Alexander Gogel en de eenwording van Nederland

Alexander Gogel

Van alle grondleggers van de Nederlandse staat – Pieter Vreede, Rutger Jan Schimmelpenninck, Gijsbert Karel van Hogendorp – is Alexander Gogel de meest constante. Hij drukte zijn stempel op de Bataafse Republiek, het Koninkrijk Holland van Lodewijk Napoleon, de periode van de Inlijving onder Napoleon Bonaparte en de eerste jaren van de constitutionele monarchie van Willem I. Uit zijn koker kwam het belastingplan dat de wirwar aan lokale en gewestelijke belastingen moest samenvoegen tot een coherente en gecentraliseerde staatshuishouding, met alle moderne middelen die daarbij horen, zoals een transparante begroting. De eens zo welvarende Republiek verkeerde in zwaar weer. De unificatie van de staatsschulden en het opzetten van een nationaal uitvoeringsapparaat voor het fiscale systeem moesten het tij keren. Gogel keerde zich tegen het gildewezen, omdat die de vrije burger belette zijn talenten ten volle te ontplooien. Hij legde de contouren vast van een Nationale Bank, en die ontwerpen waren zo degelijk dat ze in 1814 moeiteloos uitgevoerd konden worden. Bovendien had Gogel de ambitie een Nationaal Museum te bouwen, een ‘Konst-gallerij’, dat als voorloper van het Rijksmuseum kan worden gezien. Hij wilde de schat aan Nederlandse schilderkunst voor het vaderland etaleren, ter lering en vermaak, zoals het een man van de Verlichting betaamt.

Alexander Gogel, politicus tegen wil en dank?

Jan Postma, oud-secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën, schreef een magistrale biografie van Isaäk Alexander Gogel. Hij vermijdt de valkuilen waarin illustere voorgangers als Colenbrander en Verberne wel gelopen zijn. Tussen verguizing en verheerlijking is een wereld van nuance te winnen, en dat heeft hij in deze biografie gedaan. Postma maakt van Gogel een man van vlees en bloed: ietwat arrogant en ongedurig soms, maar zo briljant dat vriend en vijand – als het erop aankwam – een beroep op hem deed. Vandaar wellicht dat Gogel alle wetsverzettingen en staatsgrepen op het breukvlak van de achttiende en negentiende eeuw moeiteloos heeft overleefd. Hij ging er prat op dat hij eigenlijk niets van politiek moest weten, maar min of meer gedwongen werd zijn nering te verlaten, om zijn talenten aan ’s lands belang te wijden. Postma toont overtuigend aan dat we dat zelfbeklag met een korreltje zout moeten nemen. Gogel hield van het vak, was ijdel genoeg om met zijn expertise de politieke arena te betreden, al waaide hij zeker niet met alle winden mee. Er moest wel iets voor hem te halen zijn. “Ook voor Gogel gold, dat hij niet zozeer dienstbaar was aan de verschillende regimes onder welke hij werkte, maar dat hij zijn eigen overtuiging diende,” schrijft Postma.

Koopman-politicus

In de contemporaine historiografie is Gogel veelal voorgesteld als een liberaal avant la lettre, een visie die Postma niet deelt. Daarvoor was Gogel te wars van een te grote volksinvloed in het staatsbestel; hij legde het zwaartepunt bij de uitvoerende macht. Voor alles wilde hij korte metten maken met de federalistische neigingen en corporatistische samenleving van het Ancién Regime, een tijdperk dat hij als rechtgeaard patriot voorgoed ten grave wilde dragen. Om die eenheid te bewerkstelligen was hij desnoods bereid een eenhoofdig gezag te dienen, of dat nu ‘raadspensionaris’ Rutger Jan Schimmelpenninck was, koning Lodewijk Napoleon of keizer Napoleon Bonaparte.

Intocht van Napoleon in Amsterdam in 1811. Gogel staat rechts van het paard, half verscholen achter Charles-François Lebrun )

Gogel was een man van de laisser faire, laisser passer. “Laat rijk worden die kan, laat vallen wat niet staan kan. Voor de oude doode boom komt ontwijffelbaar een nieuwe in de plaats die op zijn beurt jong is, bloeit, vrucht draagt en sterft.” Dat had niet zozeer met een liberale inborst te maken, maar meer met een conservatief en nogal irreëel verlangen de stapelmarkt van weleer te herstellen.

Gogel was eerder het prototype van de koopman-politicus, iemand die zich zorgen maakte over de economische malaise waarin de Republiek verkeerde en zich afvroeg hoe het eens zo welvarende vaderland zo in het slop had kunnen raken. Het antwoord zocht hij – toentertijd een gemeenplaats – in het verval der zeden. Door het stadhouderschap van de Oranjes en de renteniersmentaliteit was de Bataafse jongeling een schim van de fiere koopman van weleer. Origineler was Gogel in de remedies die hij te berde bracht. Hij richtte met Willem Ockerse in 1797 De Democraten op, een denktank voor de Bataafse Republiek. Daarin ontvouwde Gogel zijn plannen die hij als agent, later minister van financiën, kon realiseren, al moest hij ze soms ook bijstellen. Zo manifesteerde Gogel zich in De Democraten nog als een groot voorstander van inkomstenbelasting, want die garandeerde een eerlijke verdeling van de lasten, maar vanwege een gebrekkige centrale administratie was die praktisch onuitvoerbaar. Het zou nog tot het kabinet-Pierson van 1892 duren voordat er een inkomstenbelasting werd ingevoerd.

Jan Postma heeft met Alexander Gogel (1765-1821). Grondlegger van de Nederlandse staat een meesterlijke biografie geschreven. De openingszin, “Alexander Gogel was een fascinerende man die een boeiend leven leidde”, zet de toon voor de vierhonderd pagina’s die volgen. Het is een erudiete en minutieuze biografie, maar bovenal met vaart geschreven en daarom voor iedereen die geïnteresseerd is in het tijdperk een feest om te lezen.

Alexander Gogel (1765-1821). Grondlegger van de Nederlandse staat
Jan Postma
Uitgeverij Verloren
ISBN 9789087046330
Verschenen in februari 2017

Bestelinformatie

Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel hier als paperback bij Athenaeum Boekhandel (€ 39,00)

Koop bij bol.comBestel hier als paperback bij bol.com (€ 39,00)

DELEN
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here