het digitale platform voor de biografie in Nederland

Registreer u met uw email-adres en kies een wachtwoord
Ik ontvang graag de maandelijkse nieuwsbrief van Biografieportaal.nl

De vader van de neurowetenschap – Santiago Ramón y Cajal en het verhaal van het neuron

Van schoenlapper tot Nobelprijswinnaar

Als onze huidige ongelijkheidsgoeroe van dienst Joris Luyendijk in 1852 aan de wieg van Santiago Ramón y Cajal had gestaan, had hij als een boze fee gelispeld: ‘Sorry Santiago, geen enkel vinkje, plus ook nog eens de pech in de 19e eeuw geboren te zijn, in rooms-katholiek Spanje nog wel, qua moderne wetenschap een achterlijk land. Ongeneeslijke besmettelijke ziekten overal, oorlogen, revoluties. Je bent en blijft straks een armoedig Aragonees plattelandsjongetje dat als een immigrant in eigen land AB-Spaans en de manieren van de elite zou moeten leren, met een wrede vader, en ook nog eens aanleg voor een soort dyslexie, en nul aanleg voor succes bij de dames. Eh… het ga je goed, jongen.’

De geheimen van de hersencel

In 1906 krijgt deze Santiago, dan 54 jaar, de Nobelprijs voor Geneeskunde, als dank voor de handgranaat die hij de neurologie  had binnen geslingerd: nee, zenuwen en hersenen bestaan niet uit vezels maar uit cellen die contact met elkaar en andere delen van het lichaam leggen via hun eigen uitgroeisels, de dendrieten en axons, niet via een soort klaarliggende kanalen van een organisch netwerk zoals het bloedvatenstelsel. (Ironisch is wel dat het Griekse woord neuron pees, vezelbundel betekent en de foute opvatting over de samenstelling van zenuwen dus is blijven hangen in de term neurologie.)

Het jongetje dat ooit nog schoenlapper was geweest, was inmiddels welvarend, woonde als hoogleraar niet meer in de krotten van het begin van zijn carrière. Hij was getrouwd met een knappe vrouw en was vader van zes kinderen, eentje was er gestorven aan meningitis. Hij had zijn eigen laboratorium gekregen, hij hoefde niet meer van zijn armzalige salaris een eigen wetenschappelijk tijdschrift uit te geven. Dat hij in het Spaans schreef was ook geen hindernis meer voor internationale bekendheid. Zijn werken werden al lang in het Frans, Duits en Engels vertaald. Hij kreeg al vóór zijn Nobel uitnodigingen om lezingen te houden op internationale congressen en bij organisaties van het kaliber van de Royal Society of London. Na zijn Nobelprijs werd hij in half Spanje onthaald als een nationale held en groot genie, eindelijk begon het land niet alleen literair maar ook wetenschappelijk mee te tellen.

Deze liefhebber van Jules Verne (als jongetje al) schreef sciencefiction verhalen zoals Het leven in het jaar 6000, de antiautoritaire rebel publiceerde een warm boek met adviezen voor jonge onderzoekers, de gadget-fan maakte zich fotografie eigen en produceerde een boek over kleurenfotografie. De liefhebber van Don Quichote en Spaanse literatuur en filosofie in het algemeen schreef als ‘Doctor Bacteria’ voor een tijdschrift waaraan ook grootheden als Darwin, Dewey en Tagore bijdragen leverden. Hij klaagde literair uitgebreid over de frustraties van de ouderdom.

© ZEISS Microscopy (CC BY 2.0)

Freud

Tegen het eind van zijn leven hield hij vijf jaar lang een droomdagboek bij (op z’n nachtkastje) om de Traumdeutung van zijn tijdgenoot Sigmund Freud te kunnen weerleggen, aan wiens ideeën hij een niet helemaal verklaarbare bloedhekel had (zijn eigen dromen schreeuwden soms juist om Freudiaanse uitleg). In ieder geval was Cajal ook geïnteresseerd in behandeling van psychiatrische patiënten door middel van technieken als hypnose en deed hij onderzoek naar hersenletsel bij kinderen en regeneratie van beschadigde zenuwcellen. Het verhaal gaat dat hij een keer zijn vrouw pijnloos liet bevallen door haar te hypnotiseren en te suggereren dat de geboorte zonder de gebruikelijke pijn verliep. Hij wilde ook begrijpen hoe mensen zichzelf konden wijsmaken dat ze met de geesten van overledenen spraken. Maar hij gaf het op in zenuwcellen naar de geest, de ziel of de gedachten en herinneringen van mensen te speuren. Hij hield het al snel erop dat dit onmogelijk was.

