Ludwig van Beethoven, van c-klein naar C-groot

Ludwig van Beethoven Biografieportaal

Vriend en vijand waren het erover eens. Met Beethoven viel niet te leven. Hij was onberekenbaar, platvloers en tactloos, pathologisch wantrouwend en opvliegend van aard. Wellicht werd zijn bizarre, bij tijd en wijle gewelddadige gedrag veroorzaakt door de kwalen waaraan hij leed. In willekeurige volgorde: chronische oogontstekingen, geelzucht, Colitis, verschillende huidziektes en abcessen, tyfus, chronische hepatitis en – wat hem uiteindelijk fataal zou worden –  cirrose van de lever. Verder denken sommige biografen aan een bipolaire stoornis, loodvergiftiging, de ziekte van Paget en syfilis, maar daar zijn de meningen over verdeeld. O ja, en hij was vanaf zijn dertigste ook nog zo doof als een kwartel.

Jos van der Zanden heeft in Beethoven weinig boodschap aan die waslijst van lichamelijke ongemakken. “Over de ziekten zullen we hier niet uitwijden – op een paar lichtpuntjes na was het nagenoeg permanent kwakkelen.” Van der Zanden heeft sowieso geen fiducie in de hermeneutische methode van de negentiende eeuw, waarin leven en werk als een onlosmakelijk geheel worden gezien en het artistieke voortvloeit uit het biografische. “We moeten ons bevrijden van de gedachte dat persoonlijke gemoedsbewegingen Beethoven tot componeren aanzetten, dat was zelden of misschien wel nooit het geval.” Beethoven schreef in opdracht, en speelde vaak leentjebuur bij zichzelf. Motieven die hij in zijn jeugd componeerde, werden in later werk gerecycled. De klassieke biografie komt er enigszins bekaaid vanaf in dit boek.

Beethoven in 1783, 1803, 1815 en 1823

Waar gaat Beethoven dan wel over? Vooral over de muziek, en de historische context waarin die tot stand kwam. Beethoven was een kind van zijn tijd en liet zich inspireren door de Glückseligkeitsphilosophie van zijn grote idool Schiller. Die leerde dat alle mensen broeders zullen worden, dat vreugde, liefde en universele solidariteit het morgenrood dichterbij brachten.  Liberté, egalité, fraternité. Van der Zanden maakt daarbij meteen de kanttekening dat we dat verlangen naar gelijkheid bij Beethoven met een korreltje zout moeten nemen. Hij was allesbehalve een egalitarist. Schorriemorrie – huishoudelijk personeel, de bedienden in de tavernes – kreeg van het getergde genie in de regel de wind van voren. Gassenmenschen behoorden tot het Teufelszeug.

Het oeuvre kunnen we in drie periodes indelen. Tot 1802 is er de grote schatplichtigheid aan Mozart en  – zijn leermeester – Haydn. Beethoven absorbeerde de stijlen van de Klassieke Weense School als een bezetene, Haydn onderwees hem in de finesses van het contrapunt en de fuga – hoezeer Beethoven later ook beweerde dat hij niets van Haydn heeft geleerd. Dan breekt de “heroïsche periode” aan, waarin hij al het geleerde aan zijn laars lapt, breekt met de gebruikelijke conventies, “lelijk” durft te zijn. Beethoven streefde niet naar “schön”, hij wilde beleren. Het ging hem om het lijden dat overwonnen wordt, van de vertwijfeling en de wanhoop naar de euforie van de gelukzaligheid, van mineur naar majeur. Vanaf 1815 is zijn werk “compromisloos individualistisch”, aldus Van der Zanden. Toch is dat de periode van de Negende Symfonie, de Missa Solemnis die Beethoven als warse antipaap componeerde, de hartverscheurende laatste strijdkwartetten.

Van der Zanden verzorgde met deze inleiding op de Beethovenwetenschap een bijdrage aan de elementaire deeltjesreeks van Amsterdam University Press. Die wil moeilijke onderwerpen (dierenrechten, Nietsche, scheikunde) voor een breed publiek toegankelijk maken. Van der Zanden bereidt een proefschrift voor over de invloed van de Oudheid op Beethoven, waardoor die nogal de nadruk krijgt in zijn tekst, wat het inleidende karakter van dit boekje niet altijd ten goede komt. Wel levert zijn benadering verrassende inzichten op. Beethoven, die in klassieke biografieën niet bepaald als belezen te boek staat, ontleende de nodige wijsheid aan de stoïcijnse auteurs. In zijn voorwoord raadt Van der Zanden de lezer aan het Word Wide Web achter de hand te houden. Technische termen probeerde hij zoveel mogelijk te voorkomen, maar daarin is hij slechts gedeeltelijk geslaagd. De geïnteresseerde leek, de doelgroep dus waarvoor de elementaire deeltjes bedoeld is, kan dan nog altijd het internet op wanneer hij het spoor bijster raakt tijdens zijn muzikale odyssee. Dat gebeurt nogal eens. Ik kan er, als geïnteresseerde leek, geen touw aan vastknopen. “Nergens kent de partituur een ritenuto, een fermate, een crescendo of decrescendo. Er is geen reden om te vertragen, het arpeggio in de vierde maat uit te rekken of de oplossingsnoot van de Seufzer in de vijfde te verslepen. Toch wordt deze openingsfrase door pianisten steevast expressief gemaakt, omdat een metrisch correcte uitvoering ‘verkeerd’ lijkt te klinken, alsof dan niet goed wordt geteld. Het zijn indicaties dat het breukvlak met de romantiek nabij is,” schrijft hij over het Vierde pianoconcert, op. 58. Tsja.

Beethoven. Elementaire deeltjes, 42
Jos van der Zanden
Amsterdam University Press
ISBN 9789462980709
Verschenen in mei 2016

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 9,95)
Bestel hier als E-book bij bol.com (€ 4,99)

Koop bij bol.com

DELEN
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here