Mussolini, de eerste fascist

Benito Mussolini is altijd omgeven geweest door mythes en legenden. Hij heeft daar zelf hard aan bijgedragen, want hij doorzag al vroeg de mogelijkheden van de publieke media ten eigen bate. Hij was ‘de eerste popster in de politiek en de geschiedenis’, zo schrijft Hans Woller in zijn recent uit het Duits vertaalde biografie Mussolini. De eerste fascist.

Deze doelbewuste imagovorming heeft het oordeel over hem lange tijd positief gekleurd. Zo eindigde hij in 1927 – hij was toen al vijf jaar dictator – bij een door het liberale Algemeen Handelsblad georganiseerde verkiezing van de zes ‘allergrootste’ tijdgenoten op de tweede plaats na Thomas Edison. Hij had in de ogen van de meerderheid van de lezers en ook onder veel uiteenlopende wereldleiders tenslotte ‘orde, rust en financiële stabiliteit’ in Italië gebracht.

Maar ook heden ten dage speelt de gekleurde beeldvorming over de ‘eerste fascist’ een belangrijke rol. Zelfs serieuze historici hebben volgens Woller nog steeds moeite aan het gif van de overgeleverde legendes te ontkomen. Daarom zijn er rond deze buitengewone figuur nog veel vragen niet goed beantwoord. Wat was het karakter van zijn fascistische regime, waaruit bestond zijn machtsuitoefening, hoe uitte hij zijn racisme en antisemitisme, en wat verklaart zijn bijna obsessieve pogingen een uomo nuovo te creëren?

Woller, wetenschappelijk medewerker bij het Institut für Zeitgeschichte in München, weet waar hij het over heeft. Hij benadert Mussolini met bedachtzaamheid, richt zich op de hoofdzaken en heeft oog voor de vele tegenstrijdigheden in de persoon van Mussolini. Hij probeert de essentie van de dictator en zijn regime te vatten en op basis van recent onderzoek opnieuw te interpreteren. In ruim 300 pagina’s behandelt hij op een zeer toegankelijke wijze het leven van Mussolini: vanaf zijn geboorte in 1882 in een onbetekenend plattelandsdorpje tot aan zijn dramatische einde, dood bungelend aan de overkapping van een tankstation in Milaan.

Zijn politieke leerjaren als totalitaire socialist

In het eerste hoofdstuk ontkracht Woller meteen de bekende Duce-legende als zou Mussolini uit een arm, proletarisch milieu stammen. Zijn vader was weliswaar hoefsmid, maar was tevens restauranthouder en bezat een stuk grond dat hij verpachtte, en zijn moeder was onderwijzeres. Daarmee had het gezin met drie kinderen het iets breder dan de meeste dorpsgenoten. Zijn ouders zorgden voor een goede opleiding, spraken Italiaans in plaats van het lokale dialect en deden er alles aan om hun kinderen verder te brengen. Daardoor kon Mussolini op zijn achttiende terugzien op een betere positie dan de meeste leeftijdgenoten, maar een universitaire studie zat er niet in. Van zijn vader kreeg hij een tomeloze ambitie en een fel antiklerikaal socialisme mee, met een grote afkeer van het belegen liberalisme van de betere kringen. Die weerzin zou Mussolini zijn hele leven houden. De belabberde toestand waarin Italië verkeerde verhinderde dat Mussolini snel werk vond. Aanvankelijk lag alleen een loopbaan in het onderwijs in het verschiet. Dat werd geen groot succes. Daarom was hij genoodzaakt, zoals veel Italiaanse jongeren, om zijn toevlucht in het buitenland te zoeken. Als twintiger kwam hij in Zwitserland terecht, vanouds een broeinest van politieke bannelingen. Daar vond hij een thuis onder linkse intellectuelen, waar de communistische Russin Angelica Balabanoff hem onder haar hoede nam. In dat linkse migrantenmilieu groeide Mussolini uit tot een fanatieke socialist. Hij raakte gefascineerd door allerlei radicale toekomstvisies van Marx tot Sorel. Hij leidde een buitengewoon opwindend leven met talloze seksuele avonturen, een liefhebberij die hij nooit meer losliet. Hij ontwikkelde in die kringen zijn grote schrijftalent dat hem in zijn loopbaan goed van pas kwam.