Luyendijk kreeg het advies een achtste vinkje toe te voegen: gezondheidsprivileges. Ook die lijken er niet zo toe te doen voor het bereiken van een sterrenstatus en een hoge leeftijd. Cajal werd 82, hoewel hij als kind ernstig mishandeld werd op school en door zijn vader; hij leed aan malaria, opgelopen als jonge legerarts tijdens een zinloze Spaanse oorlog in de jungle op Cuba (toen men nog niet wist dat de ziekte werd overgedragen door muggen). Waarschijnlijk had hij ook tuberculose (waarvan de ziekteverwekker nog onbekend was). Hij overleefde een cholera-epidemie (door in lockdown te gaan en zijn vrouw aan te raden water en al het voedsel goed te koken) en hij hielp mee een vaccin hiervoor te ontwikkelen. Op latere leeftijd had hij last van een hersenaandoening en werd doof. Geestelijk werd er sinds zijn jeugd heel veel van hem gevergd, je zou anno 2022 van een tiende van zijn problemen levenslang somber kunnen worden. Zo moest hij zijn geloof in de mensheid en de wetenschap weer hervinden na de Eerste Wereldoorlog waardoor duizenden wetenschappers jarenlang elk contact verloren met collega’s buiten hun eigen door nationalistische hysterie aangetaste land.

Elke stad in Spanje heeft wel een straat naar hem vernoemd, zijn handboeken over neurologie en autobiografische geschriften worden nog steeds herdrukt. Zijn tekeningen van zenuwcellen in allerlei weefsels van mensen en dieren, waarvan hij er naar eigen zeggen zo’n twaalfduizend produceerde, zijn vaak zo adembenemend mooi dat ze enkele jaren geleden hun eigen reizende tentoonstelling in de Verenigde Staten kregen, het land waar sommige wetenschappers, al of niet lid van de Amerikaanse Cajal Club, ze op hun lichaam laten tatoeëren.

Nu kunnen we zeggen dat Cajals vader wel wreed was en een bemoeizieke dwingeland, maar dat hij, enfin, er goed aan heeft gedaan om het verlangen van zijn altijd tekenende zoon om beeldend kunstenaar te worden, te frustreren en hem te dwingen geneeskunde te studeren. Zo werd hij wetenschapper én kunstenaar. Het belang van zijn bijdrage aan de neurologie wordt vergeleken met dat van Darwin voor de biologie en Freud voor de psychologie.

Een biografie schrijven van deze aandoenlijke, rebelse, onverslaanbare workaholic, sympathieke vader en docent, popularisator, intellectueel met een zeer brede interesse, welsprekend klagende bejaarde en linkse liberaal lag dus al een hele tijd voor de hand. In het Spaans verschenen er al diverse maar deze volumineuze biografie van Benjamin Ehrlich is een Engelstalige première.

Ehrlich waagde zich kort hiervoor aan een vertaling van Cajals pas in 2015 rechtenvrije droomdagboek (The Dreams of Santiago Ramón y Cajal). De dromen in dit dagboek en Cajals commentaar erop vielen me tegen. De helft van het boek is gewijd aan Cajals doorbraak in de neurologie en de receptie van Freud in Spanje, plus een vergelijking tussen de benadering van psychische fenomenen bij Cajal en Freud.

De Engelstalige versie van de biografie kreeg de titel The Brain in Search of Itself. Ehrlichs boek is een populair-wetenschappelijke biografie die traditioneel chronologisch verloopt, met toch een fors notenapparaat en uitvoerige bibliografie. De lezer volgt de ontwikkeling in het denken van Cajal van de ene celsoort naar de andere, naar aanleiding van steeds andere proefdieren, zijn zoektocht naar kleurstoffen en chemische fixeermethodes om weefsels te prepareren voor onderzoek, de aanschaf van steeds betere microscopen, het moeizame werk om de objectglaasjes vrij te houden van verontreinigingen en vertekeningen, de wijze waarop hij de weefsels sneed, de reacties van vakgenoten op Cajals publicaties en op zijn demonstraties met door hem geprepareerde glaasjes, de input van zijn leermeesters, zijn tekeningen en later ook foto’s. Ik vond dit niet zozeer zware kost als wel passages die met geduld gelezen moeten worden: uitgebreide wetenschapshistorie voor niet-biologen, niet-neurologen en niet-histologen. Die soms spannend als een thriller zou zijn geweest, had je het happy end al niet gekend.

