Is Karl Ludwig Giesecke het werkelijke brein achter Mozarts Zauberflöte?

De theoloog Tjeu van den Berk houdt zich met bewonderenswaardig doorzettingsvermogen al decennia bezig met de verborgen boodschappen in Mozarts laatste opera Die Zauberflöte. Na Die Zauberflöte, een alchemistische allegorie uit 2004 en Papageno & Papagena, het mercuriale vogelpaar in Die Zauberflöte uit 2017, is nu verschenen Het werkelijke brein achter Die Zauberflöte – Karl Ludwig Giesecke (1761-1833). De titel suggereert een wereldschokkende ontdekking.

Wat is het geval? In 1819 ontmoetten een aantal stamgasten elkaar in een Weens koffiehuis. Eén van hen, Karl Ludwig Giesecke vertelt tussen neus en lippen door dat hij, en niet Emanuel Schickaneder de werkelijke schrijver is van Die Zauberflöte. Eén van de aanwezige bezoekers legt deze opmerkelijke mededeling dertig jaar later vast in een boek en sindsdien zou Giesecke vooral als een notoire leugenaar zijn weggezet. Dat levert een aantrekkelijk uitgangspunt op voor wie wil bewijzen dat Giesecke wel degelijk de waarheid heeft gesproken.

Wolfgang Amadeus Mozart
Mozart in 1789

Het eerste en interessantste gedeelte van het boek bevat de levensgeschiedenis van Giesecke, geboren in 1761 in Augsburg als Johann Georg Metzler. Het is in eerste instantie het verhaal van een typische achttiende-eeuwse avonturier, zoals we er gelukkig meer kennen (Casanova, Da Ponte, Rousseau, Sterne). Zijn theologiestudie in Göttingen strandt binnen de kortste keren, omdat hij zich met het spelen van faro (ook Casanova’s favoriete kaartspel) vooral schulden op de hals haalt. Als hij de kans krijgt zich aan te sluiten bij een rondtrekkend theatergezelschap, verdwijnt hij uit de stad en belandt hij uiteindelijk onder zijn nieuwe naam in Wenen. Daar wordt hij een van de medewerkers van het theaterbeest Schickaneder, schrijft voor hem verschillende libretti en vertaalt Le nozze di Figaro and Così fan tutte in het Duits.

Uit zijn verdere levensloop blijkt dat er in zijn inborst ook een degelijke vroeg-negentiende-eeuwse wetenschapper schuilging. Giesecke staat heden ten dage vooral bekend als een eminent mineraloog. Na zijn Weense theateravontuur belandde hij via Kopenhagen in Groenland, waar hij zeven bitter koude jaren verbleef, totdat hij in 1814 benoemd werd tot hoogleraar mineralogie aan de Royal Dublin Society. Pas in 1910 ontdekte men dat deze beroemde wetenschapper dezelfde was als de man die honderd jaar eerder boven een glas grüner Veltliner beweerde de librettist te zijn van Die Zauberflöte.

Tjeu van den Berk toont in zijn jongste boek aan dat Giesecke verantwoordelijk is geweest voor de spirituele inhoud van Die Zauberflöte, en daadwerkelijk een groot deel van de teksten voor zijn rekening moet hebben genomen. In zijn eerdere boeken beweerde hij al dat Mozarts laatste opera een ‘alchemistische allegorie’ zou zijn, geschreven voor een publiek dat voornamelijk uit vrijmetselaars bestond. Net als Mozart en zo’n beetje alle vrijdenkers aan het eind van de achttiende eeuw, was ook Giesecke lid van een loge. Van den Berk laat zien dat er een een-op-een relatie is tussen Gieseckes lidmaatschap van de vrijmetselarij, zijn alchemistische praktijk en zijn mineralogische kennis.

Dat Van den Berk gedetailleerde bewijzen aanvoert voor Giesecke auteurschap is een verdienste, maar dát Giesecke de librettist van Die Zauberflöte zou zijn, is geen nieuws. Giesecke is namelijk niet door iedereen weggezet als een charlatan. ‘Zeker, er waren uitzonderingen’, geeft de schrijver in zijn inleiding toe, zonder namen te noemen. Een van die ‘uitzonderingen’ is Wolfgang Hildesheimer – niet de eerste de beste – die in zijn onvolprezen meesterwerk over Mozart een aantal bladzijden besteed aan Giesecke. Voor Hildesheimer – en voor miljoenen liefhebbers mét hem – is Die Zauberflöte het ultieme bewijs van Mozarts genialiteit, juist omdat de componist zelfs op deze brakke, onlogische tekst goddelijke muziek wist te componeren. Hildesheimer:

‘Gieseckes uitlating [in 1819] dienen wij geenszins als een aanmatiging te beschouwen, maar als een bekentenis van een jeugdzonde, een weemoedige herinnering aan een leven dat lang achter hem lag.’

Daar scheiden zich de wegen van Hildesheimer en Tjeu van den Berk radicaal. De laatste is op zoek naar de diepere, geheime, voor die tijd gevaarlijke boodschap, die verborgen is in de opera. Maar de wetenschap dat Giesecke alchemistische en hermetische paaseieren in zijn tekst heeft verstopt, maakt het libretto geen haartje beter. De opera wordt er gelukkig ook niet meer of minder genietbaar van. Aan het einde van het boek verzucht de ‘niet-musicoloog’ Van den Berk dat er helaas nog niet is onderzocht in ‘of en hoe Mozart in zijn opera rekening heeft gehouden met alchemistische opvattingen over toonsoorten, akkoorden, ritmes, doorwerkingen van thema’s en muziekvormen zoals bijvoorbeeld de fuga.’ Van den Berk vermoedt dat de paracelsische visie ook in de partituur verwerkt is. Ik vermoed eerlijk gezegd van niet. Mozart had in zijn laatste amechtige levensmaanden wel wat anders aan zijn hoofd.

De boeken van Tjeu van den Berk geven interessante informatie over geheime genootschappen aan het einde van de achttiende eeuw en over de achtergrond van alchemistische praktijken, maar de sublieme pagina’s die Hildesheimer besteedt aan Die Zauberflöte brengen ons veel dichter bij de opera. ‘Het werkelijke brein achter Die Zauberflöte’ heet echt Wolfgang Amadeus Mozart.

Het werkelijke brein achter Die Zauberflöte – Karl Ludwig Giesecke (1761-1833)
Tjeu van den Berk
Kok Boekencentrum Uitgevers Utrecht
ISBN 9789043535953
Hardcover, geïllustreerd
Verschenen in april 2021

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 19,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 11,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 19,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 11,99)
Arthur van Dijk
Arthur van Dijk studeerde letteren, muziekwetenschap en geschiedenis, is voormalig orkestdirecteur en werkt nu als adviseur in de culturele sector. Hij is publicist en werkt aan de biografie van de componist Willem Pijper. Daarnaast heeft hij een boek over de 19de-eeuwse kermis in voorbereiding.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here