Verloren en gevonden: een Brontë relikwie als stem uit het verleden

Ook het veld van de schrijversbiografie kent zo zijn stamgasten. De biografiemagneten. Het mattheuseffect: er zijn auteurs over wie keer op keer – op keer – een stroom aan nieuwe biografische output op de markt verschijnt – zoals de wereldberoemde Brontës uit Haworth, Engeland.

Op 4 september 2020 wordt er een grote Bicentenary Conference georganiseerd rondom Anne Brontë. Recent zijn er ook rond de andere Brontës allerlei 200-jarige jubileumdata bereikt, waarbij veel gelegenheidspublicaties zijn verschenen. Deze golf komt bovenop de grote hoeveelheid die er al was, en die, versneld door het momentum van het feminisme in de twintigste eeuw, gestadig werd opgebouwd sinds de publicatie van het vermaarde The Life of Charlotte Brontë door Elizabeth Gaskell in 1857. Gaskells destijds controversiële boek geldt nog steeds – terecht – als een belangrijk monument in de geschiedenis van de biografie. Hoewel veel informatie uit dat boek inmiddels ge-debunked is, blijft het een bijzonder, levendig document en ook de enige biografie die over Charlotte werd geschreven door iemand die haar daadwerkelijk gekend had en met haar bevriend was. Die sympathie zorgde dat zij binnen de toen strakke openbare normen en waarden van fatsoen en fijnzinnigheid deze biografie (geschreven op verzoek van Charlottes vader) tot een instrument maakte ter verdediging van haar overleden vriendin en collega. Veel lezers zagen Charlottes werk als diep en oprecht, maar er waren ook krachtige tegengeluiden. Tegen de contemporaine verwijten over een voor vrouwen grove stijl en onderwerpkeuze bracht zij in dat dit toch niet anders kon als je zo opgroeide, met zo’n rustieke vader, en in zo’n woestenij als Haworth in the middle of nowhere. Dat beeld werd een cultus. De vele publicaties die sindsdien verschenen over de Brontës hebben dat allemaal weer in een breder perspectief geplaatst, waarbij vooral The Brontës (1994) door Juliet Barker een belangrijk aandeel heeft geleverd met nieuwe feiten en relativeringen. Als je echt meer wilt weten over deze bijzondere familie is de groepsbiografie van Barker, waar regelmatig mooie herdrukken van verschijnen, misschien wel het perfecte startpunt. Voor Barker was geen taak te zwaar en geen detail te onbelangrijk, zodat je door haar bent toegerust met veel basiskennis, die je helpt de andere verhalen te wegen en te interpreteren.

Waarschijnlijk de oudste foto van Haworth Parsonage, een zogenaamd ‘ambrotype’ van circa 1850

Een romantische vondst

Een van die vele nieuwe publicaties verscheen in 2018 en werd verzorgd door de Brontë Society, maar is niet de zoveelste jubileumuitgave. De aanleiding was bijna een wonder met zoveel voortdurende belangstelling en honderden jaren later, misschien wel de spannendste reden voor een nieuw boek over een veelbesproken auteur: nieuwe informatie. Romantischer nog: een voormalig eigendom van de Brontë familie was, na een lange winterslaap in de verborgen luwte van privé bezit, in handen gekomen van de Brontë Society. Nog romantischer: het betreft een boek uit hun persoonlijke bibliotheek. Niet te overtreffen romantisch: het boek is voorzien van aantekeningen, tekeningetjes en ingeplakt materiaal (iets wat de Brontës ook wel in andere boeken deden), heeft later ingebonden aanvullingen, er zitten blaadjes met onbekend jeugdwerk van Charlotte Brontë in én het betreft een boek dat ooit na een scheepsongeluk (met aan boord de bezittingen van de latere moeder van de Brontës), verloren werd gewaand maar toch uit het gestrande schip werd gered en bij eigenaresse Maria terugkeerde. En – ik heb geen superlatieven meer – omdat zij jong stierf moet dit tastbare, intellectuele bezit van hun moeder met het bijbehorende avonturenverhaal de Brontë kinderen heel dierbaar zijn geweest. The Remains of Henry Kirke White (1807), in een vierde druk uit 1810, werd een familiestuk, waar zij allemaal – ook vader Patrick – in lazen en schreven.

