Carson McCullers: gebroken genie

Toen Virginia Spencer Carr in 1975 The Lonely Hunter, de eerste biografie over het dramatische leven van de zuidelijke schrijver Carson McCullers (1917-1967) publiceerde, werd deze in The National Observer bejubeld als ‘definitive.’ Nu, bijna vijftig jaar later, hebben we Mary Dearborns Carson McCullers: A Life. Is het Dearborn, bekend biograaf van, onder anderen, macho schrijvers als Ernest Hemingway en Henry Miller gelukt Carr te overtreffen?

Schatplichtig

Omdat ze vlak na Carsons dood aan de biografie begon, had Carr het voordeel dat ze zich kon zich baseren op interviews met haar naaste familie, vrienden en kennissen. Inmiddels zijn deze natuurlijk allemaal de pijp uit. Nadeel was dat veel belangrijk archiefmateriaal nog niet beschikbaar was. Zo bleef Carsons psychotherapeut en geliefde, Dr. Mary Mercer, bovenop belangrijk archiefmateriaal zitten, waaronder transcripties van hun therapeutische sessies. Mercers collectie kwam pas vrij in 2012, na haar dood op 101-jarige leeftijd, en Dearborn heeft daar goed gebruik van gemaakt. Daarnaast kon zij putten uit Carrs archiefmateriaal dat deze verkocht had aan Duke University. De collectie beslaat onder andere haar interviews en kopieën van Carsons brieven. Dearborn is dus schatplichtig aan Carr, maar verder dan een korte dankbetuiging komt ze niet. Ik vond wel in een voetnoot de volgende kattige opmerking: ‘Some of the efforts of the biographers bordered on the farcical. Both [biograaf Margaret] Sullivan and Carr, as it turned out, were lesbians, as were some mutual friends and admirers of Carson’s who got caught up in the work. All of them were reticent and / or canny enough to know better than to put anything on paper.’

Farcical! Please! Maar, inderdaad, toen Carr haar onderzoek verrichtte, wilden de vrouwen die Carson lief had gehad het daar niet over hebben. Zeker Mary Mercer niet, die niet eens geïnterviewd wilde worden. In de index van The Lonely Hunter zijn de woorden ‘homosexuality’ of ‘lesbianism’ daarom niet te vinden, in die van Dearborn wel. Carr noemt weliswaar Carsons biseksualiteit, haar verliefdheid op vrouwen, maar beschrijft haar jarenlange relatie met Mary Mercer als vriendschap. De lezer van Carr moet vooral tussen de regels lezen, maar of dat nu zo farcical is? Misschien heeft Mercer gedreigd met juridische stappen als Carr hun relatie openbaar zou maken.

Een biografie kan dus nooit definitief zijn, niet alleen omdat nieuw materiaal kan opduiken, maar ook omdat zowel de gebiografeerde als de biografie een product zijn van hun tijd. Waar Carr Carsons seksualiteit nog bijna verborgen moest houden, schrijft Dearborn vrijelijk over haar geaardheid.

Carson McCullers in 1959. Foto: Carl Van Vechten (public domain)

Seks en drugs en alcohol

Carr beschrijft de biseksualiteit van Reeves McCullers, Carsons echtgenoot, overigens wel wat opener, maar hij komt er niet al te best vanaf in haar biografie. Het relaas van Dearborn is daarentegen veel sympathieker. Ze beschrijft Reeves als de held op de achtergrond die, in feite, zijn leven in dienst stelt van zijn vrouw. Hij is daarin niet de enige. Carsons moeder, door iedereen Bébé genoemd, ‘thought she could discern auguries of greatness while her first child was still in embryo. . . . With the first breath she drew, the child was the focus of her mother’s life.’ Broer Lamar en zus Rita doen er eigenlijk niet zoveel toe: van hen wordt verwacht dat zij hun leven wijden aan hun geniale zus.

