Frederick Douglass: portret van een profeet

Frederick Douglass, 1840

Ik begon David Blights biografie Frederick Douglass: Prophet of Freedom, die in 2018 de Pulitzer won, te lezen op 3 november. Ik kon me vanwege de Amerikaanse verkiezingen niet concentreren op het schrijven van mijn biografie van Carolyn Kizer, die in 1985 de Pulitzer won. Blights biografie bleek een uitstekende keus, niet omdat het boek me afleiding bracht, maar juist omdat Blight impliciet en expliciet duidelijk maakt hoe belangrijk het was dat Biden en Harris zouden winnen. In Blights beschrijving van de strijd van Frederic Douglass tegen de slavernij, en, later, tegen het zich snel uitbreidende racisme, ontkwam ik niet aan vergelijkingen met de Verenigde Staten van vandaag. Ik ontmoette er eenzelfde diepe verdeeldheid in Amerika, eenzelfde hypocrisie. Natuurlijk, er zijn nu geen slaven meer en er vinden geen lynchpartijen meer plaats, maar systemisch racisme blijft wijdverbreid—en stak de kop weer op omdat de huidige president van het land dit goedkeurt.

Ook in Nederland kennen velen het verhaal van Frederick Douglass, wiens autobiografie, Narrative of the Life of Frederick Douglass, an American slave. Written by himself uit 1845 al een jaar later in het Nederlands vertaald werd. Het boek is een zogenaamde ‘slave-narrative,’ destijds een belangrijk propagandamiddel voor afschaffing van de slavernij. Written by himself is niet zomaar een ondertitel, maar een van de redenen waarom het boek ongekend populair werd: slaven konden immers meestal niet schrijven. Velen in de zuidelijke staten beschouwden Zwarten als ondermensen, te dom om te leren. Tegelijkertijd waakte men er voor om hen te leren lezen, want dan zouden ze ook wel willen schrijven, en dan, mogelijk, onrust stoken, of zelfs vluchten. Dit overkwam Frederick Douglass, die toen nog zijn slavennaam Frederick Bailey droeg, eveneens. Een aanvankelijk goedwillende ‘eigenaresse’ leerde hem de beginselen van het lezen, totdat haar echtgenoot het haar verbood, want ‘learning would spoil the best nigger in the world’. Dat was voor Douglass natuurlijk juist een aansporing om stiekem zichzelf verder te onderwijzen, iedere letter te lezen, iedere snipper beschreven papier te koesteren. ‘Education and Slavery,’ schreef hij in zijn Narrative, ‘were incompatible with each other.’

In zijn autobiografie vertelt Douglass hoe hij, na gruwelijk mishandeld te zijn, uiteindelijk naar het Noorden vlucht. Daar neemt hij snel een andere naam aan, eerst Johnson, maar al spoedig Douglass, naar een figuur in een roman van Sir Walter Scott, een van zijn literaire helden. Hij trouwt met Anna Murray, een vrije Zwarte vrouw, die hem had geholpen bij zijn vlucht. Omdat Douglass een meeslepend spreker is wordt hij spoedig opgemerkt door de bekende Witte abolitionist William Garrison. Gesteund door Garrison en gewapend met de (vooral oudtestamentische) Bijbel en Caleb Binghams Columbian Orator trekt Douglass onvermoeibaar door het Noorden, waar hij tot enorme menigten spreekt: de autodidactische, charismatische man met de leeuwenmanen wordt de trekpleister van de abolitionisten. Maar lees zelf Het levensverhaal van Frederick Douglass, dat in 2018 in een nieuwe Nederlandse vertaling werd uitgegeven.

