Hobbe Smith, schilder van Amsterdam

Hobbe Smith Biografie

Het jaar dat Leeuwarden zich culturele hoofdstad van Europa mocht noemen is officieel voorbij, maar de culturele opbrengst van die gebeurtenis blijft hopelijk nog lang na-ijlen. Hobbe Smith, een schilder waar ik nog nooit van had gehoord, werd met de tentoonstelling Hobbe Smith thuisgebracht aan het rijk der vergetelheid onttrokken. Maar niet alleen met die tentoonstelling, ook met een getekende biografie.

Hobbe Smith, De Friese chroniqueur van Amsterdam bevat een geschetst levensverhaal door Gert-Jan Veenstra, net als Smith afkomstig uit het dorp Witmarsum, zo’n 30 kilometer voor Leeuwarden als je van Amsterdam via de Afsluitdijk naar de Friese hoofdstad rijdt.

Veenstra is een impressionistisch schilder. Met zijn schilderij Amsterdam panorama heeft hij een hedendaags antwoord gemaakt op het werk van niet alleen Hobbe Smith, maar ook van diens voorgangers en tijdgenoten Mesdag, Breitner en Israëls. Smiths bestaan en belang als schilder is van kunsthistorische context voorzien door Bob Hardus, journalist en hoofdredacteur van HaagseSchool.org.

Cuypers

Hobbe Smith is de zoon van een huisschilder die het geluk heeft met zijn familie naar Amsterdam te verhuizen. Daar wordt hij opgeleid tot lithograaf bij een steendrukkerij, maar hij wil meer. In de avonduren volgt hij tekenles aan de kunstnijverheidsschool Quellinus. Hij krijgt daar stijl- en ornamentleer van de grote architect Pierre Cuypers, oprichter van de school. Gelijk met zijn artistieke ontwikkeling verandert zijn omgeving in een razendsnel tempo. Wat moet je doen? Meegaan met alle nieuwigheid of vasthouden aan wat je net hebt leren kennen?

Hobbe Smith, Gezicht op de IJ-haven en de Javakade naar het westen

Hobbe doet allebei, financieel geholpen door Adrianus Daniel de Vries, onderdirecteur van het Rijksprentenkabinet. Hij wordt toegelaten tot Rijksacademie voor Beeldende Kunsten en studeert af in Antwerpen bij professor Karel Verlat aan de Academie voor Schone Kunsten. In Antwerpen ziet hij, net als in Amsterdam, hoe de haven motor is van economische voorspoed en groei, maar ook een onuitputtelijke bron van nautische taferelen die tijdloze schilderijen met water en luchten voortbrengen.

Dat weten de mannen van een groep kunstenaars die wat later de Haagse School gaat heten ook, dat landschappen en luchten altijd verkopen. In Sociëteit Pulchri, de evenknie van de Amsterdamse kunstenaarsvereniging Arti en Amicitiae, ontmoet Hobbe zijn grote voorbeelden, waaronder Jacob Maris. Het zijn roerige tijden waaruit revolutionaire ontwikkelingen, ook in de beeldende kunst, voortkomen.

Van Gogh

Een andere schilder die in Den Haag woonde en er probeerde te werken was Vincent van Gogh. Alleen vertrok die voordat Hobbe zich er ophield. En dan komt het wat schurende deel van het boek van Veenstra en Hardus.

Het verhaal wordt opgehangen aan de verschillen en overeenkomsten tussen Vincent van Gogh en Hobbe Smith, allebei jongens van het platteland die het willen gaan maken. De een wereldberoemd, wiens leven door al zijn brieven goed gedocumenteerd is. De ander een blinde vlek, alleen bekend bij kenners door zijn schilderijen en de overleveringen van collega’s.

Het enige moment dat Hobbe en Vincent elkaar echt zouden hebben ontmoet is in Parijs, daarvan getuigt een beroemde foto. Een van de weinige foto’s waarop Vincent van Gogh te zien zou zijn. De bewuste foto uit 1888 wordt maar liefste twee keer groot afgedrukt, een groepsportret van de schilderklas aan de Académie Julian in Parijs. Paul Gauguin en Pierre Bonnard staan er ook op, net als de Nederlandse schilders Eduard Frankfort en Ferdinand Hart Nibbrig en een paar Franse post-impressionistische schilders.