En geniaal is ze. Dearborns biografie zette me aan tot het herlezen van Carsons eerste roman, The Heart is a Lonely Hunter (1940). Alleen daarom ben ik Dearborn al dankbaar. The Heart is a Lonely Hunter is een meesterwerk. De roman sleept je mee in de levens, de verwachtingen en angsten van een groep eenzame buitenbeentjes in een kleine stad in het zuiden van de Verenigde Staten. Éen van de hoofdpersonen is de doofstomme John Singer, die verliefd is op een andere doofstomme man, die, gek geworden, in een inrichting wordt geplaatst. Centraal staat ook de impotente eigenaar van het lokale café, Biff Brannon, die na de dood van zijn vrouw haar parfum draagt, borduurt en andere ‘vrouwelijke’ kanten laat zien. Dan is er een verbitterde, marxistische zwarte arts, wiens kinderen bang voor hem zijn. Tot slot is er de duidelijk autobiografische adolescente Margaret Kelly, die wegdroomt bij muziek en zich het liefst in jongenskleren hult. Homoseksualiteit, geestesziekte, travestie, communisme, racisme, zelfmoord – zoek het maar uit, alles wordt aangesneden in deze roman. Carson is pas 23 als het boek wordt gepubliceerd en het is verbluffend hoe goed zij zich in kon leven in de gedachten en gevoelens van al deze buitenissige karakters.

Het boek is een sensatie en Carson, lang, androgyn, vaak gekleed in mannenpakken, dus ook. Ze is inmiddels getrouwd met de knappe, eveneens getalenteerde Reeves met wie ze heeft afgesproken dat ze elkaar om en om de tijd gunnen om te schrijven. Maar Reeves blijft altijd in haar schaduw staan. Carson heeft geen moeite met het feit dat ze voornamelijk op vrouwen valt en haar echtgenoot op mannen en nodigt zo af en toe een extra uit voor een triootje, waar de meesten voor terugschrikken. Maar Reeves is getormenteerd door zijn seksuele voorkeur en drinkt zijn verdriet weg. Niet dat er nu zoveel verdriet nodig is om te drinken: alcohol hoort er nu eenmaal bij in het schrijversmilieu. In Carsons eigen familie vloeit de alcohol eveneens rijkelijk. Haar vader sterft aan de drank en haar zus Rita wordt lid van AA. Uit de biografie van Dearborn blijkt overduidelijk dat Carson zelf ook een zware alcoholiste was.

Dat Carson haar toevlucht zoekt in alcohol is niet verwonderlijk. Ze wordt haar hele leven geplaagd door ziekte en lijdt vaak hevige pijnen. Beroertes treffen haar als ze net twintig is en laten haar gedeeltelijk verlamd achter. Het huwelijk is tumultueus en wanneer Reeves haar cheques vervalst is de maat vol en scheidt Carson van hem. Een paar jaar later hertrouwen ze, want, citeert Dearborn Carson: ‘They loved each other in an elemental, essential way.’ Dearborn concludeert op basis van Carsons uitspraken dat ze vanaf nu als broer en zus samenleven, maar wat later blijkt dat Carson een medisch geïndiceerde miskraam ondergaat. Een onbevlekte ontvangenis?

Uitputtend

Had ik Dearborn wel goed gelezen, vroeg ik me toen af. Ik werd in feite gehinderd door de volledigheid van haar biografie. Er zijn te veel details. Zo worden al Carsons verblijven in Yaddo, een bekende kunstenaars retraite, uitgebreid beschreven, inclusief opsomming van haar vele medegasten. Waarom beperkt Dearborn zich niet tot de gasten die goede vrienden van haar worden? Ik zag soms door de vele namen de grote verhaallijnen niet meer. Wie was die Rita nu ook alweer? Haar zus, dus. En wilde ik echt bijna een hele pagina lezen waarin met naam en toenaam wordt beschreven welke medicijnen ze allemaal innam?

Daarbij weet ik niet precies hoe vaak woorden als perhaps, possibly, seemingly, it seems, it might, likely, may have, we don’t know en dergelijke voorkomen, maar ik begon me er wel aan te ergeren. Zo was Tennessee Williams ‘perhaps her closest friend.’ Kom op, Dearborn, laat dat ‘perhaps’ weg!

