De taalstrijd van Pol de Mont. Een tragisch schrijversleven

Pol de Mont

Volgens zijn biograaf Ludo Stynen leidde Pol de Mont (1857-1931) ‘een tragisch schrijversleven’. Die tragiek schuilt dan vooral in het feit dat De Mont tot de erkenning moest komen dat zijn werk geen eeuwigheidswaarde had. En dat hij na de beëindiging van de Eerste Wereldoorlog zo verkeerd begrepen werd. Pol de Mont was tijdens het fin-de-siècle een voorman van de Vlaamse Beweging. Hij droomde van een “geestelijk vaderland” dat fier was op zijn “stamtrots” en “rasbewustzijn”. Begrippen die in de twintigste eeuw tot op het bot besmet zijn geraakt.

De herwording van Vlaanderen

Geboren op 1 april 1857 in Wambeek groeit Polydoor de Mont op in de idyllisch landelijke omgeving van Vlaams-Brabant. De dorpsonderwijzer maakt hem bekend met het werk van Hendrik Conscience. Niet alleen leerde Conscience zijn volk lezen, hij bracht de Vlamingen ook zelfbewustzijn en eigenwaarde bij. Conscience bleef trouw “aan de zuivere zeden des voorgeslachts, aan het ‘eenvoudig en zuiver’ geloof onzer vaderen, aan die tale, die als de weerspiegeling is van den Vlaamschen volksaard,” zo lauwert De Mont de Leeuw van Vlaanderen.
Voor De Mont is de taalstrijd aanvankelijk onlosmakelijk verbonden met het katholicisme. Ook daarin volgt hij zijn leermeester. Met zijn vriend Albrecht Rodenbach (1856-1880) organiseert hij studentenlanddagen, waarmee ze “de herwording van Vlaanderen” beogen. Hij neemt deel aan het literaire genootschapsleven en schrijft voor verschillende studentenbladen.

Hendrik Conscience
Hendrik Conscience

Rond 1880, als hij de Universiteit van Leuven voortijdig verlaten heeft en hij aan de kost komt als leraar aan een athenaeum in Doornik, vestigt hij zijn literaire roem met zijn bundel Gedichten. Het geloof heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een sociaal-liberale levensovertuiging. (“Gij, die ons vrijheid schenkend, slechts slaven eischt,” dicht hij in ‘De kinderen der menschen’ uit Idyllen en andere gedichten). Als Conscience in 1883 overlijdt, houdt De Mont zijn grafrede, een stilzwijgende erkenning van De Monts leiderschap van de Vlaamse beweging. Hij grijpt de gelegenheid aan om de taalstrijd voor te stellen als een sociale strijd. Conscience, zo hield hij zijn gehoor voor, dichtte de kloof tussen de hoge en lage cultuur. Hij creëerde een “niet-elitaire, culturele bovenlaag” van “Vlaamse schrijvers en kunstenaars die zich het lot van de Vlaamse massa aantrokken in plaats van zich vlot te laten verfransen en aansluiting te zoeken bij een dominante cultuur die hun veel meer kansen zou bieden,” parafraseert Stynen de toespraak op het Schoonselhof in Antwerpen.

Het isolement van Pol de Mont

Dat de emancipatie van de Vlaamse taalgemeenschap in Belgisch staatsverband moet plaatsvinden, staat voor De Mont op dat moment nog buiten kijf. Als leraar beijvert hij zich voor de uitvoering van de Taalwet van 1883, die een begin moet maken met de vervlaamsing van het middelbaar onderwijs. Hij ambieert met zijn deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen van Antwerpen in 1890 een politieke carrière, maar stuit op een lastercampagne in de Waalse pers. Te Vlaams, volgens zijn partijgenoten aan de andere kant van de taalgrens.

