Banksy: hoe verkoop je jezelf zonder jezelf te verkopen

Banksy

‘In de toekomst zullen zoveel mensen beroemd worden dat ooit iedereen ernaar verlangt een kwartiertje anoniem te zijn,’ aldus Banksy in een van zijn e-mail interviews. Banksy slaagt er al meer dan tien jaar in vanuit de luwte de wereld te bestoken met beelden die ontroeren, tot nadenken stemmen, maar je vooral aan het lachen maken. Naakte man hangt uit raam terwijl overspelige vrouw achterdochtige echtgenoot geruststelt: kijk maar naar buiten, niets aan de hand. Een cadeautje van Banksy voor de Sex Health Clinic for Young People in Bristol. Meisje fouilleert soldaat. Geschilderd op een muur in Bethlehem. Suppoost bewaakt in Liverpool het woordje Prick, dat daar door een anonymus is achtergelaten. Het zijn visuele grappen van een man die – zo blijkt uit de biografie van Will Ellsworth-Jones – prettig in de omgang is, in het dagelijkse leven nogal een doorsnee indruk maakt, van een jointje houdt en zijn vrouw ‘muurweduwe’ noemt, omdat hij zo vaak op pad is om zijn anonimiteit te gelde te maken. Meer wil je ook niet over hem weten na het lezen van dit boek. Hoe schrijf je de biografie van iemand die zich niet wil laten kennen? Je kunt er een verslag van een échec van maken, zoals Ian Hamilton heeft gedaan met zijn zoektocht naar J.D. Salinger, de kluizenaar die de Amerikaanse literatuur met The Catcher in the Rye verrijkte. Je kunt de mythische proporties van een dergelijke onzichtbaarheid ook tot op het bot ontrafelen en onderzoeken wat die te zeggen heeft over een tijdperk waarin roem een schaars goed schijnt te zijn dat ons allen toekomt, zoals Andy Warhol met zijn ‘15 minutes of fame’ ooit profeteerde. Voor die laatste benadering heeft Will Ellsworth-Jones gekozen. Banksy. De man achter de muur is het meesterlijke resultaat van die benadering.

Barton Hill

Bnksy Bristol StreetBanksy verwierf faam als street artist in de graffitiscene van Barton Hill, in de jaren tachtig een achterbuurt in Bristol, waar je vanwege de criminaliteit en het racisme liever niet kwam. Barton Hill was in de jaren vijftig zonder veel visie met sociale woningbouw volgestouwd. In het Engeland van Margareth Thatcher fungeerde de wijk als vangnet voor het blanke uitschot dat woedend werkloos thuiszat en geloofde in de fascistoïde oplossingen van het National Front. Jeugdwerkers als John Nation moesten jongeren een perspectief bieden dat meer behelsde dan het brengen van de Hitlergroet. Nation bezocht in het begin van de jaren tachtig Amsterdam, vanwege de wallen en de koffieshops, maar hij werd vooral getroffen door de graffiti in de stad, de omvang ervan. Onder zijn bezielende leiding groeide de Barton Hill Youth Club in enkele jaren uit tot het graffiticentrum, niet alleen van Bristol, maar van heel Engeland. De club was de leerschool van Banksy. Hij kwam er als vijftienjarig jongetje om er te taggen – eerst als Robin Banx, later als Banksy – want de tag, de handtekening, is het eerste wat een graffitikunstenaar zich eigen maakt. David Samuel maakte de beginjaren van Banksy bewust mee. Samuel, die opgroeide voor galg en rad maar in graffiti zijn reddende engel vond, noemt taggen ‘een tactiek van identiteitslozen om een identiteit te verwerven.’ Dat omstanders weinig begrijpen van al die hermetische tekens of graffiti als een vorm van vandalisme beschouwen, laat hem koud. ‘Het is een egotrip. Het gaat alleen om ons en de onzen. Het heeft niets met het publiek te maken.’ Je deelt met je vrienden de adrenalinekick, een trein die je in de nacht beschilderd hebt, noem je de volgende ochtend ‘jouw trein’. Graffiti is moderne typografie, een herijking van het alfabet, met de uitdrukkelijke bedoeling om ‘niet-leden van de subcultuur buiten te sluiten en boodschappen voor hen onleesbaar te maken.’ Banksy sloeg als stencil artist al snel een diametraal andere richting in. Hij verlangde naar publiek, had het publiek juist nodig, want zonder publiek was zijn werk aan niemand gericht, en daarmee valt niet te leven. Hij bereidde in zijn atelier zijn visuele boodschappen voor, zodat hij die in het wild alleen nog maar hoefde over te spuiten. Een ‘kunsthomo’, volgens zijn voormalige vrienden in de graffitiscene, want daarin daal je al in de pikorde als je plakband gebruikt om een rechte lijn te trekken – dat moet vanuit de losse pols gebeuren.

© Justinc (CC BY-SA 2.0)

My name is nobody

Banksy heeft in die beginjaren  de grootste ontdekking van zijn leven gedaan, en die brengt hij tot op de dag van vandaag in praktijk. Hij weigert iedere vis- à-vis ontmoeting met de pers, maar prefereert eventuele vragen per e-mail te beantwoorden. Zijn PR-agent, want die heeft hij, moet hem vooral uit de publiciteit houden. Wanneer hij met een instelling overeenkomt om hun gebouw te beschilderen, gaat de deal niet door, als die instelling daaraan ook maar enige ruchtbaarheid  geeft. Openingen bezoekt hij niet, laat staan die van zijn eigen tentoonstellingen. Als hij spreekt, doet hij dat met een stemvervormer. Als hij in beeld komt, is dat met een nepbaard of met een capuchon rond zijn hoofd. Kortom, echt contact is niet de bedoeling. Hij is de beroemdste onbekende die ik ken, die keer op keer in de publiciteit brengt dat hij zo publiciteitsschuw is. De romantische motivering van zijn anonimiteit, dat hij die als illegaal streetartist nodig heeft om zijn werk te kunnen doen, gaat allang niet meer op. Een wijk met een Banksy stijgt tegenwoordig in waarde en wordt door de plaatselijke gemeenteraad met perspex afgedekt, om beschadiging te voorkomen. Zijn identificatie met Charlie Chaplin snijdt, denk ik, meer hout. Chaplin zei eens over zichzelf: ‘Als ik begin te praten ben ik net als iedere andere komiek.’ Aan een journalist van de LA Times bekent Banksy, via de e-mail uiteraard: ‘Ik ben niet geïnteresseerd in mijzelf bekendmaken. Volgens mij zijn er genoeg zelfingenomen klootzakken die hun rotkoppen in je gezicht proberen te duwen. Als je tegenwoordig aan kinderen vraagt wat ze later willen worden, zeggen ze allemaal: ‘Ik wil beroemd worden.’ Als je ze vraagt waarom of waarmee hebben ze geen idee.’ Banksy is een voorbode van de kunstenaar wiens roem gebaseerd is op een groot gebrek aan tweets en facebookvrienden, hoezeer hij het internet ook nodig heeft om de wereld ervan te overtuigen dat zijn naam ‘nobody’ is.

Wat een geweldige uitdaging moet het zijn geweest om zijn biografie te schrijven. Wat een geweldige biografie heeft Will Ellsworth-Jones geschreven.

Banksy. De man achter de muur
Will Ellsworth-Jones
Uitgeverij Lebowski
ISBN 9789048814732
Verschenen juli 2012

Bestelinformatie

Bestel hier als digitaal boek bij bol.com (€ 13,99)

Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor de Volkskrant,Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here