Bach, een epische onderneming

Johann Sebastian Bach

‘Bach heeft als een beest gewerkt’, zei Jos van Veldhoven, de artistiek leider van de Nederlandse Bach Vereniging in een gesprek met NRC Handelsblad afgelopen mei. De aanleiding was het monsterproject All of Bach.

Bach lijkt dit soort Sisyfusarbeid in mensen te inspireren. Dirigent Sir John Eliot Gardiner heeft een epische muzikale pelgrimage in het Bachrepertoire achter de rug, waar hij steeds uit put in zijn boek Bach. Muziek als een wenk van de hemel. Ook dit boek is met 687 bladzijden (noten, index, glossarium en afbeeldingen niet meegerekend) niet voor watjes.
Gardiners toewijding aan Bach dwingt respect af en verbijstering: met name de door hemzelf opgezette Bach Cantate Pilgrimage in Bachjaar 2000 blijkt cruciaal. In dit project voerde hij als dirigent alle van de bijna 200 bewaarde kerkcantates uit – op de bijbehorende opeenvolgende zondagen van het liturgische jaar. En dat steeds in een andere kerk, in een aantal verschillende landen.
In zijn eigen woorden: ‘Qua omvang en organisatie spotte het met alle regels voor tournees. Het was een epische onderneming, een logistieke nachtmerrie en vanaf het eerste begin een financieel mijnenveld….’

Gardiner en Bach

Gardiner (1943) is zelf nadrukkelijk in het boek aanwezig en wijdt het eerste hoofdstuk aan de manier waarop Bach hem gevormd heeft in de loop van zijn leven. Gardiner genoot een opvoeding op het platteland van het Engelse Dorset die valt te typeren als elitair, maar ook als excentriek en ronduit holistisch, met aandacht voor de samenhang tussen muziek, dans en de wisseling der seizoenen.
Zijn achtergrond heeft ertoe geleid dat hij twee levens heeft. Hij is in de eerste plaats bekend als dirigent van barokmuziek en als één van de eerste serieuze voorvechters van het gebruik van instrumenten die de oorspronkelijke uitvoeringsrealiteit kunnen benaderen. Zijn expertise en virtuoze interpretatievermogen zijn onbetwist; zijn eveneens uitzonderlijke temperament is berucht.
Daarnaast is hij een man van de landbouw; hij beheert een groot biologisch boerenbedrijf. Dat het eerste aspect zijn Bachbiografie informeert mag geen verbazing wekken; maar ook de landbouw komt regelmatig om de hoek kijken.

Bach en de schaarse feiten

Over Bachs persoonlijke leven is notoir weinig bekend en bovendien zijn er sinds de eeuwwisseling nog een paar uitstekend ontvangen biografieën over hem verschenen, met name die van Martin Geck (2000), Christoph Wolff (2000) en Peter Williams (2006).
Wel weten we van veel kommer en kwel in Bachs leven, te beginnen met het vroege overlijden van zijn ouders. Zijn eerste echtgenote Maria Barbara stierf onverwacht terwijl hij op werkreis was, en ook de helft van zijn twintig kinderen overleed jong.
Zijn beroep betekende een continu hengelen naar posities in verschillende steden. Bach verhuisde na de dood van zijn ouders elke paar jaar tot zijn neerstrijken in Leipzig – toen hij achter in de dertig was. Alleen in Weimar bleef hij wat langer.
In de tussentijd waren er afgunstige familieleden, krenterige stadsbesturen, bekrompen kerkbesturen en kritiek van moeilijk te negeren vakgenoten (Johann Matheson, ‘middelmatig, muggenzifterig’ en Johann Adolf Scheibe, ‘een verbitterd, klein mens’), en een woning van de zaak naast de vervuilde, chaotische en lawaaiige Thomasschule.
Gardiner vertelt en passant het één en ander over het onderwijssysteem, Luther en de levendige koffiehuiscultuur. Ook gaat hij in op Bachs verhouding tot zijn vakgenoten – Scarlatti, Händel, Rameau en Telemann; toch niet de minsten – met de wat vreemde opmerking dat zij niet wisten wie van hen ‘de uiteindelijke winnaar’ zou zijn.

