Franz Joseph Gall . Zijn wij ons brein? Het begin van de frenologie

Het voorhoofd van Franz Joseph Gall (1758-1828) was behoorlijk fors. Dat zal hem veel plezier hebben gedaan, want volgens zijn eigen theorie duidde dat op grote intelligentie. Of bevestigde zijn theorie wat hij al over zichzelf dacht, namelijk dat hij enorm slim en knap was?

In Galls biografie, De hersenverzamelaar, staat de spanning tussen vinden wat je wilt vinden en vinden wat er is centraal. Neuropsycholoog Theo Mulder schreef een heerlijk boek dat wetenschap, cultuur, geschiedenis en filosofie met elkaar samenvlecht.

Schedellezen

Al vroeg kreeg Gall het idee dat knobbels en putjes in de schedel duidden op gelijkvormige knobbels en putjes in de hersenen eronder. Het brein was als een spier: bepaalde onderdelen die veel gebruikt waren of waar je een aangeboren talent voor had zwollen op, en gebieden die ongebruikt bleven schrompelden ineen. Je hoefde mensen dus hun hoofd maar te bevoelen om iets te weten te komen over hun karakter.

Het idee sloeg in als een bom. Dat gebeurde niet zomaar. Gall en zijn assistent Johann Spurzheim trokken op het breukvlak van de achttiende en negentiende eeuw half Europa door om hun theorie te verkondigen. Gewapend met een koets vol schedels organiseerden ze spectaculaire lezingen die een populair avondje uit werden voor de elite.

Franz Joseph Gall en Johann Caspar Spurzheim onderzoeken een patiënt
Bron: Wellcome Blog Post (http://catalogue.wellcomelibrary.org/record=b1159965)

Pseudowetenschap

Dat Galls ideeën populair waren bij zijn toehoorders wil niet zeggen dat hij ook overal welkom was. Hij mocht in Oostenrijk geen lezingen meer houden omdat zijn ideeën te materialistisch zouden zijn. Destijds was het idee dat lichaam en geest één geheel vormden nog heel controversieel. De ziel moet iets anders zijn dan het lichaam, want hoe kan het anders na de dood nog voort blijven bestaan? Kortom, Galls leer rammelde aan de fundamenten van het geloof in een tijd dat Kerk en Staat nog diep vervlochten waren.

Een andere golf van kritiek kwam vanuit de wetenschappelijke gemeenschap, vast niet gestimuleerd door Galls koppigheid en brutaliteit. Lang niet iedereen geloofde zijn theorie dat hersengebieden uitzetten en daarmee bobbels op de schedel veroorzaakten. Bovendien nam Gall aan dat de verschillende vaardigheden en persoonlijkheidstrekken die hij onderscheidde elk in een apart deel van de hersenen huisden.

Daarnaast is de methode waarmee hij tot zijn theorie kwam nogal onconventioneel. Soms baseerde hij hypotheses op één voorbeeld. Een slimme klasgenoot met uitpuilende ogen was genoeg om te beweren dat de intelligentie zich in de frontale kwab bevond. Toen hij onderzocht waar de geslachtsdrift gezeteld was, onderzochten Gall en Spurzheim duizenden schedels van prostituees, pedofielen, burgers en soldaten. Hun controlegroep bestond uit een enkele priester, bij wie een vergroting van de geslachtsdrift natuurlijk ondénkbaar was.

Frenologie

Uiteraard kennen we de schedelleer nu vooral als frenologie, die een duistere rol speelde bij het construeren en uitwerken van de rassenleer in de negentiende en twintigste eeuw. Hoewel Gall zeker niet geëmancipeerd was — hij geloofde dat sociale ongelijkheid een weerspiegeling was van de natuurlijke orde — gaat het volgens Mulder te ver om hem frenoloog te noemen. Bovendien beargumenteerde Gall dat we criminelen met medelijden moesten behandelen in plaats van straffen: ze konden er immers niets aan doen dat ze een aangeboren defect hadden.

De theorie van Gall is dusdanig prikkelend én vaag dat die zowel gebruikt kon worden door voor- als tegenstanders van de afschaffing van de slavernij of hervorming van het onderwijs.

Historische context

De biografie excelleert in het weergeven van de historische context waarin Galls theorie en later de frenologie tot wasdom kwamen. De socioculturele context was daarvoor erg belangrijk: hadden Gall en Spurzheim geen lezingen gegeven, dan was hun theorie vast veel minder invloedrijk geweest. Interessant zijn ook de latere hoofdstukken over de ontvangst van de hersentheorie in de Verenigde Staten, die daar veranderde in een lucratieve business.

Bovendien nodigt het boek uit tot filosofische bespiegelingen. Hoe kan het dat zo’n foute en onwetenschappelijke theorie toch zo veel bijval kreeg? Het is fascinerend om te lezen over de manier waarop wetenschap in de achttiende en negentiende eeuw bedreven werd, welke disputen er binnen de hersenwetenschap werden uitgevochten en ook over de vermenging van cultuur, tijdsgewricht en politiek. Wetenschap ontstaat niet in een vacuüm, zo laat De hersenverzamelaar zien.

Zelfhulpboek

Mulder doet enkele gewaagde uitspraken, bijvoorbeeld dat de wetenschap in de VS op zoek was naar een eigen identiteit en dat de frenologie er daarom in vruchtbare aarde viel. Het lijkt me sterk dat de wetenschap als geheel op zoek is naar een identiteit. Wellicht heeft het meer te maken met een andere oorzaak, die Mulder ook noemt: het wensdenken van de mens om een simpele verklaring te vinden voor de verschillen tussen mensen. De frenologie, en ook Galls theorie, zou je best de eerste zelfhulptheorie kunnen noemen.

Wat mij betreft had in het boek iets meer ruimte kunnen zijn voor de donkere kant van Galls denken en de frenologie. Het zou des te meer benadrukken dat een idee op meerdere manieren geïnterpreteerd en gebruikt kan worden, en dat een rammelig wetenschappelijk fundament leidt tot scheve resultaten. Het hoofdstuk over Gall, de frenologie en de kunsten voelt daarentegen een beetje overbodig aan, het is niet helemaal duidelijk waarom er plotseling over de kunst gesproken wordt. Toch is ook dat een interessant hoofdstuk en leest het, zoals de rest van het boek, heel lekker weg. Al met al is De hersenverzamelaar een zeer geslaagde biografie die belangrijk is juist omdat het een pseudowetenschap als onderwerp heeft.

Na Galls dood werd zijn schedel gretig bestudeerd. En wat denk je? De schedel was ongewoon dik, maar de hersenen waren juist opvallend klein. De buitenkant van Galls schedel kwam totaal niet overeen met de vorm van de hersenen.

De hersenverzamelaar. Het veelbewogen leven van Franz Joseph Gall (1758-1828)
Theo Mulder
Uitgeverij Balans
ISBN 9789460039324
Verschenen in september 2019

Bestelinformatie

Bestel bij bol.com (hardover € 32,99; ebook € 16,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 32,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 16,99)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here