het digitale platform voor de biografie in Nederland

Registreer u met uw email-adres en kies een wachtwoord
Ik ontvang graag de maandelijkse nieuwsbrief van Biografieportaal.nl

Garbo

Het geheim van Greta Garbo volgens Robert Gottlieb

In 1941 maakte Greta Garbo haar laatste film. Na het financiële en artistieke fiasco van Two faced woman keerde ze Hollywood de rug toe. Haar afwezigheid van ‘s werelds schouwtoneel droeg wellicht meer bij aan de Garbo-mythe dan haar leven in de schijnwerpers, dat zegge en schrijve 16 jaar en 24 films had geduurd. De reden van haar vertrek? ‘I had made enough faces.’  

Robert Gottlieb,  chief editor van Simon & Schuster en gerenommeerd (dans-)criticus voor onder andere The New Yorker en The New York Times, schreef een nieuwe biografie van Greta Garbo, waarin hij het geheim van haar charisma tracht te ontrafelen. Dat is een nobel streven voor iedere Hollywoodbiografie. De droomindustrie is vooral fascinerend wanneer een auteur, als een volleerd analyticus, weet te duiden wat er gedroomd werd en vooral waarom.

Ontkrachting van een mythe

Het sterke aan deze biografie is dat Gottlieb een aantal facetten van de mythe weet te ontkrachten in Garbo. (Die titel is een statement. Garbo is Garbo, constateert Gottlieb, zoals Elvis Elvis is – de één verloor haar voornaam, de ander zijn achternaam in het sterrendom). Zo was Garbo helemaal niet mensenschuw. Het leven in New York was, na haar carrière in Hollywood, verre van eenzaam en onaangenaam.

‘She was, in fact, all over the place: going to dinner parties, going to the movies, going out of town to stay with friends, and of course walking.’

Ze zocht in de Europese jachthavens het gezelschap van de Windsors en de Rothschilds op, sloot innige vriendschappen met prominente lesbiennes in Hollywood als Salka Viertel en Mercedes de Acosta en had relaties met onder anderen auteur Erich Maria Remarque en modekoning George Schlee. Haar ‘huishoudster’ Claire Koger bleek uiteindelijk een betaalde levensgezellin te zijn, die door de erfgenamen van Garbo nogal schandelijk behandeld is. Over haar seksuele geaardheid weet Gottlieb uiteindelijk niet meer te melden dan dat Garbo van ‘cross-dressing’ hield, hetgeen zich onder meer uitte in haar ambitie ooit de rol van Dorian Gray of Sint Franciscus van Assisi te spelen. Daarvan is het helaas nooit gekomen. Of ze prettig gezelschap was, laat Gottlieb in het midden. Volgens James Pope-Hennessy, biograaf van onder anderen koningin Victoria, was haar ‘conversation so dull that you could scream’.  Vriendin Jane Gunther herinnert zich daarentegen een ‘clown-like, childish delight’[…] full of wit and jokes’.

Garbo als Anna Karenina in 1935

Lady Chatterley’s Lover

Ook gooide Garbo in 1941  allerminst de deur in het slot. Er waren nog genoeg plannen voor vervolgprojecten, zoals een eerste adaptie van Lady Chatterley’s Lover van D.H. Lawrence. Het gewaagde voorstel van David O. Selznick, op dat moment de grote man van de MGM-studio van Louis B. Mayer, zou in Zweden gerealiseerd moeten worden, om de preutse censuur van Amerika te omzeilen, maar belandde uiteindelijk in de onderste la van het bureau van de studiobaas. (Het overspeldrama zou pas in 1955 voor het eerst verfilmd worden, met Danielle Darieux in de rol van Constance Chatterley). In 1949 deed Garbo nog een screentest voor The Duchess Of Langelais, fascinerend Youtube-materiaal waarin je haar heel wat gezichten ziet maken voor de camera. Ook dat project stierf een stille dood, een enorme deceptie voor de zogeheten kluizenaar die Hollywood was ontvlucht. ‘I will never make or try to make a motion picture again. This is the end.’ De realiteit is dat MGM afscheid nam van al zijn actrices die ooit in het stille tijdperk begonnen waren. Myrna Loy, Joan Crawford en Jeanette MacDonald volgden de exit van Garbo. Crawford speelde haar grootste karakterollen als dame op leeftijd bij Warner Bros, waaronder die met Bette Davis in What Ever Happened to Baby Jane in 1963.

Marlène Dietrich

Gottlieb vervalt als biograaf nogal eens in de rol van criticus (‘As for John Barrymore, I find him disappointing’). Leven en werk van een protagonist behoren een integraal onderdeel van een biografie te zijn, maar als lezer zit je niet te wachten op een navertelling van Anna Karenina of Mata Hari, laat staan op een verlate recensie van Grand Hotel uit 1932. (‘Is Grand Hotel a great movie? No, but it’s a dazzling one, and the world was dazzled’). En Gottlieb zet Marlène Dietrich wel heel erg eenzijdig neer als een ‘stunning artifact’ naast het ware talent van de ‘true Garbo’. De vileine rivale zou over het alcoholisme van John Gilbert hebben opgemerkt dat je wel dronken moest zijn om met Garbo naar bed te moeten. (Gilbert, Garbo’s tegenspeler in Flesh and the Devil uit 1926 en Queen Christina uit 1933, was ook offscreen haar minnaar). Dat Dietrich tijdens een interview voor de Zweedse televisie in 1971 Garbo geen concurrente noemt omdat ze uniek was in haar soort, laat Gottlieb onvermeld. ‘Nobody ever tempted to be her competitor,’ murmelt Dietrich in dat interview. Hoe groot kan je eerbetoon zijn.

De nogal selectieve omgang met het bronnenmateriaal is niet de enige tekortkoming van de biografie. Zo worden de talloze citaten niet verantwoord, een notenapparaat ontbreekt. Het meest teleurstellende is dat Gottlieb in zijn zoektocht naar het geheim van Garbo’s charisma de ‘historische context’ volkomen uit het oog verliest. Net zozeer dat de sexappeal van Marilyn Monroe bij de jaren vijftig hoort (en in onze tijd onmogelijk zou zijn) hoort die van Garbo bij de jaren dertig. Was haar elegantie een escapistisch antwoord op de crisisjaren met het opkomend fascisme en de toenemende angst voor een wereldbrand? Benadrukte de tragédienne met haar vermoeide oogopslag en gebogen rug dat ook voor mooie mensen het bestaan geen lolletje is, een hele troost voor gewone stervelingen zoals u en ik? Gottlieb houdt het hierop: ‘Her eyes and her smile, her self, remind us that life is not only difficult and painful but also worth living.’ Een open deur na ruim 400 bladzijden.

Garbo
Robert Gottlieb
Farrar, Straus & Giroux
ISBN hardcover 9780374298357
ISBN ebook 9780374720810
Verschenen in december 2021

Bestelinformatie

 

Bestel als hardcover bij bol.com (€ 33,99)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 18,99)
Eric Palmen
Eric Palmen
Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus. Voor Historisch Nieuwsblad, de Volkskrant,Vrij Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad schreef hij artikelen over de biografie.

Fijn als je dit artikel met anderen deelt:

Lees ook...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in