Peter Paul Rubens en zijn vrouwen

Isabella Brant
Peter Paul Rubens en Isabella Brant, ca. 1609-1611

Antwerpen herdenkt dit jaar Peter Paul Rubens en de Vlaamse Barok waarvan hij de aartsvader is. Als u het staartje nog mee kan pakken, pak het dan mee, zou ik zeggen. In het Rubenshuis aan de Wapper vindt een tentoonstelling plaats met een aantal topstukken, waaronder het gerestaureerde zelfportret dat Rubens ergens tussen 1623 en 1630 voltooid heeft. Nog tot 13 januari 2019 te zien. Haast u niet, als u er bent. U bent immers in Antwerpen.

Wellicht zag uitgeverij Polis in het evenement aanleiding voor een herdruk van De vrouwen van Rubens van Rosine de Dijn uit 2002.

Anna van Saksen

De keuze van De Dijn om zich in deze biografie op de vrouwen van Rubens te richten is slim, want die stelt haar in de gelegenheid om uitgebreid stil te staan bij het leven van zijn vader en moeder. Haast de helft van deze Rubensbiografie handelt over de onverkwikkelijke affaire van Jan Rubens met Anna van Saksen, de tweede echtgenote van Willem van Oranje. Die affaire vond in 1570 plaats, zeven jaar voor de geboorte van Peter Paul.

Het blijft een wonderlijke geschiedenis, die onlangs ook door Femke Deen nog eens eloquent is naverteld. Peter Paul Rubens, de hofleverancier van de contrareformatie, is opgevoed door twee overtuigde Lutheranen. Zij weken in 1568 naar Keulen uit, op de vlucht voor Alva en zijn Bloedraad. Daar ontfermde Jan Rubens zich over de getergde echtgenote van Willem van Oranje. Eerst als haar advocaat en uiteindelijk als haar minnaar.

Maria Pypelinckx

Wonderlijk is ook, toen de affaire aan het licht kwam, hoe Maria Pypelinckx met de amourette van manlief omging. Zij vergaf hem het slippertje stante pede en zette zich onvermoeibaar in voor zijn vrijlating. Jan moest uit de krochten van Dillenburg worden bevrijd, het slot van de Nassaus, want Willem van Oranje was wat rancuneuzer van aard, al nam hij het zelf ook niet zo nauw met de huwelijkse trouw. In 1587 keerde Maria Pypelinckx, weduwe inmiddels, terug naar Antwerpen. En ogenschijnlijk koesterde ze zich ook weer in de schoot van de moederkerk. Antwerpen was gevallen. Een stroom van rijke vluchtelingen trok naar de opstandige gewesten. Velen van hen bouwden in Amsterdam met hun vermogen, handel of kennisintensieve ambachten een nieuw bestaan op. Rond de eeuwwende, toen Albrecht van Oostenrijk en Isabella van Spanje inmiddels aan het roer stonden van de Habsburgse Nederlanden, herrees Antwerpen uit haar as. Na zijn leerschool in Italië, ontplooide Peter Paul Rubens in die stad zich als schilder en diplomaat.

Hélène Fourment, ca. 1630-1631
Hélène Fourment, ca. 1630-1631

Hélène Fourment

Peter Paul Rubens is twee keer getrouwd geweest. Het eerste huwelijk, met Isabella Brant, was van de verstandige, bedaarde soort, geheel in de lijn van de huwelijkspolitiek zoals die in de hoogste regionen van de Antwerpse stadstaat gevoerd werd. In 1630 hertrouwde de weduwnaar – Isabella overleed vier jaar eerder aan de pest – met Hélène Fourment. Hij was inmiddels 53, zij 16. De Stoïcijnse evenwichtskunstenaar Peter Paul Rubens – geroemd om zijn diplomatieke gaven – ontpopte zich in de herfst van zijn leven als een ouwe snoeper. Hij was verlekkerd op zijn jonge bruid, getuige Het Pelsken, waarin Hélène in vol ornaat – op dat bontkleedje na dan – de voyeur wulps aankijkt. Het Pelsken is een ‘slaapkamerstuk’, gemaakt voor eigen gebruik. Tijdens het laseronderzoek in 2015 kwamen allerlei erotische elementen tevoorschijn, zoals een manneke pis en spuitende fontein.

‘Zij was zijn speelse geliefde, een beminnelijk vriendinnetje. Maar met zekerheid was ze oneindig veel meer dan een echtgenote. Ze maakte deel uit van de grote kunstenaar. Ze was een stuk van Rubens zelf.’

Drie typen historici

Pelsken
Het Pelsken
Volgens Willem Frijhoff heb je drie typen historici. Voor de vragensteller is geschiedenis een discussie zonder eind. Hij wil voortdurend reflecteren op het verleden vanuit de vraagstellingen van het heden. De betweter weet precies hoe het niet geweest is en hoe collega-historici zich vreselijk vergissen met hun neokoloniale, chauvinistische of post-marxistische paradigma’s en axioma’s. De verhalenverteller is de grootverdiener van het vak. Hij schetst in geuren en kleuren, en vaak met een vleugje nostalgie, hoe het wèl geweest is.

Tot de laatste soort behoort Rosine de Dijn. Rubens en zijn vrouwen stelt nauwelijks de kunst van Rubens en de historische context waarin die tot stand gekomen is ter discussie. Wat dat betreft, heb je meer aan Der katholische Rubens van Willibald Sauerländer of Rubens. De schilder van mythen en goden van Nils Büttner, elders besproken op dit portaal. Wat is De vrouwen van Rubens dan wel? Een virtuoos verteld verhaal, waarin de kanten kragen ruisen, de Bourgondische tafels van truffels, snippen en oesters je doen watertanden en de kunst van het tuinieren minutieus uit de doeken wordt gedaan. Rosine de Dijn heeft een prachtige pen en onderneemt met zichtbaar plezier de nodige uitstapjes in deze biografie. De vrouwen van Rubens is een ode aan de stad, aan de zinnelijkheid, en aan de barok als levenshouding.

Rubens en zijn vrouwen
Rosine de Dijn
Polis
ISBN 9789463103794
Verschenen in oktober 2018

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 24,99)

Koop bij bol.comBestel als hardcover bij bol.com (€ 24,99)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here