Dreyfus of de vermeende lelijkheid van Engelse vrouwen? Of over de romans die ons beeld van de Belle Époque vormden: Á Rebours van Huysmans, The picture of Dorian Gray van Wilde en À la recherche du temps perdu van Proust. Al deze facetten speelden een rol in de wereld van Pozzi en Pozzi was overal bij. Zijn energie moet even onuitputtelijk zijn geweest als zijn interesses.

Weten kunnen we het niet

‘‘Weten kunnen we het niet.’ Dat is, indien spaarzaam gebruikt, een van de krachtigste termen in het taalgebruik van de biograaf’, schrijft Barnes op de helft van zijn boek. Hij gebruikt deze zinsnede zelf allesbehalve spaarzaam. Doorgaans schrijft hij deze zin na een boeiende alinea over een mógelijke en heel aannemelijke verklaring voor een gebeurtenis in Pozzi’s leven. Aan het slot van het boek komt hij met een even geestige als ontmoedigende lijst ‘Dingen die we niet kunnen weten’, vooral over Pozzi’s mislukte huwelijk. Barnes had dat al voorspeld: ‘Biografie is een door een touwtje bijeengehouden verzameling gaten, met name op het gebied van het seks- en liefdesleven.’ Hij beëindigt zijn lange lijst droogjes met de zin: ‘Al die kwesties zouden, uiteraard, in een roman kunnen worden opgelost.’

Ik vind de passages waarin Barnes zich als biograaf mengt in de tekst heel amusant. Over Jean Lorrain schrijft hij bijvoorbeeld: ‘Hij is iemand die je eigenlijk uit je boek wilt weren, uit vrees dat hij er te veel zijn stempel op zal drukken.’ Om vervolgens vele alinea’s aan dit enfant terrible van de Franse journalistiek te wijden, omdat dokter Pozzi Lorrain – gek genoeg – wel graag mocht. Barnes gaat soms in discussie met de biografen van zijn personages. Noten en literatuurlijsten ontbreken weliswaar, maar omdat hij altijd de naam van de biograaf noemt, kun je zijn bronnen met enig speurwerk toch te weten komen.

Het portret van Robert de Montesquiou door Giovanni Boldini uit 1897

Portret als geheim verbond

De man in de rode mantel is geen boek om op een e-reader te lezen. De prachtige kleurenillustraties zijn een integraal onderdeel van de leeservaring, vooral door de sensitieve beschrijvingen van Barnes. Beeldvorming is trouwens letterlijk belangrijk in het boek. Barnes brengt niet alleen Pozzi ‘tot leven’, maar ook tijdgenoten die zijn vervangen door hun literaire of geschilderde portret (en dat geldt niet alleen voor Dorian Gray). Robert de Montesquiou bijvoorbeeld, wiens portret door Boldini uit 1897 een omslag van Á Rebours sierde, waardoor veel lezers hem identificeerden met de hoofdpersoon Des Esseintes. Barnes checkt de eindeloos herhaalde anekdotes en pelt zo laag voor laag de literaire vernislagen van Pozzi’s tijdgenoten af. Hij reflecteert uitvoerig op de portretkunst, dat ‘geheime verbond tussen dode schilder, dood model en levende toeschouwer’:

‘Een kunstenaar schildert een gelijkenis, of een versie, of een interpretatie, die het model viert tijdens zijn of haar leven, hem of haar laat voortleven na de dood, en misschien eeuwen later nog een vonk van nieuwsgierigheid ontsteekt in de toeschouwer. Dat klinkt simpel, en dat is het soms ook. Ik raakte door het portret van Sargent in dokter Pozzi geïnteresseerd, werd nieuwsgierig naar zijn leven en werk, schreef dit boek en vind het schilderij nog steeds een treffende en elegante gelijkenis.’

Tragisch einde 

De laatste kogel in dit bloedrode boek was voor dr. Pozzi. Hij stierf een heldendood in de operatiekamer, ondanks zijn eigen aanwijzingen hoe de kogel verwijderd moest worden. In het nawoord schrijft Barnes: ‘Hij was goddank niet zonder fouten. Maar ik zou hem desondanks willen opvoeren als een soort held.’ Barnes bedekt inderdaad niets met de mantel der liefde, maar toont zich desondanks zeer onder de indruk van de capaciteiten en levenslust van de Zwitserse arts. Barnes roemt Pozzi vooral om zijn kosmopolitisme, omdat hij bereid was om medische kennis uit andere landen, van de Verenigde Staten tot Brazilië, in Frankrijk te introduceren. Pozzi’s adagium ‘Chauvinisme is een vorm van onwetendheid’ verleidt Barnes tot slot tot een tirade over de Brexit, ‘een ellendig stukje zelfgekozen isolement’.

‘Niets dateert zo snel als overdaad’ schrijft Barnes in een alinea over kunst en literatuur. Gelukkig heeft hij zichzelf niet ingehouden. Hij schreef een overdadig en onconventioneel boek over een veelzijdige arts in een bruisende wereld. Pozzi was overal bij en wij nu ook een beetje.

De man in de rode mantel.
Julian Barnes
Atlas Contact
ISBN9789025458294
Verschenen in november 2019

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 24,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 12,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 24,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 12,99)
Petra Teunissen-Nijsse
Petra Teunissen-Nijsse
Petra Teunissen-Nijsse werkt als freelance redacteur, journalist en biografisch onderzoeker. Zij publiceerde over Louis Couperus, Carry van Bruggen en Clare Lennart. In juni 2017 promoveerde zij op het proefschrift Voor ’t gewone leven ongeschikt. Een biografie van Clare Lennart. Haar tekstbureau heet Leven in Woorden

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in