Uitgever Thys VerLoren van Themaat : ‘Wij als historici maken elke dag geschiedenis’

Thys VerLoren van Themaat (1954) is een boekenliefhebber pur sang. Toch rolde hij bij toeval het boekenvak in. Zijn Uitgeverij Verloren, gevestigd in Hilversum, is al sinds 1979 actief en toonaangevend op het gebied van geschiedenis met als specialisaties middeleeuwse geschiedenis, Nederlandse geschiedenis, Oudheid, historische letterkunde en egodocumenten. De uitgever is er heilig van overtuigd dat kennis van geschiedenis belangrijk is. ,,Ik blijf hopen dat mensen door meer kennis te nemen van het verleden, beter met elkaar leren omgaan. Uiteindelijk ontkomt niemand aan de geschiedenis.’’

© Eric Palmen (CC BY 4.0)

VerLoren van Themaat groeide op in een ouderlijk huis dat vol stond met boeken. Er werd altijd gelezen. ,,Mijn moeder ging iedere zaterdag naar de boekhandel in Nijmegen en mijnheer Gerritsen had dan een stapeltje voor haar klaar liggen.’’ Het eerste boek dat hij op zijn zesde verjaardag van zijn ouders kreeg, was een sprookjesboek. In zijn middelbare schooltijd kwamen daar schrijvers als Herman Hesse en Heinrich Böll voor in de plaats. ,,Mijn vrienden wezen me erop dat ik altijd zat te lezen. Het was voor mij zo vanzelfsprekend, dat ik dat zelf niet eens doorhad. Lezen was voor mij geen activiteit, maar een deel van mijn leven.’’

Dat is nog steeds het geval. Inmiddels beroepsmatig – VerLoren van Themaat leest veel manuscripten – maar ook op zijn nachtkastje ligt altijd een boek. ,,Momenteel zijn dat er zelfs twee. Een neef van me raadde me Ik ben Hendrik Witbooi van Conny Braam aan en dat vind ik fascinerend. En Henri Quatre van Frankrijk door Heinrich Mann. Een goede biografie geeft volgens VerLoren van Themaat niet alleen de feiten over iemands leven maar legt ook iets bloot van de zieleroerselen van de hoofdpersoon. ,,Er mag van mij ook wel iets in doorklinken van de persoonlijke opinies van de biograaf – al zullen sommige wetenschappers dat niet met me eens zijn. Ik denk dat geen enkel historisch boek helemaal objectief kan zijn, en het is maar beter daar gewoon eerlijk voor uit te komen.’’

VerLoren van Themaat kwam met het uitgeversvak in aanraking toen hij boeken wilde kopen waar hij het geld niet voor had. Hij besloot als jongste bediende te gaan werken bij uitgeverij Mouton in Den Haag. ,,Daar ben ik blijven hangen. Die boeken had ik binnen twee weken verdiend. Inmiddels studeerde ik Middeleeuwse Geschiedenis aan de UVA en wat later kwam mij ter ore dat Hans van Rij de vertaling van Alpertus van Metz, De diversitate temporum in eigen beheer wilde gaan uitgeven. Dat vond ik onzin en stelde hem voor dat ik dat voor hem zou doen. En daarmee was Uitgeverij Verloren op 1 september 1979 een feit.’’

Sindsdien geeft de uitgeverij zestig tot zeventig boeken per jaar uit en een dertiental tijdschriften. Het is daarmee de grootste in geschiedenis gespecialiseerde wetenschappelijke uitgeverij in Nederland en levert een belangrijke bijdrage aan het verspreiden van kennis van de middeleeuwse en vaderlandse geschiedenis. Daarnaast publiceert de uitgeverij veel edities van en studies over de historische letterkunde van de Nederlanden. Sinds kort is daar ook de moderne Nederlandse letterkunde aan toegevoegd. De uitgeverij is gevestigd in een voormalige Doleantiekerk aan de Torenlaan 25 in Hilversum.

Bronnenboeken

De uitgeverij kan inmiddels selectief zijn omdat er iedere dag wel een manuscript wordt aangeboden. VerLoren van Themaat beoordeelt niet alleen de kwaliteit maar kijkt ook of er een markt voor is. ,,Ik krijg wel eens een proefschrift, dat zo gespecialiseerd is dat er misschien maar vijf experts over de hele wereld in geïnteresseerd zijn. Omdat we veel boeken in een kleine oplage uitbrengen moet er altijd subsidie bij. Als je dan voor een heel select gezelschap van specialisten een mooi boek gaat maken, moet je fondsen gaan aanspreken voor heel veel geld voor heel weinig mensen. Dat zijn de keuzes waar ik zo nu en dan voor sta.’’ Soms gaat VerLoren van Themaat overstag. Voor bronnenboeken heeft hij een zwak. ,,Dat heeft alles te maken met mijn opleiding in Amsterdam. Een gevleugelde uitspraak was daar: ad fontes – naar de bronnen. Daarom zeg ik tegen bronnenuitgaven zelden nee omdat ik ze uiterst belangrijk vind.’’