Mussolini na een arrestatie in Zwitserland (1903)

Mussolini kwam na zijn Zwitserse avontuur als socialist terecht in Trentino, destijds onder Oostenrijks gezag, waar hij een heel eigen (agressieve) stijl van actievoeren ontwikkelde. Hij bracht de partij en de plaatselijke partijkrant zo tot leven dat hij uiteindelijk door de autoriteiten naar Italië werd uitgewezen. Zijn optreden bleef in de Italiaanse socialistische partij niet opgemerkt en binnen vrij korte tijd was hij de hoofdredacteur van het partijblad. Daar botste hij niet alleen regelmatig met de in zijn ogen vermolmde partijtop, maar ontwikkelde hij zich ook tot een totalitaire socialist met grootse plannen voor Italië. Zijn grootheidswaan kreeg bij het begin van de Eerste Wereldoorlog steeds meer ruimte, toen het internationalisme van de sociaaldemocratische arbeidersbeweging als een kaartenhuis in elkaar stortte. Geheel tegen de lijn van de partij in ontvouwde Mussolini steeds openlijker zijn opvatting dat Italië aan de oorlog moest deelnemen en wel aan de zijde van de Westerse mogendheden. Dat bracht hem in een groot conflict met de partij en kostte hem tenslotte zijn baan als hoofdredacteur, het voornaamste kanaal om zich te manifesteren.

Ontwikkeling tot fascist

Woller laat zien hoe Mussolini langzamerhand het marxisme losliet en een ‘derde weg’ zocht tussen het marxisme en liberaal-burgerlijke kapitalisme. Zoals voor zovelen in zijn tijd speelde de Eerste Wereldoorlog daarbij een grote rol. In die tijd ontwikkelde hij zijn ideeën over een nieuwe elite die de weg moest wijzen en de hele Italiaanse samenleving moest redden van gezapigheid en minderwaardigheidsgevoelens tegenover grote landen. Italië moest aan de hand van een ‘aristocratie van de loopgraaf’ zelf een wereldmacht worden, minderwaardige volken koloniseren en ongewenste mensen (Joden, Roma, Sinti en homoseksuelen) verdrijven. Een ‘antropologische revolutie’ zou een ‘nieuwe mens’ baren, die viriel en mannelijk was, bereid tot actie en opofferingsgezindheid. Zijn ideeën vonden in het Italië na de schaamtevolle nederlagen in de oorlog en de financiële chaos van de jaren twintig veel weerklank. Met behulp van veel intimidatie door de fascistische milities (de zogenoemde zwarthemden), slimme tactiek en ook een flinke dosis geluk bracht hij zijn Partito Nazionale Fascista in 1922 aan de macht, nota bene nadat deze partij bij de voorafgaande verkiezingen weinig had klaargespeeld. Woller beschrijft nauwgezet hoe Mussolini het land in een dictatuur wist om te zetten met hem als Il Duce aan het hoofd: een geheime politie die hem nauwkeurig op de hoogte hield, diepgaande scholing van de jeugd in de fascistische ideologie en trouwe aanhangers die niet terugdeinsden voor systematische bedreiging en uitschakeling van tegenstanders. Toch laat Woller ook zien dat Mussolini, naar de buitenkant een man van de wil en de daad, bij allerlei beslissende momenten aarzelde en confrontaties uit de weg ging. Vaak waren het zijn radicale aanhangers, zoals bij de mythische ‘Mars naar Rome’, die hem tot een beslissing brachten.

