De late jaren van Gerard Reve

Op donderdag 3 januari 2013 wijdt Sylvia Witteman in de Volkskrant haar column aan de biografie van Gerard Reve. Ze zegt: ‘Nu ik zijn biografie uit heb, weet ik meer van hem dan goed is: Reve was een gierig, driftig, egomaan lastpak en zijn zogenaamde liefdesvriend Joop Schafthuizen een zelfzuchtige chagrijnige kruidenier en een enge kinderlokker.’ Wittemans tekst maakt duidelijk dat de biografie van Reve door Nop Maas, Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. De late jaren 1975-2006 twee soorten lezers kent: de Reve-bewonderaar die alles van de auteur wil weten en de wat oppervlakkiger geïnteresseerde, die heeft genoten van de naturalistische romans uit de begintijd van Reve, zoals De avonden of Werther Nieland, die later nog eens een enkel decadent-romantisch boek van de schrijver heeft gelezen en toen de draad een beetje is kwijtgeraakt. Of die nooit aan het werk van Reve is begonnen en daar verandering in wil brengen.

De Reve-adept

Het eerste lezerstype komt met de biografie van Nop Maas volledig aan zijn trekken. Alles is te lezen over het leven van Reve en Matroos Vos, dat niet bepaald evenwichtig was. In de laatste jaren, als Reves dementie steeds sterkere vormen aanneemt, beheerst Schafthuizen het leven van zijn partner in hoge mate, wat tot pijnlijke situaties leidt. De Reve-adepten kan het ongetwijfeld niet schelen dat het bij Reve in dit derde deel van de biografie vooral draait om geld, conflicten met jan en alleman, niet in het minst tussen Reve en Schafthuizen zelf, beledigende brieven aan het adres van mede-auteurs, zoals Ida Gerhardt, verslagen van de therapieën die Reve volgde en waarvan het twijfelachtig lijkt of die hem verder hebben geholpen. De neergang van hun literaire held is hen net zo dierbaar als de periode waarin hij zijn beste boeken schreef. De precieze beschrijvingen van Nop Maas ontrafelen het leven van Reve en plaatsen zijn werk voor deze lezers in hun context. Zij zijn het die bij de begrafenis van Reve in 2006 aanwezig waren. ‘Een stoet van naar schatting 1200 tot 1500 mensen, onder wie veel gewone lezers en jeugdige bewonderaars, gewapend met een boek en/of een roos, begeleidde de kist naar het kerkhof.’

De oppervlakkiger geïnteresseerde

Lezers van het tweede type kunnen zich beter beperken tot de eerste twee delen van deze biografie. Voor hen is dit derde deel nauwelijks te lezen. Het is een boek waaraan zij telkens opnieuw zullen beginnen, maar dat zij ook weer moedeloos terzijde leggen, omdat ze zich afvragen of ze werkelijk willen lezen wat ze lezen. Behalve de conflicten en scheldpartijen die bladzij na bladzij domineren, zijn er bovendien de afstotelijke teksten over seks met jonge kinderen, waarvan het anno 2013 onbegrijpelijk is dat ze ooit geschreven konden worden. Voor de meeste lezers uit deze groep zal dit derde deel van de biografie van Nop Maas geen reden zijn om te beginnen aan het oeuvre van Reve. Alleen in de nabeschouwing is te lezen wat het werk van Reve de moeite waard maakt. ‘Het wonder van Gerard Reve is dat een contactgestoord mens met op velerlei gebied rigide en uitmiddelpuntige opvattingen erin is geslaagd zoveel mensen de indruk te geven dat niemand hen zo goed begreep als hij. En dat terwijl hijzelf de indruk had, dat niemand hem begreep (…)’

Stijl

De enige – en een belangrijke – reden om dit deel van de biografie wèl te lezen is Reve’s prachtige taal. Juist in dit derde deel van zijn biografie lijkt zijn fraaie stijl fel te contrasteren met het leven dat hij leidde. En hoewel de meeste zinnen gebruikt worden om iemand te beledigen of een strijd te beslechten, zijn ze in zichzelf vaak zo mooi dat ze uitnodigen tot herlezen. Ondanks dat is voor de niet-Reviaan het werk van Reve door deze biografie niet toegankelijker geworden. De boeken die hij in de periode 1975-2006 publiceert, romans als Een circusjongen, Oud en eenzaam, Moeder en zoon, De vierde man, Wolf, De stille vriend, Bezorgde ouders of Het boek van violet en dood, brievenboeken en poëzie, worden vooral besproken door weer te geven welke conflicten rond de uitgave ervan spelen, wat Reve er zelf over schrijft en hoe ze door recensenten worden beoordeeld. Maas had zich misschien meer kunnen uitspreken over de inhoud ervan en de plaats die zij innemen in het indrukwekkende oeuvre van de grote schrijver die Reve was.

Einde

De beschrijving van de laatste jaren van het leven van Reve heeft een vreemde bijsmaak. Joop Schafthuizen heeft de biografie van Maas gecensureerd door er stelselmatig ieder bedrag dat de schrijver ontving voor lezingen of interviews uit te laten weghalen. Dat is een wonderlijke keuze, omdat het financieel gewin dat Reve en Schafthuizen nastreven in het niet valt bij de uitwassen van het ‘barokke’ leven dat ze leiden. Nop Maas heeft vooral gebruik gemaakt van schriftelijke bronnen en zichzelf weinig stem gegeven. Dat is jammer, want door dat wel te doen had hij dit boek misschien wat meer zachtheid kunnen geven. Als lezer vraag je je af of iemand een zo gejaagd en conflictueus leven als uit deze biografie spreekt, zou kunnen volhouden en dan is het prettig dat Maas verslag doet van zijn bezoek aan Reve met zinnen als: ‘Aan het begin van de bezoeken trof ik soms een verwarde man aan, maar na enige tijd raakte hij toch weer in goeden doen. Hij bloeide op tijdens de sessies aan de keukentafel, als het over zijn werk ging. Opvallend was dat hij bij varianten feilloos koos voor de oudste versie. En geestig was hij ook nog. Geconfronteerd met zijn minuscule handschrift uit de jaren vijftig, merkte hij op: ‘Wonderlijk dat een zo groot schrijver zo klein schrijft’ . Wat je Reve na het lezen van dit deel van zijn biografie had gegund: een rustiger en minder angstig einde.

Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. De late jaren
Nop Maas
Uitgeverij Van Oorschot
ISBN 9789028241275
Verschenen oktober 2012

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 35,-)

Erna van Koeven
Erna van Koeven rondde in 1989 de studie Nederlandse taal- en letterkunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam af en promoveerde in 2011 bij de letterenfaculteit aan dezelfde universiteit. Zij is werkzaam bij de afdeling educatie van de Hogeschool Windesheim te Zwolle. Ze is betrokken bij de lerarenopleiding basisonderwijs en verzorgt colleges aan de opleiding taal- en leesspecialist van de Master al Educational Needs (EN). Ze voert scholingstrajecten uit in voornamelijk het basisonderwijs en het mbo. Daarnaast werkt ze twee dagen per week als onderzoeker voor het Kenniscentrum van de afdeling Educatie. Ze werkte mee aan verschillende vakgerichte publicaties voor educatieve uitgevers over taaldidactiek en jeugdliteratuur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here