Elisabeth Carolina (Lizzy) van Dorp was de eerste vrouw in Nederland die in 1901 haar doctoraal examen rechten behaalde. Daarna promoveerde ze in 1903. Ze was op 5 september 1872 geboren in een welgesteld, remonstrants gezin. Na haar studie in Leiden vestigde ze zich als advocaat in Den Haag. Ze ontwikkelde zich tot een voorvechter van vrouwenrechten in de eerste feministische golf. Ze was gematigder dan Aletta Jacobs en richtte na veel polemiek in 1907 samen met Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck een eigen Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht op, waarvan Van Dorp de eerste voorzitter werd. Veelzeggend was de titel van hun publicatie Een knuppel in het hoenderhok, waarin zij hun standpunt toelichtten.
Ze bewoog zich ook in de politiek. Bij de eerste landelijke verkiezingen volgens algemeen kiesrecht in 1922 ging ze op een zeer laat moment over van de Vrijheidsbond naar de Liberale Partij, die één zetel verwierf. De al bejaarde lijstaanvoerder, oud-minister Samuel van Houten, maakte plaats voor Lizzy van Dorp. Zij had als vrouw de meeste voorkeursstemmen gekregen. Ze bleef drie jaren lang lid van de Tweede Kamer. Zo werd ze de eerste vrouwelijke fractievoorzitter. Margit van der Steen memoreert in haar recente boek ‘Ware wonderdieren’ over de eerste vrouwen in de Nederlandse politiek, dat deze mijlpaal in de parlementaire geschiedschrijving uit het oog is verloren, maar wel aandacht verdient.
In haar tijd heeft Lizzy van Dorp vooral bekendheid gekregen als econome. Als eerste vrouwelijke econoom in ons land publiceerde ze tal van geschriften en correspondeerde ze met gerenommeerde economen als Friedrich Hayek, Ludwig von Von Mises en John Maynard Keynes. De historicus Patrick van Schie heeft haar in een levensschets – met name verwijzend naar haar wijze van corresponderen – bestempeld als een eigenzinnige, maar ook belerende liberale econoom.

Maar ook politiek waren haar ideeën eigenzinnig. Ik herlas nog eens haar laatste politieke geschrift uit 1937, waarin ze zich zowel tegen Mussert als Moskou keerde. In deze brochure met de titel Noch Communisme Noch Dictatuur vatte zij haar politieke ideeën nog eens samen. Bij haar stond de handhaving van de rechtsstaat voorop. Ze kon echter niet warm lopen voor wat ze de partijendemocratie noemde. In het geschrift trof ik het curieuze idee aan, dat na verkiezingen een ministersploeg niet als resultaat van een formatie tot stand zou moeten komen, maar dat het staatshoofd (“de Draagster der Kroon”) op eigen gezag ministers zou selecteren. Eerder had ze al verdedigd dat de Eerste Kamer zou moeten bestaan uit deskundigen met een doctorstitel, gekozen door de universiteiten. Deze ideeën vonden echter geen enkele weerklank, haar politieke rol was toen uitgespeeld.
In 1940 reisde Lizzy van Dorp naar Nederlands-Indië, waar ze docent economie werd aan de Technische Hogeschool in Bandung. Na de Japanse bezetting werd ze geïnterneerd in een vrouwenkamp in Banjoe-Biroe op Midden-Java. Verzwakt door de jarenlange uitputting stierf Lizzy van Dorp op 6 september 1945, drie weken na de Japanse overgave en een dag na haar 73ste verjaardag, een tragisch einde.
Hoewel in de loop van de tijd verschillende publicaties over Lizzy van Dorp zijn verschenen, ontbreekt nog een biografie van deze veelzijdige vrouw. Wel zijn nu twee biografen bezig met de voorbereiding van een levensbeschrijving. Sanderien de Jong schrijft een biografie van haar verre familielid. Agnes van Steen heeft al eerder over Lizzy van Dorp geschreven, onder meer op basis van haar dagboeken. Zij schrijft nu een dubbelbiografie. Haar invalshoek is de samenwerking en later conflictueuze relatie, die in de vrouwenbeweging en de liberale politiek tussen Lizzy van Dorp en mede-feministe Welmoet Dyserinck bestond. Ook gezien de geheel verschillende focus, kijk ik uit naar beide biografieën.