,,We hanteren een hoge standaard. Wat we uitgeven moet echt allemaal goed verantwoord zijn en het boek moet iets toevoegen. Vormgeving en typografie hebben mijn speciale aandacht. Het zijn tools om ervoor te zorgen dat de gedachten van de schrijver zo ongestoord mogelijk overkomen in het hoofd van de lezer. Sommige moderne typografen zijn erg dominant aanwezig. Daar lijdt soms toch het leesgemak onder. De lezer moet die aanwezigheid eigenlijk niet merken.’’

Omdat de publicaties deels gericht zijn op het academische publiek is het als zelfstandige uitgeverij lastig om lezers buiten het wetenschappelijk circuit voor de boeken te interesseren. In de reeks egodocumenten, autobiografieën en brievenverzamelingen zijn inmiddels zo’n veertig boeken verschenen. ,,Bijna geen enkele van die uitgaven heeft goed gelopen. Ze zijn heel interessant, maar die negentiende-eeuwse taal is lastig te lezen. Vaak zijn ze toch wat te moeilijk voor op het nachtkastje. Je ziet wel dat ze regelmatig worden gebruikt. Het Dagboek van Otto van Eck bijvoorbeeld is heel slecht verkocht, maar hoogleraar psychologie Douwe Draaisma heeft het intensief geraadpleegd voor een aantal van zijn belangrijkste boeken. Als ik dat constateer, maakt dat heel veel goed en heb ik er bijna vrede mee dat het slecht verkocht is. Alleen blijf ik het jammer vinden dat Draaisma zijn mooiste boeken, die zoveel furore hebben gemaakt, niet bij ons heeft uitgegeven. Ik begrijp zijn keus voor de Historische Uitgeverij Groningen, Patrick [Everard, MdJ] is een goede uitgever, Draaisma woont tenslotte in het noorden maar spijtig is het wel.’’

© Eric Palmen (CC BY 4.0)

Gloeiende oortjes

Dat het ‘moeilijke-boeken-imago’ niet altijd terecht is, bewijzen de uitgaven van één van zijn vaste auteurs Bert Koene. Hij is de uitgeverij, na zijn debuut Voor God, graaf en geslacht. De kroniek van de ridders van Assendelft in 2005, trouw gebleven. ,,Bert had de smaak te pakken, is boeken blijven schrijven en heeft zich enorm ontwikkeld. Hij schrijft onderhoudende en spannende biografieën over historische figuren in Gelderland. Dat zijn bijna schandaalromans. Daar zit alles in wat de oortjes doet gloeien. Hij zou door kunnen dringen tot het grote publiek maar om één of andere reden lukt dat nog niet. Toch sluit ik niet uit dat het alsnog eens zal gaan gebeuren.’’

VerLoren van Themaat gelooft zeer in het belang van geschiedenis. ,,Ik blijf hopen dat mensen door meer kennis te nemen van het verleden, beter met elkaar leren omgaan.’’ Wat die kennis betreft valt er nog een wereld te winnen. Zelfs het gemiddelde Kamerlid is niet goed op de hoogte van wat zich in het verleden in Nederland heeft afgespeeld. Dat bleek uit een examen dat het Historisch Nieuwsblad in 1996 afnam aan zesenzestig volksvertegenwoordigers. Twee kamerleden hadden alle vijftien vragen goed, twee hadden alle vragen fout. Gemiddeld scoorden de deelnemers een rapportcijfer 4+ (6,2 goede antwoorden). ,,Die uitslag was toch wel verbijsterend. Of het intussen veel beter geworden is, betwijfel ik. Het is van groot belang dat mensen die in ons land beslissingen nemen, even achterom kunnen kijken voor ze weer vooruit kijken.’’

In dat kader wijst VerLoren van Themaat op The March of Folly van de Amerikaanse historica Barbara Tuchham dat hij ooit las. ,,Een prachtig boek. Ze haalt daarin een tiental gebeurtenissen uit de geschiedenis aan, waarin leiders dezelfde kapitale fouten maakten als hun voorgangers. Als ze enig historisch besef hadden gehad, hadden ze die fouten kunnen voorkomen. Dat soort dingen, dat blijft me boeien.’’

Het lag dan ook voor de hand dat de uitgeverij een reeks als Verloren Verleden uitbracht. In ieder deel staat één spraakmakende gebeurtenis of persoon uit de geschiedenis van de Nederlanden centraal. ,,Het zijn onderwerpen die in ons collectief geheugen zitten. Van de Batavieren en de Hongerwinter tot het Rampjaar, de Slag bij Nieuwpoort en de uitspraak van minister-president Colijn ‘Ga maar lekker slapen’, helder en toegankelijk geschreven.’’

Slavenhandel

Voor Verloren voelt het niet als een gevecht tegen de bierkaai. ,,Natuurlijk blijft het een achterhoedegevecht maar ik blijf me er voor inzetten ons verleden onder de aandacht te brengen. Wij als historici maken elke dag geschiedenis en wat je ziet, is dat de perceptie voortdurend verschuift. Elk jaar speel ik voor Sinterklaas. In de tijd dat Nicolaas leefde, in de vierde eeuw, had iedereen slaven. Mensen die in een oorlog onderworpen waren, werden als slaven afgevoerd. Dat was in die tijd absoluut normaal. Dat betekent echter niet dat je die mensen moet gaan veroordelen. Natuurlijk waren dat onze voorouderen, natuurlijk deden ze dingen die we nu als fout beschouwen maar onze excuses aanbieden voor de slavenhandel – kom op zeg!’’