De teksten over zijn ouders en broer, zijn eigen gezin, zijn vrienden, banen, salarisverhogingen, de politieke ontwikkelingen in Spanje zijn een soort ontspanning tussendoor maar wel wezenlijk om het karakter van deze aimabele man te vatten. Hier is een slachtoffer van zijn omgeving aan het werk die vanuit zijn niche in de samenleving terugduwt en zijn wereld ook voortdurend zelf vormgeeft en verandert. Hij wordt een mens bepaald door afkomst + dna + cultuur + karakter + de staat + geld. Zijn vader Justo, die aanvankelijk de kost verdiende als barbier-chirurgijn, had een grenzeloze ambitie om zelf de hoogste regionen van de geneeskunde te bereiken en uit te groeien boven zijn weer wat latere status als niet-universitair arts  (‘doorprikker van steenpuisten’).

Papa’s tamelijk verbijsterende omzwervingen daartoe worden ook tot in detail gevolgd, omdat dit voor Santiago de ene verhuizing na de andere betekende, zijn kennismaking met andere Spanjes. Zijn vader gebruikte zijn uitdijende sociale netwerk om zijn tandenknarsend loyale zoon aan baantjes en banen te helpen die hem ook verder op het pad der geneeskunde moesten sturen tot hij ver in de twintig was, en hij na twee mislukte pogingen een competitie won die hem een droombaan en onafhankelijkheid bezorgde. Ten langen leste bereikte zijn vader zijn doel en het zou zo maar kunnen zijn, oppert Ehrlich, dat vader en zoon ooit in dezelfde collegezaal in Madrid zaten, papa als docent, zoonlief als student.

Franco

Cajal maakte de aanloop naar de Spaanse Burgeroorlog mee. Zijn begrafenisstoet trok vele duizenden ondanks de onlusten die in 1934 Madrid onveilig maakten. Tijdens die gruwelijke oorlog verloren vrijwel alle pupillen en potentiële opvolgers van Cajal hun baan, werden verbannen of moesten vluchten. In 1939 hief generalissimo Franco zijn onderzoeksinstituut op. Een nieuwe wetenschapsraad kreeg de missie ‘om de klassieke en christelijke eenheid van de wetenschappen te herstellen die in de achttiende eeuw was vernietigd’. Cajal en zijn opvolgers werden door de franquisten gezien als agnostici. Hun wetenschap zonder Gods steun moest wel fout zijn, de Spaanse neurologie keerde terug naar het pre-Cajal tijdperk.

In de epiloog schrijft Ehrlich dat Cajals enorme nalatenschap bestaande uit tienduizenden manuscripten, brieven, foto’s, tekeningen, objectglaasjes en aantekenschriften nog steeds bivakkeert in een voor onderzoekers slecht toegankelijk Madrileens berghok van nog geen zes vierkante meter. Over een museum wordt alleen maar gepraat. Zoals ik ook merkte bij een grote Goya-tentoonstelling in Madrid in de jaren 90 was/is de Franco-tijd nog  niet voorbij. Moge Ehrlichs boek welgestelden met wortels in Aragon, Valencia en Catalonia waar Cajal ook woonde en werkte, overhalen geld te stoppen in een inspirerend museum in een van deze regio’s, als ze in Madrid Cajal nog steeds niet kunnen waarderen.

En wat drs. Luyendijk betreft, laat hij Santiago Ramón y Cajal die meende dat mensen hun eigen brein kunnen vormen (en voor de gek houden), bestuderen als een typisch, helemaal niet zo uitzonderlijk geval van veerkracht, verlangen, verzet, verwachtingen, vrienden, vertrouwen en vrouwen op de achtergrond. De zeven andere v’s of zo, in plaats van zijn zeven vinkjes die nodig zijn voor carrières in de Nederlandse politiek, nooit een Nobelprijs waard, noch de opwinding erover dat die voornamelijk één bepaald type trekken.

De vader van de neurowetenschap – Santiago Ramón y Cajal en het verhaal van het neuron
Benjamin Ehrlich
Uitgeverij Het Spectrum
ISBN 9789000363049
Verschenen in maart 2022

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 34,99)
Bestel als e-book bij bol.com (€ 19,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 34,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 19,99)
Anneke van Ammelrooy
Anneke van Ammelrooy
Anneke van Ammelrooy (1955) is journalist en vertaalster. Ze schreef onder andere Alles is er niet, een persoonlijk verslag van haar eerste jaar in Irak. Ze was hoofdredactrice van het Leids universiteitsweekblad Mare, Publiek Domein, Keesings Historisch Archief en OR-informatie. Voor de Volkskrant schreef ze over cultuur en politiek. Bij het ANP was ze redacteur Arabische landen. Ze werkt aan een boek over de toekomst van politieke partijen (2003-2010).

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in