De brute dictator en imperialist

Volgens Woller was Mussolini aanvankelijk meer een imperialist dan een fascist. Bij zijn veldtochten in Afrika (vooral in Abessinië) toonde het fascisme zijn ware gezicht. De gewelddadige moorden met het gebruik van gifgas werden vergoelijkt met ferme uitspraken over de minderwaardigheid van de volken die onderdrukt en deels ook uitgeroeid werden. Italië had in de ogen van Mussolini evenveel recht op koloniën als andere grote mogendheden. Eerst aarzelde hij nog om zijn territoriale aanspraken in Europa te laten gelden. Hij wachtte tot in de Tweede Wereldoorlog om, met de rugdekking van Hitler, landen als Albanië en Griekenland binnen te vallen en aanspraak te maken op andere delen van Europa.

De alliantie met Duitsland heeft het beeld gevestigd dat hij slechts het kleine broertje van Hitler was. Maar Woller rekent met die typering af. Zo was volgens hem het antisemitisme en racisme van Mussolini geen Duitse import. Hij laat zien dat Mussolini’s antisemitisme van veel ouder datum was en dat Mussolini heel gemakkelijk Hitler tegemoetkwam bij het uitroeien van de Joden. Mussolini was op de hoogte van de vernietiging van de Joden en deed zeker niets om het te voorkomen. In zijn eigen land verklaarde hij dat de Joden geen onderdeel van zijn volk waren, confisqueerde hun bezittingen en liet ze in concentratiekampen opsluiten.

Hitler en Mussolini in Venetië (1934)

Een heldere analyse van Mussolini en zijn regime

Ondanks de beknoptheid van zijn biografie schetst Woller een overtuigend beeld van de aard van Mussolini, de wijze waarop hij als ‘eerste fascist’ aan de macht kwam, zijn ideologie probeerde te vestigen in de hoofden van de Italianen, en wat leidde tot zijn val. De wreedheid waarmee Mussolini vermoord en verminkt werd, brengt Woller aan het einde van zijn boeiende geschiedenis tot de uitspraak dat het erop leek dat de woedende menigte ‘hun eigen betrokkenheid bij het fascisme wilde uitwissen’.

Daarom stelt Woller terecht de vraag hoe het komt dat er nog steeds in Italië en daarbuiten zo mild over Mussolini wordt geoordeeld, in tegenstelling tot veel andere grote en kleine fascisten. Er is geen wet in Italië die zo vaak wordt overtreden als de wet uit 1952 die verdediging van het fascisme strafbaar stelt. Volgens Woller hadden de machthebbers in Italië na de oorlog ieder hun eigen redenen om de geschiedenis van het fascisme snel te vergeten: de conservatieven vanwege hun toegevendheid aan het fascistische regime, de communisten vanwege hun verzetsmythe die zich moeilijk verdroeg met de meegaandheid van de meerderheid van de bevolking. Italianen deden nauwelijks aan een grondige verwerking van het verleden zoals bij de Duitsers het geval was. Zij zouden zich juist verschuilen achter de Duitsers als de kwade geesten die Mussolini tot zijn afschuwelijke daden hadden verleid. Zo kon het ook gebeuren dat premier Berlusconi in 2003 verklaarde dat het regime ‘goedaardig’ was geweest. Daarom zijn heldere analyses van de ware aard van het fascisme en zijn leiders, zoals Woller ons levert, zo belangrijk om rechtsradicalisme, agressief populisme en vreemdelingenhaat buiten de deur te houden. Kortom, het boek van Woller zou verplichte kost moeten zijn.

Mussolini. De eerste fascist 
Hans Woller
Alfabet Uitgevers
ISBN 9789021340203
Verschenen in oktober 2021

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 29,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 14,99)

Sjoerd Karsten is emeritus-hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn proefschrift, Op het breukvlak van opvoeding en politiek. Een studie naar socialistische volksonderwijzers rond de eeuwwisseling verscheen in 1996. Hij publiceerde een biografie over de 'rode bovenmeester' Adriaan Gerhard. Sjoerd is een fervent wandelaar, getuige zijn trektocht door Nederland vanaf het najaar van 2012.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here