Voor de uitgave De reis van Harm Kamerlingh Onnes. Brieven uit de Oost 1922-1932 liep VerLoren van Themaat tegen een soortgelijk probleem aan. Het betreft een persoonlijk reisverslag, versierd met fraaie tekeningen, van een reis naar Indië. Kamerlingh Onnes moest van zijn familie in de handel en reisde per schip naar de Oost, om daar in de leer te gaan bij zijn oom. Dat is nooit wat geworden en hij heeft later zijn roeping als schilder gevolgd.

,,Die uitgave is voorbereid door een historicus maar de brieven waren in het bezit van zijn kleindochter. Daarin staan racistische grappen en die wilde de familie er uit hebben. Daar heb ik ernstig tegen geprotesteerd. In die tijd was het gebruikelijk om dat soort grappen te maken. Je kunt geen brieven aanpassen om zo de geschiedenis naar je hand zetten. Dan vermink je iets.’’

Vondelingen

,,Momenteel wordt hard gewerkt aan een aantal boeken die in de voorjaarscatalogus hebben gestaan en nog niet verschenen zijn. De coronacrisis is er debet aan dat een aantal proefschriften, waarvan de promotie niet is doorgegaan, nog niet konden verschijnen. Tegelijkertijd zijn we druk bezig met wat er in het najaar gaat verschijnen. Alle periodes die je kunt verzinnen zitten er wel in. We brengen een paar heel mooie Middeleeuwse boeken uit en een gespecialiseerd boek met allemaal grondwetteksten. Dat is geen gemakkelijk boek, daar gaan we geen stapels van in de winkel kwijtraken, dat kan ik nu al wel voorspellen.

Ook de tentoonstelling Vondelingen in het Stadsarchief Amsterdam, die 25 maart van start zou gaan, is vanwege de coronacrisis uitgesteld. Tegelijkertijd zou Vondelingen Het Aalmoezeniersweeshuis van Amsterdam 1780-1830 verschijnen, geschreven door Nanda Geuzebroek en uitgegeven bij Uitgeverij Verloren. Het boek volgt de levensloop van alle Amsterdamse vondelingen uit 1792: van de armzalige omstandigheden in hun ouderlijk huis, hun vindplaatsen op straten en stoepen tot hun opname en dagelijks leven in het Aalmoezeniershuis en uiteindelijk hun vertrek en bestaan als zelfstandige burgers.

,,Het is een prachtig boek geworden waar ik met veel plezier aan gewerkt heb. Nanda heeft ooit voor haar partner genealogisch onderzoek gedaan en zo stuitte ze in het archief op het inname register van het Aalmoezeniersweeshuis, een fantastische bron. Dat dikke boek zat vol ingeplakte briefjes van radeloze ouders. Moeders die hun kind te vondeling legden lieten vaak een briefje achter, waarop de naam van het kind stond of waar ze hem of haar wilden laten dopen. Die briefjes zijn ook bewaard gebleven. Dat bracht Nanda op het idee om er een boek over te schrijven en een tentoonstelling over te maken. Inmiddels is de expositie te bezoeken.’’

Een boek wat VerLoren van Themaat zelf ooit zou willen schrijven is er ook. ,,Mijn moeder vroeg me een keer, heb je nou geen boek met een gemakkelijk overzicht van de Nederlandse geschiedenis? James Kennedy heeft Een beknopte geschiedenis van Nederland geschreven, maar daar ben ik niet helemaal tevreden over. Het heeft wel de omvang en deels de toon die mij voor ogen zou staan – maar legt naar mijn gevoel her en der wat oneigenlijke accenten. Toch is het wel een boek dat ik, aan wie een overzicht van de Nederlandse geschiedenis zoekt, beslist zou aanraden. Ergens speelt in mijn hoofd het idee, dat ik een dergelijk boek zelf nog wel eens zou willen schrijven. Dat betekent dat ik zou moeten ophouden met werken en daar ben ik voorlopig nog niet aan toe. Ik ga nog elke dag met plezier naar mijn werk. Als uitgever heb je met zoveel verschillende facetten van het boekenvak te maken. Niet alleen de zakelijke kant, ik moet zorgen dat het economisch draait, maar ook de artistieke kant komt voorbij. Daarnaast werk ik nauw samen met de auteurs en redacteuren. Het vak heeft alles in zich waar ik van houd.’’

Marita de Jong
Marita de Jong is journaliste. Ze werkte jarenlang voor NDC Mediagroep en was als redacteur verbonden aan het cultureel opinieblad De Moanne. Tegenwoordig schrijft ze voor De Moanne, de website Fryslân1 en doet ze ondermeer pr werkzaamheden voor Museum Belvédère en Collegium Vocale Fryslân. In 2008 verscheen bij de Afûk haar boek: 14 schilders uit de Belvédère.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here