‘Jan Akkerman heeft iets briljants over zich.’ Een interview met Jean-Paul Heck

Met dank aan Jean-Paul Heck

Een jaar dacht hij nodig te hebben voor de biografie over gitarist Jan Akkerman. Dat bleek iets te optimistisch ingeschat. Duizendpoot Jean-Paul Heck (1965) is naast een gerenommeerd popjournalist, namelijk ook hoofdredacteur van muziekmagazine Soundz, organisator van de Sena European Guitar Award en drummer in de Queen cover-band Crazy Little Things. En dan is er nog het thuisfront dat de nodige aandacht vergt. ,,Ik kan mijn agenda niet simpelweg schoonvegen om te gaan schrijven. Tijd is mijn valkuil. Daarom is de deadline verschoven. Jan Akkerman. Het verhaal van een gitarist verschijnt dit najaar.’’

Een absolute wereldster die altijd zijn eigen weg is gegaan en het experiment nooit schuwt. Zo zou je meester-gitarist Jan Akkerman kunnen omschrijven. Keith Richards kent zijn naam. Mick Fleetwood noemde hem in 1973 ‘a great guitar player’ – na het beluisteren van opnamen van Brainbox, de band waarin Akkerman toen speelde. In datzelfde jaar werd hij door het gezaghebbende muziekblad Melody Maker uitgeroepen tot ‘s werelds beste gitarist. Akkerman liet daarmee onder andere Eric Clapton, Rory Gallagher, Steve Howe (Yes) en Ritchie Blackmore (Deep Purple) achter zich. Heck had Akkerman al eens een paar keer gepolst of hij een biografie zag zitten. ,,Jan was de eerste winnaar van de Sena European Guitar Award, daarna bleef hij bij de uitreiking betrokken. Als organisator van het evenement had ik geregeld contact met hem. In eerste instantie zag hij een boek niet zitten. Hij is iemand die liever vooruit kijkt dan achterom. Toch begon Jan er twee jaar geleden zelf weer over.’’

Jean-Paul Heck interview
Popjournalist Jean-Paul Heck © Petra Kwaadgras (CC BY-SA 3.0) (atr. 25) )

Akkerman had er over nagedacht, wilde wel meewerken maar stelde een paar voorwaarden. Het boek moest door Heck worden geschreven, hij wilde een gerenommeerde uitgever en het moest ‘zijn’ verhaal worden. Die uitgever was snel gevonden: De Bezige Bij hapte meteen toe. ,,Daar waren Jan en ik heel blij mee, ook omdat de uitgeverij meer literair georiënteerd is en nauwelijks muziekbiografieën uitgeeft. Bijkomend voordeel is natuurlijk wel dat het boek ook op de buitenlandse markt kan verschijnen. Dat is niet voor iedere Nederlandse artiest weggelegd.’’

Foute vragen

Biograaf Heck is al jaren actief in de popjournalistiek. Hij volgde destijds de beroemde popjournalist van de De Telegraaf, Jip Golstein op. ,,Jip heeft de popjournalistiek op de kaart gezet. Een aparte man, zeer duidelijk aanwezig, een echte Amsterdammer.’’ Toen Golstein in 2002 overleed, vroeg de redactie aan Heck om zijn opvolger te worden. Die weigerde in eerste instantie. ,,Het was me, zo vlak na zijn dood, te snel. Dat voelde niet goed.’’ Toen de redactie later weer bij hem terugkwam met die vraag, stemde hij toe. In 2004 won Heck voor zijn verhalen in onder meer Aloha, de Jip Golsteijn Journalistiekprijs.

Zo’n twintig keer reisde Heck af naar Volendam om daar iedere keer een uur of vier te praten met de hoofdpersoon. Ze spraken dezelfde taal, een groot voordeel volgens Heck. Akkerman toont journalisten die ‘foute vragen’ stellen weinig clementie. ,,Omdat ik zelf muziek maak, weet ik wat het is om op een podium te zitten. Daarnaast loop ik als journalist al even mee in de muziekwereld. Dat praat gemakkelijker, er was duidelijk een connectie, we hadden soms aan een half woord genoeg.’’