Hoewel nu in het slavernijvrije Noorden, was Douglass–met Anna en, spoedig, vijf kinderen –zelf niet echt vrij, want hij bleef een voortvluchtige slaaf. In de strijd tegen de slavernij in de zuidelijke staten bleek Abraham Lincoln aanvankelijk eerder een tegen- dan een medestander. Blight beschrijft de moeilijke, wisselende verhouding tussen Douglass (een ‘national evangelist’) en president Lincoln (‘with the elegance and restraint of a statesman’) subtiel en subliem. Lincoln werd in november 1860 tot president gekozen en bijna onmiddellijk daarna scheidden een aantal zuidelijke staten zich af en vormden hun eigen Confederatie. Douglass hoopte dat dit tot een oorlog zou leiden, zodat, na een noordelijke overwinning, de slavernij opgeheven zou worden. Maar Lincolns inaugurele rede in maart 1861 stelde hem diep teleur. De nieuwe president deed vooral zijn best de zuidelijke staten te vriend te houden en had geen plannen om de slavernij daar af te schaffen. Douglass, nooit wars van dramatiek, stelde Lincoln aan de kaak als ‘the most dangerous advocate of slave-catching and slave-hunting in the land.’ Ongeveer een jaar later, nadat de bloedige Burgeroorlog al begonnen was, voltrok zich wat Blight Lincolns ‘worst racial moment’ noemt. Voor de eerste keer in de geschiedenis van Amerika riep zijn president een aantal Zwarte leiders bij zich. Lincoln passeerde Douglass. Maar er vond geen gesprek plaats: Lincoln las een verklaring voor waarin hij stelde dat Zwart en Wit gescheiden moesten worden: ‘not a single man of your race is the equal of a single man of ours.’ De Zwarten moesten daarom maar terugkeren naar hun eigen land. Zo mogelijk nog schokkender was dat Lincoln hen de schuld gaf van de oorlog: ‘But for your race among us there could not be war, although many men engaged on either side do not care for you one way or the other.’ En zo ging Honest Abe nog een tijdje door. Douglas voelde zich verraden. De grootsheid van Lincoln blijkt echter vooral uit het feit dat hij zijn mening en oordeel verbluffend snel bijstelde. In zijn Emancipation Proclamation van 1 januari 1863 verkondigde hij dat ‘all persons held as slaves . . . shall be then, thenceforward, and forever free.’ Gedurende het laatste jaar van de oorlog, in 1864, kwamen de visies van beiden nog nader tot elkaar. Lincoln ontving Douglass in het Witte Huis. Douglass zou later dit belangrijke moment, zijn toetreden tot het ‘inner sanctum of power’ van de natie, tot een van zijn klassieke optredens maken—waarbij hij zijn gehoor zowel diep ontroerde als aan het lachen maakte.

Hij romantiseerde zijn bezoek in zijn derde autobiografie(het tweede, in feite een abolitionistisch manifest, kwam uit in 1855).Life and Times of Frederick Douglass werd uitgebracht in 1881, zo’n vijftien jaar na de oorlog en de afschaffing van de slavernij. In Life and Times kon Douglass meer informatie geven over zijn leven als slaaf en zijn ontsnapping dan in zijn eerdere twee boeken, omdat hij nu geen gevaar meer liep. In dit laatste deel beschrijft Douglass hoe het hem verging tijdens en na de Burgeroorlog.

Frederick Douglass, circa 1855

‘Confronting the autobiographies is both a pleasure and a peril as his biographer,’ bekent Blight. Maar hij doet dit voortreffelijk. Uit zijn tekst, ondersteund door zijn rijke notenapparaat, merk je dat hij de negentiende eeuw van haver tot gort kent. Hij verrijkt ons begrip van de slavernij, het abolitionisme, de Burgeroorlog en de daaropvolgende Reconstructie. Hij plaatst Douglass’ meeslepende verhalen in hun historische context en maakt duidelijk dat ze publieke doelen beogen, namelijk de emancipatie van de slaven en, later, de rechten van de Zwarten en het bestrijden van racisme. Er is slechts één hoofdpersoon, en dat is Douglass zelf. Over de privépersoon Douglass zeggen de autobiografieën, zo maakt Blight duidelijk, bijna niets. In het gereviseerde derde deel (1892) wijdt Douglass precies één zin aan zijn overleden vrouw Anna, waarmee hij 44 jaar getrouwd was en die hem altijd trouw bijstond. Blight graaft veel dieper dan het gangbare beeld van Douglass als publieke held, de eloquente ex-slaaf die een van Amerika’s grootste advocaten werd voor abolitie en raciale gerechtigheid. Douglass is in de biografie van Blight een complexe, conflictueuze man vol tegenstellingen, een pragmatische profeet.

De autobiografieën zijn slechts een klein onderdeel van de vele bronnen die Blight gebruikt om de hoofdfiguur ervan te doorgronden. Zo vraagt hij zich geregeld af wat Anna ervan vond dat ze haar man moest volgen naar weer een nieuwe stad. Ze had net elders een leven opgebouwd, werk gevonden en vrienden gemaakt. Of hoe zij erover dacht dat Douglass altijd op pad was en zowel zijn eigen leven als dat van zijn gezin almaar in de waagschaal stelde. (‘NIGGER FRED COMING’ vermeldden de strooibiljetten die potentiële moordenaars opriepen om Douglass een ‘warm welcome’ te geven.) Of dat de Witte Ottilie Assing vele zomers als zijn emotionele en spirituele baken hun ‘huisvriendin’ was. Anna zorgde voor alles, terwijl Douglass met Ottilie in de tuin flaneerde en diepe gesprekken hield. Blight vindt het aannemelijk dat ze minnaars waren: ‘and his response was surely as responsible as her pursuit.’ We weten meer van Ottilie Assing dan van Anna, omdat Assings correspondentie met haar zus bewaard is gebleven. Ottillie vond Anna een ‘stupid old woman’. Blight probeert Ottilie Assing objectief te benaderen, maar hij kiest de kant van Anna. Hij heeft weliswaar niet alle antwoorden, maar stelt de goede vragen en maakt zo van Douglass een multidimensionaal mens, in plaats van een eendimensionale held.