Waar ik Dearborn om bekritiseerde, besefte ik te laat, is dat ze uitputtend onderzoek heeft verricht en alleen maar iets als feit presenteert als ze dat ook honderd procent zeker weet. Dat is alleen maar toe te juichen. Maar als ze wat minder volledig was geweest, was Carson naar mijn idee wat meer tot leven gekomen.

Zelfdoding en ziekte

Want hoe ging het nu eigenlijk verder met Carson en Reeves? Carson blijft schrijven, is succesvol, haar boek The Member of The Wedding (1946) wordt gedramatiseerd en is een hit op Broadway. Ze verdient grof aan de verkoop van filmrechten. Omdat ze invalide is, doet Reeves – geduldig, zachtaardig en begripvol – haar in bad, voedt haar, kleedt haar aan. Maar ze brengt steeds meer tijd door met haar moeder Bébé, die de zorg van hem overneemt. Als een eeuwige puber wordt Carson verliefd op de een na de andere oudere wereldwijze vrouw, verliefdheden die vaak niet gereciproceerd worden, in ieder geval niet fysiek. Zo valt ze in Yaddo op de wonderschone schrijver Katherine Anne Porter, die overduidelijk laat weten dat ze geheel niet van haar avances is gediend. Carson blijft haar stalken en beukt op een dag bijna Porters deur in. ‘Porter ignored the racket. Hearing nothing for an hour or two, Porter thought it safe to go over to the [Yaddo] mansion for dinner. But when she opened her door, Carson was prostrate on the doorsill. What she did next became the flourish on a favorite Yaddo story; without saying a word, she stepped over her admirer’s prone body and went on her way.’

Depressief, verward, vraagt Reeves aan Carson of ze een zelfmoordpact met hem wil sluiten, maar dan vlucht ze van hem weg. Uiteindelijk lukt het Reeves om zichzelf te doden. ‘He had taken an overdose of barbiturates on top of alcohol and choked on his own vomit, dying of asphyxiation.’ Carsons reactie? ‘That night she fell into bed, exhausted, free of Reeves and mercifully drunk.’ Anderen zien zijn zelfmoord ook als een bevrijding, als ‘zijn supreme gift to a genius’, aan Carson. Ze heeft zo’n magnetische uitstraling dat iedereen haar bejegent alsof ze een prinses is. Carson behandelt haar bewonderaars daarentegen honds. Ze wordt steeds zieker en afhankelijker en komt in een rolstoel terecht als ze net veertig is. Allerlei operaties helpen nauwelijks. Ze blijft drinken, maar eet steeds minder en weegt op een gegeven moment minder dan veertig kilo. Vlak voordat een van haar benen moet worden afgezet, krijgt ze weer een beroerte en sterft op vijftigjarige leeftijd. Dearborn eindigt: ‘Carson lived a life that was in its rough outlines the stuff of tragedy. That she managed to persevere and fulfill herself artistically can be seen as a victory.’

Definitief?

Heeft Dearborn de ‘definitive’ biografie van Carr nu overtroffen? Ik vind van niet. Ik ben er eigenlijk niet uit welke biografie nu beter is: de onvolledige biografie van Carr vol spannende verhalen, of de complete, wetenschappelijke, maar wat droge van Dearborn. Het is maar goed, dat we nu beide hebben.

Carson McCullers: A Life
Mary V. Dearborn
Alfred A. Kopf
ISBN hardcover 9780525521013
Verschenen in februaro 2024

Bestelinformatie

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 24,99)
Marian Janssen
Marian Janssen
Marian Janssen schrijft nu de biografie van dichter en Pulitzer Prize-winnaar (1985) Carolyn Kizer (1923-2014). Ze schreef eerder Not at All What One Is Used To: The Life and Times of Isabella Gardner (University of Missouri, 2010). Ze is als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in