Akkerman groeide op in het na-oorlogse Amsterdam, aan de Raamgracht, midden in de voormalige Joodse buurt. Zijn vader handelde in lompen en metalen en stond op het Waterlooplein. ,,Die handel was een succesverhaal. Jan komt niet uit een onbemiddeld milieu. Er heerste wèl een arbeidersmentaliteit. Door zijn ouders werd hem geen stroobreed in de weg gelegd. Sterker nog, zijn vader werd zijn manager. Hij was een van de eerste gitaristen in Nederland die op een Gretch White Falcon speelde. Die kreeg hij van zijn vader en kostte toen, in de jaren 60, wel vijfduizend gulden, een enorm bedrag.’’

Door de handel van zijn vader kwam Jan al vroeg in contact met zigeuners en hun muziek. ,,Die Balkanmuziek was zijn startpunt. Toen de familie later verhuisde naar de Indische buurt, kwam daar ook de indo-rock bij. Die invloeden zijn nog altijd te horen in zijn spel.’’

New kid on the block

Met de formatie De Hunters scoorde Akkerman in 1966 zijn eerste grote hit: Russian spy and I , een compositie van zijn hand. ,,Hij was meteen the new kid on the block. Zijn virtuoze gitaarspel maakte indruk en hij had charisma.’’’

Daarna volgden successen met Brainbox en Focus. ,,Brainbox was groot, maar Focus evenaarde dat succes ruimschoots. De band stond op dezelfde hoogte als Led Zeppelin, tourde door Amerika, trad op in Madison Square Garden. Die glorietijd duurde niet lang. Soms, legt Heck uit, is de succesperiode van een band kort maar hevig. Dat was met Focus het geval. Tussen Akkerman en Thijs van Leer ontstond frictie. ,,Een kwestie van onverenigbare karakters. Daar kon ik in het boek niet aan voorbij gaan. Het blijft voor Jan nog altijd een teer punt. Beide mannen zijn multi-getalenteerd maar hebben verschillende achtergronden. Thijs kwam uit een aristocratisch milieu, Jan was: what-you-see, is what you get. Daarnaast speelde mee dat ze verschillende opvattingen over artistieke integriteit hadden.’’

Jan Akkerman in 1974 © Beeld en Geluid (CC BY-SA 3.0)

Tijdens die Focus-periode, in de jaren zeventig, woonde Akkerman in Akkrum. Zijn toenmalige vrouw kwam uit Friesland. Een ruige periode waarin de gitarist veel op tournee was. Nadat die relatie strandde, leerde Akkerman in Portugal vrouw Marianne kennen. Een zwaar auto-ongeluk in 1992, waarbij hij ondermeer twee gebroken rugwervels opliep, luidde een ommekeer in zijn leven in. ,,Hij revalideerde met behulp van zijn Marianne, ging in Volendam wonen en leidt vanaf die tijd een rustiger bestaan.’’

Ondanks de up’s en down’s in zijn carrière, is Akkerman blijven optreden. ,,Jan heeft altijd van zijn muziek kunnen leven, hij heeft nooit aan de grond gezeten. De jaren 80 waren moeilijk voor instrumentalisten zoals Jan. Maar hij heeft nooit verzaakt en in die periode talloze albums, sommige erg experimenteel, uitgebracht. Jan liet zich door de jaren 80 niet van de wijs brengen en is altijd platen en cd’s blijven maken, desnoods in eigen beheer.’’

Muzikant pur sang

Zijn darkest hours was het overlijden van zijn broer Jacob. Hij was geluidsman bij Focus en viel soms in als drummer Pierre van der Linden het liet afweten. Jacob werd op een gegeven moment uit de band gezet en daarna ging het snel bergafwaarts. Toen Jan een keer in de gevangenis in Leeuwarden optrad, zat zijn broer op de eerste rij.