Blight is eigenlijk biograaf bij toeval. Nadat hij als historicus een lezing had gegeven over Douglass’ Narrative kwam er een verzamelaar van Afrikaans-Amerikaanse kunst en cultuur op hem af die hem vertelde dat hij materiaal over Frederick Douglass had. Wilde Blight niet eens komen kijken? Uit aardigheid, eigenlijk, en omdat hij nog wat tijd had, ging Blight op het verzoek van de verzamelaar in. Blight trof een grensverleggende collectie aan. Zijn biografie is daarnaast bijzonder omdat hij veel aandacht besteedt aan het derde deel van het leven van Douglass, de jaren na de oorlog. Douglass veranderde van een meedogenloze criticus in een bureaucraat, van een radicale buitenstaander in een politieke outsider. Velen vonden dat hij zich had laten inpakken door de gevestigde orde, vonden hem ‘a fawning sycophant,’ maar Blight laat zien dat het allemaal niet zo simpel ligt. In feite zijn deze laatste jaren de droevigste. Douglass maakt mee dat bijna alles waar hij voor heeft gevochten teniet wordt gedaan. De slavernij is afgeschaft, maar de zuidelijken krijgen snel weer de overhand, racisme viert hoogtij, en lynchpartijen zijn bijna aan de orde van de dag. Van binnenuit probeert Douglass te redden wat er te redden valt, maar hij faalt. Hij faalt als president van de Freedman’s Savings Bank en als Minister-Resident in Haïti. En hoezeer hij ook zijn best doet, hoeveel geld hij ook geeft aan kinderen, kleinkinderen, en schoonzoon, hij faalt uiteindelijk evenzeer als pater familias. Hij kent nog wat vertroosting. Na de dood van Anna hertrouwt hij met een jongere, Witte vrouw, Helen Pitts, met wie hij een gelukkig huwelijk heeft—hoewel ongeveer iedereen, van Zwart tot Wit, mordicus tegen deze verbintenis was. (Ottilie Assing had in 1884 zelfmoord gepleegd.)

Circa 1870

Er is nog zoveel meer te vertellen, maar ik wil het hier toch—bijna–bij laten. Blight noemt zijn boek terecht ‘the biography of a voice.’ Hij laat zien dat Douglass, net als de oude profeten, met woorden strijd voerde tegen het kwaad. Blight verwerkt de stem van Douglass naadloos in zijn biografie. Je merkt dat hij jaren geleefd heeft met Douglass’ retoriek en ritmes: soms klinkt Douglass door in Blights eigen woorden. De biografie is bovendien negentiende-eeuws dik—bijna 900 pagina’s, maar ik vond het geen bladzijde te veel.

Ik begon met de hedendaagse politieke situatie in de Verenigde Staten. Na de verkiezingsoverwinning van Biden en Harris zal de situatie voor Zwarten in Amerika hopelijk verbeteren. Ik ben echter niet de enige die niet over Douglass kon leren en lezen zonder steeds parallellen te zien met het heden. Blight zelf, die een deel van dit boek heeft geschreven onder het Trumpregime, laat duidelijk en overtuigend zien wat hij, bijvoorbeeld, denkt van het feit dat Douglass door de Republikeinen, jawel, ingelijfd wordt:

‘We have watched this scene so many times in modern American politics; current Republicans, some of whom love to appropriate Douglass lifting him out of context to use him in service to causes he would abhor.’

(Een schande, afgezien van het feit dat Trump dacht dat Douglass nu nog leeft.) Of:

‘But in a passage that would fit perfectly into an early-twenty-first-century American debate about voter suppression measures, Douglass forcefully asked ‘What is The World [een krant, mj] afraid of? Does it fear that with equal protection Negro blood would prove more than a match for Anglo-Saxon blood in the race of improvement?’

Tot slot:

‘A Black Lives Matter counterargument to the extralegal killing of black people is more than a century old.’

Een biograaf is nooit objectief—en de recensent van deze briljante biografie ook niet.

Frederick Douglass: Prophet of Freedom
David W. Blight
Simon & Schuster
ISBN  paperback: 9781416590323
ISBN hardcover: 9781416590316
ISBN ebook: 9781416593881
Verschenen in 2018

Bestelinformatie

Bestel als paperback bij bol.com (€ 17,99)
Bestel als hardcover bij bol.com (€ 23,60)
Bestel als ebook bij bol.com (€ 15,58)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here