De doodsdrift van Patricia de Martelaere

Patricia de Martelaere (1957-2009) was bepaald niet mededeelzaam over haar leven. Volgens Marja Pruis resulteerde dat stilzwijgen in een Salingerachtige mystificatie omtrent haar persoon. Als je weg bent is dan ook geen biografie, eerder een uiteenzetting over de tekortkomingen van het genre.

Denken over een aangekondigde dood

Op haar drieëntwintigste trouwt Patricia de Martelaere met Rudi Smets, een beroepsmilitair die ze in haar tienerjaren heeft leren kennen. Ze krijgen twee kinderen. In 1995, tijdens een boottocht naar Engeland, verdwijnt hij plotsklaps. Was hij overboord geslagen? Had hij koers gezet naar een tropisch eiland om daar een nieuw leven te beginnen? Zelfmoord gepleegd? Pruis werd bij haar journalistieke zoektocht gedreven door nieuwsgierigheid naar de impact van die gebeurtenis op leven en werk van Patricia de Martelaere. Ze bespeurde in haar essays en romans een onbestemde thematiek van ‘het wachten’: op de terugkeer van de geliefde, haar eigen dood, wat niet al. Die notie riep de nodige meewarigheid op bij de intimi van De Martelaere. Pruis had er niets van begrepen. Op Rudi Smets werd niet meer gewacht. Hij was tijdens die overtocht zonder enige twijfel van boord gegaan, doelbewust en op volle zee. Maar nu dat mysterie is opgelost, krijgt een ander geheim in Als je weg bent de aandacht, wat het boek buitengewoon spannend maakt om te lezen: het huwelijk van De Martelaere met Smets was niet zozeer een verbintenis voor het leven, maar een alliantie met de dood. Vanaf hun eerste ontmoeting sprak hij erover: dat hij op een zekere dag zelfmoord zou plegen. Zij beantwoordde zijn voornemen met een net zo grote doodsdrift. Ze raadpleegden literatuur, bespraken de verschillende opties. De verdrinkingsdood had de voorkeur: weinig belastend voor de omgeving en vanwege de onderkoeling zo gepiept. ‘Er was een plan, zeiden sommigen. Er was zelfs een soort wedijver. Wie zou er gaan, wie was er het eerst.’ Die pas de deux met de zelfgekozen dood vond zijn weerslag in het werk van De Martelaere, lang voordat haar echtgenoot de daad bij het woord had gevoegd. Ze promoveerde cum laude op het scepticisme van David Hume, die in Of Suicide een pleidooi hield voor het recht op zelfbeschikking. Ze schreef een inleiding op Leven als ambacht van Cesare Pavese, die op achtenveertigjarige leeftijd de hand aan zichzelf sloeg. Haar essaybundel Een verlangen naar ontroostbaarheid, gepubliceerd in 1993, ging ondermeer over de esthetica van de zelfmoord, waarin ze betoogt dat de schrijver en de zelfmoordenaar meer met elkaar gemeen hebben dan hun wellicht lief is. Voor hen staat de compositie voorop, voortkomend uit perfectionisme en controledwang. De zelfmoordenaar maakt zijn leven af, in de meest letterlijke betekenis van het woord: regelen, beëindigen, afronden. Een open einde is alleen acceptabel als je er zelf voor gekozen hebt. In 1999 interviewde Marjo van Soest, journaliste van Vrij Nederland, Patricia de Martelaere. In dat interview onthult De Martelaere dat ze tot haar verbazing weinig gerouwd heeft om de dood van haar man. Ze verbaast zich evenmin over de vooruitziende blik van haar werk, ‘omdat die zelfmoord niet uit de lucht kwam vallen.’ Openhartigheid off the record. Van Soest kreeg geen toestemming de passages te publiceren. Marja Pruis deed haar voordeel met de transcriptie van het vraaggesprek.

Als een nachtkaars

Daarmee stuiten we ook op de tekortkomingen van dit boek. Marja Pruis informeert de lezer keer op keer dat ze niet de ambitie heeft de biografie van Patricia de Martelaere te schrijven, en overtuigt daarin maar al te zeer. ‘Wat heb je uiteindelijk aan al die halve en zijdelingse verhalen van mensen die haar ook maar eenzijdig en op zeker moment, hebben gekend? En die bovendien eigenlijk het liefst niks zouden vertellen? Ik zou er beter aan doen me helemaal op haar werk te concentreren.’ Een schrijversdip naar aanleiding van de gesprekken die ze met Tom van Hove heeft gevoerd, nota bene de tweede echtgenoot van De Martelaere! ‘De brieven en dagboeken die we nalaten, en de indruk die we hebben gemaakt op onze tijdgenoten, ze vormen slechts de schil rondom de kern van ons essentiële leven.’ Die kern nemen we, zo citeert Pruis de onvolprezen Janet Malcolm met instemming, mee het graf in. Malcolm kwam evenwel tot die conclusie na een volhardende, brutale poging leven en werk van onder andere Sylvia Plath in kaart te brengen. Die brutaliteit ontbeert Marja Pruis ten enenmale. Tekenend is dat de meest onthullende passages van Als je weg bent gebaseerd zijn op de speurzin van anderen, zoals de transcriptie van het interview met Patricia De Martelaere van Marjo van Soest. Hoe De Martelaere als moeder was, welke affaires ze had, of ze een dagboek bijhield, weet Pruis niet en rekent ze tot de ‘onvermijdelijke trivialiteit’ van de biografie. Haar e-mailverkeer met de inner circle van De Martelaere bracht in ieder geval geen uitkomst. Ze laat de vent voor wat hij is en keert terug naar de vorm, met een heel hoofdstuk over het werk van Yasunari Kawabata, lievelingsauteur van Patricia de Martelaere. Daarmee verliest ze de aandacht, althans van deze lezer. Ik kan me er in vinden dat iedere biografie een mislukte poging is om aan het graf de kern van iemands leven te ontrukken. Maar toch. Doe mij maar de mislukking.

Als je weg bent. Over Patricia de Martelaere
Marja Pruis
Uitgeverij Prometheus / Bert Bakker
ISBN 9789044618211
Verschenen februari 2013

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 19,95)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here