Tijdens zijn zeventigste verjaardag stond Akkerman weer even vol in de spotlights. Hij werd geridderd, speelde in Paradiso en tourde langs de Nederlandse clubs. Ook nu nog, twee jaar later, werkt Akkerman hard en heeft hij zo’n honderd optredens per jaar. ,,Hij blijft jongensachtig, is fysiek sterk en topfit. Sport heeft altijd een rol gespeeld in zijn leven. Zijn vader was amateurbokser en Jan heeft vroeger zelf ook gebokst.’’ Onlangs tekende hij een groot contract bij Mascot records. Die maatschappij heeft grote artiesten onder haar hoede, zoals Joe Bonamassa, Walter Trout en Jeff Healy.’’

Akkerman pint zich niet vast op één stijl, blijft nieuwe wegen inslaan, experimenteren en zoeken naar de perfecte sound. ,,Als je Jan ziet, zie je zijn gitaar. Gitaristen zijn over het algemeen nogal in zichzelf gekeerd, zitten het liefst in een hoekje wat voor zich uit te pingelen. Daar is Jan een exemplarisch voorbeeld van. Hij is een van de invloedrijkste gitaristen van zijn tijd, een muzikant pur sang. Zijn hele leven is muziek.’’

Imago

Akkerman heeft volgens zijn biograaf iets briljants over zich, zoals Jimi Hendrix dat had. ,,Op de eerste plaat van Herman Brood, Street, vind je de drie beste gitaarpartijen van hem. Die stonden er in een vloek en een zucht op. Hij heeft als sessiemuzikant ook de gitaarpartijen op enkele Cats-platen voor zijn rekening genomen. En Jan speelde mee op de blues-cd Dit is wat ik wil van André Hazes. Dat was zijn gabber, die had hij hoog zitten.’’

Wat Heck het meest verraste, was dat het beeld dat er van Jan in de media bestaat, niet klopt. ,,Jan heeft het imago van een brute, weerbarstige, narrige man. Ik trof een lief, zachtaardig iemand aan. Natuurlijk is er ook een andere kant. Hij kan best wel uit zijn slof schieten en hij wordt stekelig als hij het gevoel heeft dat mensen met dedain over zijn achtergrond praten. Daar kan hij niet tegen, Jan blijft trouw aan zijn roots.’’

Het boek is in grote lijnen af. Omdat Jan zijn verhaal alleen wilde vertellen, had Heck niet de mogelijkheid andere mensen te interviewen. ,,Ik moet er extra alert op zijn dat ik niet in herhaling val en dat het verhaal niet te eenzijdig wordt. Daarnaast moet het niet alleen een gitaarboek zijn, maar een leesbaar verhaal worden. Gelukkig heb ik een goede redacteur, die kritisch met me meeleest. Bepaalde gebeurtenissen ga ik, bij twijfel van mijn kant, wel checken bij anderen. Toch weet ik nu al zeker dat, als het boek verschijnt, er muzikanten en mensen uit de platenwereld zullen zeggen dat bepaalde verhalen niet kloppen. Dat is onvermijdelijk want het is en blijft Jan zijn verhaal. Het is zijn boek.’’

Jan Akkerman. Het verhaal van een gitarist van Jean-Paul Heck wordt uitgegeven door de Bezige Bij en ligt in het najaar in de winkel. Deo volente.

Marita de Jong
Marita de Jong is journaliste. Ze werkte jarenlang voor NDC Mediagroep en was als redacteur verbonden aan het cultureel opinieblad De Moanne. Tegenwoordig schrijft ze voor De Moanne, de website Fryslân1 en doet ze ondermeer pr werkzaamheden voor Museum Belvédère en Collegium Vocale Fryslân. In 2008 verscheen bij de Afûk haar boek: 14 schilders uit de Belvédère.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here