Een bekend maar miskend man. Het leven van Victor E. van Vriesland (1892 – 1974)

In 1960 ontving Victor E. van Vriesland, door intimi Vic genoemd, de P.C. Hooftprijs voor beschouwend proza. Aan dit eerbetoon op latere leeftijd was de toekenning van een eredoctoraat in 1953 vooraf gegaan. Begonnen als dichter ontwikkelde Van Vriesland zich in het interbellum vooral tot een gevreesd literatuurcriticus. Hij was de samensteller van De Spiegel van de Nederlandse poëzie en ontdekker van vele literaire talenten. Door zijn vele bestuursfuncties groeide hij uit tot een spin in het web in de Nederlandse literatuur. Zijn roem in de jaren zestig was zo groot dat de VARA tussen oktober 1969 en februari 1970 op de radio een interview met hem uitzond in acht afleveringen. Bij zijn overlijden werd Van Vriesland weliswaar uitgebreid herdacht, maar zijn literaire werk verdween daarna al snel in de vergetelheid.

Biograaf Rob Groenewegen ontdekte Van Vriesland als onderwerp voor een biografie toen hij zich verdiepte in het leven van de Rotterdamse schrijver J.F. Otten, een tijdgenoot en aangetrouwd familielid van de dichter. In het voorwoord schrijft Groenewegen dat hij met het vele materiaal ook een biografie van duizend pagina’s of meer over Van Vriesland had kunnen schrijven, maar dat hij streng heeft geselecteerd uit de vele bronnen. Van Vriesland is volgens Groenewegen een van de meest complexe figuren die onze literatuur rijk is. De omvangrijke biografie van bijna 500 pagina’s roept wel de vraag op waarom lezers in deze tijd nog geïnteresseerd zouden zijn in deze spin in het web van de Nederlandse literatuur van weleer.

Jeugdjaren

In zijn jeugd lachte het leven Van Vriesland toe. Hij werd geboren in Haarlem als jongste in het gezin van een Joodse ondernemer, die rijk was geworden met modezaken. In zijn jeugd woonde Vic, die onder de hoede van gouvernantes stond, eerst in Amsterdam en daarna in Den Haag. De middelbare school verliet hij zonder diploma, een studie in Frankrijk brak hij voortijdig af en hij had een zwak gestel. Hij bracht zijn tijd door tussen zijn boeken en begon al jong met dichten. Tijdens zijn gymnasiumtijd in Den Haag sloot hij vriendschappen met gelijkstemde zielen als de uitgeverszoon en dichter Martinus Nijhoff.

Het is vermakelijk om te lezen hoe hij via contacten met literaire grootheden als Kloos en Van Eeden doordrong in de literatuur. Zijn poëzie werd uiteindelijk gepubliceerd bij Querido onder de voorwaarde dat hij de helft van de productiekosten voor zijn rekening nam, wat hem een verlies opleverde. Vijftig jaar later noemde Van Vriesland zichzelf een uiterst serieuze dichter van onbegrijpelijke gedichten. Als dichter zou hij weliswaar niet de eeuwige roem verwerven, des te meer had hij de gave om het literaire talent van tijdgenoten te ontdekken.  

Mannenwereld

Het geprivilegieerde leven van de jonge dichter veranderde ingrijpend na de beurskrach op Wall Street. Hij raakte in een klap bankroet en moest noodgedwongen aan de slag om een inkomen te verwerven. Hij begon als kunstredacteur bij de NRC en was daardoor genoodzaakt om in Rotterdam te wonen. In de jaren daarna groeide hij door zijn lezingen en poëzierecensies uit tot een publiek figuur, die ook op de radio van zich liet horen. Hij omringde zich met mannelijke dichters en journalisten. Vrouwen kwamen in zijn professionele leven nauwelijks voor. Wel had hij een secretaresse in dienst voor de administratie en correspondentie.

Zijn omgang met vrouwen is op zijn minst opmerkelijk te noemen. Zijn jeugdliefde Marie, die hij in Zwitserland ontmoette, werd zijn eerste vrouw. Tegelijkertijd had hij relaties met andere vrouwen en dat patroon herhaalde zich later in zijn leven. Groenewegen beschrijft uitgebreid hoe zijn eerste huwelijk op de klippen liep en Marie als een gebroken vrouw in 1931 overleed. Zijn tweede vrouw Tonny leerde hij kennen als jonge journaliste bij de NRC. In 1946 trouwde hij voor de derde keer en werd voor het eerst vader, maar ook dit huwelijk hield niet lang stand.

