Bob Gersony, de barmhartige diplomaat

Een biografie over een ambtenaar, het klinkt niet spannend, ook al is de ambtenaar een diplomaat die over de hele wereld heeft gewerkt. Toch is De barmhartige diplomaat een boeiend boek. Door de soepele schrijfstijl van schrijver Robert Kaplan, maar vooral ook door de intrigerende hoofdpersoon: Bob Gersony.

Alleen al de inhoudsopgave van de biografie leest als een staalkaart van internationale conflicten van de afgelopen 60 jaar, van Vietnam tot Oeganda en van Gaza tot Nood-Korea. En er is nog iets dat opvalt bij een eerste inspectie van het boek. De foto’s in het boek zijn niet de gebruikelijke geposeerde foto’s van ‘hoofdpersoon met beroemde minister’, ‘hoofdpersoon met belangrijk staatshoofd’. Nee, het zijn foto’s van Bob Gersony met “gewone” mensen, mensen waar hij in het veld mee werkte. En dat is tekenend voor de persoon Gersony en voor zijn manier van werken.

Gersony is de zoon van Joodse ouders, uit Letland gevlucht voor de Nazi’s. Hij maakt zijn school niet af en is voorbestemd om zijn vaders handel in grondstoffen over te nemen. Maar door zich vrijwillig aan te melden voor Vietnam maakt hij kennis met de wereld en kruipt hij, naar eigen zeggen, uit de cocon Manhattan en de grondstoffenhandel.

De les van Bernard Fall

In Vietnam leest hij het boek van de Franse oorlogscorrespondent Bernard Fall over de Franse aftocht uit Indochina. De kern van het boek is dat landen als Frankrijk en de Verenigde Staten gedoemd zijn oorlogen te verliezen door gebrek aan kennis over de enorme cultuurverschillen. Daardoor zijn ze niet in staat om de mentaliteit te begrijpen van de mensen die ze proberen te helpen veranderen of bestrijden. Dat is voor Gersony een belangrijk inzicht dat de rest van zijn carrière een rol zal spelen.

Hij gaat, na terugkeer uit Vietnam, niet meer terug naar de handel. Midden jaren 70 komt hij bij toeval in Guatemala terecht als ontwikkelingswerker voor de USAID en als daar een aardbeving enorme schade aanricht brengt hij de lessen van Fall in praktijk.

De internationale hulporganisaties staan uiteraard meteen in de startblokken om voedsel en kleding te sturen. Maar Gersony pleit er succesvol voor om daar mee te stoppen. ‘We moeten reageren op wat mensen denken, en wat mensen denken is: hou op met voedsel sturen,’ zegt hij. Zijn redenatie is dat Guatemala een succesvolle maisoogst had gehad, door gratis voedsel te verstrekken kelderde de prijs voor die mais en werden mensen onnodig afhankelijk van hulp. Door te stoppen met voedselhulp verdiende de Mayaboeren geld waarmee ze zelf ook weer spullen konden kopen om huizen opnieuw op te bouwen.

De NGO-gemeenschap komt toesnellen zodra er een ramp plaatsvindt. Als je spullen gratis weggeeft kunnen lokale overheden beslissen wie het krijgt, op basis van connecties. Maar als je het materiaal gewoon verkoopt, treedt er een proces van zelfselectie in werking en komen de spullen terecht bij de mensen die het nodig hebben, de methode is zeker niet perfect maar stelt waardigheid boven afhankelijkheid.

Als ontwikkelingswerker was Gersony in die tijd, de jaren zeventig, een vreemde zakelijke eend in de idealistische bijt. Maar hij weet zijn denkbeelden met succes doorgevoerd te krijgen in landen waar hij voor USAID werkt, in Latijns-Amerika, Azië en Afrika. Hij leerde bij USAID dat ‘liefdadigheid zakelijk kan zijn en dat je geen naïeve idealist hoeft te zijn om de situatie van inheemse gemeenschapen te verbeteren’. Met zijn gedrevenheid en zijn opvallende stellingname valt Gersony ook op in Washington, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Die vragen hem in de jaren tachtig voor het eerst om voor hen te komen werken, op de ambassade in Oeganda. Daar zijn de problemen van geheel andere aard.