Invloeden: een literair-historisch exposé

Charlotte Brontë: The Lost Manuscripts heeft een mooie hardcover uitvoering met veel kleurenfoto’s en een artistieke, dramatische lay-out. Het bevat vier essays door vier experts, plus een aantal inleidende teksten. Het voorwoord door Oscar-winnend actrice en Brontë Society erevoorzitter Judi Dench tintelt van verwachting. Een algemene Inleiding vertelt over de recente aankoop door de Brontë Society. Het verworven boek bevindt zich nu in de collectie van het beroemde Brontë Parsonage Museum, gevestigd in de originele woning van de Brontës. Deze mooie pastorie, ooit aan de rand van de wilde heide, staat nu in de bebouwde kom van een in de loop der eeuwen uitgebreid Haworth waar door de Brontë associatie elk jaar drommen toeristen naar toe trekken vanuit de hele wereld.

‘Lost and Found’ geeft een inleidende geschiedenis, door hoofdcurator Ann Dinsdale. Een vogelvlucht langs leven en werk zorgt dat je dit boek ook prima kunt oppakken als je nog (bijna) niets weet van deze Leeslijstcoryfeeën en dat is handig als je de essays ingaat. Ze verweeft het behendig met een relaas over The Remains of Henry Kirke White dat na het overlijden van de vader met de huisraad geveild werd, in een van de ongespecificeerde lotjes met boeken. Dit is het eigenlijke verhaal hier. Een fragment uit de brief die Maria Branwell aan haar aanstaande man schreef nadat ze van haar zus vernam dat haar eigendommen in de golven waren verdwenen, toont dat zij net als haar kinderen gevoel voor drama had. Mooie foto’s van het recent teruggekeerde boek en de ruimte – nu een historisch ingericht onderdeel van het museum – waar de zussen Charlotte, Emily en Anne en hun broer Branwell schreven en lazen, bieden het decor van de gebeurtenissen, waardoor het negentiende-eeuwse huis aan de rand van de heide heel dichtbij komt.

Brontë Sisters Juliet Barker
De gezusters Brontë, geschilderd door hun broer Branwell (ca. 1834)

Het openingsessay ‘The Archaeology of the Book’ leest als een bibliofiel avonturenverhaal. Barbara Heritage plaatst het boek in zijn tijd en biedt een fijnmazige, onderhoudende analyse. Zij beschouwt het boek als een archeologische vindplaats. The Remains of Henry Kirke White blijkt het nagelaten werk van een jong overleden dichter, een postume uitgave bezorgd door dichter Robert Southey. Het zou model staan voor het ideaal van de tragische dichter in de Romantiek. De vroege herdrukken hadden zelfs een interactief aspect: lezers stuurden odes aan Henry Kirke White in, die door Southey opgenomen werden in de volgende editie. Zelfs Byron gaf materiaal, maar dat stond in de druk na die van de Brontës (misschien lazen zij dus dezelfde editie). Heritage traceert wording en receptie, toewerkend naar het moment dat het boek (dan nog in twee banden) onderdeel wordt van het Brontë huishouden. Ze stipt kort invloeden aan, waaronder een gedicht van Branwell geïnspireerd door The Remains, Na fel voetlicht op het boek als familiebezit en als invloedssfeer, volgt ze de Trans-Atlantische sporen van het boek als verzamelobject. Over de oceaan volgt dan vanuit New York de recente terugkeer naar Haworth. Prijskaartje: twee ton in dollars. Dit had zelfs wel hoger kunnen zijn, maar de anonieme verkoper gunde het museum een monopolie op de aankoop.

Het essay dat volgt is de weerslag van het rumoerige avontuur dat zich afspeelt in een van de blaadjes met Charlottes jeugdwerk: ‘A Visit to Haworth: Merging Fantasy with Reality’. Het krijgt tegenwoordig veel aandacht, de Fantasy avant-la-lettre wereld die de jonge Brontës construeerden. Ze begonnen gezamenlijk met de mythe van Glass Town, later vertakkend naar de magische werelden Gondal (geschreven door Emily en Anne) en Angria (geschreven door Charlotte en Branwell) – twee deels overlappende saga’s die beiden Glass Town kenden. In Charlotte’s ongetitelde prozafragment komt een fictief personage uit Glass Town met een vazal het landelijke Haworth en omgeving onveilig maken. Een nieuw en boeiend gegeven; Emma Butcher geeft deze ontdekking een levendige historische context.