Ook de nieuwe generatie schrijvers lust hem niet. Van Nu en Straks, het avant-garde tijdschrift van August Vermeylen en Emmanuel de Bom, houdt hem buiten de burelen van de redactie. In Nederland kan zijn werk evenmin op een warme ontvangst rekenen. “Onwaar is hij in zijn personen, onwaar in de entourage, onwaar in ’t sentiment. Wie zoo onwaar is, kan geen goede verzen schrijven, en deze zijn dan daarom ook affreus,” sikkeneurt Willem Kloos in De Nieuwe Gids. Het behoort tot de tragiek van De Mont dat hij “als vernieuwend dichter werd uitgesloten door de vernieuwers in zijn spoor,” aldus Stynen. De Mont komt in een literair isolement terecht dat ook mentaal diepe wonden slaat, getuige zijn gedichten in deze periode. “En diep in mij, heel diep en duidlijk zie / ik al de leêgte van dit nutloos leven…”

Zijn aanstelling als conservator van het Antwerps Museum voor Schone Kunsten in 1904 biedt hem een nieuw perspectief. De Mont gelooft dat het museum een functie heeft in de volksopvoeding. Cultuurkapitaal behoort gemeenschapsgoed te zijn, toentertijd nog geen vanzelfsprekende gedachte.

“Hij gaf toe dat het volk nauwelijks las, dialect sprak, en toneel noch museum bezocht, maar dat verklaarde hij door de taalbarrière tussen de hogere en de lagere klassen, die het gevolg was van studies in een vreemde taal, met name het Frans. Een welbegrepen democratie moest dus zorgen voor een hoger onderwijs in de eigen taal, omdat dat een enorme maatschappelijke invloed zou hebben, omdat mensen nader tot elkaar kwamen als ze van dezelfde dingen konden genieten.”

Pangermanisme

Intussen schurkt De Mont in zijn nationale bewustzijn steeds meer tegen het pangermanisme aan. Hij heeft contacten in het Alldeutscher Verband, waarin hardop gedroomd wordt van een herstel van het Duitse Rijk, inclusief de annexatie van de Lage Landen. Zover wil de Mont zeker niet gaan, hij denkt alleen aan een “esthetische toenadering” tussen de broedervolkeren, maar ziet de Vlaamse kwestie wel in het grotere verband van een Europese cultuurstrijd tussen het Germaanse en Latijnse ras.

Dat gedachtegoed maakt hem tijdens het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zonder meer verdacht, zijn keuze voor een soort innerlijke emigratie ten spijt.

Keer in u-zelf als in een stille kluis!
Keer in u-zelf als in uw eigen graf!
Schud stof en slijk der laffe Wereld af
En stilte, eenzame stilte zij uw thuis.

De Waalse pers, die hem sowieso niet goed gezind is, ziet in De Mont een “moffenvriend”, de onzichtbare leider van de activisten die de Duitse bezetter steunt in zijn Flamenpolitik. Uit de oorlogscorrespondentie met zijn zoon Frits blijkt dat De Mont overtuigd is van “den strijd voor het goede recht van de Vlamingen op ongehinderde ontwikkeling in de richting van een hoogere, eigen, aan stam en ras beantwoordende kultuur.”
Het komt hem na de oorlog op zijn ontslag als conservator van zijn geliefde museum te staan. De Mont is dan allang een overtuigd voorstander van Vlaams zelfbestuur.

In zijn literaire biografieën, onder andere die van Jan Frans Willems en de gezusters Loveling, stelt Ludo Stynen de Vlaamse taalstrijd als culturele beweging voortdurend centraal. In die zin kun je Pol de Mont. Een tragisch schrijversleven het sluitstuk zien van een trilogie, die inmiddels de hele negentiende eeuw beslaat. Stynen weet met zijn heldere proza de reikwijdte van de Vlaamse beweging in al haar facetten invoelbaar te maken. Pol de Mont. Een tragisch schrijversleven is een mooi schrijversportret op het breukvlak van de negentiende en twintigste eeuw.

Pol de Mont. Een tragisch schrijversleven
Ludo Stynen
Uitgeverij Polis
ISBN 9789463100847
Verschenen in november 2017

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 34,99)

Koop bij bol.comBestel hier als paperback bij bol.com (€ 34,99)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here