Idi Amin

Het land is aan het bijkomen van het regime van Idi Amin, de slachter van Afrika, die in de jaren 70 enorm huis had gehouden in Oeganda. Zijn opvolger Obote is weliswaar iets beter, maar niet echt heel veel. Er wordt nog steeds op grote schaal gemarteld en gemoord in het land, maar niet meer zoals onder Amin voor het oog van de wereld maar veel meer verborgen in het duister van het oerwoud. Aan Gersony de taak om hier een vinger achter te krijgen. En hij wil dat doen op de manier die hij zichzelf heeft aangeleerd, door het verhaal te laten vertellen door de mensen zelf, niet door ambtenaren achter een bureau.
Dit is het moment dat wat mij betreft het boek echt tot leven komt. Gersony beschrijf hoe hij door een Engels officier wordt benaderd die hem aanbiedt om samen naar een gebied te gaan, de Luwero-driehoek, waarvan vermoed wordt dat er op grote schaal wordt gemarteld en gemoord. De officier heeft de naam als van een filmster, Bill Kirkham, en het voorkomen van de sergeant majoor uit de tv-serie ‘Oh moeder, wat is het heet’ (1 meter 90 lang, zwaaiend met een rotting in een kaki uniform met korte broek, witte benen, lange wollen sokken). Deze Bill neemt Gersony mee naar de Luwero-driehoek, een huiveringwekkende tocht door een gebied waaruit iedereen die dat kon was weggevlucht en wie dat niet kon was vermoord. De tocht eindigt bij een open plek in het oerwoud, ter grootte van een voetbalveld.

In nette rijen neergelegd op de grond lagen daar honderden broodmagere mensen, uitgemergeld, stervende, hun botten bijna door de huid stekend, burgers van alle leeftijden en beide seksen, bewaakt door ruwe soldaten die hen toeschreeuwden. Kirkham blafte naar de soldaten: wat is hier aan de hand? Geen voedsel, geen water, niets mogen we voor deze mensen doen, antwoordde een soldaat

Gersony heeft nu het bewijs dat hij nodig heeft om actie te kunnen ondernemen. Maar zijn mogelijkheden als ambtenaar zijn maar beperkt. Waarnemend coördinator vluchtelingenbeleid in Kampala is hij, niet echt een functie waarbij er heel veel deuren voor je open gaan. Door slim te opereren krijgt hij het toch voor elkaar dat Washington in actie komt en dat er uiteindelijk een eind wordt gemaakt aan de martelingen in de Luwero-driehoek. Zijn naam is gemaakt en hij wordt door het State Department nu vaker naar brandhaarden gestuurd, steeds weer met dezelfde missie. Ga achterhalen wat er werkelijk aan de hand is en vertel ons wat de mensen werkelijk denken.

De barmhartige diplomaat is niet echt een biografie. Het is meer een geschiedenis van de Koude Oorlog in Ontwikkelingslanden, verteld door de ogen van een diplomaat die zijn best deed om beleid terug te brengen tot de menselijke maat. En daarin is het goed geslaagd.
Zoals Jim Mattis, voormalig minister van Defensie op de achterflap zegt: ‘Voor iedereen die niet langer gelooft dat één persoon het verschil kan maken is dit boek het ideale medicijn.’

De barmhartige diplomaat. Bob Gersony en zijn cruciale rol in de grootste conflictgebieden van 1966 tot 2013
Robert D. Kaplan
Uitgeverij Spectrum
ISBN paperback 978 90 00 370337

ISBN ebook 9789000370344
Verschenen in oktober 2020

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 34,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 19,99)

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 34,99)
Bestel als ebook bij Athenaeum Boekhandel (€ 19,99)
Marcel Ermers is radiomaker en historicus. Hij studeerde aan de Radbouduniversiteit af op een biografie van minister Johan Willem Beyen van Buitenlandse Zaken, bekroond met de scriptieprijs van het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here