Het grootste deel van de biografie besteedt Groenewegen aan de vooroorlogse periode, waarin Van Vriesland door zijn vele contacten en zijn bestuurswerk steeds meer invloed wist te verwerven in de literaire wereld. De belangrijkste polemiek in de literatuur van de jaren dertig, het Vorm of Vent-debat, krijgt daarbij van de biograaf veel aandacht. Met uitgebreide citaten uit correspondenties wordt duidelijk hoe Van Vriesland manoeuvreerde tussen literaire zwaargewichten als Du Perron, Ter Braak en Slauerhoff. Die laatste dreef het conflict op de spits. Groenewegen wijst in zijn biografie op de antisemitische uitspraken van Slauerhoff als een mogelijke reden van de aanval op Van Vriesland, naast mogelijke jaloezie vanwege amoureuze verwikkelingen in het verleden met Darja Collin, de latere echtgenote van Slauerhoff.

Victor E. van Vriesland in 1962 © Jack de Nijs / Anefo (cc0). Bron: Nationaal Archief

Nasleep

Dankzij zijn contacten kon Van Vriesland in 1937 zijn baan bij de NRC opzeggen en aan de slag gaan bij De Groene Amsterdammer. Hij verhuisde vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog naar Amsterdam. De eerste tijd van de bezetting maakte hij zich niet zo druk over de risico’s die hij liep. Toen hij moest onderduiken in Zwolle, onder de naam Ernst van Vliet, werd hij toch herkend; zijn gezicht was bekend van lezingen en foto’s in de krant. 

Hoogtepunt van de biografie is de periode na de Tweede Wereldoorlog met de felle literaire discussies als nasleep van de zuivering. Na de bevrijding kwam het literaire leven moeizaam op gang. De gevolgen van de Kultuurkamer op de vriendschappen tussen schrijvers klonken in de correspondenties nog lang door. Van Vriesland bemoeide zich actief met de uitspraken van de Eereraad voor de Letterkunde. In november 1945 werd hij benoemd tot bestuursvoorzitter van het PEN-centrum, de Nederlandse tak van de internationale schrijversorganisatie. In deze rol hanteerde Van Vriesland strengere maatstaven voor collaborerende schrijvers dan de Eereraad voor de Letterkunde.  

Naoorlogse tijdgeest

Uit verschillende voorvallen blijkt dat Van Vriesland in de jaren vijftig de veranderende tijdgeest niet aanvoelde. Zo hield hij als bestuurslid van De Bezige Bij de publicatie van Luceberts debuut bij deze uitgeverij tegen en liet hij zich in een lezing laatdunkend uit over de Nederlandse poëzie van de nieuwe generatie. Hij wekte in dezelfde tijd ook de toorn van W.F. Hermans, die hem in Podium smalend typeerde als ‘de vaderlandse lettertemmer’. De status, die Van Vriesland in het interbellum had opgebouwd, keerde zich in die naoorlogse jaren juist tegen hem.    

Van Vriesland blijft tot op hoge leeftijd actief. Ondanks de vele contacten van Van Vriesland in kunstenaarskringen in die tijd weet het laatste deel van de biografie niet te boeien. In de epiloog komt de biograaf naar voren als een pleitbezorger van het werk van Van Vriesland. Groenewegen heeft zijn taak om een biografie over het leven van deze duizendpoot te schrijven niet lichtzinnig opgevat. Daarbij blijft hij dichtbij de bronnen, de omvangrijke correspondenties en andere getuigenissen van Van Vrieslands literaire en persoonlijke leven, en citeert daaruit lange passages. Zelf blijft hij als biograaf op de achtergrond en weerhoudt zich, op een enkele uitzondering na, van speculaties.

Zeker niet alles in deze biografie is interessant voor een lezer in de huidige tijd. Het leven van Van Vriesland wordt het meest lezenswaardig op de momenten dat er botsingen waren met auteurs als Slauerhoff en Marsman in de jaren dertig en in de jaren vijftig met auteurs van de nieuwe generatie, zoals W.F. Hermans. Niet zijn eigen leven maar zijn contacten met de literaire grootheden in zijn tijd maken deze biografie lezenswaardig.

Weerloos tegenover alles. Het leven van Victor E. van Vriesland
Rob Groenewegen
Uitgeverij Atlas Contact
ISBN 978 90 45020525
Verschenen juli 2023

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 44,99)
Bestel als e-book bij bol.com (€ 14,99)

Lenny Vos
Lenny Vos
Lenny Vos studeerde Geschiedenis en Kunst- en Cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Algemene Literatuurwetenschap aan de Universiteit Leiden. In 2008 promoveerde ze aan de Rijksuniversiteit Groningen op de dissertatie getiteld Uitzondering op de regel. De positie van vrouwelijke auteurs in het naoorlogse Nederlandse literaire veld. Ze werkt als beleidsmedewerker, recenseert historische non-fictie en is bestuurslid van het Vlaams-Nederlands platform voor literatuurkritiek De Reactor.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in