De derde essayist gaat hier op door en bekijkt in ‘Fragments of Glass: Boys, Blood/Lust and Beauty’ beide fragmenten van het jeugdwerk van Charlotte dat in The Remains was geplakt, proza en poëzie, en hoe het zich verhoudt tot manbeelden in haar verdere jeugdwerk. In het verlengde hiervan liggen dan natuurlijk latere karakters als Rochester in klassieker Jane Eyre (1847). Elegant en toegankelijk geeft Sarah E. Maier haar interpretatie. Haar close reading van het poëzie fragment is magistraal: vloeiend en vol kleur.

Het afsluitende essay is getiteld ‘Revisiting Heaven’. Ann-Marie Richardson behandelt mogelijke links tussen deze vondst – The Remains zelf als leesboek – en Emily’s werk, vanuit een literair-historisch standpunt. Dit soort beïnvloeding vind ik altijd intens fascinerend, dus hier komt het voor mij tot leven. Meer dan boeiend is Richardson in een exposé van mogelijke invloeden op de roman van Emily Brontë die als een meesterwerk van de Engelse literatuur wordt beschouwd, Wuthering Heights (1847). Richardson vindt parallellen. Ze kijkt naar de plot van de gescheiden geliefden die The Remains bevolken en mogelijke echo’s hiervan, en linkt ook de persoonlijke notities in het boek aan Wuthering Heights via de schrijfsels van personage Cathy. Ook blijkt The Remains een wel zeer overtuigende link met de naam ‘Jane Eyre’ in Charlotte’s gelijknamige roman. The Lost Manuscripts heeft glanzende schutbladen in een mooie tint die ik antiek zilver zou willen noemen, maar voor mij is dit de echte schat. Door deze vondsten kijk je weer met andere ogen naar de klassiekers van Emily en Charlotte, krijg je zin deze te herlezen. De aard van fictie wordt hier herijkt. Dit is biografie op zijn best: boven het maaiveld, verrassend en resonerend.

© Defacto (CC BY-SA 4.0) De Brontë Parsonage, nu een museum in Haworth, Yorkshire, England

Biografiemagneten

Er blijft nog genoeg open terrein voor verder onderzoek. Anne Brontë is buiten beeld gebleven. Met de biografie van Kirke White (door Robert Southey) achterin The Remains wordt hier nog niets gedaan. Dat zou een volgende biograaf kunnen oppakken. Ook worden geen links gelegd met de roman The Professor, die Charlotte schijnbaar zelf beter vond dan haar roemruchte Jane Eyre.

Kortom, petite histoire herbergt interessante vergezichten. Het zijn juist de veelbesproken auteurs die dit soort niche uitgaven aantrekken. En daarin ligt een belangrijke waarde van het fenomeen biografiemagneten, voor het gehele veld van de schrijversbiografie. Uitgaven zoals deze showcasen een creativiteit die inspirerend en vernieuwend werkt. Toekomstige Brontë biografen zullen deze vondst gretig gebruiken. De biografisch getinte essays bieden nieuwe inzichten aan Brontë enthousiastelingen. Het highlighten van deze vondst toont wat je als biograaf allemaal kunt creëren met de bronnen die je ter beschikking staan – ofwel, hoe een persoonlijk bezit een stem uit het verleden is en verloren verhalen kan vertellen die de moeite meer dan waard zijn.

Recent verwierf het Brontë Parsonage Museum dankzij donaties en een crowdfund actie een van de miniatuurboekjes van Charlotte Brontë, een periodiek voor Glass Town in een minuscule handgeschreven nabootsing van fijne druklettertjes, The Young Men’s Magazine, vaak ‘Charlotte’s little books’ genoemd. Veilingprijs: zes ton in euro’s. Hiermee heeft het museum alle vijf de nog bewaard gebleven exemplaren van het zestal dat zij als tiener vervaardigde onder hun dak. In 2011 ging ditzelfde exemplaar aan hun neus voorbij en kwam het in Frankrijk terecht. Zou hernieuwde belangstelling voor de ‘little books’ een nieuwe publicatie inspireren? Ik kan niet wachten. Voer voor biografen.

Charlotte Brontë: The Lost Manuscripts
Ann Dinsdale, Barbara Heritage, Emma Butcher, Sarah Maier, Ann-Marie Richardson
Brontë Society
ISBN 978-1903007204
Verschenen in november 2018

Bestelinformatie

Bestel direct bij de Brontë Society



Koop bij Athenaeum Boekhandel

Bestel als hardcover bij Athenaeum Boekhandel (€ 26,00)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here