Close reading van muziek

Maar Gardiners hart ligt duidelijk bij de koorwerken: de cantates, passies en motetten, die hij door en door kent. De opbouw is wat chaotisch, met sprongen heen en weer in de tijd. Het zwaartepunt ligt voor Gardiner in Leipzig, waar Bach in zijn meest productieve periode in twee jaar 100 cantates schreef, en later zijn passies en zijn Mis in b Bach zou voltooien. Gardiner vergelijkt vaak cantates uit verschillende jaargangen die op dezelfde plaats in de liturgie bij elkaar horen. Hij wijdt afzonderlijke hoofdstukken aan de passies en de Mis in b (de ‘Hohe Messe’); met een prachtige duiding van de dramatische impact van deze religieuze muziek ten opzichte van de opera uit zijn tijd.

Als Gardiner zijn eigen ervaring mag laten spreken komt er het meeste leven in zijn verhaal; bijvoorbeeld als hij zich vol gruwel uitlaat over de inmiddels gedateerde uitvoeringspraktijk om Bachs muziek dood te aaien. Soms schieten zijn associaties door: bij ‘de kosmische strijd tussen goed en kwaad’ in BWV 4 volgt een onderschrift van een halve pagina over onder meer Philip Pullmans fantasy-trilogie His Dark Materials (1995-2000). Dat valt des te meer op omdat Pullman later nog een paar keer tevoorschijn wordt gehaald.

Gardiner presenteert in de inleiding zijn benadering van Bach als veertien spaken aan één wiel, waarvan Bach de as vormt. Het wiel komt ook bij Bach vaak terug, als de levenscyclus en de cyclus der seizoenen. Meer dan eens stelt Gardiner dat er zo bijna pre-christelijke elementen in de muziek sluipen. Hij benadrukt dat Bach zich zeer bewust was van de menselijke gebondenheid aan de aarde en de oogst.

Hoe dan ook, de Bach die uit dit boek tevoorschijn komt heeft wel wat weg van John Eliot Gardiner. Maarten ’t Hart constateerde dit al eerder en ’t Hart mag er wat van vinden, want hij schreef zelf een grondig geinformeerd boek over zijn band met Bach in 2000. Toch draaft hij wat door; Bach komt uit Gardiners boek niet naar voren als ‘een opvliegende zuiplap’ – eerder als een mens van vlees en bloed; frustrerend begaafd in een wereld vol middelmaat en inderdaad temperamentvol.
Dit is in de eerste plaats een boek voor mensen die van Bachs koorwerken houden en een beetje muziekanalyse niet schuwen. Alle belangrijke termen staan overigens in een glossarium achterin en er zijn diverse kaarten en liturgische schema’s bijgevoegd voor het overzicht, dus ook met een wat roestige kennis van de westerse muziekleer zijn de meeste uiteenzettingen prima te volgen – zij het dat de lezer bereid moet zijn wat heen en weer geblader op de koop toe te nemen.

Bach. Muziek als een wenk van de hemel
John Eliot Gardiner
Bezige Bij
ISBN 9789023483168
Verschenen in april 2014

Bestelinformatie

Bestel hier als hardcover bij bol.com (€ 49,90)

Reviews

Mischa Spel in NRC Reader (betaald)
Roel Sikkema in Nederlands Dagblad
James R. Oestreich in The New York Times
Peter Conrad in The Guardian

Links

Interview met John Eliot Gardiner voor BBC radio

DELEN
Maike Lasseur
Maike Lasseur is historica, afgestudeerd in de geschiedenis van de middeleeuwen. Ze is werkzaam in de audiovisuele sector, en schreef onder andere voor EYE Filmmuseum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here