1888, Académie Julian in Parijs

De auteurs erkennen de discussie over de historische correctheid van het plaatje. Dat Hobbe op de foto staat is blijkbaar 100 % zeker, maar die man met het baardje schuin rechts boven hem, op armlengte, is dat nu wel of niet Vincent? Of is het zijn broer Theo, net als op de jeugdfoto die onlangs tot een ‘niet-Vincent’ verklaard werd.

Deze passage, die wordt beschreven als “een bijzondere ontmoeting tussen de Haagse School en de Amsterdamse impressionisten” doet nogal geforceerd aan.

Bij het zien van het mooie werk van Hobbe Smith weet ik dat die vergelijking met Van Gogh helemaal niet nodig is. Wel is het nodig de achtergrond van het schilderwerk van Smith te schetsen. Dus wel het verhaal over de Haagse School, wel Hendrik Breitner, Jacob Maris, Josef Israël. Wel Hendrik Willem Mesdag, ja de man van het Panorama in Den Haag, die zijn complimenten uitspreekt over het werk van Hobbe. Op die manier wordt ook duidelijk dat hij ten onrechte uit het oog van het grote publiek is verdwenen.

Hobbe was een succesvol schilder, die van zijn werk kon leven, zijn gezin kon onderhouden en zich een atelier aan het Sarphatipark kon veroorloven. Hij werd bekend van zijn nautische schilderijen, maar ook van het schilderen van portretten, vrouwelijk schoon en de stad Amsterdam. In 1902 krijgt hij een solotentoonstelling in Pulchri Studio in Den Haag, net voor zijn veertigste. En dat is niet zonder gevolgen, daarna is zijn werk te zien in Leipzig, München, Londen en natuurlijk in Amsterdam, onder andere in het Stedelijk Museum. Het levert hem een bijzondere opdracht op.

1913

Op de plek waar nu De Amsterdam Tower staat, verrijst in 1913 een enorme tentoonstellingshal bij het Tolhuistuinpaviljoen ter gelegenheid van 100 jaar monarchie.

Voor de ‘Eerste Nederlandse Tentoonstelling op Scheepvaartgebied (ENTOS) maakt Hobbe Smith daar twaalf doeken, samen meer dan 150 vierkante meter, die het IJ moeten weergeven. Hij heeft een eigen werkschip ter beschikking, dat hem naar de schilderachtige uithoeken van de Amsterdamse wateren brengt, zodat hij zijn opdracht tot in de perfectie kan uitvoeren.

Dertien jaar later moet Hobbe stoppen met schilderen, hij is blind. Hobbe Smith overlijdt in 1942, 79 jaar oud. Zijn werk hangt nu in het stadsarchief van Amsterdam, in het Rijksmuseum Twenthe in Enschede, het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek en bij particulieren thuis.

De beschrijving die Bob Hardus geeft van de opkomst en ondergang van de Haagse School, met daarbinnen de invloed van de Franse impressionisten, is een mooie kunsthistorische les.

De biografie in stripvorm is aardig en als informatievoorziening voor de luie lezer goed gedaan. Als liefhebber van letters die in mijn hoofd het beeld vormen, is het voor mij een oppervlakkige kennismaking die zeker smaakt naar meer.

Dit boek is een introductie tot het werk en leven van een kunstenaar die het verdiend om een wat groter hoofdstuk in de Nederlandse kunsthistorie te krijgen. Ik kijk uit naar de uitgebreide biografie van Hobbe Smith. Al is het alleen maar om te weten te komen waarom deze Amsterdamse Fries een Britse achternaam heeft.

Hobbe Smith. De Friese chroniqueur van Amsterdam
Gert Jan Veenstra en Bob Hardus
Uitgeverij Noordboek
ISBN 9789056154769
Verschenen in september 2018

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 17,50)

Koop bij bol.comBestel als paperback bij bol.com (17,50)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here